Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 09-09-2011
Aflevering 30
RubriekVooraf
TitelEen hack bij DigiNotar
CiteertitelNJB 2011, 1585
SamenvattingBij een bankencrisis biedt het weekend een minister adempauze. Bij een grenzeloze digitale crisis is daar geen sprake van. En dus nam minister Donner het ongebruikelijke besluit om in de nacht van afgelopen vrijdag op zaterdag via een persconferentie tekst en uitleg te geven ov er de gevolgen van een hack bij DigiNotar. Op 19 juli werd het slachtoffer van een man in het middle aanval, waarbij gegevensverkeer tussen twee partijen door een onbevoegde wordt onderschept zonder dat beiden daar op dat moment weet van hebben. Na de hack konden nepcertificaten in omloop worden gebracht. Zondag 4 september waren dat er naar verluidt wereldwijd ruim 530 en staat de betrouwbaarheid van vele bekende websites onder druk. Op welk tijdstip exact DigiNotar erachter kwam, staat nog niet vast. Duidelijk is wel dat het bedrijf de gebeurtenis pas veel later openbaar maakte en geen aangifte deed.
Auteur(s)J.E.J. Prins
Pagina2009-2009
LinkVolledige tekst artikel (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelMeer succes met de informele aanpak van bezwaarschriften
CiteertitelNJB 2011, 1586
SamenvattingIn de praktijk blijkt de bezwarenprocedure erg formeel en voor betrokkenen weinig bevredigend te zijn. Pleidooi voor een overgang van formele naar informele bezwaarbehandeling, waarbij meer aandacht is voor effectieve communicatie. Zo'n aanpak is ook meer in overeenstemming met de oorspronkelijke bedoeling van de Awb dan de in het afgelopen decennium dominant geworden formalistische praktijk van bezwaarafhandeling.
Auteur(s)A. Brenninkmeijer , B. Marseille
Pagina2010-2016
LinkVolledige tekst tijdschriftnummer (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelAlle auteurs krijgen recht op een 'bijllijke vergoeding'
CiteertitelNJB 2011, 1587
SamenvattingDe introductie van een billijke vergoeding voor ieder gebruik voor iedere auteur leidt vrijwel zeker niet tot een verbetering van de positie van de auteur en mogelijk tot een verslechtering. De kans is groot dat de Tweede Kamer er toch mee instemt, omdat het zo sympathiek klinkt. Want waarom zou je er als Tweede Kamer 'nee' tegen zeggen als het de overheid niets kost, producenten en uitgevers het moeten gaan betalen en de rechter moet gaan bepalen wat een billijke vergoeding is?
Auteur(s)D.J.G. Visser
Pagina2017-2021
LinkVolledige tekst (klosmorelvosenschaap.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEssay
TitelHet biologische alternatief voor de black box drogreden
CiteertitelNJB 2011, 1588
SamenvattingSinds de teloorgang van de natuurrechtleer zijn er vele ontdekkingen gedaan die een herziene natuurrechtleer onvermijdelijk maken. Psychofysieke reacties, het bestaan van VENs, de ontwikkeling van onze hersenen, ze wijzen er allemaal op dat de rechtvaardiging van normen niet los gezien kan worden van biologische drijfveren. Een paradigmaverandering in het denken over de grondslagen van het recht is onontkoombaar en wordt meer dringend naarmate de natuurwetenschappen meer bewijzen op tafel leggen.
Auteur(s)H. Gommer
Pagina2022-2028
LinkVolledige tekst artikel (uvt.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelVrouwen verkiesbaar bij de SGP: een kwestie van tijd en politiek?
CiteertitelNJB 2011, 1589
SamenvattingDonner wil de uitspraak van het EHRM over de SGP afwachten. Feitelijk houdt dit in dat eventuele maatregelen tegen de SGP jaren worden opgeschort. Ondertussen blijft de schending van art. 7 Vrouwenverdrag voortbestaan. Nederland is daarmee de enige partij bij het Vrouwenverdrag die het politieke partijen toestaat op vergaande wijze te discrimineren.
Auteur(s)C. Flinterman , I. Lintel
Pagina2029-2030
LinkVolledige tekst tijdschriftnummer (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelU begrijpt toch wel wat ik bedoel? De taaltoets voor rechtenstudenten
CiteertitelNJB 2011, 1590
SamenvattingHet is weer september, de maand waarin de universiteiten hun universitaire jaar openen. Deze maand zullen zo'n 6700 studenten beginnen aan een bacheloropleiding verzorgd door een van de Nederlandse rechtfaculteiten. Die zijn waarschijnlijk niet allemaal even geschikt voor een opleiding die bedoeld is om 'disciplinebekwame en maatschappelijk bekwame juristen op te leiden en te vormen, met een kritische academische geest, en in staat zelfstandig probleemsituaties te ontleden en tot een oplossing te brengen'. Maar voor aarzeling of heroverweging is weinig plaats meer binnen het moderne academische onderwijs. Door tal van fel bediscussieerde maatregelen, zoals de boete voor langstudeerders, is er (financieel) slechts ruimte voor het volgen van één opleiding, die binnen het standaardprogramma en de standaardtijd moet zijn afgerond. Nominaal studeren is voor zowel de instellingen, als de studenten de norm geworden.
Auteur(s)W. den Ouden
Pagina2031-2032
LinkVolledige tekst tijdschriftnummer (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 07-06-2011, 277/05
CiteertitelNJB 2011, 1591
SamenvattingGesloten uithuisplaatsing minderjarige. Spoedige beslissing. Effectieve procedure.

(S / Nederland)
Samenvatting (Bron)Remainder inadmissible;Violations of Art. 5-4;Non-pecuniary damage - award
Pagina2033-2034
UitspraakECLI:CE:ECHR:2011:0607JUD000027705
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 30-06-2011, 22590/04
CiteertitelNJB 2011, 1592
SamenvattingArt. 2 EVRM: recht op leven. Gebrek aan effectief politieonderzoek naar verdwijning volwassene. Art. 8 EVRM: bescherming privé- en familieleven. Langdurig wachten op teruggave lichaam ten behoeve van begrafenis.

(Girard / Frankrijk)
Samenvatting (Bron)Remainder inadmissible;Violation of Art. 2 (procedural aspect);Violation of Art. 8;Non-pecuniary damage - award
Pagina2034-2035
UitspraakECLI:CE:ECHR:2011:0630JUD002259004
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 13-07-2011, 2010008514/M3
CiteertitelNJB 2011, 1593
SamenvattingRelativiteit. De bepalingen van de NB-wet 1998 hebben met name ten doel om het algemene belang van bescherming van natuur en landschap te beschermen. De belangen van X en anderen bij het behoud van een goede kwaliteit van hun leefomgeving, waarvan het Natura 2000-gebied deel uitmaakt, zijn in dit geval zo verweven met de algemene belangen die de NB-wet 1998 beoogt te beschermen, dat kan worden geoordeeld dat de betrokken normen van de NB-wet 1998 kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen.
Pagina2035-2039
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 13-07-2011, 201009884/1/H3
CiteertitelNJB 2011, 1594
SamenvattingIn APV neergelegd verbod op gebruik of openlijk voorhanden hebben van softdrugs is in strijd met Opiumwet en derhalve onverbindend.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 27 november 2008 heeft de stadsdeelvoorzitter van het stadsdeel Oud-Zuid (thans: stadsdeel Zuid) het verzoek van [appellant] en anderen van 27 augustus 2008 om de kinderspeelplaats in de Hemonystraat aan te wijzen als gebied waar een softdrugsverbod geldt, afgewezen.
Pagina2039-2040
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BR1425
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 13-07-2011, 201011441/1/H3
CiteertitelNJB 2011, 1595
SamenvattingIn APV van Tilburg neergelegd verbod op klokgelui in nacht en vroege ochtend houdt geen beperking van de vrijheid van godsdienst in.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 23 oktober 2009 heeft het college de pastoor een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat hij het klokgelui van de kerk dient te staken en gestaakt te houden voor zover dit meer geluid veroorzaakt dan op grond van artikel 109a van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Tilburg 2005 (hierna: de APV) is toegestaan.
Pagina2040-2041
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BR1448
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 25-07-2011, 201007400/1/V2
CiteertitelNJB 2011, 1596
SamenvattingDe ratio van de regeling inzake het bezwaar of beroep van rechtswege brengt met zich dat niet-ontvankelijkheid van het oorspronkelijke rechtsmiddel niet de niet-ontvankelijkheid impliceert van het bezwaar of beroep van rechtswege. De ontvankelijkheid daarvan moet afzonderlijk worden beoordeeld.
Samenvatting (Bron)Niet voldoen van griffierecht terzake van hoger beroep leidt tot niet-ontvankelijk verklaring van 6:19 beroep Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 mei 2008 in zaak nr. 200706007/1 (www.raadvanstate.nl) doet de omstandigheid dat het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard er niet aan af dat ingevolge het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, van rechtswege een beroep tegen het besluit van 4 april 2011 is gericht. De ratio van de regeling inzake het bezwaar of beroep van rechtswege brengt met zich dat niet-ontvankelijkheid van het oorspronkelijke rechtsmiddel niet de niet-ontvankelijkheid impliceert van het bezwaar of beroep van rechtswege. De ontvankelijkheid daarvan moet afzonderlijk worden beoordeeld. Een ontvankelijkheidsgebrek aan het hoger beroep werkt slechts door voor zover het gebrek zich naar zijn aard ook tot het bezwaar of beroep van rechtswege uitstrekt. Daarvan is in dit geval sprake, zoals ook de Centrale Raad van Beroep met betrekking tot een soortgelijke situatie heeft overwogen in zijn uitspraak van 10 januari 2011, (LJN: BP0687). Het niet verschoonbaar niet of niet tijdig storten van griffierecht is immers uitsluitend gerelateerd aan het inroepen van rechtsbescherming.
Pagina2041-2041
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BR3852
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 29-07-2011, 201011757/14/R1
CiteertitelNJB 2011, 1597
SamenvattingVerzet. Art. 1.4 Chw blokkeert niet de effectieve rechtsbescherming voor niet tot de centrale overheid behorende rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld of niet tot de centrale overheid behorende bestuursorganen.
Samenvatting (Bron)Bij uitspraak van 1 april 2011, in zaak nr. 201011757/9/R1, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep van Kerkrade tegen het besluit van provinciale staten van Limburg van 8 oktober 2010 tot vaststelling van het inpassingsplan "Provinciaal inpassingsplan Buitenring Parkstad Limburg" niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is aangehecht.
Pagina2041-2044
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BR4025
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 15-07-2011, 08/1303 ZFW
CiteertitelNJB 2011, 1598
SamenvattingBijdrageplicht Zorgverzekeringswet voor gerechtigde op Nederlandse uitkering, wonend in een andere lidstaat. Geen keuzerecht. Vrij verkeer van personen. Verschil in behandeling tussen ingezetenen en niet-ingezetenen. Het besluit van Cvz om appellant op grond van art. 69 lid 1 Zvw aan te merken als verdragsgerechtigde en om op grond van art. 69 lid 2 Zvw een bijdrage in te houden op het AOW-pensioen van appellant houdt in rechte stand.
Samenvatting (Bron)Zorgbijdrage voor gepensioneerden die met een Nederlands pensioen wonen in een ander land van de Europese Unie. Keuzerecht. Vrij verkeer van EU-burgers. Het besluit van Cvz om appellant op grond van artikel 69, eerste lid, van de Zvw aan te merken als verdragsgerechtigde en om op grond van artikel 69, tweede lid, van de Zvw een bijdrage in te houden eerst op de WAO-uitkering van appellant en vervolgens op diens AOW-pensioen in rechte standhoudt (...) moet worden bevestigd.
Pagina2044-2046
UitspraakECLI:NL:CRVB:2011:BR1934
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 15-07-2011, 08/6595 AKW enz.
CiteertitelNJB 2011, 1599
SamenvattingKoppelingswetgeving. Langdurig verblijf in Nederland. Ingezetene. Zorgplicht voor in Nederland verblijvende kinderen. Algemene uitsluiting van kinderbijslag geen evenredig middel. Het ontbreken van een verblijfstitel als in art. 6 lid 2 AKW bedoeld, kan onder omstandigheden niet langer in de weg staan aan toekenning van kinderbijslag.
Samenvatting (Bron)Anders dan in eerdere rechtspraak (zie onder meer voornoemde uitspraak van 26 juni 2001) is de Raad echter thans van mening dat de gerechtvaardigdheid van de koppelingswetgeving zoals die gestalte heeft gekregen in artikel 6, tweede lid, van de AKW, niet opgaat voor ouders die met hun kind(eren) voor de overheid kenbaar al langere tijd in Nederland verblijven, waarvan in ieder geval een zekere tijd rechtmatig in de zin van artikel 8, onder f, g of h van de Vw, en inmiddels een zodanige band met Nederland hebben opgebouwd dat zij, mede met inachtneming van de arresten van de Hoge Raad van 21 januari 2011 (LJN BP1466) en 4 maart 2011 (LJN BP6285) geacht kunnen worden ingezetenen van Nederland te zijn. Voor ouders in deze omstandigheden die bovendien ten tijde in geding rechtmatig in Nederland verbleven, acht de Raad de in artikel 6, tweede lid, van de AKW neergelegde algemene uitsluiting van het recht op kinderbijslag op grond van hun verblijfsstatus geen evenredig middel om de doelstelling van de koppelingswetgeving te bereiken.
Pagina2046-2048
UitspraakECLI:NL:CRVB:2011:BR1905
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 18-07-2011, 09/3652 AW + 09/6634 AW
CiteertitelNJB 2011, 1600
SamenvattingMinder dan vier weken jaarlijkse vakantie bij ziekte is strijdig met EU-recht. Ambtenaarrechtelijke rechtspositieregelingen die bij ziekte de opbouw van het recht op vakantie beperken zonder minimum waarborg van vier weken, zijn in strijd met het EU-recht. Bepalingen in ambtenaarrechtelijke rechtspositieregelingen die de opbouw van het recht o vakantie beperken bij ziekte zijn niet in overeenstemming met art. 7 Richtlijn 2003/88/EG, althans voor zover daarbij niet is gewaarborgd dat de werknemer recht heeft op een jaarlijkse vakantie met behoud van loon van tenminste vier weken. Nu een werknemer naar het oordeel van de Centrale Raad van beroep een rechtstreeks beroep kan doen op art. 7 Richtlijn 2003/88/EG en een waarborg als hiervoor genoemd ontbreekt, zijn die bepalingen in strijd met het EU-recht. De Centrale Raad van Beroep baseert zijn oordeel mede op de door het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) in zijn arrest van 20 januari 2009, nr. C-350/06 en c-520/06, NJ 2009/252 (Schultz-Hoff e.a.), gegeven uitleg van art. 7 Richtlijn 2003/88/EG zo moet worden uitgelegd dat deze bepaling aan alle werknemers ook bij ziekte per jaar een vakantie van in ieder geval vier weken met behoud van loon garandeert.
Zie ook de uitspraken van CRvB 18 juli 2007 in de zaken 10/3400 AW, LJN BR0267 en 10/3063 en 10/3123 AW, LJN BR0268.
Samenvatting (Bron)Rechtspositieregelingen die bij ziekte de opbouw van het recht op vakantie beperken zonder minimum waarborg van vier weken, zijn in strijd zijn met het EU-recht. Gelet op de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2010 kan niet anders worden geoordeeld dan dat de minister van BZK inmiddels de opvatting is toegedaan dat de artikelen 22 en 23 van het ARAR (en de daarop gebaseerde uitvoeringspraktijk) niet in lijn zijn met de EG-richtlijn 2003/88, zoals die richtlijn conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 20 januari 2009, Schultz-Hoff e.a., C-350/06 en C-520/06, NJ 2009, 252 moet worden uitgelegd. Anders dan appellant (de Minister van Veiligheid en Justitie) kennelijk veronderstelt is hij bij de uitleg en toepassing van de bepalingen van het ARAR gebonden aan deze in de circulaire besloten liggende gewijzigde opvatting.
Pagina2048-2049
UitspraakECLI:NL:CRVB:2011:BR0265
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 16-08-2011, 10/5286 INBURG + 10/5287 INBURG + 10/6121 INBURG+ 10/6122 INBURG
CiteertitelNJB 2011, 1601
SamenvattingDe minister is niet het bestuursorgaan als bedoeld in art. 18 Berw. In art. 1:2 lid 2 Awb is bepaald dat ten aanzien van bestuursorganen de hun toevertrouwde belangen als hun belangen worden beschouwd. De memorie van toelichting bij art. 1:2 lid 2 Awb stelt voorop dat beoogd wordt veilig te stellen dat aan bestuursorganen die ambtshalve belangen hebben te behartigen die bij een besluit van een ander bestuursorgaan (rechtstreeks) zijn betrokken, dezelfde rechten toekomen als een degenen die bedoeld zijn in art. 1:2 lid 1 Awb. Er valt echter in de Wet inburgering geen bepaling aan te wijzen op grond waarvan moet worden geoordeeld dat bij de in beroep bij de rechtbanken bestreden besluiten van de verschillende colleges van B&W belangen zijn betrokken die aan de Minister op grond van de Wet inburgering zijn toevertrouwd (art. 1:2 Awb; art. 18 Berw; WIN). (...)
Samenvatting (Bron)De Raad heeft de hoger beroepen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tegen de uitspraken in de zogeheten inburgeringszaken niet-ontvankelijk verklaard.
Pagina2049-2050
UitspraakECLI:NL:CRVB:2011:BR4701
Artikel aanvragenVia Praktizijn