ArbeidsRecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift ArbeidsRecht
Datum 15-12-2004
Aflevering 12
TitelUp or out in strijd met Nederlands ontslagrecht?
CiteertitelArbeidsRecht 2004, 63
SamenvattingIn 1999 verscheen in dit tijdschrift een artikel van de hand van mr. F.W.G. Ambagtsheer waarin werd geconcludeerd dat hantering van het up or out-systeem zich niet verdraagt met het Nederlandse ontslagrecht. Uit het feit dat sindsdien meerdere uitspraken over deze materie zijn gepubliceerd, blijkt dat het up or out-systeem in de praktijk kennelijk nog steeds wordt toegepast. Reden genoeg om dit verschijnsel nog eens onder de (arbeidsrechtelijke) loep te nemen.
Auteur(s)D.J.L. Siegers
Pagina3-7
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelDe eenzijdige verlengingsoptie in de arbeidsovereenkomst
CiteertitelArbeidsRecht 2004, 64
SamenvattingHet arbeidsrecht maakt deel uit van het burgerlijke recht. De arbeidsovereenkomst is geregeld als bijzondere overeenkomst, maar in beginsel laat dat de toepasselijkheid van de andere delen van het Burgerlijk Wetboek (BW) onaangetast. In beginsel, want sommige aspecten van de bijzondere overeenkomst zijn in Titel 10 van Boek 7 BW uitputtend geregeld, waardoor wordt aangenomen dat daarnaast geen ruimte bestaat voor toepassing van het algemene deel van het BW. Soms is daarvan geen sprake en biedt het algemene vermogensrecht onverwachte arbeidsrechtelijke mogelijkheden. De eenzijdige verlengingsoptie (optiebeding) lijkt daarvan een voorbeeld te zijn. Een inventarisatie aan de hand van een uitspraak van de Arbitrage Commissie KNVB.
Auteur(s)A.F. Bungener , E. Verhulp
Pagina8-13
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelDe Baijings-revolutie
CiteertitelArbeidsRecht 2004, 65
SamenvattingIn oktober 1997 deed de Baijings-leer zijn intrede. Deze leer komt erop neer dat er na een ontbindingsprocedure geen plaats meer is voor een (nieuwe) beoordeling van een vordering tot schadevergoeding die berust op dezelfde grondslag als het in de ontbindingsprocedure behandelde verzoek om een ontbindingsvergoeding. In dit verband wordt ook wel gesproken over de 'exclusiviteit van de ontbindingsvergoeding van art. 7:685 BW'. Deze doctrine is sinds haar introductie inmiddels behoorlijk genuanceerd. In hoeverre is die exclusiviteit nog exclusief? Een overzicht van de Baijingsjurisprudentie.
Auteur(s)K.W.M. Bodewes
Pagina14-20
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelDe OR en de nieuwe structuurregeling: over belangrijke besluiten, beloning van bestuurders en de 'OR-commissaris'
CiteertitelArbeidsRecht 2004, 66
SamenvattingOp 6 juli 2004 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel in verband met de aanpassing van de structuurregeling aangenomen. De wet is op 1 oktober 2004 in werking getreden. Met de nieuwe structuurregeling wordt beoogd door verbetering van de positie van 'belanghebbenden' - waaronder de ondernemingsraad - het vertrouwen in het toezicht op het beleid door de raad van commissarissen te versterken. In de nieuwe regeling is de positie van de ondernemingsraad ingrijpend gewijzigd. De vraag kan echter gesteld worden of die wijzigingen ook daadwerkelijk hebben geleid tot een verbetering van zijn positie in de besturing van de onderneming. Op deze vraag zal in dit artikel worden ingegaan.
Auteur(s)M. Holtzer
Pagina21-30
LinkVolledige tekst wetsvoorstel (eerstekamer.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelGouden handdruk in concernverband
CiteertitelArbeidsRecht 2004, 67
SamenvattingOnlangs heeft de Hoge Raad een regel gegeven die betrekking heeft op heffing van loonbelasting over een ontslagvergoeding, die aan een werknemer is toegekend, die in verschillende landen werkzaam is geweest voor hetzelfde internationale concern. Het geschil in dit arrest gaat om de vraag of in zo'n geval de Nederlandse Belastingdienst de volledige ontslagvergoeding mag belasten. Voor beantwoording van deze vraag is volgens de Hoge Raad onder meer van belang waartoe de ontslagvergoeding strekt. Welk onderscheid de Hoge Raad hierin aanbrengt en welke regel de Hoge Raad in verband met de belastingheffing heeft gegeven, zal in dit artikel aan de hand van het arrest worden behandeld.
Auteur(s)K.W.G. Timmers
Pagina31-34
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelEen gewichtige reden om te bewijzen
CiteertitelArbeidsRecht 2004, 68
SamenvattingDe processuele waarborgen in de ontbindingsprocedure laten veel te wensen over. In tegenstelling tot procedures met betrekking tot loonvorderingen en kennelijke onredelijke opzegging zijn hoger beroep en cassatie uitgesloten en worden de bewijsregels niet vanzelfsprekend toegepast. Dit valt te verwijten aan de wetgever anno 1907, die in zijn - toenmalige - wijsheid heeft besloten dat het gaat om een eenvoudige op snelheid gerichte procedure. Die overwegingen worden nog steeds gebruikt om te betogen dat in ontbindingsprocedures geen plaats is voor het bewijsrecht. Sinds 2002 is het bewijsrecht ook van toepassing in verzoekschriftprocedures. Een wijziging in procedurele behandeling van ontbindingsverzoeken is uitgebleven. In deze bijdrage zal hierop worden ingegaan. Tevens zal worden besproken of de door de Hoge Raad uitgezette lijn nog wel past bij het gebruik van de ontbindingsprocedure in de maatschappij van nu.
Auteur(s)E.T. Visser
Pagina35-41
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelVreemde praktijken: de geregelde ontbinding
CiteertitelArbeidsRecht 2004, 69
SamenvattingIn ArbeidsRecht 2003, 43 sprak Verhulp de vrees uit dat de per 1 september 2003 aangekondigde verscherpte toetsing door het UWV bij WW-aanvragen na een geregelde ontbinding het regelen van het einde van de arbeidsovereenkomst er niet gemakkelijker op zou maken. Inmiddels zijn we een jaar verder en is het tijd voor een overzicht.
Auteur(s)J. van de Hel
Pagina41-47
Artikel aanvragenVia Praktizijn