Jurisprudentie Bestuursrecht

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie Bestuursrecht
Datum 24-06-2013
Aflevering 7
TitelHof van Justitie van de Europese Unie, 14-03-2013, C-420/11
CiteertitelJB 2013/107
SamenvattingMilieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, Vergunningverlening zonder passende beoordeling, Overheidsaansprakelijkheid, Voorwaarden voor schadevergoeding, Bescherming van particulieren tegen vermogensschade.

(Jutta Leth / Republik ÷sterreich, Land NiederŲsterreich)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 14 maart 2013.#Jutta Leth tegen Republik Osterreich, Land Niederosterreich.#Verzoek van het Oberste Gerichtshof om een prejudiciele beslissing.#Milieu - Richtlijn 85/337/EEG - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Vergunning voor dergelijk project zonder passende beoordeling - Doelstellingen van deze beoordeling - Voorwaarden voor recht op schadevergoeding - Bescherming van particulieren tegen vermogensschade al dan niet daaronder begrepen.#Zaak C-420/11.
AnnotatorR. Benhadi , T. Lam
Pagina608-615
UitspraakECLI:EU:C:2013:166
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 12-04-2013, 11/05101
CiteertitelJB 2013/108
SamenvattingVoorwaarden gebruik faxbericht, Herstel fatale termijn, Rechtbank mag niet niet-ontvankelijk verklaren na een per faxbericht verzonden termijnstelling voor herstel van een in potentie fataal verzuim, Uit art. 2, lid 2 van de Procesregeling bestuursrecht blijkt niet in welke gevallen verzending per fax plaatsvindt.
Samenvatting (Bron)Conclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van drie zaken (nrs. 11/05101, 11/05151 en 11/05139). De conclusie is gebaseerd op de feiten en de rechtsgang in zaaknr. 11/05101 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Zwolle-Lelystad van 11 oktober 2011, nr. Awb 11/587. In de onderhavige zaken is belanghebbendes beroepschrift door de Rechtbank kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende de gronden van haar beroepschrift niet binnen de door de Rechtbank daartoe gestelde termijn, maar te laat, heeft ingediend. Het door belanghebbende daartegen gedane verzet is door de Rechtbank ongegrond verklaard. Voor vervolg inhoudsindicatie zie conclusie.
Pagina616-618
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BY3238
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 12-04-2013, 12/01609
CiteertitelJB 2013/109
SamenvattingVerzoek immateriŽle schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn na zitting.
Samenvatting (Bron)KB-Lux. Redelijke schatting. Verzoek immateriŽle schadevergoeding na zitting. Beoordeling boeten.
Pagina619-621
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ6820
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 03-04-2013, 201208272/1/A3
CiteertitelJB 2013/110
SamenvattingVerzoek om afschrift van het dossier, "Voor zover vereist" beroep op het inzagerecht in de Wbp, Op de zaak betrekking hebbende stukken, Aanvraag, Besluit, Ingebrekestelling, Dwangsom, Interpretatie verzoek, Ontbrekende bevoegdheid kennisneming.
Samenvatting (Bron)Bij uitspraak van 4 juli 2012 heeft de rechtbank het beroep dat door [wederpartij] is ingesteld tegen het niet tijdig door de minister nemen van een besluit op haar verzoek van 14 november 2011 om toezending van dossierstukken gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en de aan [wederpartij] verbeurde dwangsom vastgesteld op 490,00. Deze uitspraak is aangehecht.
AnnotatorG. Overkleeft-Verburg
Pagina621-627
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ7568
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 09-04-2013, 201210941/3/R2 en 201211172/3/R4
CiteertitelJB 2013/111
SamenvattingWerkzaamheden voor terugbrengen van getij in natuurgebied, Belanghebbende, rechtspersoon, Belanghebbende, rechtspersoon naar niet-Nederlands recht.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 11 oktober 2012 heeft het college krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 vergunning verleend aan Rijkswaterstaat Zeeland voor werkzaamheden voor het terugbrengen van het getij in het Rammegors, dat onderdeel is van het Natura 2000-gebied Oosterschelde.
Pagina627-629
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ7687
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 10-04-2013, 201205765/1/A3
CiteertitelJB 2013/112
SamenvattingBevriezingsbeleid, Beleidsregel, Bestendige gedragslijn.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 11 februari 2011 heeft het dagelijks bestuur [appellant] vergunning verleend om met een woonboot ligplaats te nemen aan de [locatie] te Amsterdam.
Pagina629-633
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ7654
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 10-04-2013, 201207599/1/R2
CiteertitelJB 2013/113
SamenvattingBelanghebbende, Bestemmingsplan, Vastgoedeigenaar, Uitstraling, ruimtelijke, Verhuurbaarheid.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 mei 2012, kenmerk 22, heeft de raad het bestemmingsplan "Eibergen, Centrum 2011" (hierna: het plan) vastgesteld.
Pagina633-646
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ7677
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 17-04-2013, 201109374/1/A1
CiteertitelJB 2013/114
SamenvattingRoltrappen, Veiligheidsniveau, Interne markt, Vrij verkeer van goederen, Handelsbeperking, Harmonisatie, volledige, Rechtstreekse toepassing richtlijn, Richtlijnconforme interpretatie, Facultatieve bepaling richtlijn, Omgekeerde rechtstreekse verticale werking, verbod op ~.
Samenvatting (Bron)Verlenen bouwvergunning tweede fase voor het bouwen van een OV-terminal onder voorwaarde dat de leuningen van de roltrappen berekend worden op een horizontale belasting van 3 kN/mĻ. Dit betekent dat het college voor de roltrappen een gelijkwaardig veiligheidsniveau heeft geŽist als voor vaste trappen als bedoeld in art. 2.2, eerste lid, in verbinding gelezen met art. 2.24, tweede lid, van het Bouwbesluit 2003. De Afdeling stelt vast dat de Machinerichtlijn en de bijbehorende NEN-EN 115-1 van toepassing zijn op de voorwaarde. De Afdeling is van oordeel dat het Bouwbesluit 2003 geen dwingende eisen voor de belasting van roltrappen voorschrijft. Dientengevolge biedt het Bouwbesluit 2003 geen grondslag voor de voorwaarde die door het college ten aanzien van de roltrappen aan het in bezwaar gehandhaafde besluit van 1 februari 2010 is verbonden. De door het college gestelde voorwaarde heeft tot gevolg dat roltrappen die voldoen aan NEN-EN 115-1 en daarmee aan de Machinerichtlijn, niet in de OV-terminal geÔnstalleerd mogen worden en dat deze moeten worden aangepast, naar gesteld met aanzienlijke kosten als gevolg. Zodoende ziet de Afdeling zich voorts gesteld voor de vraag of de Machinerichtlijn toelaat dat verdergaande beschermende maatregelen worden genomen dan bepaald in de geharmoniseerde norm. Nu van de afwijkmogelijkheden die de Machinerichtlijn biedt door de (centrale) overheid geen gebruik is gemaakt, kan het college op basis van het nationale recht geen beschermende voorwaarde stellen die verder gaat dan volgt uit de bij deze richtlijn horende volledig geharmoniseerde norm. Het opleggen van de verdergaande beschermende voorwaarde door het college komt in feite neer op een beroep op de rechtstreekse toepassing van art. 15 van de Machinerichtlijn dan wel een uitleg van het Bouwbesluit 2003 in het licht van art. 15 van de Machinerichtlijn. Het college heeft art. 15 Machinerichtlijn niet mogen tegenwerpen via richtlijn conforme interpretatie van het Bouwbesluit 2003. Uit het arrest van het HVJEU, C-227/09 (Accardo) volgt dat er geen verplichting tot richtlijn conforme interpretatie bestaat wanneer het gaat om een facultatieve afwijkbepaling, zoals in artikel 15 van de Machinerichtlijn. Voorts volgt uit het arrest Accardo (overweging 53) dat de richtlijn zich ook niet verzet tegen richtlijn conforme interpretatie in geval van facultatieve bepalingen, indien mogelijk. Voor de beoordeling van die mogelijkheid is het nationale recht bepalend, waarbij de lidstaten gebonden zijn aan de algemene beginselen van het Unierecht, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel. Allereerst biedt het Bouwbesluit 2003 geen grondslag voor de door het college gestelde voorwaarde. Voorts blijkt uit het Warenwetbesluit machines dat niet is beoogd om gebruik te maken van de mogelijkheid om af te wijken van de Machinerichtlijn. Het toepassen van een strengere voorwaarde uit het Bouwbesluit 2003 is in zoverre niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever in het Warenwetbesluit machines. Reeds omdat dit in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel is het onder deze omstandigheden niet mogelijk om het Bouwbesluit 2003 via richtlijnconforme interpretatie als rechtsgrond te gebruiken voor het stellen van een strengere voorwaarde. Nu art. 15 van de Machinerichtlijn niet is geÔmplementeerd in de Nederlandse rechtsorde, kan het college art. 15 van de Machinerichtlijn naar het oordeel van de Afdeling niet rechtstreeks tegenwerpen. Gelet op het voorgaande, heeft het college aan de bouwvergunning ten aanzien van de roltrappen niet een voorwaarde mogen verbinden die strenger is dan volgt uit NEN-EN 115-1. Het hoger beroep is gegrond. Vernietigt uitspraak Rb. Utrecht van 13-07-2011, LJN: BR4092.
AnnotatorJ.M.H.F. Teunissen
Pagina646-656
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ7904
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 17-04-2013, 201207702/1/R2
CiteertitelJB 2013/115
SamenvattingZienswijze, Ontwerpplan, Verschoonbaarheid, niet naar voren brengen zienswijze, Algemene titel, rechtsopvolging onder ~.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 24 mei 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Wientjesvoort-Zuid" (hierna: het plan) vastgesteld.
Pagina657-660
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ7780
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 24-04-2013, 201200003/1/A2
CiteertitelJB 2013/116
SamenvattingToeslagen, herziening van verstrekte ~, Bewijslastverdeling, Rechtszekerheid.
Samenvatting (Bron)Evenmin is voldaan aan de in art. 21.1.b van de Awir voor herziening gestelde eisen. De Belastingdienst heeft niet aannemelijk gemaakt dat appellante op het moment van de definitieve tegemoetkoming wist dat de tegemoetkoming tot een te hoog bedrag is toegekend. Er is ook geen grond om te oordelen dat zij dat behoorde te weten. Dat appellante, als gesteld, na de vaststelling desgevraagd niet meer aannemelijk heeft gemaakt dat zij een eigen bijdrage in de kosten voor kinderopvang heeft voldaan, is hiertoe onvoldoende.
Pagina660-662
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ8408
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCentrale Raad van Beroep, 27-03-2013, 11/4803 WAZ
CiteertitelJB 2013/117
SamenvattingHerziening, Ontbreken van eerdere afwijzende beschikking.
Samenvatting (Bron)Herziening. Ontbreken van eerdere afwijzende beschikking.
AnnotatorJ.H. Keinemans
Pagina663-668
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BZ5774
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCentrale Raad van Beroep, 03-04-2013, 12/3861 WW
CiteertitelJB 2013/118
SamenvattingBestuurlijke boete, Cautie.
Samenvatting (Bron)Herziening en terugvordering WW-uitkering. Activiteiten als zelfstandige niet vermeld op werkbriefjes. Buitenwettelijk, begunstigend beleid. ZZP-handleiding consistent toegepast. Boete. Voldoende grondslag voor het oordeel dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft overtreden en dat haar niet alleen objectief maar ook subjectief een verwijt kan worden gemaakt. Gelet op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd is de opgelegde boete evenredig. Geen overschrijding redelijke termijn.
AnnotatorC.L.G.F.H. Albers
Pagina668-674
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BZ6621
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCentrale Raad van Beroep, 16-04-2013, 11/915 WWB
CiteertitelJB 2013/119
SamenvattingRechterlijke onbevangenheid, Onpartijdigheid van de rechter, Gebruik informele lus in strijd met art. 6 EVRM, Finale geschilbeslechting.
Samenvatting (Bron)Het onder 2.1 weergegeven verzoek van de Rb. aan het college om zijn standpunt inzake de gezamenlijke huishouding nader te onderbouwen is zeer gedetailleerd. De Rb. achtte het noodzakelijk dat de buurtbewoners door de sociale recherche opnieuw zouden worden gehoord en dat hun verklaringen in ambtsedig opgemaakte processen-verbaal zouden worden neergelegd. Voorts heeft de Rb. nauwkeurig aangegeven op welke punten de sociale recherche de buurtbewoners zou moeten bevragen. Door haar verzoek zo minutieus te formuleren, heeft de Rb. de schijn gewekt zich te verbinden met het mogelijke resultaat van het door het college op haar verzoek verrichte onderzoek. Bij appellante kon daardoor de indruk ontstaan dat de Rb. haar onbevangenheid had verloren bij de beoordeling van de mogelijke verweren en bewijzen van appellante. De wijze waarop de Rb. in het geval van appellante gestalte heeft gegeven aan de informele bestuurlijke lus, verdraagt zich daarom niet met de eisen die art. 6 van het EVRM stelt. De beroepsgrond van appellante dat de Rb. ten onrechte haar beslissing op de aanvullende verklaringen van de buurtbewoners heeft gebaseerd treft dan ook doel.
AnnotatorB. Kaya , L.J.M. Timmermans
Pagina674-686
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:BZ7385
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-03-2013, 12/52
CiteertitelJB 2013/120
SamenvattingAanbesteding, Non-discriminatieverplichting, Last onder dwangsom, onevenredige gevolgen.
Samenvatting (Bron)OT2010; last onder dwangsom; level playing field / gelijk speelveld; informatievoorsprong en informatieachterstand; aanbesteding.
Pagina686-689
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:BZ5339
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-04-2013, AWB 13/250
CiteertitelJB 2013/121
SamenvattingLast, bestuursdwang, Voorlopige voorziening, spoedeisend belang.
Samenvatting (Bron)Wet dieren; bestuursdwang
Pagina689-690
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:BZ7358
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 20-03-2013, SGR 12/4470
CiteertitelJB 2013/122
SamenvattingSVH Verklaring Sociale HygiŽne, Bestuursorgaan, Besluit.
Samenvatting (Bron)De examencommissie van de SVH is een bestuursorgaan in de zin van de Awb. De door verweerster in rekening gebrachte kosten voor een aanvraag van een SVH-verklaring dienen dan ook te berusten op een wettelijke grondslag. Daarvan is niet gebleken. De vraag of de diploma-eisen van een door eiseres overgelegd diploma sociale hygiŽne, verstrekt door het Centraal Instituut Horeca-examinering (CIHEX), gevestigd te BelgiŽ, niet aan de door de SVH ontwikkelde eindtermen voldoen heeft verweerster onvoldoende gemotiveerd beantwoord. Ook is niet voldaan aan de onderzoeksplicht, nu verweerster heeft nagelaten te onderzoeken of de diploma-eisen van het CIHEX qua kennis en inzicht in sociale hygiŽne het beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. Gegrond beroep. Vernietiging van het bestreden besluit.
AnnotatorJ.A.F. Peters
Pagina690-697
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6929
Artikel aanvragenVia Praktizijn