Journaal Ondernemingsrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Journaal Ondernemingsrecht
Datum 08-08-2012
Aflevering 6
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-01-2012, HD 200.043.632 T
CiteertitelJRV 2012, 659
SamenvattingReikwijdte 403-verklaring.
Vervalt de schuld waarvoor door de moedervennootschap een 403-verklaring is afgegeven door een dading tussen dochtervennootschap en haar wederpartij?
Samenvatting (Bron)Is de schuld waarvoor een 403-verklaring is afgegeven teniet gegaan door een dading tussen de curator van de failliete dochter en de wederpartij? Valt de vordering tot terugbetaling van al hetgeen waartoe de wederpartij van de failliete dochter bij vonnis in eerste aanleg is veroordeeld onder de 403-verklaring?
Pagina219-219
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2012:BV1960
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Amsterdam, 14-02-2012, 200.081.990/01
CiteertitelJRV 2012, 660
SamenvattingKoper aandelen heeft met sluiten koopovereenkomst afstand gedaan van eventuele intercompany vordering op verkoper.
Samenvatting (Bron)Koopovereenkomst met betrekking tot aandelen in een besloten vennootschap; uitleg overeenkomst.
Pagina219-220
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2012:BV7744
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 29-02-2012, AWB 11/7534 en AWB 11/8933
CiteertitelJRV 2012, 661
SamenvattingAansprakelijkheid. Aandeelhouder. Zorgvuldigheidsnorm. Lastgeving. Lex loci delicti. Minderheidsaandeelhouder. Onrechtmatige daad.
Nalaten minderheidsaandeelhouder kan niet als schending van wettelijke verplichting of zorgvuldigheidsnorm worden aangemerkt.
Samenvatting (Bron)Eiseressen zijn plaatsvervangend secretarissen bij het Regionale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag (RTG). Zij hebben verzocht om uitbetaling van achterstallige vacatiegelden. In dit geschil staat vast dat de door de secretaris van het RTG van verweerder ontvangen vacatiegelden niet geheel werden doorbetaald aan de plaatsvervangend secretarissen. De rechtbank overweegt allereerst dat eiseressen geen ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet zijn. Eiseressen zijn weliswaar bij Koninklijk Besluit tot plaatsvervangend secretaris benoemd, maar niet is gebleken dat zij zijn aangesteld als ambtenaar. Het feit dat zij vacatiegeld ontvingen voor hun werkzaamheden bevestigt dat zij niet zijn aangesteld als ambtenaar. Eiseressen zijn benoemd in hun functie voor het verrichten van enkele diensten. Volgens vaste jurisprudentie (Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2007, LJN: BB2371) zijn financiŽle aanspraken jegens de overheid op grond van de rechtszekerheid na een termijn van vijf jaren niet meer in rechte afdwingbaar. Eiseressen hebben voor het eerst bij brief, ingekomen bij verweerder op 21 augustus 2008, aanspraak gemaakt op uitbetaling van achterstallige vacatiegelden. Dit brengt mee dat eiseressen op grond van de rechtszekerheid in beginsel geen aanspraak meer kunnen maken op vůůr 21 augustus 2003 aan hen niet uitbetaalde vacatiegelden. Weliswaar heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseressen als afgestudeerde juristen een eigen onderzoeksplicht hebben inzake de hen toekomende vacatiegelden, maar daar staat tegenover dat deze onderzoeksplicht minder vergaand is of zelfs kan vervallen, naar de mate waarin eiseressen op concrete door hen gestelde vragen onjuist zijn voorgelicht. Niet weersproken is dat eiseressen op hun meermaals gestelde uitdrukkelijke vraag aan de secretarissen naar het achterwege blijven van indexatie van de vacatiegelden deels onjuist en deels onvolledig zijn ingelicht. Onjuist, omdat hen is voorgehouden dat de vacatiegelden door verweerder nooit zijn verhoogd en onvolledig, omdat hen daarbij niet is verteld dat hen niet het volledige vacatiegeld werd uitgekeerd. Eiseressen hebben terecht aangevoerd dat er voor hen geen aanleiding bestond deze mededelingen te wantrouwen en op waarheid te toetsen. Onder deze omstandigheden kan verweerder zich er in redelijkheid niet op beroepen dat eiseressen zelf onderzoek hadden moeten verrichten naar de hoogte van de hen toekomende vacatiegelden. Hierbij komt dat verweerder het verwijt treft dat hij gedurende de gehele hier aan de orde zijnde periode geen enkele controle heeft uitgeoefend op de juiste uitbetaling van de vacatiegelden aan de plaatsvervangend secretarissen. Doorslaggevend acht de rechtbank voorts dat in de Regeling vacatiegelden secretarissen van 15 december 1998 expliciet is vermeld dat de vacatiegelden bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wet BIG voor de secretarissen en plaatsvervangend secretarissen van de tuchtcolleges en het centrale tuchtcollege 432,-- bedragen. Vanaf dat moment is verweerder vacatiegelden blijven uitbetalen aan de secretarissen, die niet bevoegd waren een declaratie is te dienen voor werkzaamheden die door de plaatsvervangend secretarissen werden verricht. De plaatsvervangend secretarissen staan immers vanaf dat moment expliciet als zelfstandig rechthebbenden op vacatiegelden in de Regeling vacatiegelden secretarissen genoemd. Verweerder is echter ook na 15 december 1998 blijven uitkeren op declaraties ingediend door daartoe niet bevoegde secretarissen, terwijl bovendien niet werd uitbetaald op de rekeningen van de rechthebbenden, de plaatsvervangend secretarissen, maar op de rekening van de secretaris, zonder enige controle of de vacatiegelden aan de rechthebbenden werden uitgekeerd. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het beroep van verweerder op verjaring, voor zover het betreft de periode van 15 december 1998 tot 21 augustus 2003, onaanvaardbaar is.
AnnotatorM.C. van Rijswijk
Pagina220-220
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2012:BV8212
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 13-03-2012, 200.044.357
CiteertitelJRV 2012, 662
SamenvattingVerbintenissenrecht. Is DGA naast de vennootschap krachtens algemene voorwaarden persoonlijk aansprakelijk voor nakoming van de overeenkomst?
Nee, aangezien hij de overeenkomst heeft getekend als bestuurder van de vennootschap.
Samenvatting (Bron)Persoonlijke aansprakelijkheid van de directeur uit hoofde van algemene voorwaarden?
Pagina220-221
UitspraakECLI:NL:GHARN:2012:BW0195
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelOndernemingskamer Gerechtshof Amsterdam, 29-03-2012, 200.096.228 OK
CiteertitelJRV 2012, 663
SamenvattingBeŽindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen.
Pagina221-221
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Amsterdam, 03-04-2012, 200.092.265/01
CiteertitelJRV 2012, 664
SamenvattingVordering niet ingesteld binnen termijn regeling uitkoop na openbaar bod. Gelegenheid voor eiseres om stukken in het geding te brengen over het 95% vereiste en over de door haar gevorderde prijs voor de aandelen.
Samenvatting (Bron)Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 3 april 2012; Go Acquisition B.V. / Gamma Holding N.V. c.s.
Pagina221-221
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2012:BW4132
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Amsterdam, 05-04-2012, 200.071.997
CiteertitelJRV 2012, 665
SamenvattingWanbeleid. Bij wijze van voorziening (gedeeltelijke) vernietiging van het door de algemene vergadering van aandeelhouders genomen dechargebesluit.
Samenvatting (Bron)De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van Fortis N.V. in de periode vanaf september 2007 tot en met september 2008 met betrekking tot de uitvoering van haar solvabiliteitsplanning in 2008, de informatieverschaffing over haar subprime-portefeuille in het emissieprospectus van 20 september 2007 en de trading update van 21 september 2007, alsmede met betrekking tot haar communicatiebeleid in deze periode. De Ondernemingskamer heeft voorts het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Fortis N.V. van 29 april 2008 tot het verlenen van decharge aan het bestuur voor het in 2007 gevoerde beleid gedeeltelijk vernietigd.
Pagina221-223
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Amsterdam, 05-04-2012, 200.097.565/01
CiteertitelJRV 2012, 666
SamenvattingNiet-ontvankelijkheid jegens een van de verweersters. Geen gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen. Afwijzing van het verzoek tot een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen.
Samenvatting (Bron)Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 5 april 2012; Van Genderen Invest B.V. / Zadeko Shipmanagement B.V.
Pagina223-223
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2012:BW4144
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Amsterdam, 10-04-2012, 200.101.141/01
CiteertitelJRV 2012, 667
SamenvattingConcernenquÍte. Gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Onderzoek bevolen. Benoeming van een bestuurder bij wijze van onmiddellijke voorziening.
Samenvatting (Bron)Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 10 april 2012; Sequoia Nederland B.V. / Sequoia Holding B.V.
Pagina223-224
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2012:BW4140
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof Amsterdam (Ondernemingskamer), 18-04-2012, 200.101.310 OK
CiteertitelJRV 2012, 668
SamenvattingNiet voldoen van jaarrekening aan inzichtvereiste. Kosten ter bescherming of verkrijging van patent ten onrechte als voorziening opgenomen. Vernietiging vaststellingsbesluit en bevel tot herinrichting.
Pagina224-224
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Utrecht, 07-09-2011, 288659 / HA ZA 10-1383
CiteertitelJRV 2012, 669
SamenvattingAandelenoverdracht. Verbod van financiŽle steunverlening. Management vergoeding. Managementovereenkomst. Nietigheid. Beroepsfout. Advocaat.
Advocaat aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit managementovereenkomst die nietig is in verband met verboden steunhandeling.
Samenvatting (Bron)Bij overname aandelen is tussen partijen afgesproken dat een deel van de koopsom gedurende tien jaar als managementvergoeding zal worden betaald. Deze betalingsverplichting is op de vennootschap komen te rusten. Bij arbitraal vonnis is de managementovereenkomst nietig beoordeeld wegens strijd met de strekking van artikel 2:207c lid 1 BW. Beroepsfout advocaat. Schade. Causaal verband.
AnnotatorH.J.M.M. van Boxel
Pagina224-225
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2011:BV9528
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 15-02-2012, 377106 / HA ZA 11-990
CiteertitelJRV 2012, 670
SamenvattingBenadelende dividenduitkeringen.
Is het nemen van een dividend- en agiobesluit door aandeelhouders van een BV die een schip heeft gekocht onrechtmatig jegens de verkoper van het schip omdat de koper hierdoor mogelijk niet meer kan nakomen?
Samenvatting (Bron)Koopovereenkomst schip. Aandeelhouders van koper nemen dividend- en agiobesluit waardoor liquiditeiten worden onttrokken. Onrechtmatig jegens verkoper schip omdat koper hierdoor mogelijk niet meer kan nakomen?
Pagina225-225
UitspraakECLI:NL:RBROT:2012:BV6382
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank 's-Hertogenbosch, 21-03-2012, 235144 HA ZA 11/1379
CiteertitelJRV 2012, 671
SamenvattingOntbinding. Vereffening. Rechtmatigheid. Schuldeisers. Schade. Causaal verband.
Ondanks aanwezigheid van baten en schuldeiser achterwege laten van vereffening is onrechtmatig jegens schuldeiser.
Samenvatting (Bron)Korte samenvatting: Contradictoir. De ontbinding van een vennootschap zonder vereffening is onrechtmatig jegens schuldeiser omdat is gebleken dat er nog wel een bate was.Schuldeiser heeft schade en causaal verband met het achterwege laten van de ontbinding onvoldoende onderbouwd.
AnnotatorB.J. de Jong
Pagina225-226
UitspraakECLI:NL:RBSHE:2012:BV8844
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Haarlem, 16-02-2012, 188184 / KG ZA 11-587
CiteertitelJRV 2012, 672
SamenvattingStatutair bestuurder. Ontslag. Managementovereenkomst. Dubbele band bestuurder-vennootschap.
Ontslag als statutair bestuurder leidt niet tot beŽindiging van managementovereenkomst.
Samenvatting (Bron)Managementovereenkomst; ontslag bestuurder; Eiseres is ontslagen als bestuurder van een BV. Gelijktijdig is de managemenovereenkomst tussen eiseres en een dochtervennootschap van de BV opgezegd. De voorzieningenrechter acht het ontslagbesluit voorshands geldig tot stand gekomen. Het ontslag van een bestuurder heeft in beginsel ook beŽindiging van een managementovereenkomst met die bestuurder tot gevolg. In het onderhavige geval ligt dat anders, nu het bestuurderschap in de praktijk geen enkele rol speelde bij de uitvoering van de managementovereenkomst. Eiseres was feitelijk als calculator werkzaam en verrichtte geen werkzaamheden als bestuurder. Het ontslagbesluit kan daarom niet aan de opzegging van de managementovereenkomst ten grondslag worden gelegd, terwijl van een andere rechtsgeldige opzeggingsgrond niet is gebleken. Eiseres dient te worden toegelaten tot het verrichten van werkzaamheden als calculator.
AnnotatorL.G. Verburg
Pagina226-226
UitspraakECLI:NL:RBHAA:2012:BV7745
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerecht EU, 02-03-2012, T-29/10 & T-33/10
CiteertitelJRV 2012, 759
SamenvattingStaatssteun. Kapitaalinjectie. Wijziging terugbetalingsvoorwaarden.
Is de verlaging van de renteschuld bij eerdere terugbetaling door ING aan de Staat der Nederlanden verboden staatssteun?

(Nederland en ING Groep NV / Europese Commissie)
AnnotatorM.G.A.M. Custers
Pagina243-243
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 09-03-2012, 10/04856
CiteertitelJRV 2012, 760
SamenvattingLevensverzekering. Fiscaal regime. Aftrekbaarheid. Premies. Waarschuwingsplicht.
Verzekeraar schendt zorgplicht door niet te waarschuwen voor wijziging in fiscaal regime levensverzekeringen.
Samenvatting (Bron)Wanprestatie verzekeraar bij afsluiten levensverzekeringspolis. Omstandigheden van het geval; schending zorgplicht door niet-waarschuwen voor fiscale gevolgen. Aanvulling feitelijke grondslag? Geen strijd met art. 24 of 149 Rv. Geen ten onrechte gepasseerde stellingen. Bewijsoordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is voorts niet onbegrijpelijk.
Pagina243-243
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BU9206
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-02-2012, AWB 08/74 en 08/76
CiteertitelJRV 2012, 761
SamenvattingMarktmanipulatie. Richtlijn Marktmisbruik. Lex certa-beginsel. Geldboete. Redelijke termijn.
Onder 'houden' van koers op kunstmatig niveau moet ook 'brengen' worden verstaan.
Samenvatting (Bron)Wet toezicht effectenverkeer 1995
AnnotatorC. Bruil , M. Nelemans
Pagina243-244
UitspraakECLI:NL:CBB:2012:BV6713
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Leeuwarden, 13-03-2012, 200.048.937/01
CiteertitelJRV 2012, 762
SamenvattingZorgplicht. Bank. Cheque. Creditering 'onder gewoon voorbehoud'.
Bank schendt zorgplicht niet door zakelijke rekeninghouder niet te informeren over creditering 'onder woon voorbehoud'.
Samenvatting (Bron)Zorgplicht bank. Voorwaardelijke creditering.
Pagina244-244
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2012:BV8646
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 24-11-2011, AWB 11/2632 BC-T2
CiteertitelJRV 2012, 763
SamenvattingPensioenfonds. Beleggingsbeleid. Prudent-person regel. Open norm. Motiveringsgebrek.
DNB motiveert onvoldoende waarom beleggingsbeleid pensioenfonds niet conform prudent-person regel is.
Samenvatting (Bron)DNB moet als toezichthouder per pensioenfonds maatwerk verrichten. Dat geen ander pensioenfonds op dezelfde wijze in goud heeft belegd, acht de rechtbank een onvoldoende motivering dat niet aan artikel 135 van de Pw wordt voldaan. Ook de vaststelling dat het fonds met de belegging in goud afwijkt van de GSCI is onvoldoende gemotiveerd. Waarom de GSCI leidend voor de invulling van deze open norm zou zijn, wordt in het bestreden besluit niet gemotiveerd. Onduidelijk blijft derhalve op welke wijze DNB - op maat - invulling heeft gegeven aan de normen en of deze voor het fonds voldoende kenbaar zijn geweest. Uit het bovenstaande vloeit voort dat naar het oordeel van de rechtbank het bestreden besluit een deugdelijke motivering ontbeert. Met verwijzing naar artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht stelt de rechtbank DNB in de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
AnnotatorV.H. Affourtit
Pagina245-245
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BU6966
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 28-12-2011, 354640 / HA ZA 10-1614
CiteertitelJRV 2012, 764
SamenvattingOpzegging kredietovereenkomst. Maatschappelijke functie en bijzondere zorgplicht bank.
Heeft de bank de financiering rechtsgeldig opgezegd? Toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatig handelen van de bank?
Samenvatting (Bron)Opzegging kredietovereenkomst. Faillissement Verlascon Groep. BeŽindiging kredietovereenkomst. Fortis was daartoe op grond van de contractuele bepalingen gerechtigd. De rechten en verplichtingen van partijen worden echter niet alleen bepaald door hetgeen zij uitdrukkelijk zijn overeengekomen, maar ook door de redelijkheid en billijkheid die hun rechtsverhouding beheerst. In het kader van de haar op grond van de overeenkomst toekomende opzeggingsbevoegdheid heeft Fortis dan ook, mede gelet op de op haar rustende zorgplicht, rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de Verlascon Groep. Fortis heeft uit hoofde van de maatschappelijke functie van banken een bijzondere zorgplicht, ook jegens haar cliŽnten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding. De reikwijdte van die zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval. In dit concrete geval heeft Fortis de kredietfaciliteit per direct opgezegd en vervolgens aan de Verlascon Groep een termijn van drie dagen voor inlossing gegund. De rechtbank is van oordeel dat er een deugdelijke grond voor opzegging was. Verder heeft Fortis in de maanden voor de opzegging voldoende gecommuniceerd met de Verlascon Groep, zodat de opzegging niet als verrassing kan zijn gekomen. Volgt afwijzing vordering curator.
Pagina245-246
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BU9665
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 09-02-2012, AWB 11/1315 BC-T2 en AWB 11/1316 BC-T2
CiteertitelJRV 2012, 765
SamenvattingKoersgevoelige informatie. Openbaarmaking.
Vormde de informatie over subprime blootstelling van Fortis koersgevoelige informatie en mocht de openbaarmaking hiervan uitgesteld worden?
Samenvatting (Bron)AFM heeft Fortis S.A./N.V. (BelgiŽ) en Fortis N.V. (Nederland) ieder een bestuurlijke boete opgelegd van 144.000 wegens overtreding van artikel 5:59 lid 1 Wft (oud). Naar het oordeel van de rechtbank is, met betrekking tot de vraag of de informatie omtrent de subprime blootstelling van Fortis koersgevoelige informatie behelsde, maatgevend of openbaarmaking van die informatie een significant effect zou kunnen hebben op de koers van het aandeel Fortis of de daarvan afgeleide financiŽle instrumenten. Anders dan Fortis meent is niet maatgevend of Fortis zelf de verwachting had dat de subprime blootstelling en de gehanteerde rekenmethode van invloed was op de koers van het aandeel Fortis (het door Fortis genoemde materieel effect). Met AFM is de rechtbank verder van oordeel dat zowel de omvang van de subprime blootstelling als de onderverdeling in de soorten subprime producten die Fortis in belegging had essentiŽle informatie voor beleggers vormde. Ondersteuning voor het oordeel dat een redelijk handelende belegger waarschijnlijk gebruik zal maken van deze informatie om er zijn beleggingsbeslissingen ten aanzien van het aandeel Fortis of de daarvan afgeleide financiŽle instrumenten op te baseren kan bovendien worden gevonden in de omstandigheid dat in het analistenrapport van Sociťtť Generale van 23 augustus 2007 uitdrukkelijk werd aangegeven dat er behoefte bestond aan (meer) informatie omtrent de subprime blootstelling van Fortis. Het betoog van Fortis dat zij haar subprime portefeuille al langere tijd aanhield en dat er derhalve geen sprake was van een nieuw feit, gaat uit van de onjuiste veronderstelling dat koersgevoelige informatie uitsluitend betrekking kan hebben op nieuwe feiten. Anders dan AFM is de rechtbank van oordeel dat de vraag of sprake is van een rechtmatig belang van Fortis bij uitstel niet dient te worden beantwoord aan de hand van een door Fortis te verrichten (redelijke) belangenafweging tussen haar eigen belang van geheimhouding en het belang van de beleggers bij openbaarmaking. De rechtmatigheid van het belang tot uitstel van openbaarmaking is namelijk niet afhankelijk van de belangen van de markt, maar van (de oorzaak van) het belang tot uitstel zelf, zo volgt uit de niet-limitatieve opsomming in artikel 14, eerste lid, van het Besluit marktmisbruik Wft (zoals dat luidde tot 1 januari 2009) van situaties waarin sprake is van een rechtmatig belang bij uitstel. Naar het oordeel van de rechtbank had Fortis echter geen rechtmatig belang bij het uitstellen van openbaarmaking van haar subprime positie, omdat zich op 28 augustus 2007 (de datum waarop koersgevoelige informatie ontstond) niet een van de situaties als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Besluit marktmisbruik Wft (zoals dat luidde tot 1 januari 2009) of een daarmee vergelijkbare situatie voordeed. Doordat Fortis op 21 september 2007 een Trading Update publiceerde en het persbericht inzake de claimemissie van 13 miljard uitbracht, is de rechtbank in navolging van AFM voorts van oordeel dat vanaf die datum van uitstel misleiding van het publiek was te duchten, door het verschil in de informatie die Fortis wel verschafte en hetgeen zij juist achterhield. De rechtbank acht de boeteoplegging tot een totaalbedrag van 288.000 evenredig aan de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid.
AnnotatorJ.W.P.M. van der Velden
Pagina246-246
UitspraakECLI:NL:RBROT:2012:BV3771
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 07-03-2012, 351453 / HA ZA 10-1051
CiteertitelJRV 2012, 766
SamenvattingVergunningsplicht. Aanbieden beleggingsobjecten. Overeenkomst. Nakoming.
Vergunningsplicht is geen onderdeel van beleggingsovereenkomst.
Samenvatting (Bron)Beleggingsovereenkomsten. Contractuele aansprakelijkheid en aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. Hout (van robiniaplantages) uit Polen. Aanbieding van beleggingsobjecten in de zin van de Wet financieel toezicht (Wft). Vergunningsplicht. Zorgplicht.
AnnotatorC.M. Grundmann-van de Krol
Pagina246-247
UitspraakECLI:NL:RBROT:2012:BW0387
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 08-03-2012, AWB 11/3608 BC-T2
CiteertitelJRV 2012, 767
SamenvattingRapportage. Bestuurlijke boete.
Bestuurlijke boete wegens overtreding art. 7 Wfbb 1994 terecht opgelegd.
Samenvatting (Bron)DNB heeft aan een financiŽle instelling een bestuurlijke boete opgelegd van 5.000,00 wegens overtreding van artikel 7 lid 2 Wet financiŽle betrekkingen buitenland 1994 (Wfbb 1994). Het standaard- en maximumboetebedrag bedraagt 10.000. DNB heeft gematigd vanwege beperkte draagkracht. Indien geen sprake is van het (volledig) ontbreken van draagkracht, maar wel sprake is van zeer beperkte ernst of zeer beperkte verwijtbaarheid, dient volgens de rechtbank bij een vast tarief op de voet van artikel 5:46, derde lid, van de Awb (verdergaande) matiging plaats te hebben. Nu DNB van oordeel was dat niet iedere draagkracht ontbrak, heeft zij zich in het bestreden besluit onder aanhaling van de Nota van toelichting bij het Besluit bestuurlijke boetes financiŽle sector dan ook terecht gebogen over de ernst en de verwijtbaarheid.
AnnotatorV.H. Affourtit
Pagina247-247
UitspraakECLI:NL:RBROT:2012:BV8637
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Middelburg, 16-08-2011, 79561 / KG ZA 11-137
CiteertitelJRV 2012, 768
SamenvattingOpzegging kredietrelatie. Zorgplicht.
Levert de wijze van communiceren van een bestuurder een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging van een financieringsovereenkomst op?
Samenvatting (Bron)Bank mocht kredietrelatie niet opzeggen zonder deugdelijke ingebrekestelling. Een beroep op de algemene voorwaarden kan niet baten. De opzegging van de financieringsovereenkomst is in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De kredietwaardigheid van de financieringsnemer is niet in geschil, alleen de wijze van communiceren van de bestuurder. Voorzieningenrechter weegt belagen af en veroordeelt bank tot nakoming van de financieringsovereenkomst.
Pagina247-248
UitspraakECLI:NL:RBMID:2011:BU9796
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 20-03-2012, AWB 12/415 VBC-T2
CiteertitelJRV 2012, 769
SamenvattingVergunningsplicht. Beleggingsobjecten. Informatieverstrekking. Last onder dwangsom. Publicatie. Voorlopige voorziening.
Wegens beoordeling vergunningplicht verzochte informatie niet verstrekt: AFM mocht last onder dwangsom opleggen.
Samenvatting (Bron)AFM heeft een last onder dwangsom opgelegd opdat [A] alsnog een kopie zal overleggen van de bankafschriften van het/de bankrekeningnummer(s) die [A] aanhoudt voor haar bedrijfsactiviteiten vanaf 1 januari 2008 tot heden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kon AFM redelijkerwijs van mening zijn dat zij de aan [A] gevraagde inlichtingen voor het goed vervullen van haar toezichthoudende taak behoorde te vorderen. Vast staat dat Nederlandse beleggers gelden hebben vertrekt aan [A] ten behoeve van het bekostigen van een of meer procedures die [D] heeft aangespannen en dat [A] zich verplicht om (de lening terug te betalen plus) een deel van de opbrengst (van [A] danwel [D]) af te dragen. Uit de verschillende overeenkomsten wordt niet zonder meer duidelijk welke relatie er tussen [A] en [D] bestaat. Mogelijk is het zo dat [D] en [A] tezamen beleggingsobjecten in de vorm van rechten op opbrengsten van mineraalrechten aanbieden. Voor zover dit niet het geval is en de belegger uitsluitend een recht op een percentage van de opbrengst van de rechtszaken die [D] voert en/of schikkingen die zij of [A] aangaan (met andere partijen) wordt voorgehouden, is het mogelijk dat [A] al dan niet tezamen met [D] rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbiedt. In beide gevallen gaat het om gedragingen die in beginsel verboden zijn zonder te beschikken over een vergunning van AFM. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het betoog van [A] dat valt te vrezen dat de bankafschriften bij andere partijen terecht zullen komen. Gelet op artikel 1:89 Wft is AFM tot geheimhouding verplicht, terwijl de door [A] aangevoerde omstandigheden onvoldoende redenen geven er aan te twijfelen dat AFM de bankafschriften zuiver heeft opgevraagd met het oog op haar wettelijke toezichttaken.
AnnotatorJ.A. Voerman
Pagina248-248
UitspraakECLI:NL:RBROT:2012:BW0058
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 21-03-2012, AWB 12/227 VBC-T2
CiteertitelJRV 2012, 770
SamenvattingMarktmanipulatie. Bestuurlijke boete.
Samenvatting (Bron)AFM heeft verzoekster een bestuurlijke boete van 240.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 5:58 lid 1, onderdeel a, Wft en besloten tot publicatie van de boete. Met AFM is de voorzieningenrechter van oordeel dat het voor opening van de vijf door AFM in aanmerking genomen veilingen inleggen en vervolgens annuleren van een significante hoeveelheid claims moet worden aangemerkt als het verrichten of bewerkstellingen van een handelsorder in financiŽle instrumenten, namelijk de claims die in een ruilverhouding staan met aandelen ING. Volgens de voorzieningenrechter kan er vanuit worden gaan dat is te duchten dat een redelijk handelende belegger, met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van financiŽle instrumenten, op het verkeerde been wordt gezet door het vlak voor opening van de veiling terugtrekken van een handelsorder ter grootte van 400.000 tot 500.000 claims op aandelen ING. Het betoog van BRSG dat alle opgegeven of geannuleerde orders transparant waren voor andere marktparticipanten kan haar niet baten. AFM heeft verzoekster immers geen bestuurlijke boete opgelegd voor handel met voorwetenschap. Voorts is niet als zodanig maatgevend of iedere belegger nog kan reageren op de annulering. Verzoekster wordt immers niet het verwijt gemaakt dat zij de koers op een kunstmatig niveau heeft gebracht.
AnnotatorF. Bahadin
Pagina248-248
UitspraakECLI:NL:RBROT:2012:BW0061
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Utrecht, 11-04-2012, 299865 / HA ZA 11-95
CiteertitelJRV 2012, 771
SamenvattingZorgplicht bank. Aansprakelijkheid beleggingsadviezen van een derde.
Samenvatting (Bron)Zorgplicht bank. Bank niet opgetreden als effectenbemiddelaar. Bank niet aansprakelijk voor de gevolgen van door derde verstrekte beleggingsadviezen. Bank wist niet dat derde geen vergunning had voor het verstrekken van de beleggingsadviezen. Verwijt dat bank een op haar rustende onderzoeks- en waarschuwingsplicht heeft geschonden is ongegrond. Beroep op Safe Haven-arrest verworpen. Om te kunnen beoordelen of sprake is van schending door bank van haar plicht om onverantwoorde kreditering te vermijden, zijn alle individuele omstandigheden van cedenten van belang. Slechts voor ťťn cedent zijn die persoonlijke omstandigheden uitgewerkt. Het - ook ter zake die casus door bank gedane beroep op verjaring slaagt.
AnnotatorS. Hoes-Weishut
Pagina249-249
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2012:BW3458
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelKlachteninstituut FinanciŽle Dienstverlening , 26-03-2012, 2012-99
CiteertitelJRV 2012, 772
SamenvattingAdviseren. Bemiddelen. Zorgplicht.
AnnotatorJ. van Hunnik
Pagina249-249
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelKlachteninstituut FinanciŽle Dienstverlening , 05-04-2012, 2012-114
CiteertitelJRV 2012, 773
SamenvattingVermogensbeheer. Spreiding debiteurenrisico. Voorlichtingsplicht.
AnnotatorS. Hoes-Weishut
Pagina249-249
Artikel aanvragenVia Praktizijn