Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 29-11-2011
Aflevering 9
TitelDe Arabische lente, internationaal strafrecht en het Internationaal Strafhof
CiteertitelDD 2011, 70
Samenvatting1. Op 20 oktober 2011 werd Muammar Gadaffi standrechtelijk geëxecuteerd. Zeg maar gewoon: vermoord. Daarmee kwam voor Libië een voorlopig einde aan de Arabische lente. Het heeft heel wat gekost. Sedert het begin van de volksopstand tegen hun autoritaire leider zijn er in zo'n acht maanden tijd meer dan 50.000 doen gevallen. En daarbij moet dan nog worden aangetekend dat de rebellen voluit werden gesteund door de internationale gemeenschap. De NAVO heeft het mandaat van de VN om de burgerbevolking te beschermen zodanig ruim uitgelegd dat het door middel van duizenden bombardementen actief ging meevechten aan de kant van de tegenstanders van het heersende regime. Zonder die opzienbarende steun - die natuurlijk niet los kan worden gezien van de natuurlijke hulpbronnen in de bodem van Libië - zou de uitkomst waarschijnlijk ongewis zijn geweest en nog langer op zich hebben doen wachten.
Auteur(s)M.S. Groenhuijsen
Pagina1005-1016
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelNon-verbale uitingen: Wel of niet opnemen in het proces-verbaal van verdachtenverhoren door de politie?
CiteertitelDD 2011, 71
SamenvattingIn het Nederlandse strafrechtsysteem speelt het dossier een belangrijke rol. Het meeste onderzoek in strafzaken wordt vóór de zitting gedaan en de resultaten ervan worden op papier gezet. Rechters zijn bij hun oordeelsvorming dan ook voor een belangrijk deel afhankelijk van schriftelijke stukken. Dat is in ons land, dankzij onze papieren procescultuur. In sterkere mate het geval dan in andere landen.Een belangrijk onderdeel van deze schriftelijke stukken wordt gevormd door processen-verbaal (pv's) van verhoren, onder meer van verdachten.
Auteur(s)J.W. de Keijser , M. Malsch , T. Riedijk
Pagina1017-1026
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelPositieve verplichtingen en het verschoningsrecht
CiteertitelDD 2011, 72
SamenvattingEen bewoner van een verpleeghuis in Maastricht wordt door een verzorgende op zijn kamer dood aangetroffen, hangende in een fixeerband naast zijn bed. De lijkschouwer constateert een niet-natuurlijke dood. Na sectie stelt het openbaar ministerie een strafrechtelijk onderzoek in wegens dood door schuld in verband met de medische of verpleegkundige behandeling . Speelt bij dit onderzoek de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichting tot het doen van een effectief en onafhankelijk onderzoek een rol?
Auteur(s)F. Vellinga-Schootstra
Pagina1027-1038
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelW.J.M. de Haan, Mag het ietsje meer zijn? Criminologische onderzoek naar geweld in het publieke domein (afscheidsrede Groningen), Deventer: Kluwer 2010.
CiteertitelDD 2011, 73
SamenvattingW.J.M. de Haan, Mag het ietsje meer zijn? Criminologische onderzoek naar geweld in het publieke domein (afscheidsrede Groningen), Deventer: Kluwer 2010.
Auteur(s)J. Terpstra
Pagina1039-1042
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelY.M. van der Vlugt, De Nationale ombudsman en behoorlijk politieoptreden (diss. Leiden), Boom Lemma Uitgevers 2011
CiteertitelDD 2011, 74
SamenvattingY.M. van der Vlugt, De Nationale ombudsman en behoorlijk politieoptreden (diss. Leiden), Boom Lemma Uitgevers 2011.
Auteur(s)A.S.I. van Delden-Brouwer
Pagina1043-1057
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMededelingen
TitelMededelingen
CiteertitelDD 2011, 75
SamenvattingCongres Jonge NJV 2011: De natuur van de mens?

Studiedag 'Gestraft na de straf'. Justitiële documentatie en de verklaring omtrent gedrag.

Seminar: Rondtrekkende criminele bendes
Ochtendsessie: Rontrekkende bendes - het fenomeen
Middagsessie: Etnische rondtrekkende daders
Pagina1058-1060
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpenbaar ministerie en rechter
TitelOM en rechter
CiteertitelDD 2011, 76
SamenvattingIn deze rubriek is aandacht voor jurisprudentie, wetgeving en centrale thema's waaronder straftoemeting en aandacht voor slachtoffers. Ook wordt melding gemaakt van personele wijzigingen binnen het College van procureurs-generaal.

Jurisprudentie

Wetgeving

Ambitieus wetgevingsprogramma

Varia

Veranderingen binnen het College van procureurs-generaal
Auteur(s)M. van der Horst , M.J.A. Plaisier
Pagina1061-1076
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAdvocatuur
TitelAdvocatuur
CiteertitelDD 2011, 77
SamenvattingDeze rubriek bestrijkt de periode april 2011 tot november 2011.

Advocaten onder toezicht?

Nummerherkenning ingevoerd

Afluisteren in spreekkamers PI's

Het wetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor en de EU conceptrichtlijn inzake het recht op toegang tot een advocaat

Vrije advocaatkeuze

Artikel 591a Sv revisited

Papieren werkelijkheid - oratie Petra van Kampen

Eigen waarneming van de rechter
Auteur(s)G. Spong , T. Spronken
Pagina1076-1090
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 12-10-2010, 08/03941
CiteertitelDD 2011, 78.1
SamenvattingElk nadeel heb z'n voordeel? Artikel 359a Sv en de ontdekking van het strafbare feit.
Samenvatting (Bron)Art. 9.4 Politiewet 1993 jo. Art. 28.1 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, Stb. 1994, 275. Insluitingsfouillering. Gelet op de strekking van deze bepalingen (veiligheid) moet worden aangenomen dat onder het aftasten en doorzoeken van kleding mede dient te worden begrepen een onderzoek van voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich voert.
AnnotatorT. Kooijmans , T.M. Schalken
Pagina1091-1092
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BN4163
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-12-2009, 08/00583
CiteertitelDD 2011, 78.2
Samenvatting (Bron)Vormverzuim. Niet blijkt dat het Hof bij zijn oordeel dat het geconstateerde verzuim tot bewijsuitsluiting dient te leiden, rekening heeft gehouden met de in art. 359a.2 Sv genoemde factoren, zoals is voorgeschreven in het arrest HR LJN AM2533. ’s Hofs oordeel is derhalve ontoereikend gemotiveerd.
AnnotatorT. Kooijmans
Pagina1092-1093
UitspraakECLI:NL:HR:2009:BJ9895
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 04-01-2011, 08/03766
CiteertitelDD 2011, 78.3
Samenvatting (Bron)HR herhaalt algemene regels voor toepassing art. 359a Sv uit HR LJN AM2533. Opmerking verdient dat het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang en dus geen nadeel oplevert als bedoeld in art. 359a.2 Sv. Het hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat de handelingen van de opsporingsambtenaren die verder gaan dan “zoekend rondkijken” moeten worden aangemerkt als een “doorzoeking” waartoe een opsporingsambtenaar i.c. niet bevoegd is. In zoverre was sprake van een vormverzuim in de zin van art. 359a.1 Sv. Voor zover het middel berust op de opvatting dat het het hof bij de beoordeling van de vraag of aan het verzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden in de zin van art. 359a Sv en zo ja, welk, niet vrijstond aan de ene handeling (het openen van de afgesloten kastdeur naast het bed) een ander rechtsgevolg te verbinden dan aan de andere handeling (het openen van de zich onder het bed bevindende dozen), vindt het geen steun in het recht. In zijn overwegingen dat wat betreft het verzuim i.c. kan worden volstaan met de constatering heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat het openen door de politie van de afgesloten kastdeur naast het bed onrechtmatig was en daardoor inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, maar dat door het openen van die deur niet een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden, terwijl daarbij geen nadeel in de zin van art. 359a Sv is veroorzaakt. Gelet op hetgeen is vooropgesteld en in aanmerking genomen dat het hof heeft vastgesteld dat de geopende kastdeur “slechts een doorgang bood (naar daarachter gelegen ruimten) en dat die ruimte overigens geheel leeg was” alsmede dat onder nadeel niet is begrepen het aantreffen van de hennepplanten in de achter de doorgang gelegen ruimte, geeft ’s hofs oordeel dat het vormverzuim niet tot bewijsuitsluiting hoeft te leiden, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd.
AnnotatorT.M. Schalken
Pagina1094-1108
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BM6673
Artikel aanvragenVia Praktizijn