Jurisprudentie Onderneming & Recht

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie Onderneming & Recht
Datum 13-06-2013
Aflevering 6
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 30-01-2013, HA ZA 09-0579
CiteertitelJOR 2013/162
SamenvattingIPR, Bevoegdheid Nederlandse rechter, Olielekkages in Nigeria, Rechtbank komt niet terug op bindende eindbeslissing dat zij bevoegd is om kennis te nemen van de tegen de moedervennootschap Royal Dutch Shell te Den Haag en haar Nigeriaanse dochter SPDC ingestelde vorderingen, Geen misbruik van procesrecht, Voorzienbaar voor buitenlandse dochter dat zij kon worden gedagvaard in Nederland, De bevoegdheid in de zaak tegen SPDC houdt niet op te bestaan als de vorderingen tegen RDS worden afgewezen, ook niet als er daarna feitelijk niet of nauwelijks nog een band met de Nederlandse rechtssfeer resteert, Inhoudelijke beoordeling naar Nigeriaans recht, Vorderingen afgewezen, Vervolg op Rb. ’s-Gravenhage 30 december 2009, «JOR» 2010/41, m.nt. De Haan, Verband met Rb. ’s-Gravenhage 14 september 2011, LJN BU3535.
Samenvatting (Bron)Eindvonnis van de rechtbank Den Haag over de gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door een olielekkage in 2005 bij het dorp Oruma in Nigeria. Vervolg op LJ-nummers BK8616 en en BU3535. Zie ook NJB 2012, blzz. 400-406. Zie ook LJN BY9845 en LJN BY9854
AnnotatorJ. Fleming
Pagina1670-1695
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:BY9850
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-02-2013, 200.095.690
CiteertitelJOR 2013/163
SamenvattingVerjaring vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid, Verjaringstermijn vangt aan als benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat schade is veroorzaakt door handelen van betrokken persoon, Tekortschieten van de bestuurde vennootschap hoeft hiervoor niet definitief te worden vastgesteld.
Samenvatting (Bron)Verjaring van een vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Voor bekendheid met door bestuurder veroorzaakte schade is niet nodig dat wanprestatie van de door hem bestuurde vennootschap vaststaat.
AnnotatorY. Borrius
Pagina1695-1700
UitspraakECLI:NL:GHARL:2013:BZ1818
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-02-2013, 200.098.921/01
CiteertitelJOR 2013/164
SamenvattingVerjaring vordering van schuldeiser uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid niet gestuit door enig handelen van curator, Vordering gebaseerd op niet-nakoming van een hulpverleningsovereenkomst, Curator is niet-ontvankelijk in strafzaak, Deze vordering is niet door de curator in een latere civiele procedure ingesteld
Samenvatting (Bron)Vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid verjaard.
AnnotatorY. Borrius
Pagina1700-1706
UitspraakECLI:NL:GHARL:2013:BZ1746
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-02-2013, 200.108.680
CiteertitelJOR 2013/165
SamenvattingDefinitie begrip kerkgenootschap, Een kerkgenootschap is een organisatie van aangeslotenen die zich de gemeenschappelijke godsverering van de aangeslotenen op de grondslag van gemeenschappelijke godsdienstige opvattingen ten doel stelt en die als zelfstandig kerkgenootschap wil gelden, Vordering tot verbod gemeente om medewerking te verlenen aan lokale herdenking van Duitse soldaten op 4 mei, Toetsingsruimte (voorzieningen)rechter is zeer beperkt, Vordering (alsnog) afgewezen.
Samenvatting (Bron)Dodenherdenking 4 mei 2012 te Vorden; in eerste aanleg toegewezen voorlopige voorziening (vonnis voorzieningenrechter in de rechtbank Zutphen van 4 mei 2012)
AnnotatorJ.M. Blanco Fernandez
Pagina1706-1711
UitspraakECLI:NL:GHARL:2013:BZ1166
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelHoge Raad, 29-03-2013, 12/02147
CiteertitelJOR 2013/166
SamenvattingEnquêteprocedure, Enquêtegerechtigden, Aandeelhouders in buitenlandse moedervennootschap worden aangemerkt als economisch gerechtigden in Nederlandse dochtervennootschap, Een verschaffer van risicodragend kapitaal heeft een eigen economisch belang dat kan worden gelijkgesteld met het belang van aandeelhouders als bedoeld in art. 2:346 aanhef en onder b BW, Cassatieberoep verworpen.
Samenvatting (Bron)Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Bevoegdheid middellijk aandeelhouder tot doen van enquêteverzoek? Art. 2:346, aanhef en onder b, BW. Verschaffer van risicodragend kapitaal met eigen economisch belang; gelijkstelling met belang aandeelhouder of certificaathouder. Vaste rechtspraak.
AnnotatorA. Doorman
Pagina1712-1725
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY7833
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 10-04-2013, HA ZA 12-1475
CiteertitelJOR 2013/167
SamenvattingVordering op een gefailleerde rechtspersoon die is opgehouden te bestaan verjaart niet, De rechtspersoon kan immers herleven wanneer blijkt van een bate, Herleven is niet in tijd gelimiteerd, Wettelijke verlengingsgrond voor de verjaringstermijn in art. 2:23c lid 2 BW, Tussenvonnis.
Samenvatting (Bron)Overeenkomst van borgtocht. Verjaring vordering op hoofdschuldenaar? Verlengingsgrond verjaringstermijn. Hoofdschuldenaar is een vennootschap die na het opheffen van haar faillissement niet meer bestaat. De vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon verjaart niet, omdat bij herleven van de rechtspersoon de periode tussen het hebben opgehouden te bestaan en het herleven een verlengingsgrond oplevert (art. 2:23c lid 2 BW), terwijl de mogelijkheid tot herleven van de rechtspersoon niet in de tijd is beperkt.
AnnotatorC.J. Groffen
Pagina1726-1729
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8897
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank Rotterdam, 24-04-2013, 388439 / HA ZA 11-1991
CiteertitelJOR 2013/168
SamenvattingVereffening SuperDeBoer na overname Jumbo, VEB kan opkomen voor ex-aandeelhouders, Uitkering bij voorbaat (art. 2:23b lid 6 BW) ziet niet op betaling van opeisbare vorderingen van schuldeisers, Uitkering bij voorbaat aan aandeelhouders is mogelijk zonder dat er een Liquidatieplan aan ten grondslag ligt, Mogelijk onrechtmatig handelen door vereffenaar indien vordering ex-aandeelhouders (in verband met te laat openbaar maken van info over overname) op later moment opeisbaar wordt en hier geen fondsen meer voor resteren door eerdere uitkeringen bij voorbaat, Een verbintenisrechtelijke garantstelling van een derde partij doet hier niet aan af, Art. 3:305a BW-belangenorganisaties niet bevoegd tot leggen van conservatoir beslag.
Samenvatting (Bron)Collectieve actie van vereniging van effectenbezitters VEB. Ontvankelijkheid. Aansprakelijkheid vereffenaar tegenover ex-aandeelhouders van beursgenoteerde vennootschap. Beslagbevoegdheid vereniging.
AnnotatorJ.F. Ouwehand
Pagina1729-1746
UitspraakECLI:NL:RBROT:2013:CA2715
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-04-2013, HD 200.099.979
CiteertitelJOR 2013/169
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, Verboden steunhandeling, Overgangsrecht Flex-BV, Beweerde schending van art. 2:207c (oud) BW kan na invoering Wet Flex-BV niet meer als grondslag dienen voor gestelde bestuurdersaansprakelijkheid, Vorderingen curator afgewezen.
Samenvatting (Bron)Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Handelen in strijd met artikel 2:10 BW en artikel 2:207c (oud) BW.
AnnotatorS.C.M. van Thiel
Pagina1746-1757
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8546
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelOndernemingskamer Gerechtshof Amsterdam, 11-04-2013, 200.016.116
CiteertitelJOR 2013/170
SamenvattingEnquêteprocedure, Onderzoekskosten, Geen zekerheid voor betaling onderzoekskosten gesteld, Nog steeds voldoende belang bij onderzoek: impasse op niveau ava duurt voort en informatieverstrekking door bestuur gebrekkig, Onderzoeker wordt ontheven uit functie en benoemd als bestuurder, OK-bestuurder mag nagaan of onderzoekskosten alsnog betaald kunnen worden en mag voor betaling zorgdragen.
AnnotatorA.F.J.A. Leijten
Pagina1758-1762
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 28-03-2013, 200.124.087/01 OK
CiteertitelJOR 2013/171
SamenvattingEnquêteverzoek, Voorstel tot delisting van NV door meerderheidsaandeelhouder, Bestuur steunt voorstel en heeft bava bijeengeroepen om voorstel ter goedkeuring aan aandeelhouders voor te leggen, Verzoek minderheidsaandeelhouders tot bevelen onderzoek en treffen onmiddellijke voorzieningen (waaronder uitstellen/intrekken bava) afgewezen, Bestuur heeft taak niet miskend of niet naar behoren vervuld, Geen schending van jegens minderheidsaandeelhouders in acht te nemen zorgvuldigheidsnorm, Geen redenen om aan juist beleid vennootschap te twijfelen.
Samenvatting (Bron)Uitspraak Ondernemingskamer 28 maart 2013; Barta / AAA Auto Group N.V.,
AnnotatorM.W. Josephus Jitta
Pagina1762-1773
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9658
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-03-2013, AWB 10/656
CiteertitelJOR 2013/172
SamenvattingFinanciële dienstverlening zonder vergunning, Hoger beroep gegrond voor zover het de hoogte van de opgelegde boete betreft, Hoger beroep van Rb. Rotterdam 3 juni 2010.
Samenvatting (Bron)Wet financiële dienstverlening
AnnotatorV.H. Affourtit
Pagina1773-1778
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:BZ5507
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelGerechtshof Amsterdam, 26-03-2013, 200.089.448/01
CiteertitelJOR 2013/173
SamenvattingGedragstoezicht op financiële markten, Achtergestelde deposito’s DSB, Achterstelling gedurende hele looptijd en dus ook bij tussentijds faillissement DSB, Er bestond voor AFM geen aanleiding om onderzoek te doen naar mogelijke overtredingen van de Wft door DSB, AFM niet aansprakelijk voor door depositohouder ten gevolge van faillissement DSB geleden schade, Vordering afgewezen, Hoger beroep van Rb. Amsterdam 13 april 2011.
Samenvatting (Bron)Onvoldoende toezicht AFM op informatieverstrekking DSB met betrekking tot achtergesteld deposito? Geen gehoudenheid van AFM tot ingrijpen in de relevante periode.
AnnotatorB.P.M. van Ravels
Pagina1779-1790
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5509
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-03-2013, AWB 10/384 AWB 10/385
CiteertitelJOR 2013/174
SamenvattingTrustkantoor, Lasten onder dwangsom en bestuurlijke boete, Boete gematigd in verband met overschrijding van de redelijke termijn, Aangevallen uitspraak voor het overige bevestigd, Hoger beroep van Rb. Rotterdam 9 maart 2010.
Samenvatting (Bron)Last onder dwangsom. Bestuurlijke boete. Cautie. Bewijslast. Documentatieverplichting.
AnnotatorM. van Eersel
Pagina1791-1811
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:BZ6866
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelRechtbank Rotterdam, 11-04-2013, ROT 12/3527
CiteertitelJOR 2013/175
SamenvattingOvertreding van art. 4:23 lid 1 Wft, Bestuurlijke boete, Matiging.
(A BV / Stichting Autoriteit Financiële Markten)
Pagina1811-1816
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelRechtbank Rotterdam, 11-04-2013, rot 12/3775
CiteertitelJOR 2013/176
SamenvattingBemiddeling zonder vergunning, Bestuurlijke boete, Beroep ongegrond.
(A, h.o.d.n. B / Stichting Autoriteit Financiële Markten)
Pagina1816-1820
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-04-2013, 200.095.930/01
CiteertitelJOR 2013/177
SamenvattingVermogensadvies, Bank heeft met advies om te beleggen in perpetuele achtergestelde obligaties geen gebrekkig advies gegeven, Geen schending zorgplicht, Hoger beroep van Rb. Leeuwarden 29 december 2010.
Samenvatting (Bron)Zorgplicht van bank in vermogensadviesrelatie. Klanten tekenen op advies van de bank in op emissie van perpetuele achtergestelde obligaties van de bank. De koers van de obligaties daalt vervolgens sterk. Het hof overweegt dat de vraag of de bank een advies heeft gegeven dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur niet had mogen geven, beoordeeld dient te worden naar de gangbare inzichten ten tijde van het advies. De vraag die beantwoord dient te worden is of de koersdaling die zich na 2004 heeft voorgedaan voor de bank ten tijde van haar advies voorzienbaar was dan wel of de bank met het risico van een dergelijke koersdaling destijds bij haar advisering redelijkerwijs rekening diende te houden. Het hof komt dan ook tot het oordeel dat belegging in perpetuele achtergestelde obligaties van de bank in 2004 als een solide en risicomijdende belegging werd beschouwd en dat de latere sterke koersdaling indertijd niet te voorzien was, noch redelijkerwijs te verwachten was. Het advies om in deze obligaties te beleggen kon in de omstandigheden van dit geval dan ook door een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur gegeven worden.
AnnotatorK. Frielink
Pagina1820-1834
UitspraakECLI:NL:GHARL:2013:BZ8561
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelRechtbank Rotterdam, 25-04-2013, ROT 13/1370
CiteertitelJOR 2013/178
SamenvattingOvertreding van art. 135 Pw, Prudent person-regel, Hoog risicoprofiel van beleggingsportefeuille pensioenuitvoerder, Aanwijzing door DNB, Beroep ongegrond.
Samenvatting (Bron)DNB heeft aan een pensioenfonds een aanwijzig gegeven die er op neer komt dat het fonds een combinatie van maatregelen treft waarmee recht wordt gedaan aan de prudent person-regel, te weten dat de bestaande beleggingen in zakelijke waarden blijvend worden afgebouwd of gemitigeerd tot een prudent niveau, het beleid over afdekking van het renterisico en valutarisico wordt herzien en de volatiliteit van het beleggingsresultaat, het renterisico en het kredietrisico op de werkgevers wordt beheerst. DNB is van oordeel dat niet aan prudent person-regel wordt voldaan indien de dekkingsgraad grotendeels afhankelijk wordt gemaakt van de bijstortingsbereidheid van de werkgevers. Voorts meent DNB dat een eenzijdige focus op rendement, in plaats van dat de beleggingen zijn afgestemd op de verplichtingen, strijdig is met de prudent person-regel. DNB neemt daarmee, gelet op de tekst en strekking van artikel 135 Pensioenwet en de wetsgeschiedenis van die bepaling, naar het oordeel van de rechtbank een juist standpunt in ter zake van de invulling van die norm. Het beleggingsbeleid, zoals het gedurende het overleg met DNB is gewijzigd, getuigt naar de mening van DNB niet van een evenwichtige belangenafweging als bedoeld in artikel 105 lid 2 Pensioenwet, omdat hiervan een concrete afspraak met de werkgevers onderdeel is, die erop neerkomt dat slechts door hen wordt bijgestort onder de voorwaarde dat de beleggingsmix niet verder wordt aangepast. Tevens geeft het fonds er met de omstandigheid dat het een hoge volatiliteit van het beleggingsresultaat, het renterisico en het valutarisico accepteert, terwijl het zich tegelijkertijd afhankelijk maakt van de bereidheid van de werkgevers om bij te storten, blijk van dat het, anders dan artikel 143 Pensioenwet in samenhang met artikel 21 Besluit FTK vereist, geen beleid voert dat is gericht op het duurzaam beheersen van financiële risicos op de lange termijn. De rechtbank onderschrijft deze oordelen.
AnnotatorS.H. Kuiper , J.A. Voerman
Pagina1834-1846
UitspraakECLI:NL:RBROT:2013:BZ9201
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelRechtbank Rotterdam, 02-05-2013, 12/443 en 12/445
CiteertitelJOR 2013/179
SamenvattingMarktmanipulatie, Van de verzonden e-mailberichten is geen onjuist of misleidend signaal uitgegaan, omdat de redelijk handelend belegger had kunnen en moeten zien dat de inhoud een mening betrof, Verband met Vzngr. Rb. Rotterdam 23 september 2011.
Samenvatting (Bron)Wet op het financieel toezicht (Wft), bestuurlijke boete, artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wft. Gegrond beroep. Herroeping boetebesluit. Geen publicatie op grond van artikel 1:98 van de Wft. AFM is naar aanleiding van twee door eiser opgestelde berichten een onderzoek gestart naar mogelijke overtreding van marktmisbruikwetgeving. AFM heeft in dit verband vastgesteld dat eiser informatie heeft verspreid waarvan AFM meent dat van die berichtgeving een onjuist of misleidend signaal uitging of te duchten was, terwijl eiser volgens AFM wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die informatie onjuist of misleidend was. Op grond van dit onderzoek is AFM - voor zover van belang - overgegaan tot de oplegging van twee boetes aan eiser, waaraan AFM ten grondslag heeft gelegd dat eiser met die berichten artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wft heeft overtreden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond omdat zij van oordeel is dat er geen sprake is van overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wft. AFM was derhalve niet bevoegd de boetes aan eiser op te leggen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de mededelingen in de berichten van eiser, zijnde een tweetal sales commentaries een zodanig aantal subjectieve elementen bevatten - hoewel er ook een paar elementen in zitten die duiden op feiten dan wel feitenkennis - dat het ervoor moet worden gehouden dat het ging om een mening. Van de door eiser verspreide informatie ging geen misleidend of onjuist signaal uit.
AnnotatorD.R. Doorenbos
Pagina1847-1855
UitspraakECLI:NL:RBROT:2013:BZ9269
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof Arnhem, 22-05-2012, 200.073.584
CiteertitelJOR 2013/180
SamenvattingPandrecht, Afwijkende wijze van verkoop door voortzetting onderneming (uitverkoop), Opzegging krediet, Schijn van kredietwaardigheid, Bank handelt in casu niet onrechtmatig jegens gezamenlijke schuldeisers, Handelen bank kan wel onrechtmatig zijn jegens specifieke schuldeisers, Peeters/Gatzen-vordering, Vervolg op Rb. Arnhem 7 juli 2010.
(ING Bank NV / S.J.L.M. van Bergen)
AnnotatorA.J. Verdaas
Pagina1855-1861
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Haarlem, 25-05-2012, 191381 / KG ZA 12-180
CiteertitelJOR 2013/181
SamenvattingHypotheek, Huurbeding, Onderhandse executie appartementsrecht, Geen vernietiging huurovereenkomst door hypotheekhouder vóór verkoop, Executiekoper kan huurbeding niet inroepen nu de bank geen verlof had van voorzieningenrechter ex art. 3:264 lid 5 BW.
Samenvatting (Bron)Hypotheekhoudster (de bank) heeft appartementencomplex op de voet van artikel 3:268 lid 2 BW onderhands executoriaal verkocht aan eiseres. Nadien is eiseres gebleken dat gedaagden een van de appartementen bewonen. De stelling van eiseres dat de huurovereenkomst van gedaagden een schijnovereenkomst is, is tegenover de gemotiveerde betwisting door gedaagden onvoldoende aannemelijk geworden. Nu geen verlof is verleend door de voorzieningenrechter voor inroeping van het huurbeding was de bank vóór verkoop niet bevoegd de huurovereenkomst met inroeping van het huurbeding te vernietigen. Dat brengt mee dat ook de koper, die zijn rechten aan de bank ontleent, niet bevoegd is het huurbeding in te roepen. Eiseres komt voorts geen beroep toe op artikel 3:264 lid 5 BW.
AnnotatorA. Steneker
Pagina1861-1868
UitspraakECLI:NL:RBHAA:2012:BX0175
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-06-2012, HD 200.096.024
CiteertitelJOR 2013/182
SamenvattingGiraal betalingsverkeer, Onbevoegde debitering door bank van rekening-courant wegens vermeende fraude, Bank dient debitering ongedaan te maken, Verwijzing naar HR 26 januari 2001.
Samenvatting (Bron)Ongedaanmaking van onbevoegde debitering van de betaalrekening. Verwijzing naar HR 26-01-2001, NJ 2002, 118 (LJN: ZC3408)
AnnotatorS.R. Damminga
Pagina1868-1872
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2012:BW9175
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 04-03-2012, 200.110.236/01
CiteertitelJOR 2013/183
SamenvattingVerzet tegen faillietverklaring, Geen misbruik van recht, Bank kende noch behoorde te kennen de onevenredigheid tussen haar belang om faillissement aan te vragen en belang van curator om verschoond te blijven van niet-verhaalbare kosten, Verwijzing naar HR 21 mei 1999.
Pagina1872-1875
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Zwolle-Lelystad, 08-10-2012, 12/242 F
CiteertitelJOR 2013/184
SamenvattingRedelijke termijnstelling ex art. 58 Fw aan hypotheekhouder, Toewijzing verzoek tot verlenging termijn.
AnnotatorF.J.L. Kaptein
Pagina1875-1880
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof Arnhem, 02-10-2012, 200.100.401
CiteertitelJOR 2013/185
SamenvattingBorgtochtovereenkomst, Toestemmingsvereiste ex art. 1:88 lid 1 sub c BW, Uitzondering ex art. 1:88 lid 5 BW, Financiering ten behoeve van uitzonderlijke investering in onroerende zaken behoort in casu niet tot normale uitoefening van het bedrijf.
Samenvatting (Bron)Borgstelling
AnnotatorJ.M. Atema
Pagina1880-1883
UitspraakECLI:NL:GHARN:2012:BX8877
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof Amsterdam, 05-02-2013, 200.105.657/01
CiteertitelJOR 2013/186
SamenvattingBorgtochtovereenkomst, Toestemming (toenmalige) echtgenoot is geen constitutief vereiste voor geldige borgstelling, Echtgenoot weigert borgstelling te vernietigen, Toewijzing vordering tot nakoming borgtocht.
Samenvatting (Bron)Bank en effectenrecht. Na opzegging van het krediet van enkele vennootschappen wordt de borg in privé voor het tekort aangesproken. De echtgenote van de borg weigert de borgstelling op grond van art. 1:88 BW te vernietigen. Een vordering in kort geding om de echtgenote te veroordelen tot vernietiging over te gaan is afgewezen. Het niet medeondertekenen van de borgstelling door de echtgenote is geen gebrek in de totstandkoming daarvan. De borgstelling kan worden uitgewonnen.
AnnotatorJ.M. Atema
Pagina1883-1888
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5032
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-02-2013, HV 200.119.321/01
CiteertitelJOR 2013/187
SamenvattingVerzoek tot faillietverklaring door ontvanger, Ontvankelijkheid ontvanger op grond van Leidraad Invordering, Toestemmingsvereiste van Ministerie van Financiën, Toestemming strekt mede tot nieuwe faillissementsaanvrage nadat eerder verzoek is ingetrokken en tot instellen van hoger beroep.
Samenvatting (Bron)Ontvankelijkheid ontvanger o.g.v. Leidraad invordering 2008. Toestemmingsvereiste Min. Van Financiën. Ook verleend voor instellen hoger beroep? Zijn belastingaanslagen in redelijkheid materieel verschuldigd te achten?
AnnotatorI. Spinath
Pagina1888-1893
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2736
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Oost-Nederland, 13-02-2013, C/08/134432 / KG ZA 13-10
CiteertitelJOR 2013/188
SamenvattingBankgarantie in combinatieovereenkomst, Uitleg garantstelling, Bankgarantie is geen contragarantie, Afwijzing gebod tot intrekking van verzoek tot uitbetaling van bankgarantie.
Samenvatting (Bron)Bankgarantie of contragarantie. Afwijzing vordering gebod intrekking verzoek uitbetaling bankgarantie. Opheffing conservatoir derdenbeslag.
AnnotatorR.I.V.F. Bertrams
Pagina1893-1899
UitspraakECLI:NL:RBONE:2013:BZ1202
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelHoge Raad, 15-03-2013, 12/01977
CiteertitelJOR 2013/189
SamenvattingFaillissementsprocesrecht, Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator, Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking, Beroep door failliet niet-ontvankelijk, “Partij” in de zin van art. 67 Fw, Verwijzing naar HR 18 april 2008, NJ 2008, 244; HR 22 april 2005, «JOR» 2005/165 en HR 23 april 2010, NJ 2010, 245.
Samenvatting (Bron)Faillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator. Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking; hoger beroep daartegen door failliet niet-ontvankelijk. Belanghebbende in de zin van art. 67 Fw. Procespositie van gefailleerde in door curator overgenomen procedure, belang van de boedel. (Samenhang met 12/01975 en 12/01978)
AnnotatorK.P. Hoogenboezem
Pagina1899-1909
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY4559
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelHoge Raad, 01-03-2013, 13/00553
CiteertitelJOR 2013/190
SamenvattingFaillissement Lehman Brothers, Aangeboden akkoord, Beschikking rechter-commissaris houdende toepassing van bijzondere stemprocedure gepubliceerd op website curatoren, Ontvankelijkheid beroep ex art. 67 Fw, Aanvang beroepstermijn, Communicatie met schuldeisers door curator of R-C op een aan omvang faillissement aangepaste wijze, Cassatiebelang gelet op homologatieprocedure, Verwijzing naar HR 13 juli 2001, NJ 2001, 513; HR 10 januari 1992, NJ 1992, 195 en HR 11 september 1998, NJ 1998, 829.
Samenvatting (Bron)Faillissement. Aangeboden akkoord. Beschikking rechter-commissaris houdende toepassing van bijzondere stemprocedure. Beroep hiertegen op de voet van art. 67 Fw. Niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding vijf dagen-termijn. Aanvang termijn? Mededelingen curatoren op website failliet. Belang bij cassatie gelet op homologatieprocedure? Staat weg van art. 67 Fw open?
AnnotatorW.J.M. Andel
Pagina1909-1929
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ2765
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Amsterdam, 22-03-2013, 13/08/0494-F
CiteertitelJOR 2013/191
SamenvattingFaillissement Lehman, Homologatie van aangeboden akkoord.
Samenvatting (Bron)homologatie Lehman Brothers Treasury Co BV
AnnotatorW.J.M. van Andel
Pagina1929-1934
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5246
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-03-2013, HD 200.106.778
CiteertitelJOR 2013/192
SamenvattingBevoegdheid curator ex art. 92 en 93a Fw strekt zich niet uit tot administratie die via cloud computing is opgeslagen op externe servers, Verwijzing naar Hof ’s-Hertogenbosch 2 november 2010, «JOR» 2012/54.
Samenvatting (Bron)92/93a faillissementswet. Recht van de curator op inzage in de boekhouding die zich bij een derde bevindt (cloud computing).
AnnotatorW.J.B. van Nielen
Pagina1934-1940
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5770
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelHoge Raad, 12-04-2013, 12/00168
CiteertitelJOR 2013/193
SamenvattingBeding dat recht op prestatie doet vervallen bij faillissement wederpartij, Nietigheid beding wegens strijd met art. 20 Fw, Beroep op beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, Vervolg op Rb. Amsterdam 22 april 2009, «JOR» 2010/46.
Samenvatting (Bron)Overeenkomstenrecht. In staat van faillissement raken van de schuldenaar. Beroep op beëindigingsbeding door wederpartij. Onaanvaardbare inbreuk op art. 20 Fw? Beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Uitleg beding.
AnnotatorJ.J. van Hees
Pagina1940-1952
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY9087
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelHoge Raad, 12-04-2013, 11/04553
CiteertitelJOR 2013/194
SamenvattingBorgtochtovereenkomst, Waarschuwingsplicht bank jegens echtgenote wier toestemming ex art. 1:88 BW is vereist, Geen zorgplicht jegens echtgenote van borg in verband met toestemmingsvereiste ex art. 1:88 BW, Zelfstandige zorgplicht jegens echtgenote uit hoofde van klantrelatie, Schending zorgplicht kan leiden tot beperking verhaalsmogelijkheden bank op privévermogen echtgenote, Cassatie van Hof ’s-Hertogenbosch 2 augustus 2011, «JOR» 2012/89.
Samenvatting (Bron)Informatieplicht bank jegens cliënt die borgstellingsovereenkomst afsluit; geen zorgplicht jegens echtgenote van borg in verband met toestemmingsvereiste borgstelling, art. 1:88 BW. Zelfstandige zorgplicht bank jegens echtgenote uit hoofde van klantrelatie; beperkende werking redelijkheid en billijkheid, art. 6:248 lid 2 BW.
AnnotatorG.J.L. Bergervoet
Pagina1952-1976
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY8651
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVaria
TitelHoge Raad, 01-03-2013, 11/01985
CiteertitelJOR 2013/195
SamenvattingVennootschapsbelasting, Concernfinanciering, Paraplukrediet, Uitgaven die hun oorsprong vinden in hoofdelijke aansprakelijkstelling kunnen door groepsvennootschap niet ten laste van winst worden gebracht.
Samenvatting (Bron)Vennootschapsbelasting. Art. 8 Wet Vpb 1969. Paraplu-krediet. Het meetekenen van een kredietfaciliteit als de onderhavige, waarbij de concernvennootschappen zich hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk stellen, berust louter op de tussen de vennootschappen aanwezige vennootschapsrechtelijke betrekkingen, zodat de daarbij genomen risicos in de aandeelhouderssfeer liggen.
AnnotatorA.J. Tekstra
Pagina1977-1980
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BW6520
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVaria
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-03-2013, AWB 10/467
CiteertitelJOR 2013/196
SamenvattingJaarrekeningenrecht, Accountant verleende ten onrechte (i) goedkeurende verklaring bij jaarrekening, terwijl die bovendien nog niet was afgerond, en (ii) goedkeurende mededelingen bij compliance certificates, Rechtsgang over jaarrekening bij OK noopt niet bij voorbaat tot terughoudendheid tuchtrechter, Accountant is zeer ernstig tekort geschoten in zijn werkzaamheden als controlerend registeraccountant, Verwijzing naar CBb 29 januari 1998, LJN ZG0148; CBb 3 december 1998, LJN ZG1037 en CBb 2 mei 2012, LJN BW5301.
Samenvatting (Bron)Wet op de Registeraccountants
AnnotatorC.M. Harmsen
Pagina1980-1995
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:BZ3419
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVaria
TitelHoge Raad, 05-04-2013, 12/00667
CiteertitelJOR 2013/197
SamenvattingOvergang van onderneming, Voortzetting dienstverband met verkrijgende partij, Werknemer in dienst van personeelsvennootschap maar tewerkgesteld bij tot hetzelfde concern behorende andere vennootschap, wier onderneming wordt overgedragen, Richtlijnconforme uitleg van “werkgever” (art. 7:663 BW) in licht van art. 3 Richtlijn 2001/23/EG, Verwijzing naar HvJ EG 4 juli 2006, NJ 2006, 593; HvJ EG 5 oktober 2004, NJ 2005, 333; HvJ EU 19 januari 2010, NJ 2012, 256 en HvJ EU 24 januari 2012, NJ 2012, 154.
Samenvatting (Bron)Overgang van onderneming in de zin van art. 7:663 BW; voortzetting dienstverband met verkrijgende partij. Werknemer in dienst van personeelsvennootschap maar tewerkgesteld bij tot hetzelfde concern behorende andere vennootschap, wier onderneming wordt overgedragen. Richtlijnconforme uitleg van werkgever (art. 7:663 BW) in licht van art. 3 Richtlijn 2001/23/EG. Bedoeling van wetgever; algemene rechtsbeginselen, rechtszekerheidsbeginsel, verbod van terugwerkende kracht, contra legem-uitleg.
AnnotatorW.H.A.C.M. Bouwens
Pagina1995-2004
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ1780
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVaria
TitelHoge Raad, 05-04-2013, 11/05299
CiteertitelJOR 2013/198
SamenvattingUitleg overeenkomst gesloten tussen commerciële partijen, Maatstaf, Belang van taalkundige betekenis van bewoordingen, Voorshands oordeel over uitleg overeenkomst, Relevantie “entire agreement clause”, Bewijslastverdeling, Verwijzing naar HR 19 januari 2007, «JOR» 2007/166, m.nt. Tjittes en HR 29 juni 2007, «JOR» 2007/198.
Samenvatting (Bron)Uitleg van tussen commerciële partijen gesloten overeenkomst over afname van geproduceerde goederen. Taalkundige betekenis van bewoordingen contract? Ongemotiveerd passeren van stellingen en bewijsaanbod; Haviltex-criterium. Relevante omstandigheden; entire agreement clause
AnnotatorP.S. Bakker
Pagina2005-2024
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY8101
Artikel aanvragenVia Praktizijn