Jurisprudentie in Nederland

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie in Nederland
Datum 04-07-2011
Aflevering 6
RubriekArbeidsrecht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-05-2011, HD 200.031.655 T
Citeertitel«JIN» 2011/483
SamenvattingUitleg cao. Vergoeding ADV-uren. Vergoeding vakantie-uren. Goed werkgeverschap. Pc-regeling. Fietsregeling.
Samenvatting (Bron)Uitleg CAO i.v.m. uitbetaling ADV-uren en vakantie-uren, mede i.v.m. inruil van deze uren in het kader van fiets- en pc-privé-regelingen
AnnotatorJ.R. Vos
Pagina661-667
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2011:BQ4133
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelRechtbank Almelo, 19-04-2011, 369141 CV EXPL 1625/11
Citeertitel«JIN» 2011/484
SamenvattingOntslag op staande voet. Dringende reden. BBA. Onregelmatige opzegging. Rijinstructeur.
Samenvatting (Bron)Rij-instructeur vordert doorbetaling van loon na ontslag op staande voet. Kantonrechter wijst vordering in kort geding toe omdat het waarschijnlijk is dat ontslag op staande voet in bodemprocedure geen stand zal houden. Hoewel incasu ontslag zonder ontslagvergunning gegeven had kunnen worden doet dat niets aan de vordering af nu niet is gebleken van een ook regulier gegeven ontslag
AnnotatorJ.H. Even
Pagina667-672
UitspraakECLI:NL:RBALM:2011:BQ4151
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-12-2010, HD 200.011.612
Citeertitel«JIN» 2011/485
SamenvattingWet verevening pensioenrechten. Vermogenscheiding.
Samenvatting (Bron)De man vordert dat de bepalingen van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvp) buiten toepassing blijven. Hij voert daartoe aan dat de vrouw bewust verzuimd heeft hem op de hoogte te stellen van de werking van de Wvp, terwijl er op haar, als echtgenote én jurist, een bijzondere verplichting rustte hem hierover te informeren, dat de vrouw steeds de indruk gewekt heeft de vermogens van partijen strikt gescheiden te willen houden en dat de vrouw geen behoefte heeft aan een deel van het pensioen van de man. Het hof neemt tot uitgangspunt, dat ingevolge artikel 11 Wvp ook in een situatie, waarin tussen partijen "koude uitsluiting" geldt, verevening van pensioenrechten dient plaats te vinden, tenzij de echtgenoten bij huwelijkse voorwaarden of een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding uitdrukkelijk anders hebben bepaald. Ingevolge artikel 6:2 BW dient toepassing van de Wvp achterwege te blijven, indien deze toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken, dat deze situatie zich voordoet: de vrouw hoefde de man niet in te lichten omtrent de werking van de Wvp en of de vrouw behoefte heeft aan een deel van het pensioen van de man, doet in beginsel niet ter zake. Onder omstandigheden zou de behoefte een rol kunnen spelen, maar zodanige omstandigheden zijn niet gebleken.
AnnotatorP.M. de Vries
Pagina672-674
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2010:BO6682
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelGerechtshof Leeuwarden, 12-04-2011, 200.025.224/01
Citeertitel«JIN» 2011/486
SamenvattingHuwelijksvermogensrecht. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Verknochtheid. Vermenging. Verrekening onder opschortende voorwaarde.
Samenvatting (Bron)Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Verknochtheid. Schulden onder op schortende voorwaarde.
AnnotatorR.P.F. Kamphuis
Pagina674-682
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1385
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 13-04-2011, 200.068.764/01
Citeertitel«JIN» 2011/487
SamenvattingMisbruik van erkenning. Interlandelijke adoptie. Family life.
Samenvatting (Bron)Voogdij over minderjarigen. Erkenning in Polen sorteert geen effect, nu het doel daarvan was de adoptiewetgeving hier geldend, daarmede te omzeilen. Adoptie in Polen komt in Nederland niet voor erkenning in aanmerking. Inbreuk op family life gerechtvaardigd. Zie ook LJN: BQ2950
AnnotatorM.M. Schouten
Pagina682-687
UitspraakECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2937
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelHoge Raad, 08-04-2011, 09/01318
Citeertitel«JIN» 2011/488
SamenvattingAansprakelijkheidsrecht. Commanditaire vennootschap. Beleggingsactiviteiten. Beherend vennoot vermogensbeheerder in de zin van art. 1, aanhef en onder c, WTE 1995. Aansprakelijkheid banken? Bescherming belangen individuele beleggers.
Samenvatting (Bron)Aansprakelijkheidsrecht. Is gefailleerde, beherend vennoot van commanditaire vennootschappen, waarin stille vennoten vermogen hebben ingebracht teneinde dit door deze beherend vennoot te laten beleggen, opgetreden als vermogensbeheerder in de zin van art. 1, aanhef en onder c, WTE 1995? Banken waarbij de cvs effectenrekeningen hadden alsmede de AFM aansprakelijk voor de schade? Het in art. 7 lid 1 Wte 1995 met het oog op de bescherming van belangen van individuele beleggers gegeven verbod ziet niet op beleggingsactiviteiten die commanditaire vennootschappen verrichten met het eigen ingebrachte vermogen. Dit voorschrift betreft immers als vermogenbeheerder in de zin van art. 1 onder c, Wte 1995 te verrichten diensten ten behoeve van derden en met betrekking tot vermogen van derden. Van zodanig vermogensbeheer is bij commanditaire vennootschappen die beleggingsactiviteiten verrichten met het eigen, door de stille vennoten ingebrachte, vermogen, geen sprake. De enkele omstandigheid dat het beheer van de beherend vennoot een bedrijfsmatig karakter droeg, kan niet meebrengen dat het beheer als vermogensbeheer dient te worden aangemerkt. Het vermogen behoort immers de commanditaire vennootschap als ondernemingsvermogen toe en wordt, hoe zeer ook feitelijk door de beherend vennoot, rechtens door haarzelf beheerd. De enkele omstandigheid dat de beherend vennoot optrad voor een groot aantal vennootschappen is niet reeds voldoende om dit beheer aan te kunnen merken als ingevolge de Wte 1995 vergunningsplichtig vermogensbeheer. Geen optreden als effectenbemiddelaar als bedoeld in art. 1, aanhef en onder b, Wte 1995 is dan ook geen sprake. Ook effectenbemiddeling vindt - anders dan hier het geval is - plaats ten behoeve van derden en met betrekking tot het vermogen van derden. Geen overtreding art. 4 Wtb. Voor bank geen reden verhouding beherend en stille vennoot anders te bezien dan in het algemeen binnen een commanditaire vennootschap heeft te gelden tussen degene die als beherend vennoot optreedt en de stille vennoten die als kapitaalverschaffers fungeren. Geen bijzondere zorgplicht banken als bedoeld in HR 23 december 2005, LJN AU3713, NJ 2006/289 (Safe Haven). Geen aansprakelijkheid AFM.
AnnotatorG.C. Vergouwen
Pagina687-717
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP4023
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelHoge Raad, 08-04-2011, 10/00475
Citeertitel«JIN» 2011/489
SamenvattingEnquête. Bevoegheid tot indienen verzoek.
Samenvatting (Bron)Enquête. Bevoegdheid tot indienen verzoek; art. 2:346 lid 1, onder b, BW. Primary beneficiary van een trust naar het recht van Bermuda bevoegd enquête te verzoeken van in Nederland gevestigde kleindochter? Oordeel OK dat aandelen kleindochter worden gehouden door twee Nederlands-Antilliaanse vennootschappen en dat deze vennootschappen niet kunnen worden weggedacht bij beantwoording ontvankelijkheidsvraag, is juist en niet onbegrijpelijk. Oordeel dat trust - en met haar ook de primary beneficiary - niet kan worden beschouwd als of gelijkgesteld met economisch rechthebbende op aandelen in de Nederlandse rechtspersoon, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en kan verder in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Hebben van economisch belang op grond van trustverhouding onvoldoende om voor toepassing enquêterecht gelijk te worden gesteld met economisch rechthebbende voor wier rekening en risico de aandelen worden gehouden. Bevoegdheid tot indienen verzoek ook niet bij wege van concernenquête nu aandeelhouders Nederlandse kleindochter zijn gevestigd te Curacao en verzoek als bedoeld in art. 2:345 BW mitsdien zowel ten aanzien van deze vennootschappen als ten aanzien van kleindochter op niet-ontvankelijkheid stuit.
AnnotatorP. Haas
Pagina717-727
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP4943
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 11-05-2011, 200.077.591/01
SamenvattingEnquêteprocedure.
AnnotatorE.J. Bleeker
Pagina728-733
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4822
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank Alkmaar, 27-04-2011, 118803
Citeertitel«JIN» 2011/491
SamenvattingStichtingenrecht. Besluitvorming. Wijziging statuten. Quorumeis. Vernietiging besluiten. Ontslag bestuurder.
Samenvatting (Bron)Procedure over rechtsgeldigheid van ontslag als bestuurders van Stichting De Nollen enerzijds en rectificatie van uitlatingen anderzijds. Wijziging statuten, vernietiging bestuursbesluiten, vrijheid van meningsuiting, bescherming eer en goede naam. Beeldend kunstenaar [de vader] heeft in de jaren 80 het duingebied De Nollen (onder Den Helder) in gebruik genomen om er te werken aan zijn totaalkunstwerk: een integratie van beeldende kunst, landschap en architectuur. De kunstenaar heeft een stichting opgericht om hem bij de ontwikkeling en exploitatie van het project te helpen, Stichting De Nollen. De Stichting heeft het terrein met gebruik van overheidssubsidie aangekocht en beheert dit. De kunstenaar is in 2006 plotseling overleden. Zijn twee zoons zijn erfgenaam. Nadat zij zijn toegetreden tot het bestuur van de Stichting hebben de overige bestuursleden circa driekwart jaar later het besluit genomen hen te ontslaan. De erven achten het ontslagbesluit nietig. Ook stellen zij dat het besluit tot intrekking van het eerdere besluit tot het instellen van een kwaliteitszetel ten behoeve van de erven nietig is. De Stichting vordert op haar beurt rectificatie van een brief en een artikel, waarin ondermeer wordt gesuggereerd dat de Stichting onderdeel is van een old boys network complot tegen de erven. Rb: Het ontslagbesluit is rechtsgeldig genomen. Wanneer het ontslag van twee bestuurders aan de orde is tegen wie dezelfde gewichtige redenen worden aangevoerd, brengt een redelijke uitleg van de statuten mee dat met eenparigheid van stemmen de stemmen van de overige bestuurders wordt bedoeld (4.8-4.9). Sprake van gewichtige reden voor ontslag gezien fundamenteel verschil van inzicht over wijze van invulling taken (4.11). Ook het besluit geen kwaliteitszetel ten behoeve van de erven in te stellen, is geldig. Het eerdere besluit tot het instellen van een kwaliteitszetel heeft nog niet tot een wijziging van de statuten bij notariële akte geleid. Voor intrekking van het besluit golden dan ook de op dat moment in de statuten neergelegde vereisten(4.2-4.3). Brief en artikel, hoewel niet door de erven zelf geschreven, hebben wel als een openbaarmaking door de erven te gelden. Recht op eerbiediging van eer en goede naam van de Stichting weegt zwaarder dan vrijheid van meningsuiting. Sprake van uitlatingen die integriteit en goede naam van de betrokkenen aantasten zonder dat gebleken is van een misstand die aan de kaak moet worden gesteld. Daarnaast sprake van zeer tendentieuze uitlatingen die suggestie van complot wekken (4.23-26). Gevorderde rectificatie van artikel wordt toegewezen, evenals verbod om bepaalde uitlatingen te doen.
AnnotatorP.H. Frerichs , M.C. van Rijswijk
Pagina734-740
UitspraakECLI:NL:RBALK:2011:BQ2876
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad, 29-04-2011, 09/03455
Citeertitel«JIN» 2011/492
SamenvattingBeslag. Faillissement. Art. 33 Fw. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel? Verdeling executieopbrengst. Einde executie. Kwaliteitsrekening.
Samenvatting (Bron)Beslagrecht, faillissement; art. 33 F. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel indien gelden ten tijde van faillietverklaring geëxecuteerde nog onder de notaris zijn? Het ligt in het verlengde van HR 25 januari 2008, LJN BB8653, NJ 2008/66 en strookt ook met doel executie, om aan te nemen dat executieopbrengst, zolang deze nog niet daadwerkelijk aan de beslaglegger(s) ten goede is gekomen, buiten het vermogen van de geëxecuteerde valt. Op kwaliteitsrekening notaris gestorte restantexecutieopbrengst behoort niet tot het vermogen van de geëxecuteerde, maar tot dat van de gezamenlijke rechthebbenden ten behoeve van wie de gelden zijn bijgeschreven, ieder voor zover het diens aandeel in de gemeenschap betreft. Geëxecuteerde heeft slechts aandeel in restantexecutieopbrengst onder voorwaarde dat en voor zover daarvan na verdeling onder de beslagleggers en andere rechthebbenden nog een overschot (surplus) resteert. Zulks strookt ook met systeem beslagrecht (vgl. HR 12 juni 2009, LJN BH3096, NJ 2010/663).
AnnotatorJ.J. van Kampen
Pagina741-750
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP4948
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad, 29-04-2011, 11/00722
Citeertitel«JIN» 2011/493
SamenvattingProcesrecht. Gebrek in cassatiedagvaarding. Aanzegging over griffierechten. Nietigheid.
Samenvatting (Bron)Cassatieprocesrecht; art. 407 lid 2. Aangenomen moet worden dat ook niet-inachtneming van het voorschrift dat een cassatiedagvaarding de gevolgen dient te vermelden die de wet verbindt aan niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht, met nietigheid is bedreigd.
AnnotatorF.M. Ruitenbeek-Bart
Pagina750-752
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BQ2933
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad, 13-05-2011, 09/04874
Citeertitel«JIN» 2011/494
SamenvattingZorgplicht bank. Verjaring. Redelijkheid en billijkheid. Grenzen rechtsstrijd. Verrassingsbeslissing.
Samenvatting (Bron)Art. 81 RO. Verbintenissenrecht/vermogensrecht. Overeenkomst met betrekking tot opties en termijncontracten. Zorgplicht bank. Tekortkoming? Verjaring. Beroep op tekortkoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Hof buiten rechtsstrijd getreden door art. 6:140 lid 4 BW toe te passen?
AnnotatorN. de Boer
Pagina753-759
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP6921
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelGerechtshof Leeuwarden, 03-05-2011, 200.083.549/01
Citeertitel«JIN» 2011/495
SamenvattingProcesrecht. Niet tijdige betaling griffierecht. Niet-ontvankelijkheid.
Samenvatting (Bron)Griffierecht. Hof verwerpt verweer dat geen juiste factuur is ontvangen. Bedrag staat op roljournaal.
Annotator Ruitenbeek-Bart
Pagina759-760
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5264
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad, 26-04-2011, 09/03329 J
Citeertitel«JIN» 2011/496
SamenvattingBevoegdheid kinderrechter.
Samenvatting (Bron)Art. 6 en 495 Sv. Bevoegdheid Kinderrechter. Met het voorschrift van art. 6.2 Sv heeft de wetgever beoogd in geval van gelijktijdige vervolging te bewerkstelligen dat de zaken tegen medeverdachten door dezelfde rechter worden behandeld (vgl. HR LJN ZD1575). De met art. 6.2 Sv beoogde behandeling door dezelfde rechter kan hier niet worden bereikt waar de zaak van de verdachte door een kinderrechter moet worden behandeld en de zaken van de medeverdachten door de rechtbank worden behandeld. Art. 6.2 Sv staat niet eraan in de weg dat in een geval als de onderhavige - waarin sprake is van gelijktijdige vervolging - de zaak tegen een jeugdige verdachte wordt aangebracht voor de kinderrechter die op grond van de woonplaats van de verdachte bevoegd is. In een dergelijke situatie dient het geen redelijk, met de beoogde doelmatige rechtspleging strokend, doel als uitsluitend de kinderrechter in de rechtbank waar de medeverdachten worden vervolgd bevoegd zou zijn van het aan de verdachte tenlastegelegde feit kennis te nemen en niet de kinderrechter van verdachtes woonplaats.
AnnotatorM.L.C.C. de Bruijn-Lückers
Pagina760-763
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO9872
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad, 26-04-2011, 09/04729
Citeertitel«JIN» 2011/497
SamenvattingAanwijzing Opiumwet.
Samenvatting (Bron)Ontvankelijkheid OM. Aanwijzing Opiumwet (Stcrt. 2000, 250) moet worden beschouwd als recht in de zin van art. 79 RO, aangezien deze regels bevat omtrent de beleidsuitgangspunten bij de opsporing en vervolging van Opiumwetdelicten. Deze regels kunnen niet gelden als algemeen verbindende voorschriften maar binden wel het OM o.g.v. beginselen van een behoorlijke procesorde en lenen zich ertoe jegens betrokkenen als rechtsregel te worden toegepast (vgl. HR LJN ZC8556). De Aanwijzing moet aldus worden uitgelegd dat - behoudens door het OM te stellen en aannemelijk te maken bijzondere omstandigheden en mits tijdig afstand is gedaan van het inbeslaggenomen plantenmateriaal - teelt van niet meer dan vijf hennepplanten met een politiesepot wordt afgedaan, ongeacht de hoeveelheid of het gewicht van de met die teelt verkregen of te verkrijgen opbrengst van voor consumptie geschikte hennep of hennepproducten. Nu het hof van voornoemde uitleg is uitgegaan en feitelijk en niet onbegrijpelijk heeft vastgesteld dat de verdachte niet aanstonds bij het aantreffen van de planten maar eerst op de terechtzitting in eerste aanleg afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen 5 hennepplanten, geeft de verwerping van het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie niet blijk van miskenning van de Aanwijzing.
AnnotatorM.L.C.C. de Bruijn-Lückers
Pagina763-768
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP1275
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad, 26-04-2011, 10/01009 A
Citeertitel«JIN» 2011/498
SamenvattingDenaturing.
Samenvatting (Bron)1. Denaturering. 2. Unus testis, nullus testis. 3. Voorbedachte raad. Ad 1) Blijkens de nadere bewijsoverweging van het Hof heeft het de door de verdachte in hoger beroep afgelegde, en tot het bewijs gebezigde verklaring mede redengevend geacht voor het bewijs van de voorbedachte raad. De gevolgtrekking van het Hof "dat de verdachte welbewust op zoek was naar [slachtoffer]" is kennelijk op die verklaring gebaseerd. Blijkens de weergave van die verklaring in het bestreden arrest heeft het Hof wat betreft die verklaring en de daarop gebaseerde gevolgtrekking kennelijk en niet onbegrijpelijk beslissend geacht dat de verdachte die nacht in een auto langzaam langs het desbetreffende restaurant is gereden en heeft het daarbij geen gewicht toegekend aan de omstandigheid dat volgens die verklaring de verdachte niet zelf de auto bestuurde. Daarom kan niet worden gezegd dat het Hof bij de weergave van die verklaring in het bestreden arrest - waarin ook naar de letter bezien niet valt te lezen dat de verdachte zelf de auto bestuurde - in dat opzicht aan die verklaring een andere betekenis heeft gegeven. Dat geldt ook wat betreft het gebruik in die weergave van het woord "stapvoets". Ad 2 en 3) HR verwijst naar conclusie AG.
AnnotatorM.L.C.C. de Bruijn-Lückers
Pagina768-771
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP1286
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelHoge Raad, 22-02-2011, 09/03173
Citeertitel«JIN» 2011/499
SamenvattingVerzoek om vrijstelling leerplicht afgewezen. Strafvervolging wegens handelen in strijd met de Leerplichtwet 1969. Taakverdeling strafrechter - bestuursrechter.
Samenvatting (Bron)Formele rechtskracht. Vrijstelling van art. 11.1.g Leerplichtwet 1969 wegens andere gewichtige omstandigheden. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AA9812. De in art. 11.1.g voorziene vrijstelling wegens andere gewichtige omstandigheden van de verplichting om te zorgen dat een jongere de school waarop hij is ingeschreven geregeld bezoekt, is afhankelijk van de beslissing van het hoofd van de betrokken school, dan wel van de leerplichtambtenaar op een verzoek tot verlof, tegen welke beslissing een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang open staat. Of sprake is van andere gewichtige omstandigheden staat mitsdien niet ter zelfstandige beoordeling van de strafrechter. Hij behoeft in een geval als i.c. slechts te onderzoeken of door de leerplichtambtenaar verlof is verleend. Zoals in elke strafzaak geldt dat de beoordeling van de strafbaarheid van het feit of de strafbaarheid van de dader verdachte zich op een strafuitsluitingsgrond kan beroepen. Het Hof heeft dit beoordelingskader niet miskend.
AnnotatorJ.J.J. Sillen
Pagina771-773
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO5254
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State, 02-03-2011, 201003855/1/H2
Citeertitel«JIN» 2011/500
SamenvattingVernietiging door de Kroon. Bevoegdheidsverdeling. Constitutionele verhoudingen. Vrij verkeer van goederen. Vrij verkeer van diensten. Vrijheid van vestiging.
Samenvatting (Bron)Bij koninklijk besluit van 22 maart 2010, nr. 10.000787 (Stb. 2010, 138), heeft de Kroon, op voordracht van de minister en de staatssecretaris, het besluit van de raad van 27 oktober 2009 tot wijziging van de Verordening winkeltijden Westland 2005 (hierna: de Verordening), vernietigd.
AnnotatorJ.L.W. Broeksteeg
Pagina774-780
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP6327
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State, 09-03-2011, 201007798/1/H3
Citeertitel«JIN» 2011/501
SamenvattingGedoogverklaring voor exploitatie coffeeshop. Besluit tot intrekking gedoogverklaring. Belanghebbende.
Samenvatting (Bron)Bij brief van 26 januari 2009 heeft de burgemeester de ten behoeve van de exploitatie van de coffeeshop Checkpoint, gevestigd aan de Westkolkstraat 4, aan [eigenaar] verleende gedoogverklaring ingetrokken.
AnnotatorB. de Kam
Pagina780-785
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7160
Artikel aanvragenVia Praktizijn