Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 15-02-2013
Aflevering 7
RubriekVooraf
TitelPrejudiciŽle vragen bij de Hoge Raad: ook iets voor strafzaken!
CiteertitelNJB 2013, 335
SamenvattingSinds 1 juli 2012 is het mogelijk dat feitenrechters op grond van art. 392 Rv in civiele zaken prejudiciŽle vragen aan de Hoge Raad stellen als het gaat om rechtsvragen die spelen bij een groot aantal zaken, zoals bijvoorbeeld 'massaschade'-gevallen. De Hoge Raad kan zelf beslissen of de vraag zich leent voor een prejudiciŽle procedure. Dit is geen gewone cassatieprocedure omdat ook niet-partijen door de Hoge Raad in de gelegenheid kunnen worden gesteld hun standpunt in te brengen. Na afronding van het partijdebat neemt de Procereur-Generaal een conclusie, waarop partijen weer kunnen reageren. Dan beslist de Hoge Raad, die ook nog de mogelijkheid heeft de vraag te herformuleren.
Auteur(s)T.N.B.M. Spronken
Pagina407-407
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelVerouderde auteursrechtelijke privileges bij beslag en faillissement.
CiteertitelNJB 2013, 336
SamenvattingAuteursrechten die toebehoren aan de maker - de orginaire rechthebbende - zijn niet vatbaar voor beslag en blijven buiten schot bij faillissement. Dat is het systeem dat art. 2(3) van de Auteurswet ('Aw') en art. 21 Faillissementswet ('Fw') sinds 1912 (of eigenlijk al 1881) kennen. Het toenemende aantal faillissementen van de laatste jaren heeft de aandacht op deze vermogensrechtelijke 'status aparte' voor het auteursrecht gevestigd en duidelijk gemaakt dat dit een onhoudbare situatie is.
Auteur(s)T.C.J.A. van Engelen
Pagina408-412
LinkVolledige tekst (Dickvanengelen.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelBewijsbeslissingen bij kantonrechters dubieus
CiteertitelNJB 2013, 337
SamenvattingDoor de snelheid van kantonprocedures worden eigenlijk drie stappen van de bewijsprocedure in elkaar geschoven. Komen de bewijsbeslissing en de onschuldpresumptie hierdoor niet onder druk te staan? In dit artikel wordt een klein onderzoek beschreven dat met enkele scriptiestudenten werd uitgevoerd naar de gang van zaken tijdens strafrechtelijke kantonzaken.
Auteur(s)H. Gommer
Pagina413-419
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelStraftoemeetkunde
CiteertitelNJB 2013, 338
SamenvattingBij nadere bestudering blijkt het Wetboek van Strafrecht met een tamelijk consistente meetlat delicten van strafdreigingen te voorzien. De koppeling tussen de straffen op het gronddelict en die op de naar gevolg gekwalificeerde varianten lijkt echter tamelijk willekeurig.
Auteur(s)M.J. Hoogendoorn
Pagina420-421
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelDe versterking van de positie van de rechter-commissaris en de verslechtering van de positie van de verdediging; Onbedoeld neveneffect
CiteertitelNJB 2013, 339
SamenvattingOp 1 januari 2013 is de Wet versterking positie rechter-commissaris in werking getreden (Stb. 2012,408). In deze wet zijn het gerechtelijk vooronderzoek en de mini-instructie afgeschaft en is daarvoor inde plaats gekomen het onderzoek door de rechter-commissaris (stb. 2011,600). De wet lijkt echter een onbedoeld, negatief neveneffect te hebben voor de verdediging, en wel in de situatie waarin een zaak ex art. 316 Sv door de zittingsrechter voor nader onderzoek naar de rechter-commissaris is verwezen.
Auteur(s)R. van Zijl
Pagina422-422
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 04-12-2012, 70517/11
CiteertitelNJB 2013, 340
SamenvattingArt. 3 EVRM. Non-refoulement. Uitzetting naar zuiden van SomaliŽ. Geen concreet uitzettingsgevaar binnen afzienbare tijd. Klacht van de rol geschrapt.

(Ali Mahamed Ahmed / Nederland)
Pagina423-423
UitspraakECLI:CE:ECHR:2012:1204JUD007051711
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof van Justitie EU, 22-01-2013, C-283/11
CiteertitelNJB 2013, 341
SamenvattingRichtlijn 2010/13/EU - Aanbieden van audiovisuele mediadiensten - Geldigheid artikel 15 lid 6 - Exclusieve televisie-uitzendrechten - Recht van toegang ten behoeve van kort nieuwsverslagen - Beperking van compensatie voor houder exclusieve rechten - Artikel 16 en 17 Handvest

(Sky ÷sterreich)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 22 januari 2013. # Sky Osterreich GmbH tegen Osterreichischer Rundfunk. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Bundeskommunikationssenat - Oostenrijk. # Richtlijn 2010/13/EU - Aanbieden van audiovisuele mediadiensten - Artikel 15, lid 6 - Geldigheid - Evenementen van groot belang voor publiek waarvoor exclusieve televisie-uitzendrechten gelden - Recht van toegang van televisieomroeporganisaties tot dergelijke evenementen teneinde korte nieuwsverslagen te verzorgen - Beperking van eventuele compensatie voor houder van exclusief recht tot extra kosten die voortkomen uit verschaffen van deze toegang - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 16 en 17 - Evenredigheid. # Zaak C-283/11.
Pagina423-424
UitspraakECLI:EU:C:2013:28
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2013, 11/04393
CiteertitelNJB 2013, 342
SamenvattingHuur woonruimte. Antenneverbod. Essentiele stelling.
Samenvatting (Bron)Huur flatwoning. Vordering verhuurder tot verwijdering van door huurder geplaatste schotelantenne. Toewijzing vordering onvoldoende gemotiveerd; beroep huurder op art. 56 VWEU (vrij verkeer van diensten) door hof niet kenbaar in beoordeling betrokken.
Pagina424-425
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BX9761
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2013, 11/05047
CiteertitelNJB 2013, 343
SamenvattingAruba. Concordantiebeginsel.
Samenvatting (Bron)Arubaans recht. Zeerecht. Aansprakelijkheid van loodsen; vereiste van opzet of grove schuld. Art. 6:170 BWA. Art. 3 Nederlandse Loodsenwet. Concordantiebeginsel.
Pagina425-425
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY1880
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2013, 11/05244
CiteertitelNJB 2013, 344
SamenvattingTer beŽindiging van hun geschillen sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst. Een partij stelt dat de vaststellingsovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, omdat haar wederpartij verkeerde inlichtingen heeft verstrekt aan een door partijen benoemd deskundige.
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht. Vordering tot wijziging vaststellingsovereenkomst op grond van dwaling/wanprestatie/onrechtmatige daad. Art. 6:228 lid 1, onder a, BW. Inlichting die niet rechtstreeks aan dwalende partij is verstrekt of niet specifiek is verstrekt in verband met overeenkomst waarvan vernietiging wordt ingeroepen. Miskenning grenzen rechtsstrijd.
Pagina425-426
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY3129
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2013, 11/05336
CiteertitelNJB 2013, 345
SamenvattingFaillissementspauliana. Verpanding van vorderingen. Verzamelpandakte. Een kredietnemer verbindt zich door middel van een pandakte om zijn toekomstige vorderingen aan de bank te verpanden.
Samenvatting (Bron)Faillissementspauliana; art. 42 en 47 Fw. Rechtsgeldigheid verpandingen door middel van verzamelpandakteconstructie. Volmacht die uitsluitend strekt tot uitvoering van in stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding; onverplichte rechtshandeling? Samenspanning? Maatstaf. Vereiste van vaststaan datering zowel van akte waarin titel voor de verpanding ligt besloten als van akte waarin de volmacht is verleend.
Pagina426-427
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY4134
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2013, 12/04783
CiteertitelNJB 2013, 346
SamenvattingWet Bopz. Machtiging voortzetting inbewaringstelling. Voorlopige machtiging.
Samenvatting (Bron)Bopz. Verzoek voorlopige machtiging als bedoeld in art. 2 Wet Bopz en verzoek voortzetting inbewaringstelling op de voet van art. 27 Wet Bopz. Vrijheid rechter eerst het verzoek met de verste strekking te behandelen.
Pagina427-428
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ0285
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-01-2013, 10/02980
CiteertitelNJB 2013, 347
SamenvattingVervolgingsverjaring. Hoger Raad stelt ambtshalve vast dat het recht tot strafvervolging is vervallen.
Samenvatting (Bron)Verjaring. HR ambtshalve: Uit de stukken blijkt niet dat gedurende 12 jaren voorafgaand aan de betekening van de aanzegging a.b.i. art. 435.1. Sv, enige daad van vervolging is verricht. De in art. 70.1.3 jo. art. 78 en 311 Sr bepaalde termijn is dus verstreken, zodat het recht tot strafvervolging is vervallen.
Pagina428-428
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY9115
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-01-2013, 12/02392
CiteertitelNJB 2013, 348
SamenvattingBedriegelijke bankbreuk (art. 341 Sr). Een bij een derde ondergebrachte zaak kan ook aan de boedel worden onttrokken c.q. buiten het bereik en beheer van de curator worden gehouden indien de zaak feitelijk niet is verplaatst noch door de in staat van faillissement verklaarde aan een ander is geleverd in de zin van art. 3:115 aanhef en onder c BW.
Samenvatting (Bron)Onttrekking aan de boedel a.b.i. art. 341.a.1į Sr. Het in 341.a.1į Sr bedoelde onttrekken betreft alle handelingen van de in staat van faillissement verklaarde waardoor hetgeen rechtens onder bereik en beheer van de curator in het faillissement behoorde te komen, buiten diens bereik en beheer wordt gehouden (vgl. HR LJN BC0813).De opvatting (waarop het middel kennelijk berust) dat een bij derden ondergebrachte zaak slechts in die zin buiten het bereik en beheer van de curator wordt gehouden indien deze zaak hetzij feitelijk is verplaatst, hetzij door de in staat van faillissement verklaarde is geleverd i.d.z.v. art. 3:115.c BW aan een ander, is onjuist.
Pagina428-429
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY8365
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-01-2013, 11/01313
CiteertitelNJB 2013, 349
SamenvattingSalduz-recht om een raadsman te raadplegen ook van toepassing ingeval verdachte voor het feit waarop het verhoor ziet niet is aangehouden, maar hem op dat moment uit anderen hoofde - in casu ter executie van eerdere vonnissen - zijn vrijheid is ontnomen (vgl. HR 3 juli 2012, LJN BW9264).
Samenvatting (Bron)Salduz-verweer. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit HR LJN BH3079. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte t.z.v. het feit waarover hij bij de politie een verklaring heeft afgelegd niet was aangehouden, maar dat hem op dat moment u.a.h. zijn vrijheid was ontnomen. Daaraan heeft het Hof de conclusie verbonden dat de in HR LJN BH3079 geformuleerde regel niet van toepassing is. Dat oordeel is onjuist. Een u.a.h. gedetineerde verdachte t.a.v. wie de verdenking is gerezen van een nieuw strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, bevindt zich wat betreft de bedoelde regel in een met een aanhouding vergelijkbare situatie (vgl. HR LJN BW9264). In aanmerking genomen dat ingevolge art. 67.1.b Sv voor het feit ter zake waarvan verdachte door de politie werd verhoord een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven, had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of verdachte is gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaande aan dat verhoor en of hem de gelegenheid is geboden van dat recht gebruik te maken dan wel of hij daarvan ondubbelzinnig afstand heeft gedaan. Nu het Hof dat heeft nagelaten, is de verwerping van het verweer ontoereikend gemotiveerd.
Pagina429-429
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY7892
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-01-2013, 11/00699
CiteertitelNJB 2013, 350
SamenvattingSalduz-recht om een raadsman te raadplegen. Uitdrukkelijke en ondubbelzinnige afstand van dat recht door verdachte door aankruising vakje dat hij geen gebruik wenste te maken van consultatierecht ondanks dat in het proces-verbaal is opgenomen dat indien verdachte gebruik wilde maken van zijn consultatierecht hij in verzekering zou worden gesteld.
Samenvatting (Bron)Salduz-verweer. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BH3079. Het Hof heeft ervan blijk gegeven te hebben onderzocht of verdachte is gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor en of hem de gelegenheid is geboden van dat recht gebruik te maken dan wel of hij daarvan ondubbelzinnig afstand heeft gedaan. Het in s Hofs overweging besloten liggende oordeel dat verdachte uitdrukkelijk en ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn consultatierecht, is niet onbegrijpelijk en, in het licht van het verweer dat niet kan worden uitgesloten dat [de verdachte] niet uit vrije wil het vakje heeft aangekruist dat hij geen gebruik wenste te maken van het consultatierecht, toereikend gemotiveerd.
Pagina429-429
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY7886
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-01-2013, 12/01138 P
CiteertitelNJB 2013, 351
SamenvattingOntnemingsprocedure.
Samenvatting (Bron)Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in zijn h.b. Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen, waarin een verklaring van de advocaat dat betrokkene instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de tz. in h.b. en een door betrokkene opgegeven adres voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding ontbreken. In HR LJN BJ7810 zijn eisen geformuleerd waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen moet voldoen. Het kennelijke oordeel van het Hof dat ook in ontnemingszaken een schriftelijke volmacht dient te voldoen aan die eisen, is juist. Gelet op de ratio van de eisen waaraan een door een advocaat verstrekte volmacht moet voldoen, bestaat in een geval als het onderhavige, waarin de gemachtigde raadsman ttz. is verschenen, onvoldoende grond voor de n-o verklaring van het appel wegens het niet voldoen van de volmacht aan de voorwaarden. Het belang dat met die voorwaarden is gediend, is in zo een geval niet geschaad. Het verzuim kan daarom voor gedekt worden gehouden.
Pagina430-430
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY8357
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-01-2013, 11/02076
CiteertitelNJB 2013, 352
SamenvattingHerzieningsprocedure.
Samenvatting (Bron)Herziening. 1. Vanaf 1 oktober 2012 kan ex art. 460.2 Sv een herzieningsaanvraag nog slechts door een raadsman worden ingediend. Na die datum binnengekomen correspondentie van de aanvrager is daarom teruggezonden. 2. Aanvragen deels n-o en voor het overige afgewezen.
Pagina430-430
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY9131
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 01-02-2013, 11/03763
CiteertitelNJB 2013, 353
SamenvattingPrejudiciŽle vragen. Taakverdeling met de algemene bestuursrechter. Uitleg Monumentenwet.
Samenvatting (Bron)Art. 6.31 Wet IB 2011, art. 63 VWEU. Aftrek van kosten van een in BelgiŽ gelegen monumentaal pand dat aldaar is erkend als wettelijk beschermd monument. Eis van registratie van het monument op basis van de Nederlandse Monumentenwet verenigbaar met het EU-recht? Taakverdeling met de algemene bestuursrechter. De HR stelt prejudiciŽle vragen aan het HvJ.
Pagina430-435
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BW8359
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 27-12-2012, 201110110/1/A3
CiteertitelNJB 2013, 354
SamenvattingHet besluit tot en nieuwe opstelling van de weekmarkt bevat niet een andere bepaling naar plaats, tijd of object van de toepasselijkheid van normen die in de Marktverordening of het Marktreglement besloten liggen, maar nadere zelfstandige normen waaraan aanvragen om afgifte van een vergunning tot het innemen van een standplaats dienen te worden getoetst. Het besluit bevat derhalve een algemeen verbindend voorschrift, dat niet vatbaar is voor bezwaar en beroep.
Samenvatting (Bron)Het college heeft de nieuwe opstelling van de weekmarkt weergegeven op een bij het besluit behorende plattegrond. Hierop is onder meer aangeduid in welk gebied standplaatsen kunnen worden vergund, wat de maximale afmetingen van standplaatsen zijn en voor welke artikelengroepen op welke locatie een vergunning kan worden verleend. Het besluit dient in zoverre te worden aangemerkt als wijziging van de bij het Marktreglement behorende plattegrond. Het bevat aldus niet een nadere bepaling naar plaats, tijd of object van de toepasselijkheid van normen die in de Marktverordening of het Marktreglement besloten liggen, maar nadere zelfstandige normen waaraan aanvragen om afgifte van een vergunning tot het innemen van een standplaats dienen te worden getoetst (vergelijk de uitspraak ABRS, 25-02-2009, 200803500/1, LJN: BH3994). Het college is ingevolge de Marktverordening bevoegd tot het vaststellen van dergelijke normen. Het besluit bevat derhalve een algemeen verbindend voorschrift. Dat het college zich niet gehouden acht om aan standplaatshouders nadere besluiten te verstrekken waarin hun nieuwe standplaats wordt vergund, doet daar niet aan af.
Pagina435-435
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY7334
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 19-12-2012, 201203917/1/A3
CiteertitelNJB 2013, 355
SamenvattingHet Bestuursorgaan heeft niet aannemelijk gemaakt dat het betrokken besluit op de door hem gestelde datum is verzonden. Aan een oordeel over de vraag of de wederpartij het vermoeden van een tijdige ontvangst heeft ontzenuwd, komt de Afdeling niet toe, nu die beoordeling eerst dan plaatsvindt als het bestuursorgaan de verzending oip de door hem gestelde datum aannemelijk heeft gemaakt.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 13 december 2010 heeft het dagelijks bestuur aan [wederpartij] ontheffing verleend voor het afmeren van een dekschuit bij zijn woonschip [naam woonschip] aan de [locatie A] te Amsterdam.
Pagina436-436
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY6771
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 11-01-2013, 11/6912 WAZ
CiteertitelNJB 2013, 356
SamenvattingBestuurlijke lus. Terugkomen van een in een tussenuitspraak gegeven rechtsoordeel. Finale geschilbeslechting. Procesbelang bij vaststelling maatmaninkomen. Geen actueel belang.
Samenvatting (Bron)Maatmaninkomen. WAZ-uitkering. Gezien de uitspraak van de Raad van 2 november 2012, LJN BY2116, stond het de rechtbank - behoudens uitzonderlijke gevallen, waarvan hier geen sprake is - niet vrij terug te komen van een door haar in een tussenuitspraak zonder voorbehoud gegeven oordeel. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden vernietigd. Teneinde tot finale geschilbeslechting te komen, zal de Raad het geding niet terugwijzen naar de rechtbank maar daarover thans een oordeel geven. Voor de hoogte van zijn uitkering of voor het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid is momenteel, gezien het systeem van de WAZ, niet van belang wat het maatmaninkomen van appellant precies is. Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Pagina436-437
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BY8743
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 18-01-2013, 12/3269 WAO-T
CiteertitelNJB 2013, 357
SamenvattingInkomsten uit arbeid. De verklaringen van de drie anonieme getuigen zijn onvoldoende onderbouwing voor de constatering dat sprake is van inkomsten uit arbeid.
Samenvatting (Bron)Terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid. Appellante heeft aangevoerd dat geen sprake was van inkomsten uit arbeid. De vergoedingen die werden betaald kwamen niet ten goede van appellante maar van haar vader voor gebruik van de rijbak en de paarden. Appellante genoot geen inkomsten uit arbeid en zij was daarom ook niet gehouden om het Uwv op de hoogte te stellen van haar activiteiten op de paardenweide op de zaterdagochtend. Raad: Gelet op de rapportage van de inspecteur kan niet worden gesproken van zorgvuldig onderzoek naar de eventuele inkomsten uit arbeid van appellante. De berekening van de inkomsten uit arbeid is gebaseerd op een verklaring van de tipgever die tevens de ex-echtgenoot is van appellante en de verklaringen van drie anonieme getuigen, die deze verklaringen niet hebben ondertekend of anderszins hebben bevestigd. Tijdens de behandeling van deze zaak ter zitting van de Rb. heeft appellante verteld dat zij weet wie die drie anonieme getuigen zijn en dat zij hen heeft benaderd. Zij heeft een brief en een e-mail, afkomstig van twee van deze getuigen overgelegd en gesteld dat de door de inspecteur vermelde verklaringen van deze getuigen niet mogen worden gebruikt omdat ze niet juist zijn. Verder heeft zij gesteld dat de derde getuige nooit heeft gesproken met de inspecteur. De inspecteur heeft hierop te kennen gegeven dat de verklaringen van de drie getuigen wel degelijk juist zijn weergegeven en dat de informatie in de overgelegde brief en e-mail juist een bevestiging vormt van zijn eindoordeel, nu appellante nooit heeft gesproken over een onkostenvergoeding van 10,- terwijl de getuigen hiervan wel melding maken. De Raad acht de door de inspecteur opgemaakte verklaringen van de drie anonieme getuigen onvoldoende onderbouwing voor de constatering dat sprake is van inkomsten uit arbeid bij appellante. Hierbij is van belang dat deze verklaringen niet zijn ondertekend of anderszins bevestigd door de betreffende getuigen, terwijl voor de Raad niet toetsbaar is of de verklaringen juist zijn weergegeven en de juistheid van de verklaringen lijkt te worden betwist door twee van deze anonieme getuigen. De door de inspecteur gegeven reactie op de brief en e-mail doet aan het bovenstaande niet af. Dit leidt de Raad tot de conclusie dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. De Raad draagt het Uwv op met toepassing van art. 21, lid 6 Beroepswet dit gebrek in het besluit te herstellen.
Pagina437-438
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BY9147
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 18-01-2013, 12/1741 BESLU
CiteertitelNJB 2013, 358
SamenvattingWettelijke rente verschuldigd over ten onrechte niet toegekende vergoeding van immateriŽle schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Samenvatting (Bron)Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn door het Uwv vastgesteld op 1.000,- . De termijn in de beide rechterlijke fases is niet langer dan drie en een half jaar geweest. De overschrijding van de redelijke termijn komt dan ook voor rekening van het Uwv. Er is geen reden om indien sprake is van een zelfstandig besluit hiervan af te wijken. De redelijke termijn is met twee en een half jaar is overschreden. De Raad voorziet zelf. Per half jaar vindt er een vergoeding van 500,- plaats, in totaal dus 2.500,- (waarvan 1.000,- al is vergoed). Wettelijke rente.
Pagina438-439
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BY8815
Artikel aanvragenVia Praktizijn