Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 21-09-2013
Aflevering 7
RubriekEditorial
TitelVan coffeeshop naar drugscafé? Enkele voetnoten bij de slepende discussie over het huidige Nederlandse drugsbeleid
CiteertitelDD 2013, 46
SamenvattingSommige problemen in het strafrecht zijn zo ongeveer van alle tijden. Daaronder vallen bijvoorbeeld de grote en bekende leerstukken, maar ook algemene vragen zoals die naar de zin van de straf. Dat zal nooit veranderen. Over honderd jaar zullen er nog steeds publicaties verschijnen over causaliteit en over de vrije wil in het strafrecht. Ik weet niet zeker of dat ook het geval zal zijn ten aanzien van de brandende kwesties waar we ons de afgelopen decennia druk over hebben gemaakt op het terrein van de illegale verdovende en stimulerende middelen.
Auteur(s)M.S. Groenhuijsen
Pagina435-441
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikel
TitelDe Novelle Cort van der Linden en zijn betekenis voor de discussie over enige actuele aspecten van materieel strafrecht
CiteertitelDD 2013, 47
SamenvattingHet is gebruikelijk om voor de wetsgeschiedenis van het Wetboek van Strafrecht te rade te gaan in de bekende vijf delen van Smidt. Het is enigszins opvallend dat in de oriëntatie op de oorspronkelijke teksten van en concepten achter ons eerste nationale Wetboek van Strafrecht een betrekkelijk kort daarna verschenen, aanvullende discussie over en wetsvoorstellen tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht 1886 (hierna: WvSr 1886) nogal eens buiten beschouwing blijven. Dat betreft dan met name de zogenaamde Novelle Cort van der Linden (hierna: de Novelle).
Auteur(s)P.A.M. Mevis
Pagina442-465
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelS. Struijk, De ISD in perspectief. Een studie naar de ISD-maatregel in het licht van het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel ter bestrijding van recidive en criminele overlast (diss. Rotterdam), Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2011
CiteertitelDD 2013, 48
SamenvattingOp 22 december 2011 promoveerde Sanne Struijk aan de Erasmus Universiteit op de ISD-maatregel, een onderwerp dat sinds die tijd niets aan actualiteit heeft ingeboet.
Auteur(s)M.M. Boone
Pagina466-471
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCriminologie
TitelHet criminele brein en het vraagstuk van de strafrechtelijke aansprakelijkheid
CiteertitelDD 2013, 50
SamenvattingMet enige schroom zeggen criminologen soms dat Lombroso en Buikhuisen misschien wel de bekendste criminologen bij het grote publiek zijn. Met schroom omdat het zoeken naar biologische oorzaken van crimineel gedrag gedurende lange tijd als onzinnig en moreel onjuist werd gezien. De negentiende eeuwse gevangenisarts Lombroso, vaak voorgesteld als de eerste criminoloog, zag crimineel gedrag als een biologische afwijking die te herkennen was aan de uiterlijke kenmerken van daders.
Auteur(s)W. Huisman , J.W. de Keijser , F.M. Weerman
Pagina474-480
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRubriek
TitelInternationale strafrechtelijke samenwerking
CiteertitelDD 2013, 51
SamenvattingDeze rubriek bestrijkt de periode 1 januari 2013 tot 1 juli 2013. Een enkele inwerkingtreding op 1 juli 2013 is ook meegenomen. De vorige rubriek verscheen in het maartnummer van Delikt en Delinkwent 2013, 43, p. 232-235.
Auteur(s)T. Kraniotis
Pagina481-484
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRubriek
TitelEuropees strafrecht
CiteertitelDD 2013, 52
SamenvattingDeze rubriek bestrijkt de periode 01-01-2013 tot 01-07-2013. De vorige rubriek Europees strafrecht werd gepubliceerd in het maartnummer van Delikt en Delinkwent, p. 236-246.
Auteur(s)J.G.H. Altena-Davidsen
Pagina485-500
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelWitwassen - het enkele verwerven en voorhanden hebben en richtlijnconforme interpretatie
CiteertitelDD 2013, 53
SamenvattingDe strafbaarstelling van witwassen en de reikwijdte van de witwasbepalingen staan de afgelopen jaren in groeiende belangstelling. Sinds 2007 verschijnen er geregeld tijdschriftartikelen en annotaties over. In deze stukken wordt vooral gekeken naar de bedoeling van de wetgever en de betekenis van de uitspraak van de Hoge Raad van 26 oktober 2010 die de opmaat vormt voor de rechtspraak die in deze bijdrage centraal staat.
Pagina501-521
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 08-01-2013, 10/03117
CiteertitelDD 2013, 53.1
SamenvattingVereisten voor witwassen opbrengst eigen misdrijf.
Samenvatting (Bron)Witwassen, artt. 420bis en 420quater Sr. HR herhaalt HR LJN BM4440 m.b.t. het witwassen van een door verdachte zelf begaan misdrijf en voegt daar ter verduidelijking aan toe: Met deze rechtspraak wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen onder zich heeft en dus voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig maakt aan het witwassen van die voorwerpen. Bovendien wordt aldus bevorderd dat in zo een geval het door de verdachte begane (grond)misdrijf, dat in de regel nader is omschreven in een van specifieke bestanddelen voorziene strafbepaling, in de vervolging centraal staat. Daarom is beslist dat "indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd". Er moet in dergelijke gevallen dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft. Ingeval de gedraging betrekking heeft op een gedeelte van die voorwerpen, kan slechts het voorhanden hebben van dat gedeelte worden aangemerkt als witwassen. In die eerdere rechtspraak is voorts tot uitdrukking gebracht dat een vonnis of arrest voldoende duidelijkheid moet verschaffen over de door de rechter in dit verband relevant geachte gedragingen van de verdachte. Wanneer het gaat om het voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, moeten daarom bepaaldelijk eisen worden gesteld aan de motivering van het oordeel dat sprake is van (schuld)witwassen. Uit die motivering moet kunnen worden afgeleid dat de verdachte het voorwerp niet slechts voorhanden heeft gehad, maar dat zijn gedragingen ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. Het voorgaande leidt i.c. ertoe dat het oordeel van het Hof ontoereikend is gemotiveerd.
Pagina501-502
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BX4449
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 29-01-2013, 11/00849
CiteertitelDD 2013, 53.2
SamenvattingVoldoende bewijs medeplegen witwassen.
Samenvatting (Bron)Falende bewijsklachten (medeplegen) witwassen. Art. 420bis Sr. Conclusie AG: anders.
Pagina502-504
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BY8957
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 18-06-2013, 11/05645
CiteertitelDD 2013, 53.3
SamenvattingHet enkele verwerven van een voorwerp uit eigen grondfeit.
Samenvatting (Bron)Witwassen. Motiveringseis t.a.v. verwerven van voorwerpen afkomstig uit eigen misdrijf. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2010/655 en HR NJ 2013/266. De HR beantwoordt de vraag of de vooropstelling m.b.t. witwassen door voorhanden hebben van een voorwerp afkomstig uit een door verdachte zelf begaan misdrijf ook geldt indien verwerven van een dergelijk voorwerp is bewezenverklaard, bevestigend. Ook t.a.v. zulk een witwassen dient de eis te worden gesteld dat er sprake is van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft. I.c. kan uit s Hofs motivering niet worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele verwerven en voorhanden hebben van het door eigen misdrijf verkregen geldbedrag doordat de gedragingen van verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag. De omstandigheid dat verdachte niet alleen geld op zak had bij zijn aanhouding, maar ook op verschillende plaatsen in zijn huis bewaarde, brengt niet zonder meer mee dat verdachte de criminele herkomst van dat geld heeft getracht te verbergen of te verhullen.
Pagina504-504
UitspraakECLI:NL:HR:2013:CA3302
Artikel aanvragenVia Praktizijn