Tijdschrift voor Bouwrecht

Uitgever Instituut voor Bouwrecht
Tijdschrift Tijdschrift voor Bouwrecht
Datum 13-01-2012
Aflevering 1
RubriekArtikelen
TitelHerverkaveling: mogelijkheid van versnelling van het facilitaire grondbeleid op ontwikkelingslocaties?
CiteertitelTBR 2012/, p. 2-6
SamenvattingNederland kent geen wettelijke regeling voor herverkaveling voor stedelijke functies. In internationaal perspectief is dat opmerkelijk. Landen als Italië, Spanje, Frankrijk, Zweden en Duitsland kennen wel zo'n regeling. Zou zo'n regeling in Nederland toegevoegde waarde kunnen hebben? In het onderstaande verkennen we deze vraag, naar aanleiding van onderzoek dat is uitgevoerd voor het (voormalige) ministerie van VROM. Na een introductie van het instrument, besteden we aandacht aan de situatie in Duitsland, het wettelijk stelsel maar ook de rol van het instrument in de praktijk. Vervolgens gaan we na in hoeverre en in welke situaties het instrument in nederland een rol van betekenis zou kunnen spelen.
Auteur(s)A.G. Bregman , H.W. de Wolff
Pagina2-6
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelStijgend maatschappelijk risico: is dat normaal?
CiteertitelTBR 2012/2, p. 7-11
SamenvattingSommige zaken worden meer waard als zij ouder worden, maar bij de meeste zaken gaat het als bij levende wezens: naarmate zij ouder worden neemt hun waarde geleidelijke af en stijgt geleidelijk het risico dat zij teloor gaan en vervangen moeten worden. In de wereld van het recht is dat niet anders, maar hier openbaart zich wel een opvallend onderscheid tussen het privaatrecht en het publiekrecht.
Auteur(s)E. van der Schans
Pagina7-11
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe Onteigeningswet in de praktijk - Verslag van het onderzoek en het seminar ter gelegenheid van het vierde lustrum van de Verenigign van Onteigeninsadvocaten
CiteertitelTBR 2012/3, p. 12-21
SamenvattingDe Vereniging van Onteigeningsadvocaten (de 'VOA') bestond vorig jaar twintig jaar. Dit vierde lustrum vormde voor het bestuur van de VOA aanleiding om een lustrumcommissie in het leven te roepen, die de eervolle taak kreeg een seminar te organiseren ter gelegenheid an het lustrum. Het seminar vond plaats op 3 november 2011 in het Stadskasteel Oudaen aan de Oudegracht te Utrecht.
Auteur(s)J.J. Hoekstra , G.J.M. de Jager
Pagina12-21
LinkVolledige tekst artikel (Straatman Koster Advocaten)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelKraken en leegstand: genezen en voorkomen - nawoord
CiteertitelTBR 2012/4, p. 22-27
SamenvattingEen arrest van de Hoge Raad van 9 november 2009, dat een streep haalde door de tot dan toe gangbare praktijk van strafrechtelijke ontruimingen, én het ()toen nog) wetsvoorstel 'Wet kraken en leegstand', dat kraken als misdrijf strafbaar stelde, vormden aanleiding voor ons om in te gaan op de rechtsontwikkelingen omtrent het verschijnsel kraken.
Auteur(s)N. Eeken , H.J. Moné
Pagina22-27
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActualiteiten, mededelingen, reacties van lezers
TitelReactie naar aanleiding van P.A. de Hoog, 'Onteigening wegens overlast: Rotterdam en de Wet Victor', (TBR 2011/135, p. 732)
CiteertitelTBR 2012/5, p. 28-31
SamenvattingDoor omstandigheden wat verlaat, wil ik reageren naar aanleiding van het artikel van De Hoog in het augustusnummer van het Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR 2011/135). Het artikel lijkt gekoppeld aan de brief van 7 maart 2011 van de Rotterdamse wethouder van Wonen, Ruimtelijke Ordening en Vastgoed aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Veiligheid en Justitie.
Auteur(s)E.W. van Gelder
Pagina28-31
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActualiteiten, mededelingen, reacties van lezers
TitelReactie 1 op F.A. van Doorn en J.H.M. Seerden, 'Detailhandel in ruimtelijke besluiten'(TBR 2011/191, p. 1072)
CiteertitelTBR 2012/6, p. 31-33
SamenvattingBrancheren in bestemmingsplannen blijft lastig, dé oplossing is niet te geven. De jurisprudentie en wetsgeschiedenis geven wel wat aanknopingspunten, maar ook niet veel. Duurzame ontwrichting? Dat komt eigenlijk omdat de jurisprudentie als het ware is gebaseerd op incidenten. Het afstandscriterium dan? Ook dat is niet echt een oplossing, aangezien dat er casuďstisch is. Zoals van Doorn en Seerden immers terecht opmerken is de stiuatie in Groningen heel anders dan in de Randstad.
Auteur(s)W.W.M. Blommensteijn-Brabers
Pagina31-33
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActualiteiten, mededelingen, reacties van lezers
TitelReactie 2 op F.A. van Doorn en J.H.M. Seerden, 'Detailhandel in ruimtelijke besluiten' (TBR 2011/191, p. 1072)
CiteertitelTBR 2012/7, p. 33-35
SamenvattingIn het Tijdschrift voor Bouwrecht van december 2011 is een publicatie opgenomen van Frans van Doorn en Koos Seerden. De inhoud geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.
Auteur(s)I.L. Haverkate
Pagina33-35
LinkVolledige tekst artikel (gijsheutinkadvocaten.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActualiteiten, mededelingen, reacties van lezers
TitelFundamentele herziening omgevingsrecht noodzakelijk? Den Haag bruist: eindelijk een quick fix voor het omgevingsrecht?
CiteertitelTBR 2012/8, p. 35-44
SamenvattingIn de serie bijdragen over één integrale nieuwe wet voor de fysieke leefomgeving ga ik in op de kansen en mogelijkheden van zo'n nieuwe wet aan de hand van een bundel essays onder de titel 'Bezinning op het omgevingsrecht' en de recente preadviezen voor de Vereniging voor Bouwrecht. De essays werden op uitnodiging van het ministerie van Infrastructuur en Milieu geschreven als voorbereiding op een eventuele verdere integratie van het omgevingsrecht.
Auteur(s)G.C.W. van der Feltz
Pagina35-44
LinkVolledige tekst artikel (feltz.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijke ordeningsrecht
TitelRaad van State, afd. bestuursrechtspraak, 26-10-2011, 200909916/1/R1
CiteertitelTBR 2012/9, p. 45-55
SamenvattingReikwijdte reactie aanwijzing. Gebruik van wijzigingsbevoegdheid kan niet afhankelijk worden gesteld van voorafgaande ontheffing van GS op grond van provinciale r.o.-verordening. Het vereiste van voorafgaande ontheffing van GS op grond van provinciale r.o.-verordening kan niet door de raad als regel voor toepassing van een wijzigingsbevoegdheid in de planregels worden opgenomen. beroepen gegrond. Vernietiging reactieve aanwijzing wegens strijd met motiveringsbeginsel. Proceskostenveroordeling.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 27 oktober 2009, kenmerk 2009-63.478/44/A.14,RP, heeft het college van gedeputeerde staten aan de raad van de gemeente Vlagtwedde een aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) met betrekking tot het door de raad bij besluit van 22 september 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied 2009 van de gemeente Vlagtwedde" (hierna: het plan).
AnnotatorH.J. de Vries
Pagina45-55
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BU1634
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijke ordeningsrecht
TitelRaad van State, 30-11-2011, 201012799
CiteertitelTBR 2012/10, p. 55-57
SamenvattingGeen wettelijke verplichting om een zienswijze in een zienswijzennota te anonimiseren. Relativiteitsvereiste. Art. 38a Monumentwet 1988 strekt kennelijk niet tot bescherming van de belangen waarvoor appellant in deze procedure bescherming zoekt. Beroepen ongegrond. Geen proceskostenveroordeling
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 18 november 2010, nr. 10026001, heeft de raad het bestemmingsplan "Woningbouwlocatie Varenlaan (Taweb)" vastgesteld.
Pagina55-57
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BU6341
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State, 23-11-2011, 201110350/1/R2
CiteertitelTBR 2012/11, p. 57-62
SamenvattingGedoogbeschikking. Concreet zicht op legalisatie. Significante effecten en compenserende maatregelen.
Samenvatting (Bron)RWE mag voorlopig doorgaan met bouw van kolencentrale in Eemshaven Het college van gedeputeerde staten van Groningen mocht besluiten de bouw van de kolengestookte elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven voor een periode van negen maanden te gedogen. Ook mocht het provinciebestuur het verzoek van Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu afwijzen om maatregelen te treffen tegen de bouw. Dit blijkt uit een uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (23 november 2011). Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu hadden een spoedprocedure aangespannen, omdat RWE na de uitspraak van de Raad van State van augustus jl. niet meer over een zogenoemde 'natuurvergunning' beschikt en de bouw van de centrale nadelige gevolgen zou hebben voor de nabijgelegen beschermde natuurgebieden. In deze spoedprocedure komt de Raad van State voorlopig tot het oordeel dat 'voldoende aannemelijk is gemaakt' dat de activiteiten die de gedoogvergunning voor een tijdelijke periode toestaat 'geen significante gevolgen' zullen veroorzaken voor het beschermde gebied. Om deze reden kan het provinciebestuur dan ook voor deze periode de activiteiten gedogen die nodig zijn voor het afbouwen van de kolencentrale in de Eemshaven. Hieronder vallen overigens niet de werkzaamheden die nodig zijn voor de zogenoemde laagbouw, bestaande uit een kantoorgebouw, een werkplaats en een magazijn, en voor de exploitatie van de centrale. RWE heeft te kennen gegeven in maart 2012 een nieuwe aanvraag voor de vereiste natuurvergunning voor het gehele project in te dienen bij het college van gedeputeerde staten van Groningen. De Raad van State heeft de natuurvergunning van RWE in een uitspraak van 24 augustus 2011 vernietigd. Naar het oordeel van de Raad van State was de zogenoemde 'passende beoordeling' van de mogelijke nadelige gevolgen van de vergunning voor het beschermde gebied onvolledig. Omdat voor een eventuele nieuwe vergunning ook een nieuwe aanvraag noodzakelijk was, heeft de Raad van State toen zelf de bestaande vergunning geweigerd. Greenpeace en de Stichting Natuur en Milieu vrezen onomkeerbare gevolgen door de voortdurende bouwactiviteiten aan de centrale. Omdat sinds 24 augustus een natuurvergunning voor die activiteiten ontbreekt, hebben ze het provinciebestuur verzocht handhavend op te treden tegen de activiteiten. In afwachting van een beslissing op hun bezwaren door het provinciebestuur, hebben ze de Raad van State verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
AnnotatorR.H.W. Frins , S.D.P. Kole
Pagina57-62
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BU5567
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Woningwet c.a.
TitelRaad van State, 12-10-2011, 201103083/1/H1
CiteertitelTBR 2012/12, p. 62-66
SamenvattingPlanologische voorbereidingsbescherming. Aanhoudingsplicht. Dubbele anticipatie.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 4 juni 2009, voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, heeft het college aan [vergunninghouder] onder ontheffing van het bestemmingsplan lichte bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bergruimte en tuinkamer op het perceel [locatie] te Eindhoven (hierna: het perceel). Bij uitspraak van 14 februari 2011, verzonden op de volgende dag, heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 maart 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 1 april 2011.
AnnotatorB. Rademaker
Pagina62-66
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BT7409
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Woningwet c.a.
TitelRaad van State, 12-10-2011, 201103083/1/H1
CiteertitelTBR 2012/12, p. 62-66
SamenvattingPlanologische voorbereidingsbescherming. Aanhoudingsplicht. Dubbele anticipatie.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 4 juni 2009, voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, heeft het college aan [vergunninghouder] onder ontheffing van het bestemmingsplan lichte bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bergruimte en tuinkamer op het perceel [locatie] te Eindhoven (hierna: het perceel). Bij uitspraak van 14 februari 2011, verzonden op de volgende dag, heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 maart 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 1 april 2011.
AnnotatorB. Rademaker
Pagina62-66
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BT7409
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Grondbeleid
TitelRechtbank Rotterdam, 03-10-2011, 387159/HA RK 11-222
CiteertitelTBR 2012/13, p. 67-71
SamenvattingVerzoek om een bevelschrift tot ontruiming. Afweging van belangen. Vervangende woonruimte. Ontruiming.

(Lansingerland / De Haas)
Samenvatting (Bron)Beschikking op het verzoekschrift ex artikel 57 van de Onteigeningswet.
AnnotatorR.L. de Graaff , J.A.M.A. Sluysmans
Pagina67-71
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BT6560
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Grondbeleid
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 09-11-2011, 3911655 / HA RK 11-203
CiteertitelTBR 2012/14, p. 71-75
SamenvattingNaar het oordeel van de rechtbank moet sprake zijn van een urgente persoonlijke situatie aan de zijde van de eigenaar van de onroerende zaak om te kunnen oordelen dat aankoop door de gemeente niet achterwege kan blijven. De rechtbank oordeelt echter dat dergelijke persoonlijke omstandigheden niet zijn komen vast te staan.

(Voorkeursrecht Kaag en Braassem)
Samenvatting (Bron)Verzoek ex artikel 27 Wet voorkeursrecht gemeenten (oud).
AnnotatorJ.B. Mus
Pagina71-75
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2011:BU6719
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Aanbestedingsrecht
TitelRechtbank Groningen, 10-06-2011, 124599/KG ZA 11-60
CiteertitelTBR 2012/15, p. 75-80
SamenvattingOverheidsaanbesteding. Aanbestedingsplicht. Müller-criteria. Staatssteun.
Samenvatting (Bron)Kern: is de overeenkomst in strijd met (Europese) regelgeving inzake aanbesteding en staatssteun? Samenvatting De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat (ten aanzien van het vastgoed) de Gemeente meer eisen heeft gesteld dan in het kader van haar publiekrechtelijke taak van haar verlangd wordt, dat er sprake is van een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel en dat deze overeenkomst juridisch afgedwongen zou kunnen worden. Er is daarom sprake van een overheidsopdracht voor werk. Tenslotte dienen alle onderdelen, het bouwrijp maken, het vastgoed en de garage als één project te worden beschouwd. De waarde van deze overheidsopdracht gaat uit boven het drempelbedrag. Het project had dan ook, gelet op de geldende regels naar Nederlands en Europees recht, openbaar (Europees) moeten worden aanbesteed. Nu het project openbaar (Europees) had moeten worden aanbesteed, is de overeenkomst vernietigbaar. Of ook de gemeente onder de specifieke omstandigheden van deze zaak, in dit geval ook rechtens een beroep op die vernietigbaarheid kan doen, is voorshands oordelend zeer de vraag. Deze vraag behoeft evenwel geen beantwoording, gelet op hetgeen hierna ten aanzien van de staatssteun wordt geoordeeld. Uit de overgelegde stukken en de gehouden pleidooien komt naar voren dat zowel de overeenkomst zelf als de later tussen partijen gemaakte afspraken elementen bevatten van staatssteun, die onverenigbaar lijken te zijn met de (Europeesrechtelijke) regelingen over dat onderwerp. Op grond van het voorgaande, het bepaalde in artikel 3:40 BW en de jurisprudentie over verboden staatssteun (HvJ EG 21 november 1991, C- 354/90 en Gerechtshof Den Haag, 10 juli 2008, LJN BD6981), is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Overeenkomst nietig is.
Pagina75-80
UitspraakECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8211
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Aanbestedingsrecht
TitelGerechtshof Arnhem, 26-04-2011, 200.079.443
CiteertitelTBR 2012/16, p. 80-81
SamenvattingOverheidsaanbesteding. Gewijzigde (voorgenomen) samenwerking met projectontwikkelaar. Aanbestedingsplicht. Müller-criteria. Staatssteun
Samenvatting (Bron)Overheidsaanbesteding. Gewijzigde (voorgenomen) samenwerking met projectontwikkelaar niet aanbestedingsplichtig.
Pagina80-81
UitspraakECLI:NL:GHARN:2011:BQ3090
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Aanbestedingsrecht
TitelRechtbank Alkmaar, 20-04-2011, 120392
CiteertitelTBR 2012/17, p. 82-92
SamenvattingGronduitgifte door gemeente ten behoeve van projectontwikkeling. Aanbestedingsplicht. Müller-criteria. Verboden staatssteun.
Samenvatting (Bron)Gronduitgifte door gemeente t.b.v. projectontwikkeling. Bouwclaimmodel. Vraag of gemeente aanbestedingsplicht had. Verboden staatssteun; uitgifte op marktconforme voorwaarden? De exploitatierisicos die de Gemeente in verband met de gronduitgifte loopt betreffen geen risicos die rechtstreeks verband houden met het al of niet tot realisatie komen van werken. Naar de stand van het recht in 2004 was het opnemen van een bouwplicht in een overeenkomst onvoldoende om van een aanbestedingsplichtig werk te spreken. Opname eisen in Beeldkwaliteitsplan waaraan de door de Participanten te ontwikkelen bebouwing moet voldoen leidt evenmin tot aanbestedingsplicht. De onderhavige vorderingen strekken er toe de verdere uitvoering van de gronduitgifte te blokkeren zolang de Commissie de uitgifte niet toelaatbaar heeft geacht. Voor de toewijsbaarheid van deze vorderingen geldt als maatstaf dat er voldoende aanwijzingen moeten zijn dat de Commissie tot het oordeel zal komen dat de bestreden maatregel als steun in de zin van het Verdrag moet worden beschouwd. Daaraan in casu niet voldaan. Tegenover gemotiveerde betwisting onvoldoende aanwijzingen voor niet-marktconforme uitgifte. Afwijzing.
Pagina82-92
UitspraakECLI:NL:RBALK:2011:BQ2032
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Overig privaatrecht
TitelRaad van Arbitrage voor de Bouw, 07-07-2011, 71.571
CiteertitelTBR 2012/18, p. 93-97
SamenvattingKoopovereenkomst woning met twee parkeerboxen. Parkeerboxen niet geschikt voor normaal gebruik. Non-conformiteit. Dwaling.
Pagina93-97
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Overig privaatrecht
TitelGerechtshof Leeuwarden, 05-07-2011, 200.040.671/01
CiteertitelTBR 2012/19, p. 98-106
SamenvattingAannemingsovereenkomst met consument. Arbitragebeding in algemene voorwaarden. Onredelijk bezwarend.
Samenvatting (Bron)Aannemingsovereenkomst met consument. Arbitragebeding in algemene voorwaarden. Toetsing aan EG-richtlijn "oneerlijke bedingen". Beding als onredelijk bezwarend aangemerkt. Hoger beroep van incidenteel vonnis.
AnnotatorC.M.D.S. Pavillon
Pagina98-106
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2011:BR2500
Artikel aanvragenVia Praktizijn