Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 29-03-2011
Aflevering 3
TitelToegang tot het strafrecht - een slachtofferperspectief
CiteertitelDD 2011, 15
SamenvattingI. In de Nederlandse rechtszalen zien we alleen het topje van de ijsberg. Laten we het maar gewoon zeggen zoals het is: de strafrechter wordt in de dagelijkse praktijk niet uitgenodigd een oordeel te vellen over een representatieve selectie van gepleegde misdrijven. Een grote meerderheid van strafbare feiten blijft aan zijn oog onttrokken. Een belangrijke vraag is natuurlijk in hoeverre er een zeker systeem valt te ontdekken in de schifting van zaken die al dan niet tot een rechterlijk vonnis leiden.
Auteur(s)M.S. Groenhuijsen
Pagina209-219
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelVoorbedachte raad
CiteertitelDD 2011, 16
SamenvattingDe laatste jaren wordt in zaken die gaan om verdenking van een levensdelict steeds vaker veroordeeld voor moord, en minder vaak voor doodslag. Aangezien er geen grote veranderingen lijken te zijn in de wijze waarop levensdelicten door daders gepleegd worden, en ook de delictsomschrijvingen van moord en doodslag niet veranderd zijn, moet er geconcludeerd worden, dat rechters de voorbedachte raad steeds gemakkelijker bewezen verklaren. Er lijkt aldus een verandering te hebben plaatsgevonden in de wijze waarop de rechter voorbedachte raad inhoudelijk uitlegt, hetzij in de wijze waarop hij tot een bewezenverklaring van de voorbedachte raad komt, hetzij in beide.
Auteur(s)F.S. Bakker
Pagina220-246
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelWilsbekwaamheid en toerekeningsvatbaarheid vergeleken
CiteertitelDD 2011, 17
SamenvattingAan ons rechtssysteem ligt de veronderstelling ten grondslag dat mensen rationele autonome rechtssubjecten zijn. In het geval van beperking van wilsvrijheid door een geestesziekte is deze veronderstelling niet vanzelfsprekend. Men spreekt dan, afhankelijk van het rechtsgebied waarin deze beperking door geestesziekte aan de orde komt, van wilsonbekwaamheid of ontoerekeningsvatbaarheid.
Auteur(s)J.A. Dekker , H.J.C. van Marle , R.H. Zuijderhoudt
Pagina247-260
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelF. Koenraadt, De centrale positie van grensgevallen. Hun plaats, tijd en persoon in de forensische psychologie (oratie Utrecht), Boom Juridische Uitgevers 2008
CiteertitelDD 2011, 18
Auteur(s)J. Casselman
Pagina261-267
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMededelingen
TitelMededelingen
CiteertitelDD 2011, 19
SamenvattingAn interdisciplinary colloquium: Systematic sexual violence and victims' rights 7-8 April, 2011, The Hague, The Netherlands.
Pagina268-268
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJeugdrecht en jeugdbescherming
TitelJeugdrecht en jeugdbescherming
CiteertitelDD 2011, 20
SamenvattingA. Juridisch-organisatorisch aspect
Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en verplichte nazorg

Aanpassing van de Richtlijn Strafvordering Jeugd

Maatregelen tegen gedwongen huwelijken

Beslissingen kinderrechters over kinderen; gehechtheid van kinderen

Evaluatie rechtsbescherming bij verlenging huisverbod

'Bescherming en verbetering kinderrechten goed mogelijk met internationaal verdrag'

Rapport Onderzoeksraad over gevallen van fatale of bijna fatale kindermishandeling

Inspectierapport besluitvorming Raad voor de Kinderbescherming en Bureau jeugdzorg

MOgroep Jeugdzorg gaat verder als Jeugdzorg Nederland

Nieuwe Europese richtlijnen 'child friendly justice'

Uitzondering bij asielverzoek na lang verblijf van kinderen in Nederland niet toegestaan

Adopties uit Haïti tijdelijk opgeschort

b. Onderdeel Sociaal-wetenschappelijk aspect
Auteur(s)J. Asscher , M. Hoeve , P. Vlaardingerbroek
Pagina269-279
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPolitie
TitelPolitie
CiteertitelDD 2011, 21
SamenvattingParlement en wetgeving

Er komt een nationale politie onder verantwoordelijkheid van de minister die belast is met de zorg voor veiligheid. De nieuwe minister van Veiligheid en Justitie wordt eindverantwoordelijk voor het beheer. Dat is in het regeerakkoord aangekondigd. Er komen tien politieregio's waarbij de grenzen van de tien arrondissementen van de gerechtelijke kaart leidend zijn. De burgemeester blijft verantwoordelijk voor de openbare orde, de capaciteitsinzet voor lokale taken en het vergunningenbeleid. Bij geschillen in een regio over de inzet van de politie wordt de beslissing genomen door de regioburgemeester bij wie het gezag berust, gehoord de regionale hoofdofficier van justitie en de regionale politiechef.
Auteur(s)T. Blom
Pagina279-284
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak EHRM
TitelEHRM rechtspraak
CiteertitelDD 2011, 22
Samenvatting1. Bewijslast voor onschuld bij vrijgesproken verdachte in onrechtmatige daad-procedure: geen strijd met onschuldpresumptie.

2. Achterhouden processtukken niet in strijd met artikel 6 EVRM

3. Raio's voldoende onafhankelijk?

4. Juryrechtspraak België verenigbaar met EVRM, maar in casu een onvoldoende gemotiveerde veroordeling: schending artikel 6 EVRM

5. Wederom Salduz: bagatelliseren verdenking lijdt uiteindelijk tot strijd met artikel 6 EVRM
Auteur(s)J. Lindeman
Pagina285-296
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelWitwassen naar Nederlands recht. Over voorhanden hebben en het bewijs van witwassen.
CiteertitelDD 2011, 23
SamenvattingDat misdaad niet behoort te lonen is inmiddels een bekend adagium. Een belangrijke uitwerking daarvan is de - inmiddels verruimde - mogelijkheid van het toepassen van voordeelsontneming. In het algemeen kan gesteld worden dat (terrorisme)financiering en geldstromen in toenemende mate de (strafrechtelijke) aandacht van justitie hebben gekregen. Op 14 december 2001 trad een wetswijziging in werking die tevens onder dat adagium past en van net zo groot belang is: de strafbaarstelling van witwassen.
Auteur(s)D.J. van Leeuwen
Pagina297-326
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 13-07-2010, 08/01422
CiteertitelDD 2011, 23.1
Samenvatting'2.4. 's Hofs overwegingen houden - samengevat - in:
(i) dat het onderzoek in de onderhavige zaak geen direct bewijs heeft opgeleverd van het van enig misdrijf afkomstig zijn van het geld;
(ii) dat de door de Rechtbank opgesomde feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen;
(iii) dat, gelet daarop en de in aanmerking genomen omstandigheden, van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld;
(iv) dat de verdachte dit van meet af aan ook heeft gedaan;
(v) dat de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand als volslagen onwaarschijnlijk aan te merken herkomst heeft genoemd;
(vi) dat bij gebreke van direct bewijs voor het van enig misdrijf afkomstig zijn van het geld en gezien de duidelijke en verifieerbare stelling van de verdachte ten aanzien van de herkomst van het geld, het op de weg van het Openbaar Ministerie had gelegen te onderzoeken of [betrokkene I] - naar uit 's Hofs overwegingen volgt: de belangrijkste geldschieter - belangen heeft gehad in cambio-ondernemingen, "welke herkomst naar het oordeel van het hof een alternatief kan zijn";
(vii) dat dergelijk onderzoek niet is verricht, althans dat het Hof daarvan geen resultaten in het dossier heeft aangetroffen;
(viii) dat nu aldus niet meer voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de gelden een legale herkomst hebben en een criminele herkomst niet als enige aanvaardbare verklaring van de waargenomen feiten en omstandigheden kan gelden, niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte behoort te worden vrijgesproken.
Samenvatting (Bron)OM-cassatie. Witwassen. Bewijs ‘uit misdrijf afkomstig’. Dat onder een verdachte aangetroffen contant geld “uit enig misdrijf afkomstig is”, kan, indien o.g.v. de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bep. misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het o.g.v. de vastgestelde f&o niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het OM bewijs bij te brengen waaruit zodanige f&o kunnen worden afgeleid. Dat i.c. naar ’s Hofs oordeel de vastgestelde f&o het vermoeden van witwassen rechtvaardigen en dat, gelet daarop, “van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld”, leidt er niet z.m. toe dat het dan aan verdachte is om aannemelijk te maken dat het geld niet van misdrijf afkomstig is. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat, naar het Hof heeft vastgesteld, de door verdachte gegeven verklaring voor de herkomst van het geld niet zo onwaarschijnlijk is dat zij bij de vorming van het bewijsoordeel z.m. terzijde behoort te worden gesteld, is ’s Hofs oordeel dat niet gezegd kan worden dat het o.g.v. de f&o die uit het beschikbare bewijsmateriaal kunnen worden afgeleid, niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is, niet onbegrijpelijk.
Pagina297-298
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BM0787
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 13-07-2010, 08/03004
CiteertitelDD 2011, 23.2
Samenvatting'2.3. Aan de verdacht is - kort gezegd en voor zover hier van belang - tenlastegelegd dat hij te Schiphol een bedrag van € 100.000,- voorhanden heeft gehad dat uit enig misdrijf afkomstig was. De verdachte heeft dat laatste betwist en gesteld dat het geld een legale herkomst had. Het Hof heeft geoordeeld dat - gelet op de hoogte van het bedrag, de coupures waaruit het bestond en de wijze waarop het werd vervoerd - het niet anders kan dan dat dit bedrag van een misdrijf afkomstig is geweest. Met betrekking tot de betwisting door de verdachte heeft het Hof geoordeeld dat de verdachte "geen verifieerbare gegevens heeft kunnen verschaffen op punten die eenvoudig te achterhalen moet zijn en van belang zijn om aan zijn stellingen een begin van geloofwaardigheid te verlenen". Daarmee heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken herkomst van het geld heeft genoemd, zodat geen noodzaak aanwezig was voor het instellen van nader onderzoek. Beide oordelen zijn niet onbegrijpelijk en behoeven geen nadere motivering.
Samenvatting (Bron)Witwassen, bewijs ‘uit misdrijf afkomstig’. Door uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkende f&o tot uitgangspunt te nemen voor het oordeel dat bewezen is dat het geld uit misdrijf afkomstig is, en de verklaring van verdachte omtrent de herkomst van het geld kennelijk als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken, terzijde te schuiven, heeft het Hof de bewijslast t.a.v. het bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf” niet op verdachte gelegd.
Pagina298-298
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BM2471
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 26-10-2010, 09/01423
CiteertitelDD 2011, 23.3
Samenvatting'2.4.1 Vooropgesteld moet worden dat op zichzelf nog de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van de art. 420bis en 420quater Sr eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepalingen omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens - kort gezegd - (schuld)witwassen. Dat geldt, naar uit de tekst van de wet volgt, ook voor het voorhanden hebben van zo'n voorwerp (vgl. HR 2 oktober 2007, LJN BA7923, NJ 2008/16).
Samenvatting (Bron)Reikwijdte van witwassen, art. 420bis Sr en schuldwitwassen, art 420quater. Vooropgesteld moet worden dat op zichzelf tekst noch geschiedenis van de totstandkoming van de art. 420bis en 420quater Sr eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepalingen omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens - kort gezegd - (schuld)witwassen. Dat geldt, naar uit de tekst van de wet volgt, ook voor het voorhanden hebben van zo’n voorwerp (vgl. HR LJN BA7923). Dit betekent niet dat elke gedraging die in de art. 420bis.1 en 420quater.1 Sr is omschreven onder alle omstandigheden de - in beide bepalingen nader omschreven - kwalificatie witwassen onderscheidenlijk schuldwitwassen rechtvaardigt (vgl. in ander verband HR LJN AU 6712). Zo kan ingeval het gaat om een voorwerp dat afkomstig is uit een door verdachte zelf begaan misdrijf en hem het “voorhanden hebben” daarvan wordt verweten, de vraag rijzen of een dergelijk enkel voorhanden hebben voldoende is om als (schuld) witwassen te worden aangemerkt. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de strafbaarstelling van witwassen strekt ter bescherming van de aantasting van de integriteit van het financieel en economisch verkeer en van de openbare orde, dat witwassen een veelomvattend, maar ook te begrenzen fenomeen is, en dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht “om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen”. Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd. ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake is van witwassen is onjuist noch onbegrijpelijk.
Pagina298-299
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BM4440
Artikel aanvragenVia Praktizijn