Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 04-12-2013
Aflevering 42
RubriekVooraf
TitelEen Rechtszaak uit Liefde
CiteertitelNJB 2013, 2448
SamenvattingMet de beelden van de enorme ravage die supertyfoon Haiyan heeft achtergelaten en de ellende die deze heeft veroorzaakt nog op het netvlies, is het een serieuze vraag. Moeten we in de strijd tegen (de gevolgen van) klimaatverandering ons heil zoeken in het aansprakelijkheidsrecht?
Auteur(s)T. Hartlief
Pagina2911-2911
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelNet als in de film - Massive Open Online Courses (MOOCs) en auteursrecht
CiteertitelNJB 2013, 2449
SamenvattingEen MOOC is een relatief nieuw fenomeen dat is overgewaaid uit de Verenigde Staten. De 'MOOC mania' ontstond daar zo'n twee jaar geleden toen hoogleraren Thurn en Norvig van Stanford University een gratis online cursus Inleiding kunstmatige intelligentie aankondigden op YouTube. Een maand later hadden zich meer dan 120.000 geïnteresseerden aangemeld. Onlangs had de Universiteit Leiden de Nederlandse primeur met een introductiecursus Europees recht die wereldwijd 40.000 deelnemers trok. In deze bijdrage worden de auteursrechtelijke aspecten van het fenomeen onderzocht.
Auteur(s)D.J.G. Visser
Pagina2912-2919
LinkVolledige tekst (leidenuniv.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelPolitie-drones boven uw tuin? Het gaat gebeuren...
CiteertitelNJB 2013, 2450
SamenvattingHet zou van wijsheid getuigen om eerst alle potentiële juridische en ethische mijnenvelden gedegen in kaart te brengen alvorens het gebruik van drones met gejuich binnen te halen in onze (justitiële) wereld. Daarnaast is een bredere studie noodzakelijk van de implicaties van de politiële inzet van drones vanuit strafrechtelijk en Europees mensenrechtelijk perspectief.
Auteur(s)G.J. Knoops
Pagina2920-2927
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelOnderdeel van een gezamenlijk plan - De conclusie van A-G Knigge in de Nijmeegse scooterzaak
CiteertitelNJB 2013, 2451
SamenvattingIn deze bijdrage wordt de Nijmeegse scooterzaak besproken, waarin twee verdachten na een wilde vlucht op een motorscooter een voetganger dodelijk troffen. Het hof sprak de verdachten vrij omdat niet duidelijk was geworden wie de motorscooter had bestuurd zodat het medeplegen niet kon worden vastgesteld. De uitspraken leidden tot veel kritiek in de media en het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in. Advocaat-generaal Knigge concludeert tot vernietiging van de arresten. Centraal staat de vraag of de verdachten handelden volgens een gezamenlijk plan.
Auteur(s)R. Jansen
Pagina2928-2930
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEssay
TitelGerechtigheid in Colombia - Zoon vermoord, strijd geboren
CiteertitelNJB 2013, 2452
SamenvattingIn de betonnen muren zitten gaten. Er hangt een versleten kalander als vergeefse poging de goten te verhullen. Het is een klein en donker huis in de warme buitenwijken van Bogotá, de hoofdstad van Colombia. Lux Marina Bernal drukt de foto van haar zoon tegen haar borst. David Leonardo Porras Bernal was 26 jaar oud maar had de geestelijke ontwikkeling van een negenjarig kind. Hij kon nauwelijks begrijpen wat het woord 'guarilla' betekende, maar werd na maanden zoeken teruggevonden in een massagraf met FARC-strijders.
Auteur(s)B. van Lieshout
Pagina2931-2934
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 02-07-2013, 27126/11
CiteertitelNJB 2013, 2453
SamenvattingRecht op eigendom. Verbod op discriminatie. Nationale wetgeving omtrent sociale huurstelsel. Mogelijkheid om fatsoenlijke winst te ontlenen aan eigendom. Verschil tussen huurprijzen die zijn gebaseerd op bestaande huurovereenkomsten en huurprijzen die zijn gebaseerd op nieuwe huurovereenkomsten. Niet-ontvankelijk.
(Nobel / Nederland)
Pagina2935-2935
UitspraakECLI:CE:ECHR:2013:0702JUD002712611
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof van Justitie van de Europese Unie, 22-10-2013, C-105/12 t/m 107/12
CiteertitelNJB 2013, 2454
SamenvattingVrij verkeer van kapitaal. Art. 63 VWEU. Regelingen van het eigendomsrecht. Art. 345 VWEU. Beheerders van elektriciteits- of gasdistributienetten. Privatiseringsverbod. Verbod van banden met ondernemingen die elektriciteit of gas produceren, leveren of daarin handel. Verbod van activiteiten die strijdig kunnen zijn met het beheer van het net. (Staat der Nederlanden / Essent NV e.a.)
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 22 oktober 2013.#Staat der Nederlanden tegen Essent NV (C-105/12), Essent Nederland BV (C-105/12), Eneco Holding NV (C-106/12) en Delta NV (C-107/12).#Verzoeken van de Hoge Raad der Nederlanden om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Vrij verkeer van kapitaal - Artikel 63 VWEU - Eigendomsregelingen - Artikel 345 VWEU - Beheerders van elektriciteits- of gasdistributienetten - Privatiseringsverbod - Verbod van banden met ondernemingen die elektriciteit of gas produceren, leveren of daarin handelen - Verbod van activiteiten die strijdig kunnen zijn met het beheer van het net.#Gevoegde zaken C-105/12 tot en met C-107/12.
Pagina2935-2936
UitspraakECLI:EU:C:2013:677
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 15-11-2013, 12/01669
CiteertitelNJB 2013, 2455
SamenvattingHuur bedrijfsruimte. Faillissement huurder. Schadevergoedingsbeding. Nietigheid/verifieerbaarheid. Een huurovereenkomst bevat een beding waarbij de huurders zich verplichten tot vergoeding van de schade die de verhuurder lijdt door een voortijdig einde van de huurovereenkomst als gevolg van faillissement van de huurders, en voorts een beding waarbij de houdstermaatschappij van de huurders zich garant stelt. De huurders gaan failliet. De curator zegt de huur op. De verhuurder spreekt de garant aan wegens leegstandsschade. Het hof acht het schadevergoedingsbeding nietig.
Samenvatting (Bron)Faillissementsrecht. Beëindiging bedrijfsruimtehuur door curator na faillissement huurder, art. 39 Fw. Geen inroepbaarheid jegens de boedel van contractueel schadevergoedingsbeding, vgl. HR 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3534, NJ 2011/114 (Aukema q.q./Uni-Invest). Wel rechtsgeldig en inroepbaar jegens huurder en derde die zich garant heeft gesteld. Geen regresvordering jegens de boedel.
Pagina2936-2937
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1244
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 15-11-2013, 12/04150
CiteertitelNJB 2013, 2456
SamenvattingWisseling van advocaat. Uitstel. Op de hofroldatum waarop appellant partij peremptoir staat voor memorie van grieven, vindt aan de zijde van appellant wisseling van advocaat plaats en de vraagt de opvolgend advocaat uitstel. De rolsraadsheer weigert dit en verleent akte van niet-dienen.
Samenvatting (Bron)(Appel)procesrecht. Verzoek om uitstel in verband met wisseling advocaat op de dag waartegen akte niet-dienen was aangezegd. Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr); algemene regels voor uitstel (art. 2.11-2.13 Lpr). Afwijzing verzoek slechts indien uitstel onverenigbaar is met art. 20 Rv of de eisen van een goede procesorde. Motiveringseisen afwijzing.
Pagina2937-2938
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1245
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 15-11-2013, 12/05089
CiteertitelNJB 2013, 2457
SamenvattingEinde alimentatieplicht. Samenleving door gewezen echtgenoot met een anders als waren zij gehuwd.
Samenvatting (Bron)Alimentatie gewezen echtgenoten. Samenleven in de zin van art. 1:160 BW; vereisten. Restrictief uitleggen (HR 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3603, NJ 2001/586; HR 3 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5961, NJ 2005/381).
Pagina2938-2939
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1246
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-11-2013, 12/05434
CiteertitelNJB 2013, 2459
SamenvattingImmuniteit van diplomatieke ambtenaren en hun gezinsleden: in casu geen beletsel voor vervolging in Nederland erop gelet dat de zendstaat in een 'Note Verbale' uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de immuniteit van jurisdictie voor strafvervolging van de verdachte in de ontvangende staat.
Samenvatting (Bron)Diplomatieke immuniteit. “Note Verbale” van 21 april 2011 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan het Nederlandse Ministere van Buitenlandse zaken. Artt. 31.1, 32.1 en 2 en 37.1 Verdrag van Wenen. Casus: verdachte, zoon van een diplomaat en bezitter van een diplomatiek paspoort, is veroordeeld wegens openlijke geweldpleging tegen een persoon. In de overwegingen van het Hof ligt als zijn oordeel besloten dat de zendstaat Bosnië en Herzegovina uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de immuniteit van jurisdictie voor strafvervolging van de verdachte in de ontvangende staat. Dat oordeel geeft niet blijk van schending van de weergegeven verdragsbepalingen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, gelet op de inhoud van de “Note Verbale” en is toereikend gemotiveerd.
Pagina2939-2939
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1122
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 15-11-2001, 13/04245
CiteertitelNJB 2013, 2459
SamenvattingWet Bopz. Bij de mondelinge behandeling van een verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf, benoemt de rechtbank op verzoek van betrokkene een deskundige. Op 11 april 2013 komt het deskundigenbericht in. Op 30 mei 2013 verleent de rechtbank de machtiging.
Samenvatting (Bron)BOPZ. Verzoek machtiging voortgezet verblijf; art. 15 Wet Bopz. Termijn voor beslissing rechtbank nadat op verzoek van betrokkene ingewonnen deskundigenbericht ter griffie is ingekomen; art. 5 lid 1 onder e EVRM. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen afwijzing verzoek om schadevergoeding waartegen hoger beroep openstond; art. 35 Wet Bopz. Nieuwe beroepstermijn vangt aan daags na uitspraak in cassatie; art. 340, 358 lid 1 Rv [(HR 14 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7590)].
Pagina2939-2939
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1260
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-11-2013, 12/00127
CiteertitelNJB 2013, 2461
SamenvattingBegrip 'in zijn tegenwoordigheid' in art. 266 Sr: de belediging die in casu is gedaan inspreken op de voicemail die de aangeefster heeft vernomen bij het afluisteren van die voicemail, is in haar tegenwoordigheid mondeling aangedaan in de zin van art. 266 lid 1 Sr.
Samenvatting (Bron)Belediging “in zijn tegenwoordigheid”, art. 266 Sr. De aangeefster heeft i.c. de belediging vernomen bij het afluisteren van de voicemail waarop verdachte deze had ingesproken. ’s Hofs oordeel dat onder omstandigheden sprake kan zijn van belediging van iemand “in zijn tegenwoordigheid mondeling [aangedaan]” indien de beledigde niet in de fysieke nabijheid verkeert van degene die beledigt of de beledigde die belediging eerst op een later tijdstip verneemt dan dat zij is gedaan, is, gelet op doel en strekking van art. 266.1 Sr, juist.
Pagina2940-2941
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1114
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-11-2013, 11/04499
CiteertitelNJB 2013, 2462
SamenvattingBelediging in de zin van art. 266 Sr;: het opzettelijk spuwen tegen een raam van een auto waarin iemand zit, kan niet zonder meer worden aangemerkt als 'belediging' in de zin van deze bepaling, zo volgt in de casu uit de ambtshalve beoordeling door de Hoge Raad.
Samenvatting (Bron)Eenvoudige belediging. Termen “beledigd” en “beledigend” i.d.z.v. art. 266.1 Sr. HR ambtshalve: mede gelet op hetgeen de door het Hof gebezigde bm inhouden kan de in de tll. en bewezenverklaring omschreven gedraging - het opzettelijk spuwen tegen een raam van de auto waarin aangeefster was gezeten - niet zonder meer worden aangemerkt als “belediging” i.d.z.v. art. 266.1 Sr. Daaruit volgt dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste opvatting omtrent de in de tll. voorkomende termen “beledigd” en “beledigend” en dat het derhalve de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten. De bewezenverklaring is in zoverre ontoereikend gemotiveerd. HR spreekt verdachte om doelmatigheidsredenen vrij van het hem onder 1 tlgd.
Pagina2941-2941
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1107
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-11-2013, 12/04955
CiteertitelNJB 2013, 2463
SamenvattingBedreiging met zware mishandeling in de zin van art. 285 Sr: dit vereist dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen (vgl. HR 7 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3659, NJ 2005/448) en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht (vgl. HR 17 januari 1984, ECLI:NL:HR:2013:AC8252, NJ 1984/479); in casu zodanige bedreiging door aangaan onvermijdelijke botsing met politieauto met inzittenden. A-G: anders.
Samenvatting (Bron)Bedreiging, art. 285 Sr. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2005:AT3659 en ECLI:NL:HR:1984:AC8252 m.b.t. de vereisten voor een veroordeling t.z.v. bedreiging met zware mishandeling. Het oordeel van het Hof geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Conclusie AG anders.
Pagina2941-2942
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1106
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-11-2013, 12/01285
CiteertitelNJB 2013, 2464
SamenvattingToepassing maatstaven voorbedachte raad uit HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963: ontoereikende motivering gelet op contra indicaties.
Samenvatting (Bron)Moord. Voorbedachte raad. Art. 289 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963. ’s Hofs oordeel is gelet op hetgeen is vooropgesteld m.b.t. mogelijke contra-indicaties ontoereikend gemotiveerd. Het Hof heeft immers kennelijk geoordeeld dat de gelegenheid van de verdachte om na te denken over de betekenis van en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en om zich daarvan rekenschap te geven, zich in het bijzonder voordeed tijdens “de momenten tussen het naar de auto lopen en met het daar gepakte wapen teruglopen naar het slachtoffer” en “het moment van het op zeer korte afstand van het slo. (1,5 tot 2 meter) eenmaal doorladen en de momenten van het richten van het wapen voor het afvuren van beide schoten”, terwijl het Hof heeft vastgesteld dat “het gebeuren bij de Praxis zich in 58 seconden heeft afgespeeld”, de door het Hof genoemde momenten slechts onderdelen waren van dit “gebeuren”, en de door het Hof gebezigde bewijsvoering niet uitsluit dat het voornemen van de verdachte – behalve tussen het eerste en het tweede schot – gedurende die beschikbare korte bedenktijd slechts gericht was op het eerste, welbewust op de benen van het slo. gerichte schot. Conclusie AG: anders.
Pagina2942-2944
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1111
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-11-2013, 12/04549
CiteertitelNJB 2013, 2465
SamenvattingNietigverklaring tenlastelegging op de grond dat die onvoldoende feitelijk is in de zin van art. 261 lid 2 Sv onterecht nu de termen vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken uit 340 Sr mede feitelijke betekenis hebben.
Samenvatting (Bron)OM-cassatie. Art. 261 Sv. Nietige dagvaarding? De termen vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken hebben mede feitelijke betekenis.
Pagina2944-2944
UitspraakECLI:NL:HR:2013:1105
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 25-10-2013, 11/04730
CiteertitelNJB 2013, 2466
SamenvattingHoge Raad kan zich niet vinden in het oordeel van het Hof dat een bepaalde in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 voorziene naheffingsmaatregel in strijd is met art. 1 Eerste Protocol EVRM doordat sprake is van een fictie zonder tegenbewijsmogelijkheid. Deze maatregel houdt verder geen 'criminal charge' in. (anders: het Hof).
Samenvatting (Bron)Motorrijtuigenbelasting; art. 35 en 37 Wet mrb. Naheffing bij constatering van gebruik van de weg met een motorrijtuig tijdens een schorsing. Artikel 35 Wet mrb is niet in strijd met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM of met artikel 6 EVRM. Op grond van artikel 37 Wet mrb in samenhang gelezen met artikel 67c AWR kan een boete worden opgelegd.
Pagina2944-2945
UitspraakECLI:NL:HR:2013:973
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 30-10-2013, 201211740/1/A3
CiteertitelNJB 2013, 2467
SamenvattingWeigering intrekking besluit tot aanwijzing luchtvaartterrein Twente als militaire luchthaven. Crisis- en herstelwet niet van toepassing. Geen strijd met specialiteitsbeginsel.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 10 mei 2011 heeft de minister geweigerd de beschikking van 23 maart 1960, kenmerk 245.382/E (Stcrt. 2 april 1960, nr. 65A; hierna: het aanwijzingsbesluit) en het besluit van 5 juni 1992, kenmerk MG92058753 (Stcrt. 16 juni 1992, nr. 113, hierna: het geluidzonebesluit), in te trekken.
Pagina2945-2946
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:1719
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 06-11-2013, 201112188/1/A4
CiteertitelNJB 2013, 2468
SamenvattingIndien in een beroepsschrift of hoger beroepschrift voor de gronden louter is verwezen naar eerder ingediende zienswijzen, bezwaren of beroepsgronden, zal het beroep of hoger beroep niet daarom zonder meer kennelijk ongegrond worden verklaard. De indiener zal in een dergelijk geval worden uitgenodigd om alsnog toe te lichten waarom de reactie van het bestuursorgaan of de rechtbank onjuist is.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 24 juli 2009 heeft het college een verzoek van [appellant] om handhavend optreden tegen de zonder bouwvergunning op het perceel [locatie A] te Oosthuizen opgerichte schuur van [partij] afgewezen.
Pagina2946-2947
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:1789
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 09-10-2013, 12/1630 AWBZ-T
CiteertitelNJB 2013, 2469
SamenvattingDe afwijking van de normtijden is onvoldoende gemotiveerd.
Samenvatting (Bron)Omvang van de AWBZ-indicatie voor persoonlijke verzorging (PV). Vaststellen zorgbehoefte. Vermindering van de normtijden opgenomen in de tabel bij hoofdstuk 4, bijlage 4, van de Beleidsregels. Bestreden besluit berust niet op zorgvuldig onderzoek. Motiveringsgebrek. Tussenuitspraak.
Pagina2947-2947
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:2368
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 12-11-2013, 12/1427 WWB, 13/5322 WWB
CiteertitelNJB 2013, 2470
SamenvattingDe vaststelling van een maandelijkse aflossingsverplichting is een Awb-besluit.
Samenvatting (Bron)1) De vaststelling van het maandelijkse aflossingsbedrag bij de brief is een invorderingsbeslissing. Deze vaststelling berust op een publiekrechtelijke grondslag, namelijk artikel 60, eerste lid, van de WWB, zoals deze bepaling vóór 1 juli 2009 luidde. De brief, voor zover betrokkene daarbij een betaalverplichting is opgelegd van € 343,38 per maand, is een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. 2) Appellant heeft zich bij een nieuw besluit terecht op het standpunt gesteld dat betrokkene geen procesbelang heeft bij een beoordeling van de bij de brief opgelegde betaalverplichting.
Pagina2947-2948
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:2373
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 13-11-2013, 10/4736 INBURG-P, 11/6295 INBURG-P
CiteertitelNJB 2013, 2471
SamenvattingDe CRvB stelt prejudiciële vragen over de inburgeringsplicht voor niet EU-onderdanen die op grond van het EU-recht in Nederland mogen verblijven.
Samenvatting (Bron)De Centrale Raad van Beroep stelt in twee hoger beroepszaken vragen aan het Hof van Justitie van de EU. Die vragen gaan over de uitleg van de Europese regels voor personen die niet de nationaliteit van een EU-land hebben. Zij wonen echter wel langdurig legaal in een EU-land en hebben daarom op grond van het EU-recht een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd gekregen. De vraag is nu of deze personen - die in Nederland op grond van het EU-recht een verblijfsvergunning hebben - toch moeten inburgeren? Of is de plicht tot inburgering in strijd met de Europese regel dat deze personen - op bepaalde terreinen - dezelfde behandeling moeten krijgen als Nederlanders. Op grond van Europese regels mag een land voor het krijgen van een verblijfsvergunning vooraf bepaalde integratie-eisen stellen. De Centrale Raad van Beroep wil nu van het Hof ook weten de Europese regel toestaat dat die eisen ook worden gesteld als een persoon al een verblijfsvergunning heeft.
Pagina2948-2949
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:2269
Artikel aanvragenVia Praktizijn