Berichten IndustriŽle Eigendom

Uitgever Uitgeverij deLex
Tijdschrift Berichten IndustriŽle Eigendom
Datum 11-11-2013
Aflevering 10
RubriekArtikelen
TitelVergelijkende reclame in BelgiŽ, mede in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie (deel 1)
SamenvattingReclame is een middel om de consument verkoopbevorderende informatie te geven over producten of diensten. Een onderneming kan zijn producten of diensten in de kijker plaatsen door deze te vergelijken met de producten of diensten van de concurrent. Bij deze vergelijking wordt het eigen merk uiteraard aantrekkelijker voorgesteld ten aanzien van de consument.
Auteur(s)P. Maeyaert
Pagina294-308
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Merkenrecht
TitelHof van Justitie van de Europese Unie, 18-07-2013, C-252/12
SamenvattingNormaal gebruik van een gemeenschapsmerk als bedoeld in art. 15 lid 1 GMVo; gebruik van een merk in een specifieke kleur of kleurencombinatie terwijl de kleur niet is ingeschreven; geldige reden in de zin van art. 9 lid 1 onder c GMVo.
(Specsavers / Asda)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Derde kamer) van 18 juli 2013.#Specsavers International Healthcare Ltd e.a. tegen Asda Stores Ltd.#Verzoek van de Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division) om een prejudiciele beslissing.#Merken - Verordening (EG) nr. 207/2009 - Artikelen 9, lid 1, sub b en c, 15, lid 1, en 51, lid 1, sub a - Gronden voor vervallenverklaring - Begrip ,normaal gebruik' - Merk gebruikt in combinatie met ander merk of als deel van samengesteld merk - Kleur of kleurencombinatie waarin merk wordt gebruikt - Bekendheid.#Zaak C-252/12.
AnnotatorP.A.C.E. van der Kooij
Pagina308-315
UitspraakECLI:EU:C:2013:497
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Merkenrecht
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 26-03-2013, 200.111.855/01
SamenvattingGLASHELDER is beschrijvend en mist onderscheidend vermogen; inburgering in Nederland onvoldoende zonder inburgering in Vlaanderen; 46% van totaal Nederlandstalig deel Benelux kan niet worden beschouwd als aanzienlijk deel.
(Achmea / BBIE)
Pagina316-316
UitspraakECLI:NL:GHDHA:2013:1730
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Onrechtmatige daad
TitelRechtbank Noord-Nederland, 20-02-2013, 128340 / HA ZA 11-589
SamenvattingAcquisitiefraude; collectieve actie; geen reflexwerking regeling oneerlijke handelspraktijken in algemene zin voor MKB, wel voor gedaagde sub 2 in casu; omkering bewijslast; vrijheid MKB om zich kritisch uit te laten oer kwalijke praktijken.
Samenvatting (Bron)Wet op de Oneerlijke Handelspraktijken; internetadverteerder; advertentie; acquisitiefraude; artikel 3:305a BW; collectieve actie; reflexwerking; bewijslast; artikel 6:193j BW; consument; stichting, dwaling, vernietiging, vrijheid van meningsuiting. De vordering om de voor een consument geldende wettelijke regeling met betrekking tot oneerlijke handelspraktijken middels reflexwerking ook te laten gelden voor ondernemers c.q. ondernemingen, wordt afgewezen omdat de principiŽle beslissing dat ook andere groepen dan consumenten extra bescherming dienen te krijgen de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat. Het is uitsluitend aan de wetgever algemene regels uit te vaardigen over een bijzondere mate van rechtsbescherming voor bepaalde groepen in de samenleving. Ter zake de individuele vordering van de stichting oordeelt de rechtbank dat de stichting ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met de internetadverteerder ter zake van het plaatsen van een advertentie op diens website, in een aan een consument vergelijkbare positie verkeerde. Omdat de kwetsbaarheid van de stichting wat betreft acquisitie te vergelijken is met die van een consument zijn de beschermende bepalingen van de wet op de oneerlijke handelspraktijken op de stichting van overeenkomstige toepassing. De rechtbank acht het, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:193j BW, passend de bewijslast om te keren in die zin dat de internetadverteerder wordt belast met het bewijs van het juist en volledig informeren van de stichting, omdat de internetadverteerder als professionele partij het initiatief heeft genomen wat betreft het tot stand brengen van de overeenkomst en het tot haar mogelijkheden behoorde om het eerste telefonische gesprek zodanig vast te leggen, dat hier in een procedure door de rechter kennis van kan worden genomen. Nu in het onderhavige geval het eerste telefoongesprek niet (meer) voorhanden is, en voor het overige door de internet¨adverteerder onvoldoende bewijs is geleverd dat de bejegening door haar van de stichting niet misleidend is geweest, en zij ter zake geen nader bewijs heeft aangeboden, heeft de internetadverteerder het benodigde bewijs niet geleverd. Aldus dient aangenomen te worden dat de stichting ten tijde van het aangaan van de overeenkomst is uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken, hetgeen leidt tot vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling.
Pagina317-317
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2013:BZ1615
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Misleidende reclame
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 28-05-2013, 200.071.798/01
SamenvattingMisleidende reclame Staatsloterij; collectieve actie; schade als gevolg van misleidende mededelingen; begrip gemiddelde consument.
Samenvatting (Bron)misleidende reclame; collectieve actie; vordering van Stichting Loterijverlies tegen Staatsloterij op grond van artikel 6:194 (oud) BW toegewezen.
Pagina318-318
UitspraakECLI:NL:GHDHA:2013:CA0587
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Procesrecht
TitelBenelux-Gerechtshof, 07-05-2013, IEF 12778
SamenvattingBegrip dwangsom; verwijzing door BenGH naar onmogelijke nakoming.
(Espal/Ilot Du Nord)
Pagina319-319
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak in het kort - Procesrecht
TitelBenelux-Gerechtshof, 14-06-2013, IEF 12279
SamenvattingWelke rechter heeft de dwangsom opgelegd indien hoger beroep is ingesteld tegen opgelegde dwangsom?
(Belgacom N.V. / Alphacom N.V.)
Pagina319-319
Artikel aanvragenVia Praktizijn