Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 31-05-2012
Aflevering 5
RubriekEditorial
TitelDe zittingsrechter in strafzaken
CiteertitelDD 2012, 34
SamenvattingDe onafhankelijkheid en de vrijheid van de verdediging in strafzaken brengen mee dat de rechter zich in beginsel niet bemoeit met de inhoud en de strategie van de verdediging. De raadsman en de verdachte moeten, in goed overleg, zelf kunnen bepalen op welke wijze de verdediging wordt gevoerd. Prakken en Spronken leiden uit dit uitgangspunt af dat de rechter alleen behoort te interveniëren in het uitzonderlijke geval dat de raadsman in het geheel geen rechtsbijstand verleent. Dan is het overduidelijk dat de raadsman tekort schiet in de hem opgedragen taak. Maar die uitzondering bevestigt in deze benadering slechts de regel dat de rechter zich niet mengt in de keuzes die de raadsman in het kader van zijn rechtsbijstand aan de verdachte maakt.
Auteur(s)A.A. Franken
Pagina361-368
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelHet bewijs van causaal verband in de Groninger HIV-zaak
CiteertitelDD 2012, 35
SamenvattingDe gebeurtenissen die aan de Groninger HIV-zaak ten grondslag liggen dateren alweer van enige jaren geleden. De casus, die rond het opzettelijk besmetten van mannen met HIV op seksfeesten draait, kon op veel media-aandacht rekenen. Ook in de strafrechtdoctrine bleef zij niet onopgemerkt: in een bijdrage aan dit blad is Kwakman ingegaan op het causale verband in deze zaak, mede aan de hand van eerdere door hem geschreven publicaties.
Auteur(s)E.M. Witjens
Pagina369-381
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelVoorlopige hechtenis in tijden van risicomanagement. Lijdende of leidende beginselen?
CiteertitelDD 2012, 36
SamenvattingUit onderzoek onder rechters blijkt dat de voorlopige hechtenis niet wordt benaderd vanuit terughoudendheid en een strikte interpretatie van de wettelijke regeling. Voorlopige hechtenis is een handig instrument voor risicobeheersing. Het denkkader van de rechter sluit daarmee aan bij het huidige politieke beleid en het veiligheidsdenken dat in de huidige samenleving centraal staat. Terug naar terughoudendheid met een appèl op de onschuldpresumptie, is daarom niet realistisch. Wel kunnen, mede vanuit de gedachte dat de voorlopige hechtenis geen exclusieve strafdoelen mag dienen en de straf niet mag beïnvloeden, bepaalde knelpunten worden aangepakt. Dat betekent niet alleen dat de praktijk voor verbetering vatbaar is, maar wellicht ook dat de bestaande wettelijke regeling zou moeten worden herzien.
Auteur(s)L. (Lonneke) Stevens
Pagina382-405
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelF.W. Bleichrodt, Over burgers en opsporing (oratie Rotterdam), Deventer: Kluwer 2010
CiteertitelDD 2012, 37
Auteur(s)M.J. Borgers
Pagina406-413
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelV. Geeraets, A Neutral Conception of Punishment. A Philosophical Analysis (diss. Groningen), Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2011
CiteertitelDD 2012, 38
SamenvattingISBN: 9789036749770
Auteur(s)K. Rozemond
Pagina414-418
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelMedeplegen: back to basics
CiteertitelDD 2012, 43
SamenvattingIn het afgelopen jaar zijn door de strafkamer van de Hoge Raad veel arresten gewezen inzake de toepassing en invulling van de deelnemingsconstructie medeplegen in samenhang met betrokkenheid bij strafbare feiten rondom de teelt van hennep. Een korte inventarisatie van deze jurisprudentie levert een beeld op waarbij een cassatieberoep met een middel dat zich richt tegen de inhoudelijke motivering van het bewezen geachte medeplegen een goede kans van slagen lijkt te hebben. De feitelijke rechtspraak blijkt immers nogal eens te snel tot een veroordeling te besluiten op grond van een te ruime interpretatie van de feitelijke en/of juridische grondslag van het betreffende medeplegen. Dat levert in de theorie en praktijk veel narrigheid en onduidelijkheid op over in welk geval en onder welke omstandigheden gezien de geldende voorwaarden van aansprakelijkheid tot het bewezen achten van medeplegen mag worden besloten. In deze bijdrage wordt aan de hand van een beknopte selectie van arresten van het afgelopen jaar inzake medeplegen in situaties waarbij hennepteelt aan de orde is, ingegaan op de lijn die uit de betreffende arresten kan worden opgemaakt. Daarnaast wordt getracht aan de hand van het ontstane beeld, ondersteund door andere arresten terzake van medeplegen van het afgelopen jaar, de grenzen van de aansprakelijkheid bij medeplegen naar huidige maatstaven scherper te markeren.
Auteur(s)A.R. Hartmann
Pagina449-460
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-02-2012, 10/01517 en 10/01518
CiteertitelDD 2012, 43.1
Samenvatting“2.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 1, tweede cumulatief, bewezenverklaard dat: ‘hij, in de periode van 17 oktober 2006 tot en met 7 maart 2007 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening elektriciteit heeft weggenomen, toebehorende aan Eneco Netbeheer BV, zulks na het weg te nemen goed onder hun bereik te hebben gebracht door middel van het verbreken van de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast.’”
Pagina449-449
LinkVolledige tekst uitspraak (ECLI:NL:HR:2012:BU6905, rechtspraak.nl)
LinkVolledige tekst uitspraak (ECLI:NL:HR:2012:BU6906, rechtspraak.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-02-2012, 10/01920
CiteertitelDD 2012, 43.2
Samenvatting“3.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 1, tweede cumulatief, bewezenverklaard dat: ‘hij, in de periode van 1 november 2006 tot en met 13 februari 2007 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening elektriciteit heeft weggenomen, toebehorende aan Eneco Netbeheer BV, zulks na het weg te nemen goed onder hun bereik te hebben gebracht door middel van het verbreken van de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast.’”
Samenvatting (Bron)Gegronde bewijsklacht medeplegen diefstal elektriciteit en vervoer hennep.
Pagina449-451
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BU6922
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 11-10-2011, 10/01703
CiteertitelDD 2012, 43.3
Samenvatting“2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
‘1. hij op 07 februari 2008 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 444 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; (...)

Samenvatting (Bron)Gegronde bewijsklacht medeplegen.
Pagina451-452
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BR2892
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 24-05-2011, 10/00310
CiteertitelDD 2012, 43.4
Samenvatting“2.2.1. Het Hof heeft onder 1 bewezenverklaard dat de verdachte: ‘in de periode van 1 november 2005 tot en met 1 juni 2006 te Waalwijk, tezamen en in vereniging met een ander, in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid hennepplanten en stekken van hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.’
Samenvatting (Bron)Bewijsklacht medeplegen. HR stelt voorop dat de art. 47 tot en met 51 Sr - al dan niet in zogenoemd functionele vorm - diverse mogelijkheden bieden om iemand onder specifieke voorwaarden strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit. In geval van het medeplegen houden die voorwaarden vooral in dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Uit ’s Hofs bewijsvoering kan niet volgen dat verdachte zo nauw en bewust heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen van de bewezenverklaarde gedragingen. De door het Hof in aanmerking genomen omstandigheden dat verdachte verantwoordelijk is voor hetgeen zich in zijn zaak afspeelt en dat hij zeggenschap heeft over zijn medewerkers, welke omstandigheden er aan zouden kunnen bijdragen dat verdachte als “functionele dader” van de bewezenverklaarde gedragingen wordt aangemerkt, zijn onvoldoende om een dergelijke bewuste en nauwe samenwerking te kunnen aannemen. Conclusie AG: anders.
Pagina453-454
UitspraakECLI:NL:HR:2011:BP6581
Artikel aanvragenVia Praktizijn