Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 05-02-2013
Aflevering 1
RubriekEditorial
TitelDeetman, Samson, Korver en Brenninkmeijer: 'Umwertung der Werte'
CiteertitelDD 2013, 1
SamenvattingHet gaat deze keer weer eens - zoals sommigen van mij wel gewend zijn, om slachtoffers. Daarvoor bestaat een dringende reden. Strafrechtjuristen met belangstelling voor slachtoffers van delicten hebben opnieuw een bijzonder bewogen periode achter de rug. Naast min of meer 'gebruikelijke' spectaculaire zaken - met als onbetwiste uitschieters de berechting van Robert M. en de naderende ontknoping in het langlopende onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra - verscheen kort achtereen een aantal publicaties die op dit terrein van meer algemeen belang zijn. De commissie-Deetman rapporteerde over het seksueel misbruik van minderjarigen binnen de Katholieke kerk. De commissie-Samson deed hetzelfde omtrent door de overheid uit huis geplaatste kinderen. De advocaat Richard Korver publiceerde een boek met een vlammende aanklacht tegen het Nederlandse rechtssysteem, waarin het slachtoffer naar zijn oordeel nog altijd in feite wordt buitengesloten. En tenslotte openbaarde de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer in december 2012 een 'behoorlijkheidswijzer' voor het omgaan met slachtoffers. Zoals de aanduiding van het document al aangeeft, worden hierin spelregels omschreven waaraan de overheid is gebonden in contacten met slachtoffers van misdrijven.
Auteur(s)M.S. Groenhuijsen
Pagina1-12
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelOnderhandelen op het continent: vonnisafspraken in strafzaken
CiteertitelDD 2013, 2
SamenvattingHet bewerkstelligen van meer efficiency in de strafrechtsketen is één van de kernthema's van strafrechtelijk beleid. Zo liet de Nederlandse regering in 2003 onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheden om een vorm van plea bargaining te integreren in het strafprocesrecht. Dit onderzoek, dat zich hoofdzakelijk op Anglo-Amerikaanse vormen van zogenaamde 'onderhandelingsjustitie' concentreerde, leidde tot een negatief advies. De wetgever besloot vervolgens tot niet invoering van plea bargaining, maar introduceerde in 2008 de strafbeschikking. Met deze efficiënte afdoeningswijze kan het openbaar ministerie eenvoudige misdrijven zonder rechterlijke tussenkomst afdoen door middel van het opleggen van een strafsanctie. Het doel hiervan is de schaarse rechterlijke capaciteit slechts daar in te zetten waar dit werkelijk noodzakelijk is.
Auteur(s)L.J.J. Peters
Pagina13-34
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelG.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, Kluwer, 2011
CiteertitelDD 2013, 3
Auteur(s)J.M. Reijntjes
Pagina35-41
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelG. Bruinsma, Pleidooi voor een interactionistische criminologie; over de rol van de omgeving bij de spreiding en het ontstaan van criminaliteit, Boom Juridische Uitgevers, 2010
CiteertitelDD 2013, 4
Auteur(s)D.J. Korf
Pagina42-45
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPolitie
TitelParlement en wetgeving
CiteertitelDD 2013, 6
SamenvattingHoewel de nieuwe Politiewet 2012 pas op 1 januari jongstleden in werking is getreden, ligt er reeds een wetsvoorstel waarin ingrijpende wijzigingen van de wet worden voorgesteld. Dit wetsvoorstel was noodzakelijk, omdat tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot invoering van een nationale politie in de Eerste Kamer bleek dat bij leden van verschillende fracties de nodige zorgen leefden over de positie van de korpschef in relatie tot de minister. Verder waren er breed gedeelde zorgen over de positie van de regioburgemeester. [ ...] Het wetsvoorstel Wijziging van de Politiewet in verband met de positie van de korpschef en de regioburgemeester alsmede enkele andere verbeteringen (Kamerstukken II 2011/12, 33 3368) is hier het resultaat van.
Auteur(s)T. Blom
Pagina48-50
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCriminologie
TitelEen andere wind op justitie?; over oude en nieuwe voornemens van het nieuwe kabinet
CiteertitelDD 2013, 7
SamenvattingAan de vooravond van de behandeling van de justitiebegroting voor 2013, verscheen in de Volkskrant van dinsdag 27 november 2012 een interview met PvdA-Kamerleden Marcouch en Recourt. Op de voorpagina kopte de krant met 'PvdA: roer moet om bij justitie'. Opstelten en Teeven zouden, aldus de PvdA-prominenten, teveel nadruk leggen op repressie en hun toon moeten matigen. Hoewel de Volkskrant constateert dat ij het nieuwe regeerakkoord ('Bruggen slaan: Regeerakkoord VVD-PvdA', 29 oktober 2012), de toon van de betreffende paragraaf niet veel verschilt met die in het vorige regeerakkoord, kondigen Marcouch en Recourt aan dat er wel degelijk een nieuwe wind zal gaan waaien in het justitiebeleid.
Auteur(s)W. Huisman , J.W. de Keijser , F.M. Weerman
Pagina51-58
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 23-07-2002, 36985/97
CiteertitelDD 2013, 8.1
Samenvatting(Västberga Taxi Aktiebolag and Vulic / Zweden)
Samenvatting (Bron)Violation of Art. 6-1 in respect of access to court;Violation of Art. 6-1 in respect of length of proceedings;No violation of Art. 6-2;Pecuniary damage - claim dismissed;Non-pecuniary damage - financial award;Costs and expenses partial award - Convention proceedings
Pagina59-59
UitspraakECLI:CE:ECHR:2002:0723JUD003698597
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 25-09-2012, 12/03896 CW
CiteertitelDD 2013, 8.2
Samenvatting (Bron)Cassatie in het belang der wet over de toepassing art. 14fa Sr. De in art. 14fa Sr vervatte regeling (inwerkingtreding 1-4-2012) voorziet in de mogelijkheid van een voorlopige tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf. De regeling heeft betrekking op de executie van een opgelegde straf. De invoering van deze regeling kan dus niet worden aangemerkt als een wijziging van wetgeving ten aanzien van de strafbaarstelling of de strafbedreiging. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat toepassing van art. 14fa Sr als zodanig geen wijziging brengt in de aard en de maximale duur van de mogelijk ten uitvoer te leggen straf kan niet worden gezegd dat een onmiddellijke toepassing van deze bepaling in strijd is met het legaliteitsbeginsel dat is vervat in art. 1 Sr en in art. 7 EVRM. Het oordeel van de Rechter-Commissaris dat een onmiddellijke toepassing van art. 14fa Sr in strijd is met het legaliteitsbeginsel, zoals vervat in art. 1 Sr en art. 7 EVRM, is dus onjuist.
Pagina59-60
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BX5063
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Assen, 27-09-2012, 19/830325-11 11/573
CiteertitelDD 2013, 8.3
Samenvatting (Bron)Gevolg van niet onverwijlde indiening vordering (art. 14fa lid 2 Sr); rechter-commissaris beslist niet binnen driemaal vierentwintig uur na de aanhouding van veroordeelde (art. 14fa lid 3 Sr).
Pagina60-61
UitspraakECLI:NL:RBASS:2012:BX8709
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Assen, 28-09-2012, 19/10015-12
CiteertitelDD 2013, 8.4
Samenvatting (Bron)De rechtbank heeft in het (onherroepelijke) vonnis niet bepaald dat de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Desondanks beveelt de rechter-commissaris in het onderhavige geval de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf aangezien er ernstige redenen zijn te vermoeden dat veroordeelde enige gestelde voorwaarden niet wordt nageleefd. De rechter-commissaris betrekt in zijn in zijn overwegingen het feit dat veroordeelde destijds niet in hoger beroep is gegaan tegen zijn veroordeling, alsmede het feit dat veroordeelde direkt na zijn veroordeling heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om een behandeling te ondergaan en heeft uitgedragen de voorwaarde (opname en behandeling in een verslavingskliniek) onmiddellijk na de veroordeling na te leven.
Pagina61-61
UitspraakECLI:NL:RBASS:2012:BX8806
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Alkmaar, 02-08-2012, 14.810453-11
CiteertitelDD 2013, 8.5
Samenvatting (Bron)Artikel 14fa Sr ziet enkel op vrijheidsbenemende sancties en niet op maatregelen, zoals in casu de ISD maatregel. De thans ingediende vordering is gebaseerd op artikel 14g Sr. Deze bepaling ziet op de tenuitvoerlegging van straffen en niet op maatregelen, zoals de thans gevorderde tenuitvoerlegging van een ISD maatregel. Voor de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD maatregel is artikel 38r Sr van toepassing. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering ex artikel 14g Sr. Bevel van RC ex artikel 14fa Sr tot voorlopige tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde ISD maatregel is opgeheven. Onmiddellijke invrijheidsstelling van veroordeelde is gelast.
Pagina61-77
UitspraakECLI:NL:RBALK:2012:BX4001
Artikel aanvragenVia Praktizijn