Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 10-02-2012
Aflevering 1
RubriekEditorial
Titel(Te) lang opsluiten? De wettelijke begrenzing van de maximumduur van de gevangenisstraf
CiteertitelDD 2012, 1
Samenvatting'De beveiliging van de samenleving is een zeer reëel ding. Het is echter een misvatting te menen, dat deze beveiliging gediend is met het opleggen en ten uitvoer leggen van langdurige gevangenisstraffen, te meer als die straffen ten uitvoer gelegd worden op de wijze, waarop dit thans geschiedt.'
Auteur(s)P.A.M. Mevis
Pagina1-20
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDrassige gronslagen voor strafbaarstelling. Het wetsvoorstel ter verruiming van de strafrechtelijke aanpak van huwelijksdwang
CiteertitelDD 2012, 2
SamenvattingNederland worstelt met het immigratievraagstuk; de toestroom van mensen uit andere landen heeft het culturele landschap blijvend veranderd. Dat heeft gevolgen op allerlei vlak, ook voor de strafrechtwetgeving. Gevoelde culturele tegenstellingen en groeiende xenofobie hebben ertoe geleid dat een perspectief van nationaal burgerschap opgeld doet. Via bijbehorende populistische politiek wordt gewaarschuwd voor verlies van de ‘eigen culturele identiteit’ en worden onderliggende onveiligheidsgevoelens aangewakkerd. Op wetgevingsterrein leidt dit tot aandacht voor (vermeend) culturele delicten, zoals eerwraak, polygamie, meisjesbesnijdenis en huwelijksdwang. Over dat laatste, de huwelijksdwang, gaat deze bijdrage.
Auteur(s)R.S.B. Kool
Pagina21-35
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe toerekeningsvatbaarheid. Hoe verder?
CiteertitelDD 2012, 3
SamenvattingDe bijdrage van de psychiatrie en psychologie aan de strafrechtspleging staat al geruime tijd, zeker het afgelopen decennium, onder druk. De discussie begon met de introductie van gestandaardiseerde meetinstrumenten waarmee het delict-recidiverisico beter ingeschat kon worden dan volgens de traditionele klinische methode mogelijk zou zijn. Dat ging met veel rumoer gepaard. Vervolgens kwam het begrip toerekeningsvatbaarheid onder vuur te liggen, alsmede de operationaliseerbaarheid daarvan: het zou niet (goed) mogelijk zijn de invloed van een stoornis op een delict dat in het verleden is voorgevallen, vast te stellen. Hierna kwam de problematiek van de wilsvrijheid aan bod. Het is evident dat het thema van de wilsvrijheid in de algemene belangstelling staat, zeker met de bloei van de neurowetenschappen, waar beroemde experimenten de feitelijkheid van de wilsvrijheid zouden weerleggen. Dat had zijn invloed op de forensische psychiatrie. Omdat vermindering van toerekeningsvatbaarheid – naar de gangbare strafrechtelijke opvatting – wilsonvrijheid inhoudt en daarmee impliciet het begrip van wilsvrijheid veronderstelt, hebben forensische psychiaters in toenemende mate moeite met het vellen van een oordeel over de toerekeningsvatbaarheid. De notie van wilsvrijheid zou – zo is dan de mening – geen plaats hebben in het veld van de wetenschap. Men zou zich van een oordeel over de toerekeningsvatbaarheid willen onthouden. Of indien men wel een advies over de toerekeningsvatbaarheid zou willen geven, zou een aantal van hen de in Nederland gangbare specificatie in termen van een 5-puntschaal willen afwijzen. Dit heeft zijn neerslag gevonden in de Conceptrichtlijn Psychiatrisch Onderzoek en Rapportage (‘pro Justitia’).
Auteur(s)A.W.M. Mooij
Pagina36-53
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelA.R. Hartmann, Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law (oratie Rotterdam), Apeldoorn/Antwerpen: Maklu 2011
CiteertitelDD 2012, 4
Auteur(s)F.C.M.A. Michiels
Pagina54-57
LinkVolledige tekst rede (eur.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCriminologie
TitelCriminologie - Het mysterie van het wetsvoorstel Minimumstraffen
CiteertitelDD 2012, 6
SamenvattingOp dit moment ligt een wetsvoorstel voor de invoering van minimumstraffen ter consultatie bij de Raad van State. De volgende stap is behandeling in de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel voorziet in een belangrijke beperking van de rechterlijke straftoemetingsvrijheid. In geval van recidive (binnen tien jaar) zou bij misdrijven waarop een wettelijk maximum gevangenisstraf van 8 jaar of meer staat, een minimumstraf opgelegd moeten worden die minimaal de helft van dat strafmaximum bedraagt. Het wetsvoorstel zag oorspronkelijk het licht in de vorm van een initiatiefvoorstel van PVV Kamerlid De Roon. Opmerkelijk is dat minister Opstelten van Veiligheid en Justitie nog een schepje bovenop het thans voorliggende voorstel heeft gedaan door voor te stellen de regeling van toepassing te laten zijn op misdrijven met een strafmaximum van 8 jaar of meer, terwijl het eerst gericht was op misdrijven van 12 jaar of meer. De regeling krijgt zo een veel ruimere reikwijdte dan in eerste instantie het geval was.
Auteur(s)F.C.M.A. Michiels
Pagina61-68
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelDe verleiding van feiten van algemene bekendheid
CiteertitelDD 2012, 7
SamenvattingDat een verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan, zal door (wettige) bewijsmiddelen moeten worden gestaafd, zo is de strekking van artikel 338 Sv. Een uitzondering op die regel is te vinden in artikel 339 lid 2 Sv dat bepaalt dat feiten of omstandigheden van algemene bekendheid geen bewijs behoeven. Feiten van algemene bekendheid zijn volgens de Hoge Raad ‘gegevens die ieder van de rechtstreeks bij het geding betrokkenen geacht moet worden te kennen of die hij zonder noemenswaardige moeite uit algemeen toegankelijke bronnen kan achterhalen’. ‘Voor algemene ervaringsregels’, aldus de Hoge Raad ‘geldt hetzelfde’. Feiten van algemene bekendheid moeten kortom worden begrepen als gegevens of ervaringen waarvan kan worden aangenomen dat ieder mens, althans een bepaalde kring van personen, ze kent, of ieder mens ze heeft. Het lijkt inderdaad overbodig om in het geval dergelijke gegevens in strafprocesrechtelijke context relevant zijn – zoals daar zijn de ervaringen dat men eerder in de slip raakt op een nat dan op een droog wegdek, dat bingo een kansspel is, dat brandwijn sterke drank is, of dat in slecht weer koersafwijkingen met een vrachtwagen beter kunnen worden gecorrigeerd bij een lage snelheid – de eis te stellen dat zij onderbouwd worden door één van de wettige bewijsmiddelen. De ratio van het niet hoeven bewijzen van feiten van algemene bekendheid is door Van Woensel aldus geformuleerd dat een grens moet worden gesteld aan het steeds ‘opnieuw ter discussie stellen van de juistheid van algemeen aanvaarde oordelen over de ervaringswerkelijkheid’. Dat een feit van algemene bekendheid geen bewijs behoeft, betekent tegelijkertijd dat gegevens of ervaringen die algemeen bekend zijn een onderbouwing voor het ten laste gelegde kunnen leveren. Een feit van algemene bekendheid functioneert dan als bewijsgrond, met die bijzonderheid dat de relevante informatie niet uit de bewijsmiddelen hoeft te blijken en de rechter daar in zijn motivering ook geen aandacht aan hoeft te besteden. In het A.C.A.B-arrest heeft de Hoge Raad in dat licht bepaald dat het niet zo kan zijn dat een beslissing steunt op informatie die niet bekend is bij de verdediging of het openbaar ministerie, en dat zij daardoor ook geen standpunt hebben kunnen innemen over die informatie. Als derhalve niet zonder meer duidelijk is dat het gaat om een algemeen bekend gegeven dient de rechter dat gegeven ter zitting aan de orde te stellen.
Auteur(s)L. (Lonneke) Stevens
Pagina69-82
LinkVolledige tekst artikel (bewijs-in-strafzaken.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Zwolle, 20-01-2011, 07.660204-10
CiteertitelDD 2012, 7.1
Samenvatting‘Het is immers een feit van algemene bekendheid dat mensenbeten, ook indien geen gevaar op HIV-besmetting dan wel hepatitis-besmetting aanwezig zou zijn, de aanmerkelijke kans met zich meebrengen dat zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht. Uit algemeen toegankelijke bronnen blijkt dat mensenbeten gevaarlijk zijn, omdat met de beet schadelijke bacteriën uit de mond in de huid en/of bloedbaan van de andere persoon kunnen worden gebracht. Hierdoor kunnen moeilijk te behandelen infecties ontstaan. Het risico op infectie door een mensenbeet is groot en kan mogelijk zelfs de dood tot gevolg hebben. Het is eveneens een feit van algemene bekendheid dat een bacteriële infectie in en rond een wond de kans op een abnormaal litteken groter maakt. Dat gevaar is dusdanig groot dat naar algemene ervaringsregels van een aanmerkelijke kans moet worden gesproken.
Samenvatting (Bron)De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat mensenbeten de aanmerkelijke kans met zich meebrengen dat zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht. Dit in verband met de schadelijke bacteriën uit de mond en de kans op infecties.
Pagina69-69
UitspraakECLI:NL:RBZLY:2011:BP3585
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Almelo, 14-04-2011, 08/710100-11
CiteertitelDD 2012, 7.2
Samenvatting‘Het is een feit van algemene bekendheid dat zich in de borststreek vitale organen, zoals het hart, bevinden. Nu het voorts een algemene ervaringsregel is, dat indien op dit kwetsbare onderdeel van het lichaam geweld wordt uitgeoefend, zoals in dit geval steken met een mes, de aanmerkelijke kans bestaat dat dit de dood van het slachtoffer tot gevolg heeft, moet ook de verdachte daarvan op de hoogte zijn geweest. Door niettemin te handelen zoals de verdachte heeft gedaan, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank ook bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zou kunnen overlijden. Dat aangever heeft verklaard dat het nog enige tijd duurde alvorens hij bemerkte dat hij was gestoken en niet middels een medische verklaring expliciet is komen vast te staan hoe diep de wond was, doet hier niet aan af’.
Samenvatting (Bron)Verdachte stak het slachtoffer met een mes in de borst. Is sprake van (voorwaardelijk) opzet op het overlijden? Kan verdachte zich, gelet op de eraan voorafgaaande feiten, beroepen op putatief noodweer of noodweerexces?
Pagina69-69
UitspraakECLI:NL:RBALM:2011:BQ4671
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Zwolle, 14-02-2011, 07.660253-10
CiteertitelDD 2012, 7.3
Samenvatting‘Uit de verklaring van [aangever] en het bij hem geconstateerde letsel, maakt de rechtbank op dat er met kracht is gestoken in de buik van [aangever], waarbij een diepe steekwond is ontstaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat de buik – door de zich daar bevindende vitale organen – een kwetsbaar onderdeel van het lichaam is. Het steken met een mes in de buik levert een aanmerkelijke kans op de dood op’.
Samenvatting (Bron)Poging doodslag. Gelet op het steken met een mes in de buik heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op het overlijden van het slachtoffer. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat de buik, door de zich daar bevindende vitale organen, een kwetsbaar onderdeel van het lichaam is. Het niet kunnen toetsen van een getuigenverklaring levert in casu geen vormverzuim op.
Pagina69-69
UitspraakECLI:NL:RBZLY:2011:BQ5059
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Zwolle, 26-05-2011, 07.607315-09 (P)
CiteertitelDD 2012, 7.4
Samenvatting‘Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een zeer kwetsbaar en uiterst vitaal deel van het menselijk lichaam is en dat één harde schop tegen het hoofd al tot de dood kan leiden. Daarom bestaat bij het geven van één harde schop reeds de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer dodelijk wordt getroffen’.
Samenvatting (Bron)Medeplegen van poging tot doodslag. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een zeer kwetsbaar en uiterst vitaal deel van het menselijk lichaam is en dat één harde schop tegen het hoofd al tot de dood kan leiden. Daarom bestaat bij het geven van één harde schop reeds de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer dodelijk wordt getroffen. Het doorgaan met krachtig schoppen tegen het hoofd, terwijl het slachtoffer op de grond ligt, is naar de uiterlijke verschijningsvorm beoordeeld het aanvaarden van de kans op het intreden van de dood van het slachtoffer. Dat verdachte na het schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer op enig moment daarmee is gestopt, al dan niet uit eigen beweging, doet aan het voorgaande oordeel niet af.
Pagina69-70
UitspraakECLI:NL:RBZLY:2011:BR3859
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Breda, 12-10-2010, 800414-10 [P]
CiteertitelDD 2012, 7.5
Samenvatting‘Het is een feit van algemene bekendheid dat skimmen van betaalpassen, teneinde met de aldus verkregen gegevens op grote schaal waardekaarten valselijk op te maken met het oogmerk om met die valse dragers van identiteitsgegevens langs automatische weg en bij voorkeur in het buitenland geld op te nemen, niet door één persoon wordt verricht, maar in het kader van een (veelal internationaal) samenwerkingsverband plaatsvindt. Om uiteindelijk met vervalste passen geld op te kunnen nemen van nietsvermoedende rekeninghouders, dienen de activiteiten van de verschillende deelnemers binnen de organisatie onderling nauw op elkaar te worden afgestemd en dragen zij derhalve naar hun aard een planmatig karakter’.
Samenvatting (Bron)de rb. veroordeelt verd. tot een gevangenisstraf van 12 maanden voor een poging tot skimmen (samen met anderen) en deelname aan een criminele organisatie.
Pagina70-70
UitspraakECLI:NL:RBBRE:2010:BO0120
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-07-2011, 20/003246-07
CiteertitelDD 2012, 7.6
Samenvatting‘Het is een feit van algemene bekendheid dat – zoals ook in het proces-verbaal van politie is gerelateerd – met 10 liter plantenvoeding ongeveer 200 planten kunnen worden geteeld. Het hof concludeert daaruit dat veroordeelde met 35 liter plantenvoeding 700 hennepplanten heeft geoogst’.
Samenvatting (Bron)Profijtontneming. Feit van algemene bekendheid. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BP0291. s Hofs oordeel dat het een feit van algemene bekendheid is dat met 10 liter plantenvoeding ongeveer 200 hennepplanten kunnen worden geteeld, is niet zonder meer begrijpelijk.
Pagina70-70
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BQ6555
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-01-2011, 09/00921
CiteertitelDD 2012, 7.7
Samenvatting‘3.2.2.
Geen rechtsregel dwingt de rechter ertoe een algemeen bekend gegeven bij het onderzoek op de terechtzitting ter sprake te brengen. Indien echter niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, behoort de rechter dat gegeven aan de orde te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting. Aldus wordt voorkomen dat hij zijn beslissing doet steunen op mededelingen of waarnemingen die hem buiten het geding ter kennis zijn gekomen en waarvan de overige bij het geding betrokkenen onkundig zijn gebleven, zodat zij niet in staat zijn geweest zich daarover uit te laten. Indien bij dat onderzoek op de terechtzitting vervolgens het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt wordt ingenomen dat en waarom het gegeven niet van algemene bekendheid is, zal de rechter in geval van afwijking van dat standpunt in zijn uitspraak op de voet van art. 359, tweede lid, Sv de redenen dienen op te geven die daartoe hebben geleid.

(A.C.A.B.-arrest)
Samenvatting (Bron)Art. 339.2 Sv, feiten of omstandigheden van algemene bekendheid. Beledigen agent door dragen van jack met daarop de opdruk "A.C.A.B.". De HR stelt voorop dat indien niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, de rechter dat gegeven aan de orde behoort te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting. Aldus wordt voorkomen dat hij zijn beslissing doet steunen op mededelingen of waarnemingen die hem buiten het geding ter kennis zijn gekomen en waarvan de overige bij het geding betrokkenen onkundig zijn gebleven, zodat zij niet in staat zijn geweest zich daarover uit te laten. Indien bij dat onderzoek op de terechtzitting vervolgens het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt wordt ingenomen dat en waarom het gegeven niet van algemene bekendheid is, zal de rechter in geval van afwijking van dat standpunt in zijn uitspraak op de voet van art. 359.2 Sv de redenen dienen op te geven die daartoe hebben geleid. Het Hof heeft geoordeeld dat A.C.A.B. een afkorting is van All Cops Are Bastards en dat de betekenis van deze afkorting als een feit van algemene bekendheid heeft te gelden. Uit s Hofs overwegingen moet worden afgeleid dat het voor het Hof niet zonder meer duidelijk was dat dit een feit van algemene bekendheid was en verder dat, in aanmerking genomen dat ook de processen-verbaal van de terechtzittingen dienaangaande niets inhouden, het Hof zich omtrent dat gegeven buiten het onderzoek op de terechtzitting om heeft doen voorlichten. Aldus heeft het Hof gehandeld in strijd met hetgeen is vooropgesteld. Opmerking verdient nog dat het in dit verband moet gaan om een feit dat in Nederland van algemene bekendheid is. Daartoe is het aantal treffers bij het zoeken in alle, ook anderstalige, internetsites niet zonder meer redengevend. Hetzelfde geldt voor het aantal treffers van de gebezigde zoekmachine waarop het Hof zich heeft beroepen, zonder evenwel te verduidelijken op welke of wat voor soort internetsites die treffers betrekking hebben.
Annotator Mevis
Pagina70-70
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP0291
Artikel aanvragenVia Praktizijn