Milieu & Recht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Milieu & Recht
Datum 26-08-2011
Aflevering 6
RubriekOpinie
TitelOmgevingswet eenvoudig beter
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 112
SamenvattingIn haar beleidsbrief Eenvoudige Beter van medio juni kondigt minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) aan dat de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Tracťwet, zullen worden vervangen door een wet die de belangrijkste delen van het omgevingsrecht zowel procedureel als materieel omvat: de Omgevingswet. Doel van die wet is om door een eenvoudiger en beter samenhangend omgevingsrecht actiever en efficiŽnter aan een duurzame leefomgeving te kunnen werken. De nieuwe wet moet 'een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels, wetten en regelingen op het terrein van de fysieke leefomgeving betekenen.'
Auteur(s)J. van den Broek
Pagina361-361
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelNanomaterialen: onzichtbaar, ook in de mileuregelgeving
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 113
SamenvattingDe stormachtige ontwikkeling van nanotechnologie zorgt ervoor dat nanomaterialen vanwege hun bijzondere eigenschappen tegenwoordig op allerlei gebieden worden toegepast: in consumentenproducten, in medische en militaire toepassingen en voor de zuivering van water, om maar enkele gebieden te noemen. Rond de regulering van deze nieuwe materialen blijft het verbazingwekkend stil, terwijl er tegelijkertijd legio onzekerheden zijn over risico's voor mens en milieu van de productie en toepassing van deze materialen. Van belang is daarom de vraag in hoeverre de huidige regelgeving adequaat is voor de bescherming van mens en milieu tegen mogelijke risico's van nanomaterialen. Ter beantwoording van die vraag wordt in dit artikel een deel van de chemische stoffen- en milieuregelgeving onder de loep genomen. Er blijkt een groot verschil te zijn tussen het 'in beginsel van toepassing zijn op', en 'het effectief reguleren van' nanomaterialen met onzekere risico's.
Auteur(s)E.M. Vogelezang-Stoute
Pagina362-374
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelNaschrift van de redactie
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 113
SamenvattingIn 1991 publiceerde Milieu en Recht een artikel met de titel 'Milieubescherming bij de toelating van bestrijdingsmiddelen?'. De auteur was Liesbeth Vogelezang-Stoute. Waarschijnlijk heeft zij toen niet beseft hoezeer die vraag een groot deel van haar werkzame leven bij het Centrum voor Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam zou gaan bepalen. In de jaren daarna heeft zij een groot aantal publicaties over dit onderwerp het licht doen zien, met als hoogtepunt in 2004 haar dissertatie 'Bestrijdingsmiddelenrecht.
Pagina374-374
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelRegelgeving voor kernenergie; klaar voor een adequate toetsing van een nieuwe generatie centrales? - Verslag van de studiemiddag van de Vereniging voor Milieurecht van 22 juni 2011
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 115
SamenvattingRecente ontwikkelingen inzake de bouw van een nieuwe kerncentrale gaven aanleiding tot de studiemiddag van de Vereniging voor Milieurecht van 22 juni jl., voorgezeten door mw. prof. mr. R. Uylenburg, te Houthoff Buruma, Amsterdam. De studiedag opende met 'de achtergrond en doelstellingen van de Nederlandse regelgeving inzake kernenergie' door mw. mr. A. Van Limborgh (ministerie van EL&I). Dhr. Dr. T. Vanden Borre (Universiteit Leuven) schetste vervolgens kritisch de 'Internationale en Europeesrechtelijke normen voor kernenergie'. De 'locatiekeuze en vergunningen voor de bouw van een nieuwe kerncentrale' werden juridisch uitgediept door dhr. mr. drs. R.R. Crince le Roy (Houthoff Buruma). Tot slot werd de plenaire discussie prikkelend ingeleid door mw. mr. C. Verwijs-van Fraassen (EPZ) en mw. mr. B.N. Kloostra (Van den Biesen Boesveld Advocaten). Deze bijdragen verschijnen komend najaar in het Nederlands Tijdschrift voor Energierecht zodat dit verslag beperkt blijft tot de plenaire discussie.
Auteur(s)L. Smorenburg-van Middelkoop
Pagina375-377
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 16-03-2011, 200902378/1/R2
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 116
SamenvattingBesluit tot aanwijzing Natura 2000-gebied kan uit verschillende zelfstandige besluitonderdelen bestaan.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 26 februari 2009, kenmerk DRZO/2008-004, heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het gebied Duinen Terschelling aangewezen als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, vierde lid, van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206; hierna: de Habitatrichtlijn), en het besluit van 7 april 2005, kenmerk DRR&R/2005/1065 II, tot aanwijzing van het gebied Duinen Terschelling als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, eerste en tweede lid, van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103; hierna: de Vogelrichtlijn), gewijzigd.
Pagina378-378
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7769
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 16-03-2011, 201009223/1/R3
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 117
SamenvattingArt. 1.9 Crisis- en herstelwet staat niet in de weg aan beroep bedrijfsexploitant op mogelijke gevolgen bestemmingsplan voor woon- en leefklimaat van omwonenden.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Haagakkers II" vastgesteld.
Pagina378-378
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7776
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 16-03-2011, 200902380/1/R2
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 118
SamenvattingBesluit tot aanwijzing Natura 2000-gebied; uitgangspunt 'haalbaar en betaalbaar' geaccepteerd; uitleg 'gunstige staat van instandhouding'; geen termijn voor instandhoudingsdoelen nodig.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 25 februari 2009, kenmerk DRZO/2008-007, heeft de minister het gebied Noordzeekustzone aangewezen als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, vierde lid, van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206; hierna: de Habitatrichtlijn), en het besluit van 7 april 2005, kenmerk DRR&R/2005/165, tot aanwijzing van het gebied Noordzeekustzone als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, eerste en tweede lid, van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103; hierna: de Vogelrichtlijn), gewijzigd.
Pagina378-378
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7770
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 16-03-2011, 200909282/1/R2
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 118
SamenvattingBeŽindiging veehouderij mocht als mitigerende maatregel worden betrokken bij passende beoordeling van gevolgen van vergunningverlening voor andere veehouderij.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 15 oktober 2009 heeft het college van gedeputeerde staten opnieuw besloten op de aanvraag van [vergunninghouder] om vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998), voor de uitbreiding van de veehouderij aan de [locatie] te [plaats], in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Kempenland-West.
Pagina378-379
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7785
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelHoge Raad, 22-03-2011, 09/03749 E
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 120
SamenvattingLezing Europese CITES-regelgeving.
Samenvatting (Bron)Economische zaak. Klacht over verwerping verweer dat fazanten niet vallen onder het verbod van art. 13.1.a Flora- en faunawet. De in de conclusie AG weergegeven bijlage VIII moet aldus worden verstaan dat die bijlage betrekking heeft op die ondersoorten van de fazantachtigen die daar uitdrukkelijk zijn vermeld. Het middel faalt.
Pagina379-379
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BO9893
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 23-03-2011, 201005406/1/M2
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 121
SamenvattingVerzoek om over te gaan tot bodemsanering.
Samenvatting (Bron)Bij besluiten van 11 mei 2010 heeft het college de brief van 1 april 2010 van [appellant sub 1] alsmede de brief van 7 april 2010 van [appellant sub 2] en anderen als bezwaarschrift behandeld en de daarin geuite bezwaren en verzoeken kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Pagina379-379
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP8761
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 30-03-2011, 201001814/1/R2
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 122
SamenvattingMogelijke calamiteit in bedrijfsvoering is geen reden voor vergunningplicht op grond van Natuurbeschermingswet 1998.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 30 juni 2009, kenmerk 09023726/99/9, heeft het college het verzoek om handhavend op te treden tegen het zonder een vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) in gebruik hebben van het bedrijf Ecotank BV nabij de Natura 2000-gebieden "Oosterschelde" en "Yerseke en Kapelse Moer", afgewezen.
Pagina379-379
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP9562
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelGerechtshof Arnhem, 05-04-2011, 21-002244-10
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 123
SamenvattingBevoegdheid (commune) politierechter.
Samenvatting (Bron)Bevoegdheid politierechter. Geen economisch delict; economische politierechter niet bevoegd. Nu verdachte is gedagvaard te verschijnen voor de reguliere politierechter en uit het proces-verbaal van de zitting en de aantekening mondeling vonnis -waarin staat vermeld dat de zaak is behandeld door de economische politierechter- blijkt dat het gehele economische regelapparaat ongemoeid is gebleven, in het bijzonder dat de Wet op de economische delicten blijkens de aanhaling van de toepasselijke wetsartikelen niet is gehanteerd, gaat het hof er vanuit dat sprake is van een kennelijke misslag en dat de zaak wel door de reguliere politierechter is behandeld, of in elk geval op die wijze en als commuun delict. Verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. Het punt hoeft niet tot terugwijzing te leiden.
Pagina379-380
UitspraakECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 06-04-2011, 201007575/1/M2
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 124
SamenvattingTerecht is door de minister concreet zicht op legalisatie aangenomen nu ten tijde van het nemen van het gedoogbesluit door Prorail B.V. reeds een ontwerpsaneringsprogramma en een gewijzigd ontwerpsaneringsprogramma ter inzage zijn gelegd.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 6 mei 2009 heeft de minister besloten om de overtreding van het Besluit geluidhinder door Prorail B.V. door het wijzigen van de spoorweg 'Zeeuwselijn' zonder dat de minister hiertoe hogere waarden heeft vastgesteld en maatregelen heeft kunnen treffen die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting, tot 1 januari 2010 te gedogen.
Pagina380-380
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ0315
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelGerechtshof Leeuwarden, 08-04-2011, 24-003084-09
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 125
SamenvattingStraftoemeting.
Samenvatting (Bron)Art. 20 lid 1 Meststoffenwet. Verdachte heeft in de kalenderjaren 2006 en 2007 gemiddeld een groter aantal kippen gehouden dan het op het bedrijf rustende pluimveerecht toestond. Het had op de weg van verdachte gelegen om zich te laten informeren over de registraties van de locaties van de pluimveestallen en de daarbij horende pluimveerechten, uitgedrukt in pluimvee-eenheden. Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van 25.000, waarvan 12.500,- voorwaardelijk.
Pagina380-380
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0777
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelHoge Raad, 20-05-2011, 10/00077
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 126
SamenvattingEigendom van boom op erfgrens.
Samenvatting (Bron)(Mede)eigendom boom; art. 5:20 lid 1, onder f, BW. Omstandigheid dat de stam verenigd is met de grond van beide erven brengt mee dat de boom toebehoort aan de eigenaren van beide erven gezamenlijk. Dit geldt ook voor bomen die ooit geplant zijn in de grond van het ene perceel maar waarvan de stam later over erfgrens heen is gegroeid.
Pagina380-380
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP9997
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelHof van Justitie van de Europese Unie, 15-04-2010, C-64/09
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 127
SamenvattingIn dit arrest heeft Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) de Franse Republiek in gebreke gesteld voor het niet nakomen van enkele krachtens Richtlijn 2000/53/EG op haar rustende verplichtingen. Op dit punt lijkt Nederland niet beÔnvloed te zijn door dit arrest, aangezien dat Nederlands recht een correcte omzet van deze richtlijn lijkt te garanderen. Verder heft het Hof bepaald dat verdergaande maatregelen het bereiken van de secundaire doelstelling van een milieurichtlijn niet mogen frustreren. Dit beÔnvloedt de bevoegdheid van lidstaten om verdergaande maatregelen in de zin van art. 193 EG-Verdrag te handhaven en treffen.

(Europese Commissie / Franse Republiek)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 15 april 2010. # Europese Commissie tegen Franse Republiek. # Niet-nakoming - Richtlijn 2000/53/EG - Artikel 5, leden 3 en 4, artikel 6, lid 3, en artikel 7, lid 1 - Niet-conforme omzetting in nationaal recht. # Zaak C-64/09.
Annotator Squintani
Pagina381-386
UitspraakECLI:EU:C:2010:197
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelHof van Justitie EU, 16-12-2010, C-266/09
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 128
SamenvattingOp de prejudiciŽle vragen van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over het begrip milieu-informatie en over de verhouding van Richtlijn 2003/4/EG (milieu-informatie) tot Richtlijn 91/414/EEG (gewasbeschermingsmiddelen) antwoordt het Hof van Justitie dat de residugegevens die worden gebruikt in het kader van de toelating van een bestrijdingsmiddel milieu-informatie zijn. De vertrouwelijkheidsregeling uit Richtlijn 91/414 mag voor deze gegevens alleen toepassing vinden indien geen afbreuk wordt gedaan aan Richtlijn 2003/4. Daarbij dient de afweging van het algemene belang dat met openbaarheid van milieu-informatie is gediend tegen het specifieke belang dat is gediend met een weigering van openbaarmaking, in elk afzonderlijk geval plaats te vinden.

(Stichting Natuur en milieu, Vereniging Milieudefensie, Vereniging Goede Waar & Co / College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voorheen College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 16 december 2010. # Stichting Natuur en Milieu en anderen tegen College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: College van Beroep voor het bedrijfsleven - Nederland. # Milieu - Gewasbeschermingsmiddelen - Richtlijn 91/414/EEG - Toegang van publiek tot informatie - Richtlijnen 90/313/EEG en 2003/4/EG - Toepassing ratione temporis - Begrip ,milieu-informatie' - Vertrouwelijkheid van commerciele en industriele informatie. # Zaak C-266/09.
Annotator Vogelzang-Stoute
Pagina386-393
UitspraakECLI:EU:C:2010:779
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 22-12-2010, 200.024.961/01
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 129
SamenvattingVerhaal van kosten van opslag en reiniging van door Maliepaard afgegraven verontreinigde grond. Maliepaard kon in verband met nieuwbouwplannen niet wachten op de sanering en heeft in 1988 zelf grond afgegraven en aan de rand van het terrein en elders in de buurt gedeponeerd. De provincie Zuid-Holland was genoodzaakt om in te grijpen en de afgegraven grond te laten verwerken. Het hof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank dat het handelen van Maliepaard onrechtmatig was jegens de Staat, aangezien hij zijn handeling heeft uitgevoerd zonder de overheid te waarschuwen of te informeren en zonder met de overheid te overleggen in verband met de (mogelijk) schadelijke gevolgen van deze activiteiten, terwijl hij wist dat al jaren onderzoek gaande was naar de sanering van het terrein.

([...] hierna te noemen: Maliepaard / de Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, voorheen Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer))
Pagina393-398
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 24-02-2011, 201100873/3/H1
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 130
SamenvattingHet verzoek om voorlopige voorziening is er op gericht de opschortende werking van het ingestelde beroep op te heffen. Art. 2.14, tweede volzin, Chw verbindt de beŽindiging van de opschorting aan de beslissing van de Afdeling op het beroep. De Chw voorziet niet uitdrukkelijk in de mogelijkheid dat de voorzitter hangende het beroep de opschorting opheft. Blijkens de geschiedenis van totstandkoming van de Chw (Kamerstukken II 2009/10, 32 217, nr. 3, p. 21) is wat betreft een projectuitvoeringsbesluit uitdrukkelijk voor deze regeling gekozen vanwege de ingrijpende en onomkeerbare gevolgen die een zodanig besluit kan hebben voor de fysieke leefomgeving en vanwege de korte termijn van zes maanden na afloop van de beroepstermijn waarbinnen de Afdeling op het beroep moet beslissen.

([appellant] e.a., allen te Wassenaar / de raad van de gemeente Wassenaar)
Samenvatting (Bron)Het beroep van de wederpartij heeft, gelet op art. 2.14 Chw, tot gevolg dat de inwerkingtreding van het projectuitvoeringsbesluit is opgeschort. Het verzoek van verzoekers om voorlopige voorziening is er op gericht de opschorting op te heffen. Art. 2.14, tweede volzin, Chw verbindt echter de beŽindiging van de opschorting aan de beslissing van de Afdeling op het beroep. De Chw voorziet, anders dan bijvoorbeeld art. 17, derde lid, Monumentenwet 1988, niet uitdrukkelijk in de mogelijkheid dat de voorzitter hangende het beroep de opschorting opheft. Blijkens de geschiedenis van totstandkoming van de Chw (Kamerstukken II 2009/10, 32 217, nr. 3, blz. 21) is wat betreft een projectuitvoeringsbesluit uitdrukkelijk voor deze regeling gekozen vanwege de ingrijpende en onomkeerbare gevolgen die een zodanig besluit kan hebben voor de fysieke leefomgeving en vanwege de korte termijn van zes maanden na afloop van de beroepstermijn waarbinnen de Afdeling op het beroep moet beslissen. Nu de wetgever uitdrukkelijk voor deze regeling heeft gekozen, bestaat, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, geen aanleiding voor toewijzing van het verzoek met toepassing van art. 8:81 Awb. Van dergelijke omstandigheden is geen sprake. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking dat het beroep ingevolge art. 1.6, eerste lid, Chw met toepassing van afdeling 8.2.3 Awb in behandeling is genomen en dat de behandeling ter zitting van dat beroep thans is voorzien op 19 april 2011. Het verzoek is dan ook als kennelijk ongegrond (zonder zitting) afgewezen.
Annotator Nijmeijer
Pagina398-399
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP8570
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelHof van Justitie van de Europese Unie, 08-03-2011, C-240/09
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 131
SamenvattingArt. 9 lid 3 Verdrag van Aarhus, heeft naar het recht van de Unie geen rechtstreekse werking. Het staat evenwel aan de verwijzende rechter om het nationale procesrecht ter zake van de voorwaarden voor het instellen van een bestuursrechtelijk beroep of beroep bij de rechter, zo veel mogelijk in overeenstemming met zowel de doelstellingen van art. 9 lid 3 van dat Verdrag als de effectieve rechterlijke bescherming van de door het recht van de Unie verleende rechten uit te leggen, teneinde een milieuvereniging in staat te stellen, bij de rechter op te komen tegen een na een bestuursrechtelijke procedure gevolgde beslissing die in strijd zou kunnen zijn met het milieurecht van de Unie.

(LesoochranŠrske zoskupenie VLK / Ministerstvo zivotnťho prostredia Slovenskej republiky)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 8 maart 2011. # Lesoochranarske zoskupenie VLK tegen Ministerstvo zivotneho prostredia Slovenskej republiky. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Najvyssi sud Slovenskej republiky - Slowakije. # Milieu - Verdrag van Aarhus - Inspraak in besluitvorming en toegang tot rechter inzake milieuaangelegenheden - Rechtstreekse werking. # Zaak C-240/09.
Annotator Jans
Pagina400-407
UitspraakECLI:EU:C:2011:125
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelHoge Raad, 22-03-2011, 09/02748 E
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 132
SamenvattingDe inzet van stelselmatige observatie en telefoontaps bij milieudelicten (i.c. grootschalige stroperij).
Samenvatting (Bron)Economische zaak. Flora- en faunawet. Art. 126g en 126m Sv. Het middel klaagt in navolging van het gevoerde verweer dat stropen geen misdrijf is waarbij kan worden gesproken van een ernstige inbreuk op de rechtsorde als bedoeld in de artikelen 126g en 126m Sv zodat niet voldaan is aan de vereisten voor het aanwenden van de in die artikelen bedoelde bijzondere opsporingsbevoegdheden. Die klacht berust evenwel op een onjuiste lezing van de bestreden uitspraak, zodat het middel faalt. Het Hof heeft aan zijn oordeel dat sprake was van een ernstige inbreuk op de rechtsorde immers niet alleen ten grondslag gelegd dat de verdachte werd verdacht van overtreding van (onder meer) art. 13 Flora- en faunawet, maar tevens dat het een en ander in georganiseerd verband geschiedde.
Annotator Tubbing
Pagina407-415
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP0092
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelHof van Justitie van de Europese Unie, 24-03-2011, C-435/09
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 133
Samenvatting- BelgiŽ betoogt dat het bestaan van alternatieve procedures de uitvoering van MER waarborgt. Het Hof overweegt dat uit art. 2 lid 1 en 2 MER-richtlijn voortvloeit dat een lidstaat een andere dan de bij deze richtlijn ingevoerde beoordelingsprocedure kan gebruiken wanneer die alternatieve procedure is geÔntegreerd in een bestaande of in te stellen nationale procedure in de zin van art. 2 lid 2 MER-richtlijn. In dat geval moet die alternatieve procedure wel voldoen aan de eisen van art. 3 en 5-10 MER-richtlijn. Dat laatste heeft BelgiŽ niet voldoende aangetoond.

(Europese Commissie / BelgiŽ)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Derde kamer) van 24 maart 2011. # Europese Commissie tegen Koninkrijk Belgie. # Niet-nakoming - Richtlijn 85/337/EEG - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Selectiecriteria - Vaststelling van drempelwaarden - Omvang van project. # Zaak C-435/09.
Annotator Jesse
Pagina416-420
UitspraakECLI:EU:C:2011:176
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 31-03-2011, 201102308/1/H3 en 201102308/2/H3
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 134
SamenvattingStatutaire doelen zijn te weinig onderscheidend om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.

(Moordrechtse Milieuvereniging de Zuidplaspolder / staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie)
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 3 maart 2010 heeft de minister, voor zover thans van belang, aan Projectbureau Westergouwe onder het stellen van voorschriften ontheffing verleend van het verbod, bedoeld in artikel 11 van de Flora- en faunawet, voor het beschadigen, vernielen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de kleine modderkruiper.
Annotator Jans
Pagina420-421
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ0258
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 13-04-2011, 200908792/1/M1
CiteertitelM en R 2011/6, nr. 135
SamenvattingToestemming in omgevingsvergunning bepaalt belang. Uitzondering: onlosmakelijke activiteit.

(1. [appellant sub 1], 2. [appellant sub 2], 3. de vereniging 'Belangengroep Nauerna' / GS van Noord-Holland)
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 12 oktober 2009 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Afvalzorg Deponie B.V. (hierna: Afvalzorg) een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting voor het storten van gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen alsmede het be- en verwerken daarvan aan het Nauerna 1 te Assendelft, gemeente Zaanstad. Verder heeft het college bij dit besluit met toepassing van artikel 8.24, eerste lid, van de Wet milieubeheer het van het besluit van 7 juli 2006, met kenmerk 2005-17471, deel uitmakende voorschrift 4.18.1 gewijzigd en in aansluiting daarop met toepassing van artikel 8.23, eerste lid, van die wet de van het besluit van 7 juli 2006 deel uitmakende voorschriften 3.1.21, 4.18.2 en 4.18.3 gewijzigd en het van het besluit van 7 juli 2006 deel uitmakende voorschrift 4.18.4 ingetrokken. Dit besluit is op 30 oktober 2009 ter inzage gelegd.
Annotator van den Broek
Pagina421-424
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ1081
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActualia & Documentatie
TitelActualia en Documentatie
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
SamenvattingAfval - Bestrijdingsmiddelen - Bestuursrecht - Bodem - Bouwen - Energie - Industrie - Klimaat - Landbouw - Luchtvaart - Natuur - Producten - Stoffen - Vis - Vuurwerk - Water.
Pagina425-430
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelT. Barkhuysen, M.L. van Emmerik, Het EVRM en het Nederlands bestuursrecht (MastermonografieŽn staats- en bestuursrecht), Deventer: Kluwer 2011
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
Pagina431-431
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelRichard Laster, Dan Livney, Environmental law in Israel, Kluwer Law International 2011
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
Pagina431-431
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelHans Christian Bugge, Environmental law in Norway, Kluwer Law International 2011
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
Pagina431-431
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelT.H.H.A. van der Schoot (red.), Wro: bedoeling en bevoegdheden, Berghauser Pont 2011
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
Pagina431-431
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelEric Daalder, Martijn Scheltema en Elsemiek Snijders-Storm (red.) Wetsvoorstel nadeelcompensatie en schadevergoeding onrechtmatige besluiten, Den Haag: Pels Rijcken 2011, informatie via www.pelsrijcken.nl
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
SamenvattingDeze bundel bevat zes opstellen over het wetsvoorstel nadeelcompensatie en schadevergoeding onrechtmatige besluiten (Kamerstukken 32 621).
Pagina431-431
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekTijdschriften
TitelTijdschriften
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
Pagina432-432
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMededelingen
TitelMededelingen
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
SamenvattingKluwer's VROM Academy organiseert de volgende studiedagen:

ē Studiemiddag Handhaving van het omgevingsrecht;

ē Juridische aspecten van de Wabo;

ē 2-daagse cursus Wabokompas 2, verdieping;

ē 20 jaar milieuvergunning, Jubileumcongres.
Pagina434-434
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNationale milieuwet- en regelgeving
TitelNationale omgevingswetgeving in behandeling
CiteertitelM en R 2011/6, nr.
SamenvattingStand van zaken 10 juni 2011.
Auteur(s)J.H.G. van den Broek
Pagina435-436
Artikel aanvragenVia Praktizijn