Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 17-12-2004
Aflevering 45/46
RubriekVooraf
TitelKerst en de menselijke maat
CiteertitelNJB 2004, 45/46, p. 2327
SamenvattingKerst voor vele landgenoten toch ook onlosmakelijk verbonden met tradities geworteld in hun godsdienst. Hoe treffend enerzijds, maar wrang ook anderzijds, lijkt dan een themanummer gewijd aan terrorisme, godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en de gevolgen van de moord op cineast Van Gogh.
Auteur(s) Redactie
Pagina2327-2327
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelGodslastering en zelfcensuur na de moord op Theo van Gogh
CiteertitelNJB 2004 afl. 45/46, p. 2328
SamenvattingDe moord op Theo van Gogh zal verstrekkende consequenties hebben voor zelfcensuur, de veiligheid van diegenen die participeren aan het publieke debat, maar ook voor de academische vrijheid.
Auteur(s)P.B. Cliteur
Pagina2328-2335
LinkVolledige tekst artikel (Leidenuniv.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelGeef mij meer fatsoen en minder recht!
CiteertitelNJB 2004, 45/46, p. 2336
SamenvattingDe vrijheid van meningsuiting is voor een democratische samenleving fundamenteel. Daar kan iedereen het snel over eens worden. Maar wat dat fundamentele recht inhoudt en waar het ophoudt, daar begint de onenigheid.
Auteur(s)J. Griffiths
Pagina2336-2337
LinkVolledige tekst artikel (rechtenforum.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelNaar een cyclopisch (straf)recht
CiteertitelNJB 2004 afl. 45/46, p. 2338
SamenvattingKort na de aanslag op Theo van Gogh werd zowel door de bevolking als door politici nogal paniekerig gereageerd. Daardoor is een klimaat ontstaan waarin de politiek zich veel inbreuken op fundamentele rechten meent te kunnen permiteren. Het befaamde politiek correcte discours is niet verdwenen, maar wel 180 graden van richting veranderd. Wie tegen onbeperkte overheidsbevoegdheid is, is niet politiek correct. Een pleidooi om de speciale maatregelen en bevoegdheden voor de bestrijding van terrorisme tijdelijk in te voeren, zolang de dreiging ernstig is.
Auteur(s)E. Prakken
Pagina2338-2344
LinkVolledige tekst artikel (burojansen.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelGodslastering, symboolwetgeving en de waan van de dag
CiteertitelNJB 2004, 45/46, p. 2345
SamenvattingWij moeten ons goed realiseren dat de betekenis van veel wetgeving symbolisch is. Dit is zelfs zo voor grondwettelijke normen.
Auteur(s)R.A.J. van Gestel
Pagina2345-2346
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelStrafwaardigheid van plegers van zelfmoordaanslagen
CiteertitelNJB 2004 afl. 45/46, p. 2347
SamenvattingAan de hand van het autobiografische verslag van Khaled al-Berry dat onder de titel De aarde is mooier dan het paradijs in 2002 verscheen, wordt onderzocht of er redenen zijn om aan te nemen dat sommige plegers van zelfmoordaanslagen enigszins verminderd toerekeningsvatbaar zouden kunnen zijn: 'door mijn beproeving ervoer ik hoe het genot van lijden een geluksgevoel voor de ziel van de mens kon betekenen.
Auteur(s)A.R. Mackor
Pagina2347-2353
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 19-10-2004, 66273/01
CiteertitelNJB 2004, 51
SamenvattingArt 6 § 2 EVRM. Vermoeden van onschuld. Is het opleggen van een administratieve sanctie op basis van de kentekenaansprakelijkheid ex art. 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv; ook wel Wet Mulder) strijdig met de vereisten van het EVRM? Klacht kennelijk ongegrond.

Falk,
tegen
Nederland
Pagina2356-2356
UitspraakECLI:CE:ECHR:2004:1019JUD006627301
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHof van Justitie EG, 15-10-2004, T-193/04 R
CiteertitelNJB 2004, 59
SamenvattingProcedure voor voorlopige voorzieningen. Verzoek tot schadevergoeding en schorsing uitvoer van bepaalde handelingen.

(Hans-Martin Tillack,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 4 oktober 2006. # Hans-Martin Tillack tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen. # Onderzoek van Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) betreffende verspreiding van vertrouwelijke informatie - Verdenkingen van omkoping en schending van beroepsgeheim - Mededeling aan nationale gerechtelijke autoriteiten van informatie over feiten die aanleiding kunnen geven tot strafrechtelijke vervolging - Huiszoeking in woning en kantoor van journalist - Beroep tot nietigverklaring - Ontvankelijkheid - Beroep tot schadevergoeding - Causaal verband - Voldoende gekwalificeerde schending. # Zaak T-193/04.
Pagina2356-2357
UitspraakECLI:EU:T:2006:292
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHof van Justitie EG, 07-09-2004, C-346/02 en C-347/02
CiteertitelNJB 2004, 60
SamenvattingVerzekeringen. Derde richtlijn 'schade-verzekering'. Bonus-malussysteem.

(Commissie,
tegen
Groothertogdom Luxemburg.
en
Commissie,
tegen
Franse Republiek).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (grote kamer) van 7 september 2004. # Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Groot-Hertogdom Luxemburg. # Verzekeringen - Derde richtlijn "schadeverzekering" - Bonus-malussysteem. # Zaak C-346/02.
Pagina2357-2357
UitspraakECLI:EU:C:2004:485
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHof van Justitie EG, 21-10-2004, C-8/03
CiteertitelNJB 2004, 61
SamenvattingZesde BTW-richtlijn, art. 4 en 9(2)sub e. Omzetbelasting. Plaats van dienst. Belastingplicht. Ondernemerschap. Belegging. Aankoop van aandelen. Verkoop van aandelen.

(Bank Brussel Lambert NV ('BBL'),
tegen
Belgische Staat).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 21 oktober 2004. # Banque Bruxelles Lambert SA (BBL) tegen Belgische Staat. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Tribunal de premiere instance de Bruxelles - Belgie. # Zesde BTW-richtlijn - Artikelen 4 en 9, lid 2, sub e - Begrip "belastingplichtige' - Plaats van diensten - BEVEK. # Zaak C-8/03.
Pagina2357-2358
UitspraakECLI:EU:C:2004:650
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 10-11-2004, 200403462/2
CiteertitelNJB 2004, 77
SamenvattingHet College van Beroep voor het bedrijfsleven is bevoegd om kennis te nemen van beroepen tegen een last onder dwangsom wegens overtreding van de Winkeltijdenwet.

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (art. 8:54 van de Awb) op het hoger beroep van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 25 maart 2004 in het geding tussen appellanten en het college van burgemeester en wethouders van Almere).
[De tekst van deze uitspraak is niet gepubliceerd op Rechtspraak.nl]
Pagina2358-2358
UitspraakECLI:NL:RVS:2004:AS3859
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 15-11-2004, 200406403
CiteertitelNJB 2004, 78
SamenvattingRechtsgronden die eerst na afloop van de beroepstermijn, maar vóór de termijn van tien-dagen-voor-zitting zijn ingebracht, worden meegenomen bij de beoordeling door de rechter. De toetsing van het bestreden besluit naar de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van dat besluit staat daar niet aan in de weg en voorts verbiedt geen rechtsregel dat, binnen de door de wet en de goede procesorde begrensde mogelijkheden, deze rechtsgronden bij de beoordeling worden betrokken.
[Deze uitspraak is niet gepubliceerd op Rechtspraak.nl]
(Uitspraak met toepassing van art. 8:54, eerste lid, van de Awb op het hoger beroep van:
Appellante,
tegen
de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 25 juni 2004 in het geding tussen appellante en de Minister van voor Vreemdelingenzaken en Integratie).
Pagina2358-2359
UitspraakECLI:NL:RVS:2004:AR7040
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 19-11-2004, R03/121HR
CiteertitelNJB 2004, 128
SamenvattingTestamentaire voogdij; verzoek overlevende ouder om met het gezag te worden bekleed; strekking art. 1:253h lid 3 BW.

Samenvatting (Bron)19 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/121HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. ir. P.J.A. Prinsen, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga. 1. Het geding in feitelijke instanties...
AnnotatorF.B. Bakels , D.H. Beukenhorst , P.C. Kop , P. Neleman , O. de Savornin Lohman
Pagina2359-2360
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AQ8088
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 19-11-2004, C03/189HR
CiteertitelNJB 2004, 129
SamenvattingFaillissement; verrekening; strekking art. 54 Fw.

(Ing Bank NV, te Amsterdam, eiseres tot cassatie,
tegen
Mr. Pieter Marius Gunning, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Elma Vastgoed Ede BV En Elma Vastgoed Veenendaal BV, te Arnhem, verweerder in cassatie).
Samenvatting (Bron)19 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/189HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mrs. B. Winters en H.J.A. Knijff, t e g e n Mr. Pieter Marius GUNNING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van ELMA VASTGOED EDE B.V. en ELMA VASTGOED VEENENDAAL B.V., wonende te Arnhem, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. 1. Het geding in feitelijke instantie ...
AnnotatorH.A.M. Aaftink , F.B. Bakels , A.M.J. van Buchem-Spapens , R. Herrman , O. de Savornin Lohman
Pagina2360-2361
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR3137
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 19-11-2004, C03/231HR
CiteertitelNJB 2004, 130
SamenvattingVestiging stil pandrecht op vorderingen op naam; vereiste van registratie van onderhandse akte; tijdstip van vestiging.

(Bannenberg Advocaten BV, te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, eiseres tot cassatie,
tegen
Mr. Jakob Cornelis Rosenberg Polak, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Bouwpartners Projectdetachering BV, te Amstelveen, verweerder in cassatie).

Samenvatting (Bron)19 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/231HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n Mr. Jakob Cornelis ROSENBERG POLAK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Bouwpartners Projectdetachering B.V., wonende te Amstelveen, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga. 1. Het geding in feitelijke instantie...
AnnotatorD.H. Beukenhorst , A.M.J. van Buchem-Spapens , J.B. Fleers , R. Herrman , O. de Savornin Lohman
Pagina2361-2362
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AQ3055
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 16-11-2004, 01004/04
CiteertitelNJB 2004, 180
SamenvattingWegens doodslag werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk. Beroep op noodweer door het hof afgewezen, maar naar het oordeel van de Hoge Raad niet toereikend gemotiveerd. Daarbij gaat de Hoge Raad er van uit, dat het hof kennelijk als vaststaand heeft aangenomen dat V (ex-man van de verdachte) heeft gepoogd haar te wurgen.
Samenvatting (Bron)Beroep op noodweer bij doodslag in relatiesfeer. 's Hofs verwerping van het beroep op noodweer, waarbij het heeft overwogen dat bij eerdere incidenten tussen verdachte en het slachtoffer nimmer sprake was van een levensbedreigende situatie, is onbegrijpelijk. Het hof heeft kennelijk als vaststaand aangenomen dat i.c. het latere slachtoffer verdachte probeerde te wurgen. Het ontbreken van een levensbedreigende situatie bij eerdere gelegenheden sluit op zichzelf niet uit dat er toen wel sprake was van een noodweersituatie en nog minder dat een noodweersituatie is ontstaan ten tijde van het tenlastegelegde feit.
Annotator Balkema , Bleichrodt , Dorst , Ilsink , de Savornin Lohman
Pagina2362-2363
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR3225
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 16-11-2004, 00895/04
CiteertitelNJB 2004, 181
SamenvattingWegens doodslag werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot acht jaren gevangenisstraf. De verwerping van het beroep op noodweer door het hof houdt in cassatie stand, nu het oordeel van het hof dat er geen sprake was van handelen ter noodzakelijke verdediging niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting en dat oordeel toereikend is gemotiveerd.
Samenvatting (Bron)Verwerping beroep op noodweer(exces) onjuist noch onbegrijpelijk. Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat verdachtes intentie gericht was op het aangaan van een confrontatie met het latere slachtoffer, waarbij gebruik van het door hem meegebrachte vleesmes niet zou worden geschuwd, terwijl dit mes ook daadwerkelijk met dodelijk gevolg door verdachte is gehanteerd. 's Hofs feitelijke vaststellingen staan ook in de weg aan een geslaagd beroep op noodweerexces.
Annotator Balkema , Bleichrodt , Corstens , de Hullu , van Schendel
Pagina2363-2363
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR2443
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 16-11-2004, 02787/03
CiteertitelNJB 2004, 182
SamenvattingHet beroep op nietigheid van de inleidende dagvaarding wegens fouten bij de betekening moet, indien de zaak in eerste aanleg geschorst wordt en de oproeping om te verschijnen bij de voortgezette behandeling aan de verdachte in persoon is betekend, worden gedaan op die voortgezette zitting. Nu dat beroep in dit geval pas in hoger beroep is gedaan, moet eraan voorbij worden gegaan (HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317, rechtsoverweging 3.27). Aan het voorgaande doet in dit geval niet af de omstandigheid dat uit de oproeping niet blijkt waarvoor de verdachte terecht staat, omdat het, kort gezegd, zijn eigen schuld was als hij niet wist wat de tenlastelegging inhield.
Samenvatting (Bron)Het verweer strekkende tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding is, in aanmerking genomen dat de oproeping van de verdachte voor de nadere terechtzitting in eerste aanleg hem in persoon is betekend, niet tijdig, immers eerst in hoger beroep gevoerd (HR NJ 2002, 317, rov. 3.27). Daaraan doet niet af het in hoger beroep gevoerde verweer dat uit een oproeping niet blijkt waarvoor de verdachte terechtstaat. Als de verdachte dat niet wist is dit i.c. aan hemzelf te wijten. De onderhavige zaak verschilt van HR LJN AL4349 nu in die zaak niet is vastgesteld dat de oproeping van de verdachte tegen de nadere terechtzitting aan hem in persoon is betekend.
Annotator Balkema , Bleichrodt , Corstens , de Savornin Lohman , van Schendel
Pagina2363-2364
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR1960
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 16-11-2004, 01337/04
CiteertitelNJB 2004, 183
SamenvattingWegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen met als gevolg lichamelijk letsel werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. De bewezenverklaring houdt ten aanzien van de aard van het letsel van een drietal personen een aantal kwetsuren in verbonden door de term 'en/of' en daarom had uit de bewijsmiddelen moeten blijken, wat niet het geval is, dat het deze verdachte was die deze kwetsuren aan die drie personen had toegebracht.
De verzwaarde strafbaarheid lid 2 onder 1 van art. 141 Sr is alleen van toepassing op degene die het bewezen verklaarde letsel zelf heeft toegebracht. Een verdachte kan in dit verband niet strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld voor het letsel toegebracht door zijn mededaders.
Samenvatting (Bron)Openlijke geweldpleging met strafverhogend gevolg. 1. Indien in de bewezenverklaring onderscheiden alternatieven (en/of) zijn opengelaten, dient elk van die alternatieven door de bewijsmiddelen te worden geschraagd. 2. De in art. 141.2.1 Sr opgenomen zwaardere strafbedreiging is slechts van toepassing op de verdachte die zelf het bewezenverklaarde letsel heeft toegebracht, zodat de verdachte niet o.g.v. deze bepaling strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door zijn mededaders veroorzaakte letsel.
Annotator Balkema , Bleichrodt , Ilsink , de Savornin Lohman , van Schendel
Pagina2364-2364
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR3230
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 16-11-2004, 01074/04
CiteertitelNJB 2004, 184
SamenvattingNadat op de eerste zitting van het hof de verdachte niet verscheen maar wel zijn door hem uitdrukkelijk gevolmachtigde raadsman, hield het hof de zaak aan omdat het de verdachte zelf wilde horen. Het bevel tot medebrenging van de verdachte voor de tweede zitting van het hof had niet het gewenste resultaat: de verdachte bleef weer weg. Ook nu was de uitdrukkelijk gevolmachtigde advocaat ter zitting aanwezig maar het hof liet hem niet toe tot de (volledige) verdediging. Het hof oordeelde dat de verdachte door weer niet te verschijnen ondanks het bevel tot medebrenging afstand had gedaan van zijn recht zich te laten verdedigen. De Hoge Raad zet uiteen dat en waarom het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting getuigt.
Samenvatting (Bron)Behandeling bij verstek na bevel persoonlijke verschijning/medebrenging. Verschijnt de verdachte niet dan kan hij zich door een gemachtigde raadsman laten verdedigen. Dat geldt ook wanneer de rechter voordien de persoonlijke verschijning van de verdachte heeft bevolen en daartoe zijn medebrenging heeft gelast, tenzij de rechter opnieuw de persoonlijke verschijning beveelt al dan niet met een bevel medebrenging en daartoe het onderzoek schorst. Slechts indien verdachte noch een gemachtigde raadsman is verschenen kan tegen de verdachte verstek worden verleend.
Annotator Bleichrodt , de Hullu , de Savornin Lohman
Pagina2364-2365
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR3228
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 16-11-2004, 00831/04
CiteertitelNJB 2004, 185
SamenvattingWegens overtreding van een artikel van de jachtwet ('stropen') werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete van € 800 en twee weken hechtenis voorwaardelijk. Geval waarin voor het bewijs is gebezigd een verklaring door een getuige bij de politie afgelegd, terwijl deze getuige niet door de verdediging kon worden ondervraagd. De voorwaarden waaraan zo een verklaring moet voldoen om niet aan het bewijs te kunnen meewerken, zijn in deze zaak vervuld, reden waarom het arrest van het hof geen stand houdt.
Samenvatting (Bron)Toelaatbaarheid voor het bewijs van tegenover de politie afgelegde getuigenverklaring. Indien de verdediging niet in enig stadium de gelegenheid heeft gehad die getuige te (doen) ondervragen, staat art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van die verklaring niet in de weg, als de betrokkenheid van verdachte in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Voorts moet dit steunbewijs betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist (HR NJ 1999, 827). I.c. mocht het hof de verklaring niet voor het bewijs bezigen, nu (a) verdachtes betrokkenheid bij het bewezenverklaarde slechts kan worden afgeleid uit die verklaring, en (b) die verklaring niet voldoende steun vindt in de andere bewijsmiddelen.
Annotator Bleichrodt , van Dorst , de Hullu
Pagina2365-2366
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR3215
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 29-10-2004, 38307
CiteertitelNJB 2004, 80
SamenvattingVrijstelling voor kamerverhuur niet van toepassing voor zover kamers in de eigen woning gebruikt zijn voor de onderneming.
Samenvatting (Bron)Art. 42a Wet IB 1964: gedeelte eigen woning in gebruik bij onderneming echtgenote, economische huurwaarde belast, geen vrijstelling ex art. 26(1)b.
Annotator van Amersfoort , Lourens , Monné , van Oven , Pos
Pagina2366-2366
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR4528
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 29-10-2004, 39652
CiteertitelNJB 2004, 81
SamenvattingHof Leeuwarden verzuimt aan schenker opgelegde navorderingsaanslag schenkingsrecht te vernietigen.
Samenvatting (Bron)Schenking aan onbekende; Aanslag ten onrechte opgelegd aan schenker (art. 36 SW).
Annotator van Amersfoort , Monné , Pos
Pagina2366-2366
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR4759
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 29-10-2004, 40296
CiteertitelNJB 2004, 82
SamenvattingAfwaardering van lening aan gefailleerde moedervennootschap is onttrekking, nu X BV wist van slechte financiële positie.
Samenvatting (Bron)Dochtervennootschap verstrekt bodemlozeputlening aan moedervennootschap; onttrekking.
Annotator Bavinck , van Brunschot , van der Putt-Lauwers
Pagina2366-2367
UitspraakECLI:NL:HR:2004:AR4761
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCentrale Raad van Beroep, 04-11-2004, 02/6030 WW
CiteertitelNJB 2004, 29
SamenvattingBesluit. Werkloosheidsuitkering niet gebaseerd op publiekrechtelijke, maar op privaatrechtelijke grondslag. Geen publiekrechtelijke rechtshandeling. Verwijzing naar burgerlijke rechter.
Samenvatting (Bron)Ontbreken aan publiekrechtelijke grondslag; toekenningsbeslissing houdt geen publiekrechtelijke rechtshandeling in, zodat deze beslissing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.
Annotator Rottier , Talman , Zeilemaker
Pagina2367-2367
UitspraakECLI:NL:CRVB:2004:AR5652
Artikel aanvragenVia Praktizijn