Journaal Ondernemingsrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Journaal Ondernemingsrecht
Datum 25-10-2011
Aflevering 8/9
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelHoge Raad, 08-04-2011, 10/00405
CiteertitelJRV 2011, 5
SamenvattingCollectief arbeidsrecht. Nawerking van de CAO.
Samenvatting (Bron)Wet CAO. Doorwerking bepalingen uit CAO ook nadat op de betrokken werknemers een andere, minimum-CAO van toepassing is geworden? Bepalingen over arbeidsvoorwaarden uit een CAO waaraan werknemer en werkgever op grond van art. 9 lid 1 CAO gebonden zijn geraakt, zijn deel gaan uitmaken van de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst. Uit het systeem van de Wet CAO vloeit voort dat die bepalingen, na afloop van de desbetreffende CAO, tussen hen blijven gelden, behoudens andersluidende individuele of collectieve afspraak (vgl. HR 10 januari 2003, NJ 2006/516). Minimum-CAO stelt - behoudens andersluidende bepalingen in die CAO - met haar inwerkingtreding de voor werknemers gunstiger arbeidsvoorwaarden van vůůr die datum niet buiten werking. Daarbij is niet van belang of die al dan niet hun oorsprong vinden in een inmiddels geŽxpireerde CAO.
AnnotatorF. Grapperhaus , A. Stege
Pagina260-260
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP0580
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelHoge Raad, 08-07-2011, 10/00373
CiteertitelJRV 2011, 6
SamenvattingVerkoop onderneming. Art. 7:17 BW (non-conformiteit) heeft ook betrekking op goodwill. Dwaling. Vordering tot wijziging gevolgen overeenkomst o.g.v. art. 6:230 lid 2 BW i.g.v. verjaring vordering tot vernietiging? Beroep op wijzigingsmogelijkheid ten verwere? Aanvang verjaring. Bekendheidseis.
Samenvatting (Bron)Koop. Overgedragen notarispraktijk. Ontbinding koopovereenkomst voor zover deze op de goodwillvergoeding betrekking heeft. Oordeel hof dat leerstuk van de non-conformiteit geen betrekking heeft op goodwill, onjuist. In geval van verkoop van een onderneming kan een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst ook bestaan indien de overgedragen onderneming wat betreft de goodwill niet beantwoordt aan hetgeen de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten (art. 7:17 BW). Ook indien de goodwill zelf niet aangemerkt kan worden als een zaak of vermogensrecht in de zin van art. 7:1 en 7:47 BW, staat dat aan toepassing van art. 7:17 niet in de weg. Mogelijkheid om op grond van art. 6:230 lid 2 BW wijziging van gevolgen overeenkomst te vorderen, bestaat niet meer als rechtsvordering tot vernietiging overeenkomst is verjaard. Blijkens art. 3:52 lid 1, aanhef en onder c, BW begint verjaring rechtsvordering tot vernietiging op grond van dwaling te lopen als de dwaling is ontdekt. Daarvoor is daadwerkelijke (subjectieve) bekendheid vereist met de feiten en omstandigheden waarop beroep op dwaling is gegrond, zij het dat absolute zekerheid omtrent die feiten niet vereist is doch redelijke mate van zekerheid daaromtrent volstaat (vgl. voor de in art. 3:310 lid 1 BW geregelde verjaring HR 24 januari 2003, LJN AF0694, NJ 2003/300). Kennelijk oordeel hof dat deze zekerheid blijkens brief bestond, onjuist noch onbegrijpelijk.
Pagina260-261
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BQ5068
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelHoge Raad, 08-07-2011, 11/00567
CiteertitelJRV 2011, 7
SamenvattingGriffierecht. Verzet als bedoeld in art. 29 lid 1 Wgbz. Maatschap rechtspersonen in zin van Wgbz?
Samenvatting (Bron)Wet griffierechten burgerlijke zaken. Verzet maatschap tegen hanteren tarief dat geldt voor rechtspersonen. Een redelijke wetstoepassing leidt er toe dat voor een maatschap het hoge voor rechtspersonen te heffen tarief geldt, en niet het lage, bedoeld voor natuurlijke personen.
Pagina261-261
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BQ2800
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelHoge Raad, 08-07-2011, 10/02015
CiteertitelJRV 2011, 8
SamenvattingEnquÍterecht. Rechtsgevolg intrekking verzoek door een van beide verzoekers. Kapitaaleis van art. 2:346 onderdeel b BW.
Samenvatting (Bron)EnquÍterecht. Aandelenkapitaal van verzoeksters tezamen voldoet aan kapitaalseis van art. 2:346, aanhef en onder b, BW. Intrekking verzoek van ťťn der beide verzoeksters maakt geen einde aan de aanhangigheid van het geding, maar leidt tot niet-ontvankelijkheid van de desbetreffende verzoekster in haar verzoek. Voor ontvankelijkheid van medeverzoekster niet bepalend dat zij ten tijde van de indiening van het verzoek tezamen met andere verzoekster, van wie het verzoek nadien is ingetrokken, aan de kapitaalseis voldeed. Op het moment van beslissen moet nog aan deze kapitaalseis van art. 2:346, aanhef en onder b, BW worden voldaan.
Pagina261-262
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BQ0505
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelHoge Raad, 08-07-2011, 09/04150
CiteertitelJRV 2011, 9
SamenvattingOnrechtmatig gelegd beslag op verkochte aandelen. Vergoeding schade door niet uitbetalen koopsom. (Analoge) toepassing art. 6:119 BW inzake wettelijke rente? Maatstaf.
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht. Ten onrechte gelegd conservatoir beslag op aandelen die dientengevolge niet (conform een voordien gesloten koopovereenkomst) geleverd konden worden aan de koper. Onrechtmatige daad beslaglegger. Schade te berekenen op voet wettelijke rente? Art. 6:119 BW wijkt in meer dan ťťn opzicht af van uitgangspunt dat schuldeiser zijn werkelijk geleden schade vergoed krijgt. De in zoverre uitzonderlijke aard van deze bepaling verzet zich tegen een ruime uitleg die afwijkt van zowel de bewoordingen van als de toelichting op dit wetsartikel. Geen reden voor analoge toepassing van art. 6:119 BW op deze situatie waarin onrechtmatig beslag is gelegd en gehandhaafd.
Pagina262-263
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BQ1823
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-03-2011, 10/00264
CiteertitelJRV 2011, 10
SamenvattingVerbintenissenrecht. Is de enkele inschrijving van bestuurder besloten vennootschap in handelsregister voldoende om bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement aan te nemen?

(X / Belastingdienst Limburg)
Samenvatting (Bron)Belanghebbende is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van A bv. De ontvanger baseert deze aansprakelijkstelling op de enkele grond dat belanghebbende als bestuurder van A in het Handelsregister staat ingeschreven. Het hof leidt uit de verklaringen van belanghebbende en de feiten en omstandigheden af dat belanghebbende niet daadwerkelijk een door de vergadering van aandeelhouders van A aangestelde formele bestuurder in de zin van art. 2:240 BW was. Nu voorts niet is gebleken dat belanghebbende een feitelijk bestuurder in de zin van art. 36, lid 5, letter b, IW is geweest, is hij ten onrechte aansprakelijk gesteld. Het gelijk is aan belanghebbende.
Pagina263-263
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2011:BQ4972
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-04-2011, HV 200.080.451
CiteertitelJRV 2011, 11
SamenvattingBeslag. Certificaten. Aandelen. Executie. Verkoopvoorwaarden. Prospectusplicht. Geen belang bij grief die klaagt over beslissing om blokkeringsregeling buiten toepassing te laten.
Samenvatting (Bron)Executieverkoop certificaten van aandelen, art. 474g Rv. Executie van het kort gedingvonnis vervallen doordat vonnis in de bodemzaak is gewezen? Blokkeringsregeling van toepassing? Prospectusplicht?
AnnotatorT.R.B. de Greve
Pagina263-263
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2011:BQ0616
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Leeuwarden, 12-04-2011, 200.056.089/01
CiteertitelJRV 2011, 12
SamenvattingVennootschapsrecht. Eigen vordering aandeelhouder tegen derde die contractuele verplichtingen jegens vennootschap niet nakomt.
Samenvatting (Bron)Cessie niet effectief, omdat mededeling heeft plaatsgevonden na faillissement cedent. Heeft aandeelhouder eigen vordering in verband met vermogensschade B.V.? In dit geval geen reden af te wijken van "Poot-ABP" norm.
AnnotatorM.C. van Rijswijk
Pagina263-264
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6270
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Leeuwarden, 17-05-2011, 200.014.832/01
CiteertitelJRV 2011, 13
SamenvattingJaarrekeningenrecht. Deconsolidatie. Onrechtmatige daad. Beklamel-norm. Geen schending Beklamel-norm: bestuurder niet aansprakelijk.
Samenvatting (Bron)Deconsolidatie jaarrekeningen, waarvan ťťn behoord tot gefailleerde B.V.. Onrechtmatige onttrekkingen door formeel of feitelijk bestuurder? Bestuurdersaansprakelijkheid? Bewijs niet geleverd dat feitelijke bestuurder leiding heeft gegeven aan onterechte boekhoudkundige onttrekking.
AnnotatorA. Tahtah
Pagina264-264
UitspraakECLI:NL:GHARN:2011:BQ5734
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-05-2011, HD 200.048.442
CiteertitelJRV 2011, 14
SamenvattingAandeelhoudersovereenkomst. Uitleg. Aanbiedingsregeling. Waardevaststelling. Borgstelling.
Samenvatting (Bron)Uitleg aandeelhoudersovereenkomst; Toepasselijkheid art. 1:88 BW; (matiging); Boetebeding.
AnnotatorG.C. Vergouwen
Pagina264-265
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2011:BQ6295
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 07-06-2011, 200.072.507/01
CiteertitelJRV 2011, 15
SamenvattingBorgstelling. Toestemming. Echtgenoot. Normale bedrijfsuitoefening.
Samenvatting (Bron)Art. 1:88, eerste en vijfde lid BW; begrip "normale bedrijfsuitoefening" in verband met toestemming echtgenote voor borgstelling.
Pagina265-265
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8658
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Leeuwarden, 21-06-2011, 200.073.473/01
CiteertitelJRV 2011, 16
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. Beklamelnorm. Onrechtmatige daad. Selectieve betaling.
Samenvatting (Bron)Bestuurdersaansprakelijkheid onvoldoende onderbouwd. Beide gronden van HR 18-02-2000, NJ 2000/295.
Pagina265-266
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8772
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 06-06-2011, 200.040.300/01OK
CiteertitelJRV 2011, 17
SamenvattingGeen gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Afwijzing van het verzoek tot het gelasten van een onderzoek.

(Synpact Project Management Groep BV; Synpact Project Management BV; Internetselekt Punt NL BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer 6 juni 2011; Jeezet b.v. / Synpact Project Management Groep b.v. c.s.; Zie ook BP9690.
Pagina266-266
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9757
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 15-06-2011, 200.084.531/01
CiteertitelJRV 2011, 18
SamenvattingGegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Onderzoek bevolen. Schorsing van stemrecht op aandelen bij wijze van onmiddellijke voorziening.

(Rickley International BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer 15 juni 2011; Sea Resource CO. LTD / Rickley Internatonal B.V.
Pagina267-267
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9724
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 16-06-2011, 200.071.997/01
CiteertitelJRV 2011, 19
SamenvattingAfwijzing van het verzoek te bepalen dat tegen de beschikking een partij als belanghebbende wordt aangemerkt onmiddellijk cassatie kan worden ingesteld.

(Ageas NV voorheen Fortis NV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer 16 juni 2011; VEB NCVB c.s./ Ageas N.V., voorheen Fortis N.V.
Pagina267-267
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9738
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelOndernemingskamer, 21-06-2011, 200.086.183 OK
CiteertitelJRV 2011, 20
SamenvattingSchorsing procedure. Oproeping curator van failliete verzoekster.

(Bouwvak Nederland BV; Bouwvak 's-Hertogenbosch BV)
Pagina267-267
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 21-06-2011, 200.085.517/01
CiteertitelJRV 2011, 21
SamenvattingGegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Onderzoek bevolen. ConcernenquÍte. Benoeming bij wijze van onmiddellijke voorziening van een commissaris.

(A. & R. Markerink Holding BV; Reparatie-, Installatie- en Garagebedrijf Markerink BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer 21 juni 2011; Markerink Beheer / A & R Markerink Holding c.s.
Pagina268-268
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9722
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 21-06-2011, 200.086.376/01
CiteertitelJRV 2011, 22
SamenvattingGegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Onderzoek bevolen. Schorsing van een bestuurder voor zover hij nog bestuurder zou zijn en benoeming van een bestuurder met doorslaggevende stem en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid bij wijze van onmiddellijke voorzieningen.

(Bactoforce Benelux BV)
Samenvatting (Bron)OK; enquete; onderzoek bevolen en onmiddellijke voorzieningen getroffen; art. 2:345, 349a lid 2, 350 lid 1 BW
Pagina268-268
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9735
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 24-06-2011, 200.081.935/01
CiteertitelJRV 2011, 23
SamenvattingBesluit om af te zien van indexering van de pensioenen en rechten van gewezen deelnemers kennelijk onredelijk. Bevel tot intrekking van het besluit en de gevolgen ongedaan te maken. Verbod tot het verrichten van handelingen ter uitvoering van het besluit.

(DR Stichting Pensioenfonds Unisys Nederland)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer van 24 juni 2011; de deelnemersraad van de Stichting Pensioenfonds Unisys Nederland/ Stichting Pensioenfonds Unisys Nederland
Pagina268-269
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR2921
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelOndernemingskamer, 28-06-2011, 200.003.513 OK
CiteertitelJRV 2011, 24
SamenvattingGeschillenregeling. Laatste gelegenheid tot voldoening voorschot aan deskundige.

(Fin(d)it Interim Management BV)
Pagina269-269
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 28-06-2011, 200.087.663
CiteertitelJRV 2011, 25
SamenvattingGegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Onderzoek bevolen. Afwijzing van het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen.

(Waterspreng BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 28 juni 2011 Thiry Beheer B.V./Waterspreng B.V.
Pagina269-269
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR1600
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 06-07-2011, 200.082.261/01OK
CiteertitelJRV 2011, 26
SamenvattingGegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Onderzoek bevolen. Benoeming van een bestuurder met doorslaggevende stem en als enige vertegenwoordigingsbevoegdheid en de schorsing van enkele statutaire bepalingen bij wijze van onmiddellijke voorzieningen.

(Zandexploitatiemaatschappij DB / K3 BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer van 6 juli 2011; Verenigde Bedrijven De Beijer b.v. / Zandexploitatiemaatschappij DB/ K3 b.v.
Pagina269-270
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR2959
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 13-07-2011, 106.008.860/01OK
CiteertitelJRV 2011, 27
SamenvattingWanbeleid. Vernietiging van besluiten tot vaststelling van jaarrekeningen en tot het verlenen van decharge.

(Meepo Holding BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer van 13 juli 2011; Klein Duin Beheer b.v. / Meepo Holding b.v.,
Pagina270-270
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR2929
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 14-07-2011, 200.087.541/01
CiteertitelJRV 2011, 28
SamenvattingGegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Onderzoek bevolen.

(Elpak BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer van 14 juli 2011; Seohae Marine System co. ltd. / Elpak B.V.
Pagina271-271
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR5249
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 21-07-2011, 200.065.377/01
CiteertitelJRV 2011, 29
SamenvattingOntvankelijkheid van verzoeker. Geen gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Afwijzing van het verzoek tot het gelasten van een onderzoek en tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen.

(DynaģMusic Systems BV)
Samenvatting (Bron)Uitspraak van de Ondernemingskamer van 21 juli 2011; Uiterlinden / DynaģMusic Systems B.V.
Pagina271-271
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR5242
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank 's-Hertogenbosch, 11-03-2011, 211936 EX RK 10-67
CiteertitelJRV 2011, 30
SamenvattingBeslag. Aandelen. Executie. Verkoopvoorwaarden. Executiebeslag op aandelen: rechtbank heeft onvoldoende informatie om verkoopvoorwaarden te formuleren en houdt zaak aan.
Samenvatting (Bron)Tussenbeschikking. Openbare verkoop van in beslag genomen aandelen in vennootschappen welke onderling verbonden zijn. Aanwijzingen voor notaris die met de executie zal worden belast en die zal worden opgedragen de rechtbank een voorstel te doen betreffende de veilingvoorwaarden en eventueel verdere omstandigheden betreffende de veiling.
AnnotatorT.R.B. de Greve
Pagina271-272
UitspraakECLI:NL:RBSHE:2011:BQ1724
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 23-03-2011, 452107 / HA ZA 10-661
CiteertitelJRV 2011, 31
SamenvattingPauliana. Bekrachtiging. BV in oprichting.
Samenvatting (Bron)Faillissements pauliana. bekrachtiging ex art. 2:93 BW door BV van rechtshandelingen verricht door BV i.o. is eenzijdige onverplichte rechtshandeling die in beginsel op grond van het bepaalde in artikel 42 Fw kan worden vernietigd. Wetenschap van benadeling? toepassing maatstaf van HR 22 december 2009, NJ 2010. Wijze van financiering tegen volledige zekerheid onrechtmatig jegens overige schuldeisers? (HR 25 september 1981, NJ 1982,44).
Pagina272-272
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0849
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Rotterdam, 30-03-2011, 344093 / HA ZA 09-3559
CiteertitelJRV 2011, 32
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid.
Samenvatting (Bron)Vereenzelviging en bestuurdersaansprakelijkheid in verband met (i) verhaalsfrustratie (leeghalen BV) en (ii) het aanvangen van een arbitrale procedure terwijl de bestuurder wist of behoorde te weten dat de BV niet zou kunnen voldoen aan de proceskostenveroordeling?
Pagina273-273
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BP9786
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 13-04-2011, 435319 HA ZA 09-2535
CiteertitelJRV 2011, 33
SamenvattingOndernemingsrecht.
Pagina273-273
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Haarlem, 04-05-2011, 168408 / HA ZA 10-507 en 169433 / HA ZA 10-668
CiteertitelJRV 2011, 34
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad.
Samenvatting (Bron)Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:11 BW, artikel 6:162 BW, artikel 3:45 BW. Tussen eiseres en X is op 19 maart 2008 een samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen betreffende de levering van schoonmaakartikelen door eiseres aan X voor de duur van drie jaar. X werd tot 7 juli 2008 bestuurd door B. BV. Bestuurder van B. BV is H. Tot 12 juni 2008 was B. medebestuurder van B. BV. Eiseres heeft in de periode van maart 2008 tot september 2008 diverse goederen aan X geleverd. X heeft de facturen van eiseres gedeeltelijk onbetaald gelaten. Op 7 juli 2008 is het gehele aandelenkapitaal van B. BV in X overgenomen door D. BV (hierna: de aandelentransactie). Op 21 augustus 2008 is de aandelentransactie weer ontbonden. Op 22 augustus 2008 is tussen R. BV, een dochtermaatschappij van D. BV en X een koopovereenkomst tot stand gekomen betreffende de activa van X (hierna: de activatransactie). Op 25 november 2008 is X in staat van faillissement verklaard. Eiseres spreekt onder meer H. en D. alsmede D. BV en R. BV aan. Zij stelt schade te hebben geleden als gevolg van het onbetaald laten van de facturen alsmede doordat zij haar - bij de totstandkoming van de overeenkomst gedane - investering niet heeft kunnen terugverdienen en winst is misgelopen. Uitgangspunt is dat een bestuurder aansprakelijk is indien hij een verplichting aangaat namens de vennootschap terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade. De bestuurder is dan persoonlijk aansprakelijk wanneer hem persoonlijk een verwijt treft omdat de tekortkoming in de nakoming door de rechtspersoon ten tijde van het aangaan van de verplichting voorzienbaar was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat H. en B. bij het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst wisten of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat X haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Door ontbinding van de aandelentransactie heeft D. BV niet onrechtmatig jegens eiseres gehandeld aangezien contractueel was overeengekomen dat D. BV onder bepaalde voorwaarden de aandelentransactie kon ontbinden. Eiseres heeft niet betwist dat D. BV de aandelentransactie rechtsgeldig heeft ontbonden. Niet geconcludeerd kan worden dat de activatransactie heeft geleid tot het zodanig leeghalen van X dat verhaal voor eiseres van haar vorderingen op X niet meer mogelijk was. Dat X uiteindelijk failliet is gegaan waardoor niet langer uitvoering kon worden gegeven aan de samenwerkingsovereenkomst en eiseres haar investering niet heeft terugverdiend, behoort tot het ondernemingsrisico van eiseres. De vorderingen van eiseres worden afgewezen.
Pagina274-274
UitspraakECLI:NL:RBHAA:2011:BQ6276
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 11-05-2011, 380696 / HA RK 10-663
CiteertitelJRV 2011, 35
SamenvattingBesluitvorming. Algemene vergadering van aandeelhouders. Ontbinding. Liquidatiebesluit. Herroeping.
Samenvatting (Bron)Verzoek tot verklaring voor recht dat het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders tot herroeping van de liquidatie geldig is. Gebleken moet zijn dat de rechtspersoon na haar ontbinding is blijven voortbestaan (art. 2:19 lid 5 BW). Verzoeker dient aan te tonen dat door de herroeping geen belangen van derden in het gedrang (kunnen) komen. Persoonlijke garantie van enig aandeelhouder ontbreekt nog. Tussenbeslissing.
Pagina274-275
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6206
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 11-05-2011, 348469 // HA ZA 09-3273
CiteertitelJRV 2011, 36
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. Ernstig persoonlijk verwijt.
Samenvatting (Bron)Eindvonnis. Bestuurdersaansprakelijkheid: verhaalsfrustratie. De bestuurder heeft in het kader van zijn verzwaarde stelplicht bij akte gegevens overgelegd waarmee hij de uitgaven van de B.V. heeft getracht te verantwoorden. Dat is deels niet gelukt. Voor dat deel wordt de vordering toegewezen.
Pagina275-275
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6117
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 11-05-2011, 287394 / HA ZA 07-1536 en 289557 / HA ZA 07-1904
CiteertitelJRV 2011, 37
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. kennelijk onbehoorlijk bestuur. Disculpatie. Managementvergoeding. Toerekening. Wetenschap.
Samenvatting (Bron)Kennelijk onbehoorlijk bestuur door jarenlang hoge managementvergoedingen uit te laten betalen zonder titel; onvoldoende optreden daartegen van bestuurders. Causale verband met faillissement. Toerekening wetenschap aan holding.
Pagina275-276
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6042
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Arnhem, 18-05-2011, 211102
CiteertitelJRV 2011, 38
SamenvattingRechtspersonenrecht. Vereniging. Gesloten stelsel van mogelijke bestuursbenoemingen verhindert benoeming bestuurder voor het leven. Interim-bestuur verdraagt zich niet met tussen bestuurders bestaande gelijkheid.
Samenvatting (Bron)De eerste vraag is of eiser in conventie voor het leven is benoemd als bestuurder danwel als voorzitter en of hij dientengevolge niet kan worden ontslagen in de zin van art. 9 onder e van de staturen (ontslag door de gezamenlijke overige bestuurders. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Het tweede complex vragen houdt in wat het betekend dat de gedaagden in conventie volgens de notulen van de bestuursvergadering van 25 juli 2007 zijn geÔnstalleerd als bestuurders ad interim, een bijzondere functie die de statuten niet kennen, of hun bestuurslidmaatschap geŽindigd is en, zo ja, wanneer dat gebeurd is.
Pagina276-276
UitspraakECLI:NL:RBARN:2011:BQ6489
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Dordrecht, 25-05-2011, 84503 / HA ZA 09-2907
CiteertitelJRV 2011, 39
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. Beklamelnorm. Benadeling. Wetenschap.
Samenvatting (Bron)Bestuurdersaansprakelijkheid. Kern van het geschil betreft de vraag of gedaagde, als bestuurder van de vennootschap, eiseres heeft misleid en of gedaagde heeft bewerkstelligd dat de samenwerkingsovereenkomst tussen de vennootschap en eiseres niet werd nagekomen.
Pagina276-277
UitspraakECLI:NL:RBDOR:2011:BQ6444
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Almelo, 31-05-2011, 120672 / KG ZA 11-112
CiteertitelJRV 2011, 40
SamenvattingPersonenvennootschappen. Maatschap. Opzegging. Voortzetting. Non-concurrentiebeding. Relatiebeding. Maatschap is voortgezet. Non-concurrentiebeding blijft gelden.
Samenvatting (Bron)Non-concurrentiebeding in maatschapsovereenkomst De redelijkheid en billijkheid staan aan een beroep op het overeengekomen non-concurrentiebeding niet in de weg, nu een beroep op het beding niet als onaanvaardbaar kan worden gekwalificeerd. De belangen van de mdl-arts zijn onvoldoende zwaarwegend om te concluderen dat de mdl-arts niet mag worden gehouden aan het non-concurrentiebeding als opgenomen in de overeenkomst van toetreding. Ook het belang van de gezondheidszorg als zodanig in deze regio maakt dat niet anders. Beide partijen plaatsen immers dit belang niet op de voorgrond. De mdl-arts niet met zijn vertrek uit Hengelo en de maatschap niet met het inroepen van het non-concurrentiebeding. Indien het partijen primair te doen is om het belang van de gezondheidszorg in deze regio dan ligt samenwerking tussen de specialisten in de drie grote Twentse ziekenhuislocaties (MST in Enschede/Oldenzaal en ZGT in Hengelo en Almelo) veel meer voor de hand, zoals zeer recent een vertrekkende chirurg in Enschede nog publiekelijk heeft bepleit.
Pagina277-277
UitspraakECLI:NL:RBALM:2011:BQ6866
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 31-05-2011, 392914/KG ZA 11-468
CiteertitelJRV 2011, 41
SamenvattingVertegenwoordiging. Misbruik van bevoegdheid. Degenen die rechtspersoon volgens statuten kunnen vertegenwoordigen kunnen rechtspersoon binden.
Samenvatting (Bron)Kort geding. De vorderingen strekken - kort samengevat - tot het beantwoorden van vragen als een bekwaam en redelijk handelend accountant en afgifte van de administratie. Het aanhangig maken van dit kort geding door eiseres berust op een bestuursbesluit dat is genomen in strijd met de statutaire bepalingen en de daarop gebaseerde aandeelhoudersovereenkomst (geen unanieme goedkeuring van aandeelhouders voor het aanspannen van dit kort geding). Niet-ontvankelijkheid wegens niet rechtsgeldige vertegenwoordiging? Artikel 2:240 BW. Een statutaire bepaling die de bevoegdheid van het bestuur om in rechte op te treden beperkt, heeft in beginsel slechts interne werking en doet aan de externe vertegenwoordigingsbevoegdheid niet af. Op die grond kan het beroep op niet-ontvankelijlk niet worden gebaseerd. Ook geen sprake van misbruik van bevoegdheid jegens gedaagde nu die statutaire bepaling zal zijn opgenomen ter bescherming van de belangen van de aandeelhouders of de daarmee verbonden belangen van de vennootschap zelf. Gelet op het voorgaande moet worden aangenomen dat eiseres in dit geding rechtsgeldig is verschenen. Het beroep op niet-ontvankelijkheid wordt aldus verworpen. De vorderingen van eiseres zijn afgewezen nu gelet op de gemotiveerde betwisting door gedaagde niet in kort geding is vast te stellen wie van partijen het gelijk aan haar zijde heeft. Dit zal in een eventuele bodemprocedure aan de orde moeten worden gesteld.
Pagina277-278
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6681
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Leeuwarden, 01-06-2011, 112017 KG ZA 11-116
CiteertitelJRV 2011, 42
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. Kort geding. Conservatoir beslag.
Samenvatting (Bron)opheffing conservatoir beslag; ondeugdelijke vordering; individuele aandeelhouder kan bestuurder niet op grond van artikel 2:9 BW rechtstreeks aansprakelijk stellen; artikel 2:9 BW ziet op interne aansprakelijkheid bestuurder jegens vennootschap en niet op externe aansprakelijkheid bestuurder-aandeelhouder
Pagina278-279
UitspraakECLI:NL:RBLEE:2011:BQ7490
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Maastricht, 18-05-2011, 393900 CV EXPL 10-9168
CiteertitelJRV 2011, 43
SamenvattingBesluitvorming. Nietigheid. Vernietigbaarheid. Statuten. Termijn.
Samenvatting (Bron)Van recreatie naar permanente bewoning in bungalowpark, omslag kosten juridische ondersteuning: besluiten bestuur/av in strijd met statuten? Nietigheid ex artikel 2:14 BW ? Vernietigbaarheid ex artikel 2:15 BW ? Verval bevoegdheid ex artikel 2:15 BW.
Pagina279-279
UitspraakECLI:NL:RBMAA:2011:BQ5778
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Kernpublicaties
TitelLiteratuur
CiteertitelJRV 2011, 44-81
Pagina280-287
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Reeds gesignaleerde
TitelReeds gesignaleerde rechtspraak
CiteertitelJRV 2011, 82-98
Pagina288-289
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspers./Vennootsch.recht - Boeken
TitelBoeken
CiteertitelJRV 2011,
Pagina290-290
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelHoge Raad, 05-07-2011, 07/11296
CiteertitelJRV 2011, 136
SamenvattingUitlokking van misbruik van voorwetenschap.
Samenvatting (Bron)Art. 46 Wte 1995. Besluit Marktmisbruik. Voorwetenschap. Uitlokken van het met voorwetenschap bewerkstelligen van transacties. Voordeelvereiste. Tussenpersoon. HR herhaalt regel uit LJN BJ3301 over het handelen met voorwetenschap. Voor een veroordeling t.z.v. art. 46.2 Wte 1995 is niet vereist dat komt vast te staan dat uit de transacties zelf (geldelijk) voordeel wordt of kan worden gehaald. Conclusie AG: anders.
Pagina300-300
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BL8997
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelHoge Raad, 05-07-2011, 08/04982 E
CiteertitelJRV 2011, 137
SamenvattingVPV-zaak: misbruik van voorwetenschap.
Samenvatting (Bron)Economisch. Art. 46 Wte (oud) 1995. Richtlijn marktmisbruik. Voorwetenschap. Begrippen bijzonderheid, openbaarmaking, koersgevoeligheid en causaliteitsvereiste.
Pagina300-301
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP2620
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 28-04-2011, 23-002086-09
CiteertitelJRV 2011, 138
SamenvattingStrafrecht. Handel met voorwetenschap. Meldingsplicht. Veroordeling wegens schending meldingsplicht en handel met voorwetenschap in aandelen VHS.
Samenvatting (Bron)Het hof komt tot veroordeling inzake het nalaten van het melden van effectentransacties en misbruik van voorwetenschap. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, en tot een geldboete van 135.000. Naar het oordeel van het hof is sprake geweest van een door de verdachte vooraf opgezette constructie die blijkbaar de markt het zicht moest ontnemen wie achter de effectentransacties VHS zat. Omdat de verdachte als bestuursvoorzitter het dagelijks beleid van VHS bepaalde was hij verplicht eigen effectentransacties in VHS aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) te melden, hetgeen hij opzettelijk heeft nagelaten. Verder acht het hof bewezen dat de verdachte effectentransacties heeft bewerkstelligd in effecten VHS, terwijl de verdachte beschikte over voorwetenschap betreffende VHS en/of de handel in effecten VHS.
AnnotatorG.T.J. Hoff
Pagina301-301
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3565
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelGerechtshof Amsterdam, 05-07-2011, 2000.060.952/01
CiteertitelJRV 2011, 139
SamenvattingZorgplicht. Vermogensbeheer. Ongegrond.
Samenvatting (Bron)Vermogensbeheer en -advies. FinanciŽle dienstverlener mag in beginsel uitgaan van de juistheid van hetgeen door een belegger is opgegeven omtrent beleggingsdoelstellingen en uitgangspunten voor het te voeren vermogensbeheer. Op de vermogensbeheerder die zich daaraan houdt, rust geen waarschuwingsplicht ter zake van de risico's verbonden aan individuele effecten waarin wordt belegd. De belegger kan zich naderhand niet erop beroepen dat hij in werkelijkheid iets anders had gewild dan waarvoor hij heeft getekend.
AnnotatorF. Bahadin
Pagina301-301
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR2966
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 12-01-2011, 364194 / HA ZA 07-649
CiteertitelJRV 2011, 140
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid. Trustkantoor. Securities lending.
Samenvatting (Bron)Nederlands trustkantoor treedt op als statutair bestuurder van om fiscale redenen in Nederland gevestigde, tot verschillende internationale concerns behorende vennootschappen. Trustkantoor ondertekent op instructie van wederzijdse ultimate beneficial owners namens Nederlandse vennootschappen een securities lending agreement. Lender stelt dat Borrower verplichtingen uit agreement niet nakomt en dat zij als gevolg hiervan schade lijdt. Trustkantoor voor deze schade aansprakelijk als bestuurder van Lender (art. 2:9 BW) en/of als bestuurder van Borrower (H)?
Pagina301-302
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2011:BP2561
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 30-03-2011, 372898 / HA ZA 10-2876
CiteertitelJRV 2011, 141
SamenvattingVermogensbeheer. Beleggingsrelatie. Perpetuele obligaties. Pensioendoelstelling. Beleggingsprofiel.
Pagina302-302
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 06-04-2011, 428695 / HA ZA 09-1659
CiteertitelJRV 2011, 142
SamenvattingAandelen. Bewijs. Verkoopoptie.
Samenvatting (Bron)Afpraken met betrekking tot "verkoopoptie" pakket aandelen in Telegraaf Media Groep N.V. niet bewezen.
Pagina302-303
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0237
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Utrecht, 06-04-2011, 289961 / HA ZA 10-1573
CiteertitelJRV 2011, 143
SamenvattingWanprestatie. Opdracht aan hypotheekadviseur. Geen deugdelijk onderzoek gedaan naar financiŽle situatie van opdrachtgever.
Samenvatting (Bron)Wanprestatie hypotheekadviseur die niet is nagegaan of zijn klant in staat zou zijn om de finaciŽle lasten van een door die klant gewenste hypotheek te voldoen. De adviseur had zijn klant moeten adviseren om de hypotheekofferte niet te ondertekenen.
Pagina303-303
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2011:BP9469
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Rotterdam, 07-04-2011, AWB 10/3534 BC-T2
CiteertitelJRV 2011, 144
SamenvattingVergunningplicht. Beleggingsobjecten. Boeteoplegging. Matiging. Publicatie.
Samenvatting (Bron)AFM heeft de onderneming een bestuurlijke boete opgelegd wegens het aanbieden van beleggingsobjecten zonder vergunning. De rechtbank is van oordeel dat het begrip beleggingsobject als neergelegd in artikel 1:1 van de Wft niet onduidelijk is, zodat de onderneming het daarmee verband houdende aanbiedingsverbod in artikel 2:55, eerste lid, van de Wft kan worden tegengeworpen. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: het College) van 20 september 2005 (LJN AU3267) en de uitspraak van het College van 30 januari 2007 (LJN AZ9465) waaruit de onderneming had kunnen en moeten afleiden dat aan de intentie van contractspartijen groot gewicht toekomt bij de vaststelling of al dan niet sprake is van een bepaald financieel product (in die gevallen een effect en in dit geval een beleggingsobject) en dat de subjectieve bedoeling van contractspartijen mede kan worden afgeleid uit de wijze waarop in de praktijk van de verworven rechten gebruik is gemaakt. Deze intentie en subjectieve bedoeling blijken duidelijk uit de brochures van de onderneming; de kopers van een perceel werd daarin immers onder meer een interessant rendement en een aanzienlijke waardestijging in het vooruitzicht gesteld, zodat hun belegging gericht was op het verkrijgen van een rendement in geld. Dat AFM in een ander geval een boete heeft opgelegd van 6.000,00 levert naar het oordeel van de rechtbank geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel, reeds niet omdat AFM in diverse andere vergelijkbare gevallen eveneens een boete heeft opgelegd van 24.000,00.
Pagina303-304
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BQ1181
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 13-04-2011, 458106 / HA ZA 10-1478
CiteertitelJRV 2011, 145
SamenvattingOptiehandel. Effectendienstverlener. Algemene voorwaarden.
Samenvatting (Bron)Tradeboxovereenkomst; storing in systemen van de bank, waardoor de bank aansprakelijk is voor beleggingsschade klant.
Pagina304-304
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7598
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 13-04-2011, 460637 / HA ZA 10-1777
CiteertitelJRV 2011, 146
SamenvattingDSB. Toezichthouder. Achtergesteld deposito.
Samenvatting (Bron)Onvoldoende toezicht van AFM op informatieverstrekking door DSB over achtergestelde deposito's.
AnnotatorB.P.M. van Ravels
Pagina304-305
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0921
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 04-05-2011, 369007 / HA ZA 10-2175
CiteertitelJRV 2011, 147
SamenvattingBeroepsfout bij beleggingsadviezen. Rechtsverwerking.
Pagina305-305
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Rotterdam, 04-05-2011, AWB 10/3724 BC-T2 en AWB 10/4165 BC-T2
CiteertitelJRV 2011, 148
SamenvattingOverkreditering. Gedragscode VFN.
Samenvatting (Bron)AFM heeft een aanbieder van consumptief krediet bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtreding van artikel 115, eerste lid, van het BGfo en wegens overtreding van 4:34, tweede lid, van de Wft. De rechtbank is van oordeel dat artikel 115, eerste lid, van het BGfo niet verder strekt dan dat de aanbieder van krediet ter voorkoming van overkreditering criteria vaststelt die hij ten grondslag legt aan de beoordeling van een kredietaanvraag van een consument en dat hij deze criteria toepast bij de beoordeling van elke kredietaanvraag. AFM heeft door in deze bepaling te lezen dat eerst aan deze gebodsbepaling is voldaan indien de vastgestelde criteria, indien deze worden toegepast, daadwerkelijk (in alle gevallen) overkreditering voorkomen een te ruime uitleg aan die bepaling gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft AFM de open normstelling van artikel 4:34, tweede lid, van de Wft juist uitgelegd door als uitgangspunt te nemen dat de door de branche zelf vastgestelde Gedragscode VFN als minimumnormen dienen te worden gehanteerd om te beoordelen of kredietverstrekkers voldoen aan het verbod van overkreditering.
AnnotatorV.H. Affourtit
Pagina305-306
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BQ3835
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 11-05-2011, 458664 / HA ZA 10-1515
CiteertitelJRV 2011, 149
SamenvattingVermogensbeheerderovereenkomst. Zorgplicht.
Samenvatting (Bron)Vermogensbeheerovereenkomst, zorgplicht, misleidende mededelingen?
AnnotatorJ. van Hunnik
Pagina306-306
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2011:BR0454
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Amsterdam, 01-06-2011, 465106 / HA ZA 10-2364
CiteertitelJRV 2011, 150
SamenvattingBeleggingsadvies. Beleggingsstrategie. Aansprakelijkheid. Bank.
Samenvatting (Bron)Beleggingsadviesovereenkomst. Aan de orde is de vraag of de bank onzorgvuldig jegens de belegger heeft gehandeld door AEX-opties en turbos short te adviseren, althans dienaangaande te adviseren zonder de belegger daarbij op de risicos van deze producten te wijzen. In de gegeven omstandigheden heeft de bank niet onzorgvuldig gehandeld. Wel is de bank aansprakelijk voor de schade die de belegger heeft geleden nadat er, ondanks een nadere invulling van de beleggingsstrategie zoals overeengekomen tussen belegger en bank, door de bank werd geadviseerd volgens het oude en meer risicovolle beleggingspatroon (toepassing van billijkkheidscorrectie van artikel 6:101 BW).
Pagina306-306
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7578
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Rotterdam, 13-07-2011, 303603 / HA ZA 08-755 en 334313 / HA ZA 09-1869
CiteertitelJRV 2011, 151
SamenvattingBelang bij rechtsvordering. Collectieve actie en gelijksoortige belangen. Zorgplicht bank.

(X / ABN AMRO Bank (Fortis Bank))
Samenvatting (Bron)Schending zorgplicht bank bij Ponzi-zwendel van , hierna P1. Toerekenbaarheid. Relativiteitsvereiste. Ontvankelijkheid individuele eisers (Dominee-arrest, HR 30 maart 1951, NJ 1952, 29). Collectieve actie 3:305a BW. In deze zaken wordt gevorderd te verklaren voor recht (i) dat de bank onrechtmatig heeft gehandeld jegens eisers en de stichting, (ii) dat dit onrechtmatig handelen de bank kan worden toegerekend (iii) dat de door de bank geschonden norm strekt tot bescherming van schade zoals geleden door beleggers die door . zijn gedupeerd. Eisers niet-ontvankelijk Eisers hebben geen voldoende belang als bedoeld in artikel 3:303 BW. Gegeven de inhoud van de vordering en de doelomschrijving van de stichting (zie hiervoor onder 2.9), is onmiskenbaar sprake van gelijksoortige belangen als bedoeld in artikel 3:305a BW. Omvang zorgplicht De maatschappelijke functie van een bank brengt een bijzondere zorgplicht mee jegens derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (HR 23 december 2005, NJ 2006, 289, Safe Haven). Jegens wie geldt deze zorgplicht? Een bank moet rekening houden met de belangen van derden die betrokken zijn bij het handelen van de bank. Dat handelen was in dit geval het ter beschikking stellen en houden van twee betaalrekeningen ten behoeve van . Derden die gelden op deze rekeningen stortten, maakten gebruik van deze faciliteit van de bank, en met hun belangen behoorde de bank dus rekening te houden. Derden die geen gebruik maakten van die faciliteit en daarbij ook overigens niet (voldoende direct) waren betrokken, handelden in feite geheel los van de bank. Gesteld noch gebleken is voorts dat beleggers wier geld niet via de twee rekeningen van de bank werd ingelegd anderszins direct betrokken waren bij het de bank verweten handelen. Met hun belangen behoefde de bank dus geen rekening te houden. Schending zorgplicht Het verwijt van de stichting aan het adres van de bank berust op de volgende omstandigheden: i. de door . bij de bank aangehouden rekeningen betroffen normale betaalrekeningen en . gold als particuliere rekeninghouder; ii. vanaf 2002 (voor de 758-rekening) respectievelijk 2003 (voor de 709-rekening) vond grootschalig betalingsverkeer via deze rekeningen plaats, waarbij zeer veel mutaties plaatsvonden (in 2004 bijvoorbeeld een gemiddelde van ruim 22 per dag op de 758-rekening); iii. de stortingen op de rekeningen betroffen onder meer zeer grote bedragen, tot 600.000,= per keer in totaal ontving . in de hier relevante periode op de rekeningen een bedrag van ruim 67 miljoen; iv. de bijschrijvingen op de rekeningen gingen onder meer vergezeld van omschrijvingen als inleg, lening, schuldbekentenis, belegging en warrant; v. . liet van de onderhavige rekeningen zeer grote bedragen overmaken naar andere rekeningen, in de hier relevante periode tot ongeveer 77,5 miljoen; vi. deze overschrijvingen geschiedden veelal telefonisch (ten behoeve waarvan . contact had met een medewerker van de bank) en door middel van handgeschreven formulieren (in verband waarmee veelvuldig contact plaatsvond tussen . en de bankmedewerkers). De feitelijke kennis van (medewerkers van) de bank van de buitensporige omvang van de betalingen door . vanaf zijn betaalrekeningen had de bank naar het oordeel van de rechtbank aanleiding moeten geven het betalingsverkeer over de onderhavige betaalrekeningen te onderzoeken. Aangenomen moet worden dat de bank aldus ook zicht zou hebben gekregen op de creditzijde, dus op de grote aantallen bijschrijvingen, de veelal zeer hoge bedragen en de daarbij gebruikte omschrijvingen die duiden op beleggingen. Daarom zou de bank aldus tot het besef gekomen moeten zijn dat de transacties van . verdacht waren of in elk geval dat . beleggingsactiviteiten ontplooide (althans: deed voorkomen dat sprake was van beleggingen) die vergunningplichtig waren, zonder dat hij over de vereiste vergunning beschikte. De bank is echter niet aangeslagen op het uitzonderlijke karakter van de betalingen door . en de bank heeft het betalingsverkeer over de beide rekeningen niet onderzocht, terwijl zij daartoe wel aanleiding had moeten zien. Aldus heeft de bank gehandeld in strijd met haar maatschappelijke zorgplicht. Relativiteit De bank heeft betoogd dat de personen die geld aan . hebben toevertrouwd tegen beter weten in hebben gehandeld. Zij heeft er onder meer op gewezen dat die beleggers i. op basis van niet of onvolledig ingevulde, inhoudelijk onduidelijke en juridisch evident onvolledige schuldbekentenissen ii. vaak zeer substantiŽle bedragen iii. aan een natuurlijke persoon (.) hebben betaald, iv. zonder enige vorm van zekerheid of duidelijkheid omtrent terugbetaling v. en zonder dat sprake was van een als normaal te beschouwen financieel product, maar niettemin vi. tegen zeer hoge gegarandeerde rentes tot wel 200% per jaar. Als de zojuist opgesomde omstandigheden onder i-vi ten aanzien van een individuele belegger komen vast te staan, dan is de rechtbank met de bank van oordeel dat, behoudens bijzondere omstandigheden, sprake is van handelen tegen beter weten in, althans van dermate roekeloos handelen dat die belegger zich er niet op kan beroepen dat de bank onvoldoende zorgvuldig jegens hem heeft gehandeld. Wat hier echter ook verder van zij, exacte vaststelling van de omstandigheden waaronder en de basis waarop de beleggers tot hun beleggingsbeslissing zijn gekomen vergt een concrete beoordeling per individuele belegger. Aldus zijn de individuele omstandigheden van belang voor de vraag of voldaan is aan het relativiteitsvereiste in strikte zin. Een dergelijk onderzoek naar individuele omstandigheden gaat het bestek van een collectieve actie te buiten. In zoverre is geen sprake van gelijksoortige belangen als bedoeld in artikel 3:305a BW.
Pagina306-306
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BR1592
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Rotterdam, 12-05-2011, AWB 11/1359 VBC-T2
CiteertitelJRV 2011, 152
SamenvattingBeleggingsobjecten. Misleidende handelspraktijken. Last onder dwangsom. Bestuurlijke boete. Schorsing. Publicatie.
Samenvatting (Bron)AFM heeft bestuurlijke boete van 200.000 opgelegd aan [A], een financiŽledienstverlener, wegens misleidende en agressieve handelspraktijken. Tevens heeft AFM besloten de boete te publiceren. De in artikel 6 lid 2 EVRM neergelegde onschuldpresumptie staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in de weg aan de toepassing van het in artikel 6:16 Awb neergelegde uitgangspunt dat bezwaar en beroep geen schorsende werking hebben, mits hangende bezwaar en beroep een voorlopige voorziening kan worden verzocht bij een rechter die een zogenoemde full jurisdiction toekomt. Na beluistering van de door [A] overgelegde telefoongesprekken komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat van de zijde van [A] sprake is geweest van het verstrekken van misleidende informatie. In de drie gesprekken is door de medewerker van [A] namelijk op geen enkel moment gewezen op de mogelijke risicos die zijn verbonden aan de aankoop van het financiŽle product. Bezien in de totale context van deze gesprekken en de omstandigheid dat blijkbaar eerdere gesprekken met deze consumenten hadden plaatsgevonden, is de voorzieningenrechter er echter niet van overtuigd dat tevens sprake is geweest van hardnekkig en ongewenst aandringen per telefoon. De voorzieningenrechter acht de boete onevenredig hoog. Schorsing.
AnnotatorJ. Reijmer , J.A. Voerman
Pagina306-307
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BQ4829
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelRechtbank Rotterdam, 21-06-2011, AWB 11/1444 VBC-T2
CiteertitelJRV 2011, 153
SamenvattingLevensverzekering. Bemiddeling. Bestuurlijke boete. Draagkracht. Matiging. Openbaarmaking. Schorsing.
Samenvatting (Bron)AFM heeft een tussenpersoon een bestuurlijke boete opgelegd van 50.000 wegens overtreding van artikel 4:23 lid 1 Wft en heeft voorts besloten tot vroegtijdige publicatie daarvan. Onderhavige boeteoplegging ziet op gedragingen die hebben plaatsgevonden vanaf 1 augustus 2009, zodat het per die datum van kracht zijnde nieuwe boetestelsel financiŽle wetgeving van toepassing is. Omdat de rechtmatigheid van de oplegging van de bestuurlijke boete door AFM een voorvraag is voor de bevoegdheid tot openbaarmaking als bedoeld in artikel 1:97 Wft en voorts de hoogte van de boete een rol kan spelen bij de vraag of aanleiding bestaat de beslissing tot vroegtijdige openbaarmaking te schorsen - zo niet in het kader van de bevoegdheidsvraag dan wel in verband met het bepaalde in artikel 1:97 lid 4 Wft -, ziet de voorzieningenrechter aanleiding tot een aantal algemene overwegingen omtrent dit nieuwe boetestelsel. Omdat in de nieuwe systematiek voor wat betreft de boetecategorieŽn 2 en 3 bij een gemiddelde ernst van de gedraging (of duur daarvan) en bij een gemiddelde mate van verwijtbaarheid aangeknoopt zal worden bij het toepasselijke basistarief en slechts een matiging kan liggen in de omstandigheid dat de draagkracht niet zeer omvangrijk is, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de toetsingswijze in deze zaken aan te passen door voortaan ook na te gaan of niet op voorhand geoordeeld moet worden dat sprake is van een wanverhouding tussen de hoogte van de boete en de draagkracht van de overtreder anderzijds.
AnnotatorF. Bahadin , J. Reijmer , J.A. Voerman
Pagina307-307
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BQ8872
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelKlachteninstituut FinanciŽle Dienstverlening , 22-02-2011, GCHB 400-F90033
CiteertitelJRV 2011, 154
SamenvattingVermogensbeheer. Waarschuwingsplicht. Asset-allocatie. Rust op vermogensbeheer de plicht cliŽnt te waarschuwen dat het in beheer gegeven vermogen kan afnemen gelet op de overeengekomen asset-allocatie enerzijds en het aangeboden behoudend en defensief beleggingsbeleid anderzijds.
Pagina308-308
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelKlachteninstituut FinanciŽle Dienstverlening , 22-02-2011, GCHB 405-F90041
CiteertitelJRV 2011, 155
SamenvattingVermogensbeheer. Waarschuwingsplicht. Asset-allocatie. Rust op vermogensbeheer de plicht cliŽnt te waarschuwen dat het in beheer gegeven vermogen kan afnemen gelet op de overeengekomen asset-allocatie enerzijds en het aangeboden behoudend en defensief beleggingsbeleid anderzijds.
Pagina308-308
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelGeschillencommissie FinanciŽle Dienstverlening, 01-04-2011, 2011-68
CiteertitelJRV 2011, 156
SamenvattingOverkreditering. Toetsinkomen. Hypothecaire geldlening.
AnnotatorF.M.A. 't Hart
Pagina308-309
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelKlachteninstituut FinanciŽle Dienstverlening , 06-06-2011, 142
CiteertitelJRV 2011, 157
SamenvattingLehman Steepner. Adviesrelatie.
AnnotatorJ. van Hunnik
Pagina309-309
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Kernpublicaties
TitelLiteratuur
CiteertitelJRV 2011, 158-181
Pagina310-314
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Reeds gesignaleerde rechtspraak
TitelReeds gesignaleerde rechtspraak
CiteertitelJRV 2011, 182-191
Pagina315-315
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEffectenrecht - Boeken
TitelBoeken
CiteertitelJRV 2011,
Pagina316-316
Artikel aanvragenVia Praktizijn