Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 24-05-2013
Aflevering 21
RubriekVooraf
TitelAmerikaanse/Europese toestanden
CiteertitelNJB 2013, 1298
SamenvattingDe euro-, budget-, vastgoed- en bankencrises (vergeet ik nu niks? Nu ja: de crises dus) leiden tot politieke doorbraken die voordien ondenkbaar waren. De begrotings- en staatschuldnood van de westerse wereld en de resulterende jacht op belastingopbrengst (op ontduikers en ontwijkers) baart Umwertungen aller Werte, waaronder budgettair toezicht van EU-wege, maar ook: Luxemburg geeft zijn bankgeheim op. Veel keus had het niet, evenmin als Zwitserland: door de Amerikaanse FATCA-wetgeving kunnen, grof gezegd, niet-Amerikaanse banken geen zaken meer doen in de VS als zij de rekeninggegevens van US-rekeninghouders niet doorgeven aan de Amerikaanse Internal Revenu Service.
Auteur(s)P.J. Wattel
Pagina1373-1373
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelRoeien tegen de stroom in?
CiteertitelNJB 2013, 1299
SamenvattingDe onderlinge vervlechting van privaatrecht en bestuursrecht neemt, mede onder invloed van EU-recht en het EVRM en als gevolg van privatisering van regelgeving, toe. De scheidslijn laat zich steeds moeilijker trekken. Aanscherping van grenzen wordt mogelijk een 'roeien tegen de stroom in'. Is ook voor ons niet de tijd gekomen om 'de kloof tussen beide rechtstakken' te dempen? Een oproep tot debat.
Auteur(s)L.F. Wiggers-Rust
Pagina1374-1383
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelEen juridische standaard voor ontoerekeningsvatbaarheid?
CiteertitelNJB 2013, 1300
SamenvattingIn veel rechtssystemen wordt een juridische standaard gehanteerd voor ontoerekeningsvatbaarheid. Een dergelijke standaard - die in Nederland ontbreekt - specificeert in welke gevallen een psychische stoornis tot ontoerekeningsvatbaarheid leidt. Hij functioneert als intermediair tussen gedragsdeskundige feiten enerzijds en de juridische norm anderzijds. In deze bijdrage wordt de introductie van een dergelijke juridische standaard in het Nederlandse strafrecht bepleit. De argumenten voor het introduceren van zo'n standaard houden onder meer verband met de grenzen van de gedragsdeskundige expertise, met transparantie en rechtsgelijkheid.
Auteur(s)G. Meynen
Pagina1384-1390
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelEen renaissance van vormverzuimen in het strafrecht?
CiteertitelNJB 2013, 1301
SamenvattingDe Hoge Raad geeft in een arrest van 19 februari 2013 handen en voeten aan argumenten die de rechter bij de toepassing van bewijsuitsluiting in de praktijk ongetwijfeld als in zijn belangenafweging zal meewegen. Echter, nu de rechter zijn beslissing, anders dan voorheen, extra en expliciet zal moeten motiveren, rijst de vraag of de Hoge Raad vanwege het gekozen format van zijn arrest het beslissingenschema van de strafrechter niet onnodig bemoeilijkt.
Auteur(s)T.M. Schalken
Pagina1391-1394
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 26-03-2013, 33234/07
CiteertitelNJB 2013, 1302
SamenvattingGebrek aan adequaat onderzoek naar huiselijk geweld is in strijd met art. 3 EVRM.

(Valiulienť / Litouwen)
Samenvatting (Bron)Violation of Article 3 - Prohibition of torture (Article 3 - Positive obligations) (Substantive aspect);Non-pecuniary damage - award
Pagina1395-1396
UitspraakECLI:CE:ECHR:2013:0326JUD003323407
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 11/05592
CiteertitelNJB 2013, 1303
SamenvattingAruba. Medische aansprakelijkheid. Deskundige. Motivering. Een baby loopt ernstig blijven hersenletsel op vůůr, tijdens en/of na verblijf in het ziekenhuis. De ouders vorderen schadevergoeding van het ziekenhuis wegens medische fouten. De door de rechter benoemde deskundigen concluderen dat het hersenletsel voor 80-90% is ontstaan door omstandigheden waarvoor het ziekenhuis niet aansprakelijk is en dat het overige hersenletsel een weinig relevante verergering toevoegt. Het hof neemt de bevindingen van de deskundigen over.
Samenvatting (Bron)Wanprestatie, onrechtmatige daad; onoordeelkundig medisch handelen; waardering deskundigenbericht. Door rechter benoemde deskundigen; partijdeskundige. Motiveringsplicht rechter (HR 5 december 2003, LJN AN8478, NJ 2004/74 en HR 9 december 2011, LJN BT2921, NJ 2011/599).
Pagina1396-1396
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ1468
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/00509
CiteertitelNJB 2013, 1304
SamenvattingVertraging van vluchten. Compensatieregeling. Halvering.
Samenvatting (Bron)Luchtvaartzaak. Schadevergoedingsvordering passagiers in verband met vertraging vlucht. Compensatieregeling; art. 6 en 7 Verordening (EG) nr. 261/2004. Beroep op halvering compensatie, art. 7 lid 2 aanhef en onder c Verordening. Verweer ten onrechte door kantonrechter gepasseerd. Uitzondering niet van toepassing, klacht mist belang.
Pagina1396-1397
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ2864
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/00511
CiteertitelNJB 2013, 1305
SamenvattingVertraging van vluchten. Compensatieregeling. Bijzondere omstandigheden.
Samenvatting (Bron)Luchtvaartzaak. Schadevergoedingsvordering passagiers in verband met vertraging vlucht. Compensatieregeling; art. 6 en 7 Verordening (EG) nr. 261/2004. Buitengewone omstandigheden die redelijkerwijs niet voorkomen hadden kunnen worden als bedoeld in art. 5 lid 3 Verordening? Verweer ten onrechte gepasseerd door kantonrechter, art. 80 lid 1 aanhef en onder a RO.
Pagina1397-1397
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ2865
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/00512
CiteertitelNJB 2013, 1306
SamenvattingVertraging van vluchten. Compensatieregeling. Recht op pleidooi.
Samenvatting (Bron)Luchtvaartzaak. Schadevergoedingsvordering passagiers in verband met vertraging vlucht. Compensatieregeling; art. 6 en 7 Verordening (EG) nr. 261/2004. Procesrecht. Verzoek om pleidooi ten onrechte door kantonrechter gepasseerd; art. 134 lid 1 Rv. Art. 80 lid 1, aanhef en onder a, RO.
Pagina1397-1398
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ2867
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/00539
CiteertitelNJB 2013, 1307
SamenvattingPrivate aanbesteding. Gelijkheidsbeginsel. Transparantiebeginsel. Redelijkheid en billijkheid. In een private aanbesteding met betrekking tot schoonmaakwerkzaamheden stelt aanbesteder KLM, buiten medeweten van de laagste aanbieder, een andere aanbieder in de gelegenheid zijn offerte aan te passen. Vervolgens gunt KLM het contract aan die andere aanbieder.
Samenvatting (Bron)Private aanbesteding. Inrichting aanbestedingsprocedure; contractsvrijheid. Partijen in beginsel vrij om toepasselijkheid gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel uit te sluiten. Mogelijkheid van beroep op onaanvaardbaarheid uitsluiting; bijzondere omstandigheden.
Pagina1398-1399
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ2900
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/00989
CiteertitelNJB 2013, 1308
SamenvattingOuderlijk gezag. Alleen de moeder is belast met het gezag over een in 2006 geboren minderjarige. In 2010 gaat de minderjarige met beide ouders naar Suriname. De vader keert alleen terug naar Nederland. Vervolgens overlijdt de moeder. In Nederland verzoekt de vader te worden belast met het gezag over de minderjarige.
Samenvatting (Bron)Verzoek om gezagsbeslissing minderjarige van niet met ouderlijk gezag belaste vader. Bevoegdheid Nederlandse rechter, art. 8 Verordening Brussel II-bis, waardering van feitelijke aard. Benoeming bijzondere curator, art. 1:250 BW, beoordelingsvrijheid rechter; benoeming heeft niet tot doel de belangenbescherming in het algemeen van minderjarige (HR 23 november 2012, LJN BY3968, NJ 2012/668). Gegronde vrees verwaarlozing belangen minderjarige, art. 1:253g lid 3 BW? Onvoldoende gemotiveerd passeren van essentiŽle stellingen.
Pagina1399-1399
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY4107
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/01670
CiteertitelNJB 2013, 1309
SamenvattingFlexwerker. Garantieloon. Een chauffeur in loondienst die soms meerdere malen per dag wordt opgeroepen om ritten te verzorgen, vordert na het einde van het dienstverband betaling van achterstallig loon.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Loonvordering. Uitleg art. 7:628a BW. Vraag naar berekeningsgrondslag gegarandeerde beloning indien werknemer meerdere malen per dag wordt opgeroepen voor een periode van (telkens) korter dan drie uur. Mogelijkheid van dubbele beloning.
Pagina1399-1400
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ2907
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/02593
CiteertitelNJB 2013, 1310
SamenvattingBoedelscheiding. Titelverschaffing. Het hof overweegt dat het verzoek van de man betreffende een bepaalde post geen bespreking behoeft, nu de vrouw heeft verklaard dat zij zal betalen.
Samenvatting (Bron)Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding. Beroep op verrekening van in appel erkende vordering niet verdisconteerd eindbeschikking. Hoge Raad doet zelf af.
Pagina1400-1400
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ1059
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/04243
CiteertitelNJB 2013, 1311
SamenvattingSchade. Causaal verband. B exploiteert een horecagelegenheid. Op eigen verzoek wordt het failliet verklaard. In elk geval vanaf de datum van het faillissement exploiteert A de onderneming. Het hof oordeelt dat A de onderneming onrechtmatig in bezit heeft gehouden en veroordeelt A tot betaling van schadevergoeding aan de curator wegens gemiste verkoopopbrengst van de onderneming, zonder in te gaan op de stelling van A dat de curator de huuropzegging door de verhuurder heeft aanvaard.
Samenvatting (Bron)Faillissement. Pauliana; art. 42 en 47 Fw. Onrechtmatige daad. Beroep curator op nietigheid verkoop onderneming vůůr faillissement. Causaal verband tussen onrechtmatig in bezit houden onderneming en door curator gestelde schade?
Pagina1400-1401
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ5371
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/04582
CiteertitelNJB 2013, 1312
SamenvattingFaillietverklaring. Heropening. Na de mondelinge behandeling van een faillissementsverzoek in hoger beroep, ontvangt het hof van een partij een fax met de mededeling dat een bepaalde schuld is voldaan.
Samenvatting (Bron)Verzoek tot faillietverklaring. Bestaan steunvordering, faillissementstoestand, art. 6 lid 3 Fw. Na mondelinge behandeling maar voor uitspraak ingekomen verklaring, mogelijkheid tot heropening van de behandeling, motiveringsplicht rechter gelet op ingrijpende gevolgen faillissement, toetsing ex nunc.
Pagina1401-1402
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ1058
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 11/02313
CiteertitelNJB 2013, 1313
SamenvattingOpenlijke geweldpleging met vier slachtoffers in casu als geheel genomen niet ernstiger of anders van aard dan met drie slachtoffers.
Samenvatting (Bron)Openlijke geweldpleging. Nu de door het Hof gebezigde bemiddelen niets inhouden waaruit kan worden afgeleid dat het in de tll. omschreven geweld is begaan tegen so. en bestond uit het meermalen schoppen en/of trappen tegen het lichaam van so., zoals is bewezenverklaard, moet worden aangenomen dat dit onderdeel van de tll. als gevolg van een kennelijke misslag in de bewezenverklaring is opgenomen. De HR leest de bewezenverklaring met herstel van deze misslag. Aangezien in die lezing de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, behoeft s Hofs kennelijke vergissing niet tot cassatie te leiden.
Pagina1402-1402
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ9287
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/00804
CiteertitelNJB 2013, 1314
SamenvattingErfgenamen geven uitvoering aan overeenkomst waarbij erflaatster recht op periodieke uitkeringen heeft geschonken. Giftenaftrek voor erfgenamen. Of de voor een gift vereiste waardeverschuiving heeft plaatsgevonden moet worden beoordeeld naar de situatie op het moment waarop de schenkingsovereenkomst tot stand komt.
Samenvatting (Bron)Conclusie PG: A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/00804 welke samenhangt met de zaken met nummers 12/00801, 12/00802 en 12/02197. De grootmoeder van de echtgenote van belanghebbende (hierna: de grootmoeder) heeft een aanspraak op periodieke verstrekkingen, vrij van recht (van schenking), bestaande uit de jaarlijkse overdracht gedurende vijf opeenvolgende jaren van certificaten van aandelen (hierna: cva), aan een stichting geschonken. De verstrekkingen vangen aan in het jaar 2001 en zijn afhankelijk gesteld van de levens van de grootmoeder en ťťn van haar zoons, echter eindigend in het jaar 2005. Grootmoeder is in het jaar 2002 overleden. Belanghebbende is voor 17/100e gerechtigd tot haar nalatenschap welke onder andere de verplichting bevat tot uitkering van de resterende vier periodieke uitkeringen en tot betaling van de aanslag in het recht van schenking. De voldoening van de tweede uitkering heeft niet in 2002 maar, gelijktijdig met de voldoening van de derde termijn, in 2003 plaatsgevonden. Belanghebbende heeft bij het doen van de aangifte ib/pvv 2003 de tweede en derde termijn alsook de aanslag in het recht van schenking, naar rato van zijn aandeel in de nalatenschap, als aftrekbare giften in mindering op zijn belastbare inkomen gebracht. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Het Hof heeft beslist dat de toetsing aan het vereiste van vrijgevigheid en of sprake is van vaste en gelijkmatige periodieke verstrekkingen, plaatsvindt bij totstandkoming van de schenking. Voorts heeft het Hof beslist dat de tweede termijn niet in 2003 voor aftrek in aanmerking komt omdat deze in 2002 rentedragend is geworden en reeds toen in aftrek moest worden genomen. Gelet op het systeem van de wet dient voor de bepaling van de omvang van de aftrek in het betreffende jaar te worden uitgegaan van de actuele koers. De verplichting tot betaling van de aanslag in het recht van schenking is ook onder algemene titel op de erfgenamen overgegaan zodat belanghebbende voor zijn aandeel in het betaalde schenkingsrecht de giftenaftrek kan toepassen. Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond. De A-G meent met betrekking tot de vereisten van artikel 6.38 van de Wet IB 2001 dat vaststaat dat de onderhavige uitkeringen berusten op een bij notariŽle akte van schenking aangegane verplichting om de verstrekkingen gedurende vijf of meer jaren ten minste jaarlijks uit te keren. Het artikel eist niet dat de uitkeringen daadwerkelijk steeds jaar voor jaar zijn uitbetaald. Wanneer een dergelijke overeenkomst is tot stand gekomen, is de schuldenaar verplicht tot het doen van de desbetreffende uitkeringen, ongeacht of deze degene is die de overeenkomst van schenking is aangegaan dan wel diens rechtsopvolger. Tussen partijen is niet in geschil dat ten tijde van de schenking sprake was van vrijgevigheid bij de moeder en het artikel stelt geen nadere eisen ten aanzien van de persoon die de uitkeringen doet. Tenslotte meent de A-G dat nu, naar het Hof heeft vastgesteld, belanghebbende het bedrag van de aanslag van het recht van schenking niet heeft geschonken doch de verplichting tot betaling uit de nalatenschap heeft verkregen, de betaling daarvan niet kan worden aangemerkt als andere gift in de zin van artikel 6.35 van de Wet IB 2001. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de Staatssecretaris gegrond dient te worden verklaard.
Pagina1402-1403
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BY8147
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 03-05-2013, 12/01078
CiteertitelNJB 2013, 1315
SamenvattingAdspirant-registerloods staat tijdens leertraject in privaatrechtelijke dienstbetrekking.
Samenvatting (Bron)Conclusie PG: Belanghebbende verzorgt de opleiding van adspirant-registerloodsen. Een adspirant-registerloods gaat een leerovereenkomst aan met belanghebbende en volgt gedurende een periode van ongeveer 12 maanden de opleiding tot registerloods. De adspirant-registerloods ontvangt van belanghebbende een maandelijkse vergoeding van ongeveer 2.600. Het geschil betreft de vraag of belanghebbende verplicht is premies in te houden voor de werknemersverzekeringen. Hierbij gaat het om de vraag of er sprake is van een privaatrechtelijke dan wel fictieve dienstbetrekking tussen belanghebbende en de adspirant-registerloodsen. De Rechtbank heeft overwogen dat aan alle drie de elementen voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan. De adspirant-registerloodsen verrichten persoonlijke arbeid, zijn gebonden tot het opvolgen van aanwijzingen en er is een loonbetalingsplicht aanwezig. Het hof sluit zich bij dit oordeel aan. Het Hof overweegt dat de door de adspirant-registerloods te verrichten activiteiten, bestaande in het volgen van de opleiding en in het in dat kader onder begeleiding uitvoeren van werkzaamheden als loods, hebben te gelden als arbeid. De civiele kamer van de Hoge Raad heeft beslist dat een stageovereenkomst, waarbij de activiteiten van de stagiair overwegend gericht zijn op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring, zulks mede met het oog op de voltooiing van een opleiding, geen arbeidsovereenkomst is. Ook volgens de CRvB is het verrichten van werkzaamheden met het oog op de voltooiing van een studie of een opleiding mede met het doel kennis en ervaring uit te breiden, alleen dan verenigbaar met het aannemen daarvan als arbeid in dienstbetrekking, wanneer de voorwaarden waaronder de werkzaamheden worden verricht die conclusie wettigen. Gelet op voornoemde jurisprudentie concludeert A-G Niessen dat de activiteiten van de adspirant-registerloodsen (overwegend) gericht zijn op het vergaren van kennis en vaardigheden en niet op het verrichten van productieve arbeid in de zin van een dienstbetrekking. Het oordeel van het Hof kan niet in stand blijven. Ambtshalve concludeert de A-G dat er alleen sprake is van premieplicht voor de Ziektewet op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel g, van de Ziektewet. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.
Pagina1403-1404
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BY8742
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 01-05-2013, 12/5772 WW
CiteertitelNJB 2013, 1316
SamenvattingAanvang bezwaartermijn, betwisting datum verzending, verhuizing.
Samenvatting (Bron)Datum daadwerkelijke terpostbezorging betwist. Geen twijfel over door Uwv gestelde verzenddatum. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Pagina1404-1405
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BZ9158
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 03-05-2013, 11/6286 AOW
CiteertitelNJB 2013, 1317
SamenvattingIntrekking AOW-pensioen wegens detentie leidt niet tot schending van artikel 1 van het Eerste Protocol.
Samenvatting (Bron)De Svb heeft het ouderdomspensioen van appellant beŽindigd op de aan art. 8b AOW ontleende grond dat appellant gedetineerd is. Raad: Evenals de Rb. is de Raad van oordeel dat het bestreden besluit leidt tot een inbreuk op het eigendomsrecht van appellant, maar niet tot schending van art. 1 van het Eerste Protocol. De door appellant aangevochten inbreuk op zijn eigendomsrecht is bij wet voorzien, nu deze inbreuk direct volgt uit toepassing van het dwingendrechtelijke art. 8b van de AOW. Tot art. 8b van de AOW per 1 juli 2009 in werking trad, werd er onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant gedetineerden met een uitkering, die ingevolge de Wsg gedurende detentie wordt stopgezet, en aan de andere kant gedetineerden met een ouderdomspensioen op grond van de AOW. Tot dat moment voorzag de AOW namelijk niet in de beŽindiging van ouderdomspensioenen gedurende detentie. Toepassing van de Wsg leidt volgens vaste rechtspraak in overwegende mate niet tot schending van art. 1 van het Eerste Protocol (CRvB 18 juni 2004, LJN: AP4680;12 november 2004, LJN: AR6512, 14 juli 2005, LJN: AT9595 en 2 december 2005, LJN: AU7320). Uit de MvT bij art. 8b van de AOW (Kamerstukken II, 31 525, nr. 3) is af te leiden dat de wetgever ervoor heeft gekozen om het onderscheid tussen gedetineerden met een ouderdomspensioen en gedetineerden met andere sociale uitkeringen op te heffen, omdat het de bedoeling van de wetgever is dat voortaan geen enkele categorie gedetineerden gedurende detentie vermogen op kan bouwen dankzij uit de collectieve middelen bekostigde uitkeringen. De Raad acht dit een legitiem doel dat mede kan worden nagestreefd door toepassing van art. 8b van de AOW. Er is dan ook geen grond om de toepassing van art. 8b van de AOW in het kader van een toetsing aan het Eerste Protocol anders te beoordelen dan de toepassing van de Wsg. Met betrekking tot de stelling van appellant, dat hij recht heeft op een volledig ouderdomspensioen over de periode waarin hij gedetineerd was omdat hij zijn hele arbeidzame leven premies heeft betaald, merkt de Raad op dat de AOW is gebaseerd op een omslagstelsel. Met de premies voor de AOW die appellant gedurende zijn arbeidzame leven heeft betaald zijn derhalve ouderdomspensioenen bekostigd van verzekerden voor de AOW die de pensioengerechtigde leeftijd eerder hebben bereikt dan appellant. Het ouderdomspensioen van appellant wordt bekostigd uit de premies voor de AOW die moeten worden opgebracht door de huidige generaties werkenden en uit andere collectieve middelen. Gelet op de beweegredenen van de wetgever en de ruime beoordelingsmarge die de Staat in deze toekomt, kan niet staande worden gehouden dat aan art. 8b van de AOW een onevenwichtige afweging ten grondslag ligt tussen de gediende gemeenschapsbelangen en het ingeroepen fundamentele recht, dan wel dat er geen redelijke proportionaliteitsrelatie bestaat tussen de gekozen middelen en het beoogde doel. Van feiten of omstandigheden die meebrengen dat toepassing van art. 8b van de AOW voor appellant leidt tot een individual and excessive burden is niet gebleken.
Pagina1405-1406
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BZ9462
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 09-04-2013, AWB 10/628
CiteertitelNJB 2013, 1318
SamenvattingBoete wegens overtreding van de Meststoffenwet. Uitleg van de begrippen 'biggen' en 'vleesvarkens'.
Samenvatting (Bron)Meststoffenwet Bestuurlijke boete
Pagina1406-1406
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:BZ8470
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 10-04-2013, AWB 11/322
CiteertitelNJB 2013, 1319
SamenvattingGeschilbesluit o.g.v. art 51 Elektriciteitswet en art. 19 Gaswet. BeŽindiging transport elektriciteit en gas in de winterperiode in geval van fraude. Afsluiting op ander adres dan adres waar fraude is gepleegd. Procesbelang.
Samenvatting (Bron)Geschilbesluit o.g.v. art. 51 Elektriciteitswet en artikel 19 Gaswet. BeŽindiging transport elektriciteit en gas in de winterperiode in geval van fraude. Afsluiting op ander adres dan adres waar fraude is gepleegd. Uitleg artikel 2 Regeling afsluiten elektriciteit en gas van kleinverbruikers.
Pagina1406-1407
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:BZ8127
Artikel aanvragenVia Praktizijn