Milieu & Recht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Milieu & Recht
Datum 08-11-2011
Aflevering 8
RubriekOpinie
TitelSjoelbakmethode
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 148
SamenvattingStation Den Haag Centraal wordt wel eens schertsend de sjoelbak genoemd.
Auteur(s)H.E. Woldendorp
Pagina503-503
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelHet Bestuursakkoord Water en de verantwoordelijkheden in het grondwaterbeheer
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 149
SamenvattingEen goed beheer van het grondwater, zowel naar kwantiteit als naar kwaliteit, is uitermate belangrijk. Een te hoge grondwaterstand kan leiden tot vochtproblemen in huizen en levert problemen op voor de land- en tuinbouw. Een te lage gronwaterstand veroorzaakt funderingsproblemen, doordat houten paalkoppen droog komen te staan, en brengt schade toe aan de natuur. Een slechte kwaliteit van het grondwater brengt de drinkwatervoorziening in gevaar en schaadt de natuur. Activiteiten die de grondwaterstand of de grondwaterkwantiteit beÔnvloeden, zoals onttrekkingen en lozingen, moeten dus adequaat gereguleerd worden. Een heldere toedeling van publieke bevoegdheden is daarvoor een eerste vereiste. Het door het kabinet beoogde tweelagenmodel en scheiding tussen beleid en uitvoering zijn in dat opzicht welkom. In dit artikel bespreken wij de regeling van het grondwaterbeheer vanuit het perspectief van het recente bestuursakkoord Water. Uiteengezet wordt hoe het grondwaterbeheer thans geregeld is en welke veranderingen het bestuursakkoord in het vooruitzicht stelt. In het bijzonder wordt bezien in hoeverre bij het grondwaterbeheer daadwerkelijk sprake is van het tweelagenmodel en een scheiding van beleid en uitvoering.
Auteur(s)H.J.M. Havekes , D.A.B. van Zwieten-Seip
Pagina504-511
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 22-06-2011, 200908831/1/M3
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 150
SamenvattingHogere grenswaarden vastgesteld voor een aantal woningen vanwege de reconstructie van een weg. Volgens appellant is onvoldoende onderzoek verricht naar een andere ligging van een rotonde in de nabijheid van zijn woning.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 25 augustus 2009 heeft het college hogere waarden als bedoeld in artikel 100a, eerste lid, van de Wet geluidhinder vastgesteld voor een aantal woningen ten behoeve van een reconstructie van de Onze Lieve Vrouwedijk te Waalre.
Pagina512-512
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ8868
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 22-06-2011, 201006113/1/M1
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 151
SamenvattingBeroep tegen maatwerkvoorschrift. Bevoegdheid college om maatwerkvoorschrift vast te stelen wordt betwist, nu voor de inrichting niet tijdig een melding is gedaan.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 20 november 2009 heeft het college maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) vastgesteld voor de inrichting van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aldi Vastgoed B.V. (hierna: Aldi), gelegen aan de Akker 5 te Thorn.
Pagina512-512
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ8869
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelRaad van State, 29-06-2011, 201006810/1/M1
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 152
SamenvattingMaatwerkvoorschrift vastgesteld om overschrijding geluidzone te beŽindigen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het college een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 2.20, eerste en vierde lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) vastgesteld voor de door Octatube gedreven inrichting voor de vervaardiging van ruimtelijke constructies, gelegen aan de Rotterdamseweg 200 te Delft.
Pagina512-512
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ9669
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelHoge Raad, 12-07-2011, 10/05151 CW
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 153
SamenvattingToepasselijkheid van art. 1 lid 2 Sr in economische strafzaak.
Samenvatting (Bron)Cassatie in het belang der wet. Art. 1.2 Sr. EHRM Scoppola. De HR vat rechtspraak samen over art. 1.2 Sr. De HR ziet aanleiding zijn rechtspraak aan te scherpen wat betreft veranderingen in regels van sanctierecht. Voor die regels, die zowel het specifieke strafmaximum als meer algemene regels met betrekking tot de sanctieoplegging kunnen betreffen, heeft voortaan te gelden dat een sedert het plegen van het delict opgetreden verandering door de rechter met onmiddellijke ingang - en dus zonder toetsing aan de maatstaf van het gewijzigd inzicht van de strafwetgever omtrent de strafwaardigheid van de vůůr de wetswijziging begane strafbare feiten - moet worden toegepast, indien en voor zover die verandering in de voorliggende zaak ten gunste van de verdachte werkt. Opmerking verdient in dit verband dat eventueel door de wetgever geformuleerde bijzondere overgangsbepalingen zullen moeten passen binnen internationale regelgeving. Indien dat niet het geval is, zal de rechter deze bepalingen buiten toepassing moeten laten. De HR blijft echter bij zijn bestendige rechtspraak met betrekking tot veranderingen die verband houden met delictsomschrijvingen, waaronder begrepen veranderingen in de bestanddelen alsmede het vervallen van strafbaarstellingen, bijvoorbeeld in verband met de invoering van een ander handhavingsregime. Daarbij merkt de HR op dat die rechtspraak goede grond heeft omdat de strafrechtelijke aansprakelijkheid in beginsel wordt bepaald door de regelgeving die geldt ten tijde van het plegen van het strafbare feit. Een uitzondering daarop wordt echter gerechtvaardigd ingeval sprake is van een verandering van inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van de vůůr de wetswijziging begane strafbare feiten. Dat inzicht kan overigens ook door de wetgever worden vastgelegd in bijzondere overgangsbepalingen - hetgeen de duidelijkheid ten goede komt.
Pagina512-513
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP6878
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Kort
TitelGerechtshof Amsterdam, 01-07-2011, 23-003350-10
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 154
SamenvattingBevoegdheid bij vervallen van ten laste gelegde economische delicten.
Samenvatting (Bron)Hof beoordeelt naar aanleiding van een preliminiar verweer of de economische kamer van de rechtbank bevoegd was om, na wijziging tenlastelegging tengevolge waarvan de economische delicten kwamen te vervallen, kennis te nemen van de louter commune delicten die toen nog overbleven. Na bespreking van de wetsgeschiedenis, waar doelmatige rechtsbedeling centraal staat bij samengaan van economische en commune delicten, komt het hof tot de slotsom dat deze situatie zich hier niet (meer) voordoet. Het argument van gezamenlijke berechting met mededaders aan wie nog wel economische delicten worden verweten ziet op de relatieve bevoegdheid en wordt aldaar geregeld, maar heeft geen betrekking op de absolute bevoegdheid die een openbare ordeaspect kent. Het hof verklaart de economische kamer van de rechtbank onbevoegd tot kennisneming van hetgeen de verdachte bij inleidende dagvaarding, zoals deze luidde na wijziging ervan, wordt verweten.
Pagina513-513
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2011:BR0014
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 02-05-2011, 30499/03
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 155
SamenvattingGrondwater- en luchtverontreiniging veroorzaakt door afvalbergen afkomstig van een steenkolenmijn en een kolenverwerkingsbedrijf op 100-400 m van de woningen van klagers. Ernstige gezondheidsklachten van de bewoners. Schending van art. 8 EVRM, omdat de autoriteiten nagelaten hebben passende maatregelen te nemen. Schadevergoeding.

(Dubetska and Others / Ukraine)
Annotator Kamminga
Pagina514-517
UitspraakECLI:CE:ECHR:2011:0502JUD003049903
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelHof van Justitie EU, 17-03-2011, C-275/09
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 156
SamenvattingDe vernieuwing van een vergunning voor de exploitatie van een vliegveld, zonder dat er sprake is van werken of ingrepen die de materiŽle toestand van de plaats veranderen, kan niet worden aangemerkt als 'project' of 'aanleg' in de zin van de m.e.r.-richtlijn. Het staat aan de verwijzende rechter, op grond van de toepasselijke nationale regeling en in voorkomend geval rekening houdend met het cumulatieve effect van verschillende werken of ingrepen die sedert de inwerkingtreding an die richtlijn zijn verricht, te bepalen of deze vergunning past in een uit verschillende fasen bestaande vergunningsprocedure die uiteindelijk gericht is op de uitvoering van activiteiten die een project in de zin van punt 13, eerste streepje, van bijlage II, gelezen in samenhang met punt 7 van bijlage I bij de richtlijn opleveren. Indien de eerder fase van de vergunningsprocedure geen beoordeling van de milieueffecten van dergelijke werken of ingrepen heeft plaatsgevonden, staat het aan de verwijzende rechter ervoor te zorgen dat een dergelijke beoordeling ten minste in de fase van de afgifte van de exploitatievergunning wordt uitgevoerd.

(Appellanten / Vlaams Geweest)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 17 maart 2011. # Brussels Hoofdstedelijk Gewest en anderen tegen Vlaamse Gewest. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Raad van State - Belgie. # Richtlijn 85/337/EEG - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Vliegvelden met een startbaan van ten minste 2 100 meter - Begrip ,aanleg' - Vernieuwing van exploitatievergunning. # Zaak C-275/09.
Annotator Jesse
Pagina517-521
UitspraakECLI:EU:C:2011:154
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 12-04-2011, K09/0334
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 157
SamenvattingBeschikking naar aanleiding van het klaagschrift op grond van art. 12 van het Wetboek van Strafvordering betreffende Trafigura/Probo Koala.
Samenvatting (Bron)Het gerechtshof in Den Haag heeft de klacht van de stichting Greenpeace Nederland tegen het niet vervolgen door het Nederlandse openbaar ministerie van het bedrijf Trafigura BV en anderen voor het dumpen van illegaal afval in Ivoorkust afgewezen, omdat de haalbaarheid van vervolging in Nederland twijfelachtig is. Geen van de beklaagde personen bezit de Nederlandse nationaliteit of woont in Nederland. De feitelijke werkzaamheden van de aangeklaagde bedrijven vinden grotendeels plaats buiten Nederland. Ook naar het oordeel van het hof kan - in het geval vervolging gelast zou worden - nader strafrechtelijk onderzoek niet achterwege blijven. Tot op heden hebben de justitiŽle autoriteiten van Ivoorkust echter geen medewerking verleend aan de uitvoering van Nederlandse rechtshulpverzoeken. Het hof heeft de stichting Greenpeace Nederland niet-ontvankelijk verklaard voor zover zij vervolging wenst van het bedrijf Trafigura Beheer BV en anderen voor doodslag, zware mishandeling, dood door schuld, zwaar lichamelijk letsel door schuld of een misdrijf in ambt of beroep. Greenpeace is namelijk - in tegenstelling tot de slachtoffers en nabestaanden - geen rechtstreeks belanghebbende bij de gevraagde vervolging. Dit schrijft de wet wel voor.
Annotator van Ham
Pagina521-527
UitspraakECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1012
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRechtbank Rotterdam, 14-04-2011, Awb 10/2115
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 158
SamenvattingBestuurlijke boetes ingevolge de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Afgeleide toelating. Onderscheid desinfectiemiddel (biocide) of reinigingsmiddel. Uit de definitie van 'biocide' in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is niet aanduidig af te leiden of de middelen in kwestie daaronder vallen, met name vanwege het gebruik van de woorden 'bestemd of aangewend'. Een door een werkgroep opgestelde beslisboom kent, voor de beoordeling of sprake is van een biocide, vooral betekenis toe aan de vraag of desinfectie dan wel reiniging wordt geclaimd. Nu discussie nog gaande is, kan niet worden gehandhaafd, aldus de Rechtbank Rotterdam. Vernietiging besluit inzake bestuurlijke boete voor twee middelen.

(HG International B.V. / de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, daaronder begrepen zijn rechtsvoorganger)
Samenvatting (Bron)Niet in geschil is dat het product HGX Houtwormmiddel als biocide moet worden aangemerkt. Voor het op de markt brengen van het product HGX Houtwormmiddel is derhalve, nu dit een biocide betreft, toelating vereist. Door de eigen merknaam (HGX) voor de naam van het product van Denka te plaatsen, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een product met een andere handelsnaam, dat voordat het op de markt gebracht kan worden, getoetst dient te worden door het College en waarvoor ingevolge de systematiek van de Wgb een afgeleide toelating kan worden verleend. De rechtbank is van oordeel dat uit de definitie van biocide in de Wgb niet eenduidig valt af te leiden of de middelen Vlekweg en Watertankreiniger daaronder vallen. De definitie is, met name vanwege het gebruik van de woorden bestemd of aangewend voor meerdere uitleg vatbaar. Naar de rechtbank begrijpt is juist dat een van de redenen geweest om in het kader van het Kennisnetwerk Biociden een werkgroep - waarin ook verweerder participeert - in het leven te roepen die antwoord moet geven op de vraag wat als biocide aangemerkt dient te worden en wat niet. Nu gebleken is dat de discussie over het onderscheid tussen een reinigingsmiddel en een desinfectiemiddel, en daarmee over de vraag of van onderhavige middelen duidelijk was dat deze als biocide moesten worden aangemerkt, nog gaande was op het moment van de controle bij eiseres, had verweerder gelet op voornoemde beginselen niet tot handhaving mogen overgaan.
Annotator Vogelezang-Stoute
Pagina527-530
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BQ1520
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 07-07-2010, 200901747/1/R3
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 159
SamenvattingNu het goedkeuringsbesluit van GS is genomen na de inwerkingtreding van de wijziging van art. 19j Nbw 1998, was op grond van deze wet geen goedkeuring vereist voor besluiten tot vaststelling van plannen. In dit geval had de gemeenteraad art. 19j Nbw 1998 in acht moeten nemen. GS moet dit bij de goedkeuring van het bestemmingsplan bezien. Uitsluitend onderzoek gedaan naar gevolgen van permanente exploitatie van de vijf strandpaviljoens. De Raad heeft zonder enig onderzoek te doen naar de gevolgen van de uitvoering van de overige planonderdelen voor de natuurwaarden in het plangebied, in samenhang bezien, niet kunnen vaststellen dat op grond van objectieve gegevens uitgesloten is dat het plan als zodanig significante gevolgen heft voor de SBZ Noord-zeekustzone en SBZ Duinen Terschelling. De raad heeft erkend dat ingrepen in de als cultuurhistorisch waardevol aangewezen Stuifdijk vanwege het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken Natura 2000-gebieden noodzakelijk kunnen zijn. Derhalve is deze aanwijzing onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen.

(Staatsbosbeheer Regio Noord, te Groningen, Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee, te Harlingen, de raad van de gemeente Terschelling, Strandzeilvereniging Terschelling, te Terschelling-West, gemeente Terschelling, Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, te Drachten, gemeente Smallingerland en 22 andere appellanten / GS van Friesland)
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 3 februari 2009 heeft het college besloten over de goedkeuring in de zin van artikel 28, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) en artikel 19j, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) van het door de raad van de gemeente Terschelling bij besluit van 10 juni 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied".
Annotator Verschuuren
Pagina530-537
UitspraakECLI:NL:RVS:2010:BN0501
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 21-07-2010, 200902644/1/R2
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 160
SamenvattingVerlening Nbw 1998 vergunning ten behoeve van woonwijk IJburg tweede fase. Terecht uitgegaan van grenzen SBZ IJmeer zoals vastgesteld in de aanwijzingsbesluiten van 2000 en 2005 en niet van die van de IBA lijst. Terecht positieve effecten mitigerende maatregelen meegenomen bij de passende beoordeling.

(Stichting Verantwoord Beheer IJsselmeer (hierna: VBIJ) / GS van Noord-Holland)
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 30 juli 2008, kenmerk 2008-41903, heeft het college van gedeputeerde staten aan het Projectbureau IJburg van de gemeente Amsterdam een vergunning onder voorschriften verleend op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) voor het realiseren en het gebruik van de woonwijk IJburg tweede fase in Amsterdam.
Annotator Verschuuren
Pagina537-541
UitspraakECLI:NL:RVS:2010:BN1933
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 09-03-2011, 201007904/1/M2
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 161
SamenvattingNu de Wet milieubeheer een eigen definitie kent van het begrip 'inrichting' is de omstandigheid dat de veehouderij aan de [locatie 1] en [locatie 2] in het bestemmingsplan als ťťn bedrijf worden aangemerkt, niet bepalend voor de interpretatie van het begrip 'inrichting' in de zin van de Wet milieubeheer. Bij uitspraak van 20 juni 2007, in zaak nr. 200607498/1 (www.raadvanstate.nl), heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, overwogen dat de veehouderij aan de [locatie 1] en de veehouderij aan de [locatie 2] niet tezamen kunnen worden aangemerkt als ťťn inrichting in de zin van de Wet milieubeheer gelet op de afstand tussen beide veehouderijen van ongeveer 400 meter. Nu ter zitting is komen vast te staan dat de afstand tussen beide veehouderijen niet is gewijzigd, ziet de Afdeling geen aanleiding hierover thans anders te oordelen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 18 juni 2010 heeft het college aan de [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij aan de [locatie 1] te Susteren. Dit besluit is op 2 juli 2010 ter inzage gelegd.
Annotator van 't Lam
Pagina541-543
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7103
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 16-03-2011, 201008541/1/M2
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 162
SamenvattingIngevolge art. 39a, eerste volzin, Wbb voeren degenen die de bodem saneert, alsmede degenen die de sanering feitelijk uitvoert, de sanering uit overeenkomstig het saneringsplan waarmee is ingestemd, en overeenkomstig zijn verbonden. Piusplein is niet binnen de in het besluit ernst en spoed opgenomen termijn van vier jaar met de bodemsanering begonnen en heeft derhalve in strijd met art. 39a gehandeld. Samenhang sanering met bouwproject dat is uitgesteld wegens kredietcrisis. Terecht dwangsom opgelegd. FinanciŽle situatie van Piusplein niet relevant.

(Piusplein B.V. / B en W van Tilburg)
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 4 december 2009 heeft het college aan Piusplein B.V. een last onder dwangsom opgelegd vanwege het overtreden van artikel 39a van de Wet bodembescherming.
Annotator Warendorf
Pagina543-547
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7810
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 26-04-2011, 201103452/1/M2
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 163
SamenvattingSanering is in 2003 gestopt wegens uitstel van de geplande nieuwbouw. In het bestreden besluit verwijst het college ter onderbouwing dat Equal in strijd met het saneringsplan handelt enkel naar hetgeen is opgemerkt in het saneringsplan ten aanzien van de start van de sanering en de verwachte uitvoeringsduur, terwijl in het saneringsplan is vermeld dat in het dader van de herinrichting en geplande nieuwbouw wordt begonnen met saneren. Uit hetgeen in het saneringsplan ten aanzien van de start en uitvoeringsduur is opgemerkt volgt niet dat het tijdelijk stilleggen van de uitvoer van de sanering in strijd is met het saneringsplan. Gelet hierop is niet gebleken dat Equal in zoverre artikel 39a van de Wbb overtreedt. Twijfel over de spoedeisendheid van de sanering.

(Equal Real Estate Management B.V. / B&W van Tilburg)
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 9 februari 2011 heeft het college aan Equal een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met artikel 39a van de Wet bodembescherming (hierna: de Wbb) niet overeenkomstig het saneringsplan hervatten van de sanering ter plaatse van de Ringbaan Oost 114 te Tilburg.
Annotator Warendorf
Pagina547-548
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ3408
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 23-03-2011, 200910011/1/R2
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 164
SamenvattingTer plaatse van de bestaande bedrijven is op de plankaart geen milieucontour opgenomen. In de begripsbepalingen van het plan, noch in de overige planregels is nader omschreven wat onder het begrip feitelijke milieucontour moet worden verstaan. Het plan biedt geen zekerheid omtrent de te hanteren afstand tussen de bedrijven en de te realiseren woningen ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Gemengd', op de plankaart aangeduid als 'GD-II'. De raad heeft aangegeven dat een tweetal rapporten gehanteerd zal worden voor het bepalen van de feitelijke milieucontour, maar het plan biedt aldus geen zekerheid omtrent de te hanteren afstand tot de bedrijven. In de planregels is geen koppeling gelegd met de uitkomsten van de rapporten en met de vraag in welke mate die uitkomsten een rol zullen spelen bij de invulling van de milieucontour.

([appelante] en anderen / de raad van de gemeente Doetinchem)
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Torenallee 2008" (hierna: het plan) vastgesteld.
Annotator Nijmeijer
Pagina548-551
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP8748
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRaad van State, 13-04-2011, 200907524/1/M1 en 200907580/1/M1
CiteertitelM en R 2011/8, nr. 165
SamenvattingMaatwerkvoorschriften voor het lozen van koelwater in De Nieuwe Meer afkomstig van door Nuon Warmte N.V. gedreven koudecentrale.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 juli 2008 heeft het college met toepassing van artikel 3.6, vierde lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) maatwerkvoorschriften gesteld met betrekking tot het lozen van koelwater in De Nieuwe Meer afkomstig van een door de naamloze vennootschap Nuon Warmte N.V. (hierna: Nuon) gedreven koudecentrale, gelegen aan het Pramenpad 6 te Amsterdam.
Annotator van Rijswick
Pagina551-559
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BQ1066
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActualia & Documentatie
TitelActualia en Documentatie
CiteertitelM en R 2011/8, nr.
SamenvattingAfval - Bestrijdignsmiddelen - Bestuursrechter - Energie - Industrie - Kernenergie - Klimaat - Landbouw - MER - Natuur - Producten - Ruimte - Schepen - Stoffen - Vis - Wabo - Water.
Pagina560-566
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelF.P.C.L. Tonnaer, Quo Vadis? Over vertrouwen in het omgevingsrecht, Amsterdam: Berghauser Pont Publishing 2011
CiteertitelM en R 2011/8, nr.
Auteur(s)H.E. Woldendorp
Pagina567-568
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelBraams, Van Rijn, Scheltema (red.), Klimaat en recht. Is het recht klaar voor klimaatverandering?, Deventer: Kluwer 2010
CiteertitelM en R 2011/8, nr.
Auteur(s)L.F. Wiggers-Rust
Pagina568-569
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekTijdschriften
TitelTijdschriften
CiteertitelM en R 2011/8, nr.
Pagina570-571
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMededelingen
TitelMededelingen
CiteertitelM en R 2011/8, nr.
SamenvattingKluwer's VROM Academy organisseert de volgende studiedagen:

ē Studiemiddag: Planschade en nadeelcompensatie

ē 2-daagse cursus: Wabokompas 2, verdieping

ē Studiemiddag: Naar aansprakelijkheid voor (de gevolgen van) klimaatverandering?
Pagina572-572
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNationale milieuwet- en regelgeving
TitelNationale omgevingswetgeving in behandeling
CiteertitelM en R 2011/8, nr.
SamenvattingStand van zaken 1 oktober 2011.
Auteur(s)J.H.G. van den Broek
Pagina573-574
Artikel aanvragenVia Praktizijn