Jurisprudentie Onderneming & Recht

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie Onderneming & Recht
Datum 07-11-2013
Aflevering 11
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank Utrecht, 28-03-2013, 7773565 UC EXPL 11-14577 mh
CiteertitelJOR 2013/297
SamenvattingOnrechtmatige daad, Misbruik van identiteitsverschil, Vereenzelviging van rechtspersoon en natuurlijke persoon, Rechtspersoon uitsluitend opgericht om non-concurrentiebeding te omzeilen
AnnotatorS.C.M. van Thiel
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2012:3942
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 02-04-2013, HD 200.103.506
CiteertitelJOR 2013/298
SamenvattingPersonenvennootschap (vof), Vennoot niet vorderingsgerechtigd jegens medevennoot, Vordering komt aan vof toe, Verwijzing naar HR 17 december 1993, NJ 1994, 301, Uitleg vertegenwoordigingsbevoegdheid in vennootschapsovereenkomst, Onderscheid tussen gebruikelijke beheershandelingen en bijzondere verrichtingen, Tegenstrijdig belang tussen vennoot en vof. Bruil-criterium toegepast
Samenvatting (Bron)geen vorderingsgerechtigdheid vennoot van vof op medevennoot.verwijzing naar HR 17-12-93, NJ 94,301; vervreemden alle activa en passiva van vof door vennoot geen gebruikelijke beheers- of beschikkingshandeling; tegenstrijdig belang
AnnotatorC.M. Stokkermans
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2013:BZ6726
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank Amsterdam, 26-06-2013, HA ZA 12-223,, 12-624
CiteertitelJOR 2013/299
SamenvattingCollectieve actie VEB NCVB, Aansprakelijkstelling Nederlandse accountants in verband met fraude Ahold’s Amerikaanse dochter US Foodservice, Misleiding belegger en onterechte goedkeuring jaarrekening Ahold, Bevoegdheidsincident, Rechtsmacht Nederlandse rechter, Verjaring rechtsvordering gestuit, Kan rechtspersoon in de zin van art. 3:305a lid 1 BW verjaring rechtsvordering stuiten, Tussenvonnis, Verband met OK 6 januari 2005, «JOR» 2005/6, m.nt. Josephus Jitta en Rb. Amsterdam 23 juni 2010, «JOR» 2010/225, m.nt. Tzankova
Samenvatting (Bron)Fraude bij Amerikaanse Ahold-dochter USF. Collectieve actie van de VEB tegen Nederlandse maatschap van accountants die (achteraf te rooskleurige) geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold van een goedkeurende verklaring heeft voorzien. Bevoegdheidsincident. Gevolgen van Amerikaanse Settlement Agreement en Final Judgment and Order of Dismissal voor rechtsmacht Nederlandse rechter. Voorvragen in de hoofdzaak. Rechtbank neemt zich voor een van die voorvragen voor te leggen aan de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing: kan de VEB als rechtspersoon in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW de verjaring van de in die bepaling bedoelde rechtsvordering op de voet van artikel 3:317 lid 1 BW stuiten en, zo ja, sorteert die stuiting effect ten behoeve van alle in artikel 3:305a lid 1 BW bedoelde andere personen dan wel slechts ten behoeve van de leden van de VEB?
AnnotatorR.G.J. de Haan
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2013:4617
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelHoge Raad, 12-07-2013, 12/01213
CiteertitelJOR 2013/300
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, Schending publicatieplicht, Ook vennootschap met geen tot weinig activiteiten moet jaarrekening tijdig openbaar maken, Overschrijding wettelijke termijn voor openbaarmaking jaarrekening (met 28 dagen) een onbelangrijk verzuim, Beslissend is of de door de bestuurders aangevoerde omstandigheden een aanvaardbare verklaring opleveren voor de te late publicatie, Omstandigheden in risicosfeer van het bestuur kunnen aanvaardbare verklaring opleveren, Vernietiging en verwijzing, Cassatie van Gerechtshof Arnhem 29 november 2011, «JOR» 2012/38 en verwijzing naar HR 20 oktober 2006, «JOR» 2006/288, m.nt. Borrius (Van Schilt/Jansen q.q.)
Samenvatting (Bron)Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening. Onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Beoordelingsmaatstaf; omstandigheden van het geval; aanvaardbare verklaring voor de te late publicatie? Dat belang bij openbaarmaking betrekkelijk is omdat vennootschap geen of weinig activiteiten verricht dan wel geen of weinig relaties heeft, geen grond om onbelangrijk verzuim aan te nemen.
AnnotatorW.J.M. van Andel
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ7189
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelHoge Raad, 12-07-2013, 12/01363
CiteertitelJOR 2013/301
SamenvattingWinstreservering of dividenduitkering, KLM, Positie minderheidsaandeelhouders, Totstandkoming besluiten van vergadering van prioriteitsaandeelhouders KLM tot winstreservering niet in strijd met de statuten, Besluiten doorstaan toets van redelijkheid en billijkheid, Cassatieberoep verworpen, Cassatie van Gerechtshof Amsterdam 15 november 2011, «JOR» 2012/6, m.nt. Vroom
Samenvatting (Bron)Ondernemingsrecht. Vordering tot vernietiging besluiten op de voet van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder a en b, BW. Art. 2:8 BW; redelijkheid en billijkheid; plicht tot zorgvuldige belangenafweging; omstandigheden van het geval. Beoordeling zorgvuldigheid totstandkoming besluit; maatstaf; terughoudendheid rechter.
AnnotatorE.E.U. Vroom
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ9145
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-07-2013, HD 200.037.556/01
CiteertitelJOR 2013/302
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid na doorstart, Niet kunnen krijgen/behouden van financiering stond voortbestaan ondernemingen in de weg, Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur, Ernstig verwijtbaar onbehoorlijk handelen, Tussenarrest
Samenvatting (Bron)persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder ex art. 248 lid 2 BW of art. 2:248 lid 1 BW; administratieplicht art. 2:10 BW
AnnotatorS.M. Bartman
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2013:3057
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelHof van Justitie EU, 18-07-2013, C-147/12
CiteertitelJOR 2013/303
SamenvattingInternationaal privaatrecht, EEX-Vo, Prejudiciële beslissing, Bevoegdheidsregels bij bestuurdersaansprakelijkheid en aansprakelijkheid van aandeelhouders voor vennootschapsschulden, Uitleg “verbintenissen uit onrechtmatige daad” en “plaats waar schade zich kan voordoen of heeft voorgedaan” (art. 5 lid 3 EEX-Vo), Overdracht vordering uit onrechtmatige daad heeft geen invloed op bevoegdheidsregels
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 18 juli 2013. # OFAB, Ostergotlands Fastigheter AB tegen Frank Koot en Evergreen Investments BV. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Hovratten for Nedre Norrland - Zweden. # Justitiele samenwerking in burgerlijke zaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Bevoegde gerecht - Bijzondere bevoegdheden ,ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst' en ,ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad'. # Zaak C-147/12.
AnnotatorA. Knigge , M. Zilinsky
UitspraakECLI:EU:C:2013:490
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-07-2013, 200.091.368/01, 200.088.907/01
CiteertitelJOR 2013/304
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid, Bestuurders hebben corporate opportunity onthouden aan vennootschap en doen benutten door hun privé-vennootschap, Tegenstrijdig belang, Geen vergoeding van winstderving, wel van fiscale schade
Samenvatting (Bron)Onrechtmatige daad. Onthouden corporate oppurtunity. Maatstaf aansprakelijkheid. Uitleg vaststellingsovereenkomst. Geen bewijsaanbod. Geen deskundigenbericht bevolen. Het hof acht zich niet in staat om te bepalen of er schade is geleden als gevolg van winstderving en wijst de vordering terzake af. Vergoeding van het geleden fiscale nadeel wordt toegewezen
AnnotatorM. Holtzer
UitspraakECLI:NL:GHARL:2013:5348
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelRechtbank Amsterdam, 28-08-2013, KG ZA 13-779
CiteertitelJOR 2013/305
SamenvattingKerkgenootschap, Stichting het Rooms Catholijk Maagdenhuis is een zelfstandig onderdeel van een kerkgenootschap in de zin van art. 2:2 BW en wordt derhalve geregeerd door het eigen statuut, De in de considerans opgenomen aanvullende regels bepalen op welke wijze de bevoegdheden van de bisschop moeten worden uitgelegd, Dit houdt in dat de bisschop slechts in geval van wanbeleid kan ingrijpen, Van wanbeleid is in casu geen sprake, Dat de benoemingen van de bestuursleden niet door de bisschop zijn bekrachtigd, kan niet leiden tot toewijzing van de vordering de bestuursleden te veroordelen tot het ongedaan maken van hun inschrijving in het handelsregister als stichtingsbestuurders en de feitelijke overdracht van de bestuurstaken aan de door de bisschop bij decreet benoemde nieuwe bestuurders
Samenvatting (Bron)In een geschil tussen de bisschop en het Maagdenhuis stelt de bisschop dat het Maagdenhuis een kerkelijke rechtspersoon is en dat de bestuursleden niet rechtsgeldig zijn benoemd omdat hij de benoemingen niet heeft bekrachtigd, terwijl de statuten dit voorschrijven. De bisschop heeft daarom een nieuw bestuur benoemd. De voorzieningenrechter oordeelt dat het Maagdenhuis gezien de statuten en de wijze waarop die tot stand zijn gekomen als een kerkelijke rechtspersoon kan worden beschouwd. Desondanks oordeelt de voorzieningenrechter dat de vordering van de bisschop om het zittende bestuur door een nieuw bestuur te vervangen niet kan worden toegewezen. Volgens de considerans bij de statuten heeft de bisschop slechts een beperkte rol. Ook het verwijt van de bisschop dat het huidige bestuur te weinig katholieke identiteit kent is door hem onvoldoende onderbouwd. Dit leidt tot een afwijzing van alle vorderingen van de bisschop.
AnnotatorT. van Kooten
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2013:5429
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelArbitration Centre for .EU disputes, 24-06-2013, EBA C 2013 002
CiteertitelJOR 2013/306
SamenvattingEuropees financieel toezicht, Bezwaar van een in Estland gevestigde vennootschap tegen de weigering van de European Banking Authority (EBA) om onderzoek te doen naar een vermeende inbreuk op het Unierecht door nationale toezichthouders, Bezwaarcommissie oordeelt dat de EBA de bevoegdheid had om het verzochte onderzoek te doen, maar dat haar bij de uitoefening van deze bevoegdheid beleidsvrijheid toekomt, Terugverwijzing naar de EBA ter verdere besluitvorming
AnnotatorB. Bierens
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-07-2013, AWB 10/445, AWB 10/564
CiteertitelJOR 2013/307
SamenvattingAanbieden van beleggingsobjecten zonder vergunning, De tekst van art. 1:1 Wft maakt geen onderscheid tussen beheer door de aanbieder van het object of door een derde, De aanwijzing van AFM is er op gericht de overtreding voor de toekomst te beëindigen en grijpt niet met terugwerkende kracht in reeds gesloten overeenkomsten in, AFM heeft derhalve niet in strijd gehandeld met art. 1:75 lid 3 Wft, Verwijzing naar CBb 7 april 2011, «JOR» 2011/187, m.nt. CMGvdK (Investerra)
Samenvatting (Bron)Aanbieden van beleggingsobjecten zonder vergunning (beleggen in grond); aanwijzing AFM niet in strijd met artikel 1:75 lid 3 Wft; definitie beleggingsobject in de Wft.
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:66
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 31-07-2013, HA ZA 12-1328
CiteertitelJOR 2013/308
SamenvattingEffectendienstverlening, Execution only, Dienstverlening door bank aan vennootschap was beperkt tot uitvoeren van orders voor aankopen van aandelen VHS totdat het belang van de vennootschap in VHS was gegroeid tot 10%, Het handelen van de vennootschap was (mede) gericht op beïnvloeding van de koers van het aandeel VHS, De vennootschap is geen belegger die tegen zijn eigen lichtvaardigheid en gebrek aan inzicht beschermd moet worden en uit dien hoofde aanspraak kan maken op bescherming op grond van de bijzondere zorgplicht van de bank, Beëindiging bancaire relatie met vennootschap was rechtmatig, Vorderingen afgewezen, Verband met HR 2 juli 2013, «JOR» 2013/279, m.nt. Italianer
Samenvatting (Bron)[Gedaagde sub 1] en [Gedaagde sub 2] hebben de bijzondere zorgplicht ten aanzien van [eiseres] niet geschonden. De rechtbank Den Haag oordeelt dat [eiseres] van de hoed en de rand wist als het ging om (beïnvloeding van de koers van) het aandeel [bedrijf 2] en dat haar handelen (mede) was gericht op beïnvloeding van de koers van dat aandeel. [Eiseres] is volgens de rechtbank geen belegger die tegen haar eigen lichtvaardigheid en gebrek aan inzicht beschermd moest worden. Daar komt nog bij dat het niet aannemelijk is dat (meer) informatie/waarschuwingen effect zouden hebben gehad op [eiseres]. [Eiseres] liet zich gedurende de bancaire relatie weinig gelegen liggen aan de mededelingen en maatregelen van [gedaagde sub 1] met het oog op beëindiging van beïnvloeding van de koers van het aandeel [bedrijf 2]. [gedaagde sub 1] heeft de bancaire relatie met [eiseres] rechtsgeldig beëindigd. Zij kon het belang van beëindiging van beïnvloeding van de aandelenkoers van [bedrijf 2] door/via [eiseres] laten overwegen boven het belang van [eiseres] bij voortduring van de bancaire relatie. Deze beïnvloeding van de koers was destijds niet strafbaar, doch ook niet toegestaan op grond van interne en externe bancaire regels. Los daarvan ging [eiseres] door met het door [gedaagde sub 1] ondubbelzinnig tegenover haar als ongewenst aangemerkt gedrag. De op [gedaagde sub 1] rustende bijzondere zorgplicht strekt niet zo ver dat [gedaagde sub 1], toen zij na de maatregelen die zij had getroffen om dat te voorkomen opnieuw werd geconfronteerd met beïnvloeding van de koers van het aandeel [bedrijf 2] door/via [eiseres], (weer) had moeten waarschuwen in plaats van de bancaire relatie te beëindigen. De bijzondere maatschappelijke positie van de bank vergde in de gegeven omstandigheden juist dat een eind werd gemaakt aan het beïnvloeden van de koers van het aandeel [bedrijf 2]. De faciliterende rol van [gedaagde sub 1] bij beïnvloeding van de koers van het aandeel [bedrijf 2] door/via [eiseres], maakt dit niet anders. [gedaagde sub 1] heeft een redelijke termijn gehanteerd bij beëindiging van de bancaire relatie met [eiseres]. Er is onvoldoende grond voor het oordeel dat de beëindiging gepaard had moeten gaan met betaling van een vergoeding aan [eiseres] door [gedaagde sub 1], vanwege haar faciliterende rol bij beïnvloeding van de koers van het aandeel [bedrijf 2].
AnnotatorG.T.J. Hoff
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:9489
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBank- en effectenrecht
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-08-2013, 13/396
CiteertitelJOR 2013/309
SamenvattingOvertreding van art. 4:23 Wft, Publicatie van de opgelegde boete, Afwijzing verzoek tot schorsing van publicatie totdat in hoger beroep uitspraak is gedaan, AFM dient wel in een geval als het onderhavige, waarin het boetebesluit door de rechtbank is herroepen en de opgelegde boete is gematigd, de publicatie af te stemmen op de situatie die ten tijde daarvan rechtens juist is
Samenvatting (Bron)boete; vroegtijdige openbaarmaking
AnnotatorS.M.C. Nuyten
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:160
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVaria
TitelHoge Raad, 06-09-2013, 12/00490
CiteertitelJOR 2013/310
SamenvattingPensioen, Eenzijdige wijziging van pensioenregeling door oud-werkgever, Pensioenovereenkomst duurt voort na einde arbeidsovereenkomst, Of door pensioenovereenkomst bepaalde rechtsverhouding na einde arbeidsovereenkomst nog kan worden aangetast, hangt af van de spelregels aangaande de (uitvoering van de) pensioenovereenkomst en de inhoud daarvan, PSW (oud) bevat in tegenstelling tot de met ingang van 1 januari 2007 geldende PW (art. 19) geen toetsingsmaatstaf voor eenzijdige wijzigingsbedingen
AnnotatorA.G. van Marwijk Kooy
UitspraakECLI:NL:HR:2013:CA0
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelHoge Raad, 06-09-2013, 12/008
CiteertitelJOR 2013/311
SamenvattingFinanciële dienstverlening, Geadviseerde instructie van producten buitengewoon risicovol en gecompliceerd, Schending waarschuwings- en onderzoeksplicht, Eigen schuld, Hof heeft bij verdeling van de schade ten onrechte de “Dexia-regel” toegepast, waarbij slechts 60% van de schade voor vergoeding in aanmerking komt, Vervolg op Hof ’s-Hertogenbosch 8 november 2011, «JOR» 2012/111 en Rb. ’s-Hertogenbosch 10 februari 2010, «JOR» 2010/103
Samenvatting (Bron)Schadevordering jegens financieel adviseur, schending zorgplicht, art. 7:401 BW; toerekening, eigen schuld, art. 6:101 BW. Beleggingsdepot en effectenleaseovereenkomsten. Inhoud en strekking bijzondere zorgplicht dienstverlener, bescherming cliënt; verhouding professionele dienstverlener en niet-professionele cliënt (HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600). Causaliteitsverdeling, motiveringsplicht. Wezenlijk verschil met situatie van HR 5 juni 2009, ECLI (ECLI:NL:HR:2009:BH2815), NJ 2012/182.
AnnotatorS.B. van Baalen
UitspraakECLI:NL:HR:2013:CA1725
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 10-09-2013, AWB 12/42310
CiteertitelJOR 2013/312
SamenvattingPensioenfonds, Beleggingsbeleid moet in overeenstemming zijn met prudent-person regel (art. 135 PW), Invulling norm door pensioenfondsen, Terughoudende toetsing door toezichthouder DNB, Vervolg op Vzngr. Rb. Rotterdam 8 februari 2011, «JOR» 2011/120, m.nt. Roth en Rb. Rotterdam 24 november 2011, «JOR» 2012/153, m.nt. Affourtit
Samenvatting (Bron)Hoger beroep. Prudent person-regel. DNB heeft ten onrechte aan pensioenfonds een aanwijziging gegeven zijn belegging in goud blijvend af te bouwen. Beginselen van diversificatie en matching.
AnnotatorS.H. Kuiper , J.A. Voerman
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:104
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-09-2013, 200.097.795
CiteertitelJOR 2013/313
SamenvattingKredietovereenkomst, Tussenpersoon heeft een hoger krediet verschaft dan de maximale kredietruimte toeliet en is daarmee jegens de kredietnemers tekortgeschoten in zijn zorgplicht, Geen rechtsverwerking
Samenvatting (Bron)De tussenpersoon heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de werkelijke financiële lasten van een lopend krediet van appellanten. Zij heeft bij de berekening van de financieringsruimte van appellanten ten onrechte geen rekening gehouden met een op korte termijn voorzienbare (forse) stijging van rentelasten voor het reeds lopende krediet, die zich in de naaste toekomst zouden voordoen. Het beroep op artikel 6:89 BW wordt verworpen. De tussenpersoon heeft te gelden als bij uitstel professionele en deskundige dienstverlener terwijl bij appellanten die professionaliteit en deskundigheid ontbrak. Daardoor behoefde appellant sub 1 niet zonder meer op de hoogte te zijn van een schending van de zorgplicht en mocht hij ervan uitgaan dat de tussenpersoon haar zorgplicht zou naleven. Niet is komen vast te staan dat de tussenpersoon door het tijdsverloop van twee jaar een dusdanig nadeel heeft gelegen dat dit verval van recht rechtvaardigt. Anders dan de reeds betaalde en nog verschuldigde rentetermijnen, is het opgenomen kredietbedrag niet als schade aan te merken.
AnnotatorJ.M. van Poelgeest
UitspraakECLI:NL:GHARL:2013:6826
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof Amsterdam, 24-09-2013, 200.120.300/01
CiteertitelJOR 2013/314
SamenvattingIcesave, Toezicht, DNB heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens gedupeerde Icesave-spaarders, Bekrachtiging van Rb. Amsterdam 19 september 2012, «JOR» 2012/322, m.nt. Lieverse
Samenvatting (Bron)De IJslandse bank Landsbanki introduceerde via Nederlands bijkantoor internetsparen onder de naam Icesave. Rol van de Nederlandse Bank (DNB) voor en na de introductie van Icesave. Geen onrechtmatig handelen van DNB jegens de spaarders.
AnnotatorC.W.M. Lieverse
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2013:3014
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Zwolle, 19-10-2012, KG ZA 12-177
CiteertitelJOR 2013/315
SamenvattingFaillissement Eurocommerce, Toepasselijkheid van art. 37 Fw op wederkerige duurovereenkomst (huur), Partiële gestanddoening door curatoren, Zolang curatoren huurgenot verschaffen, is wederpartij gehouden huur te betalen
Samenvatting (Bron)Toepasselijkheid artikel 37 Fw op duurovereenkomsten (huur). De voorzieningenrechter laat het antwoord op de vraag of artikel 37 Fw toepasselijk is op de onderhavige huurovereenkomst in het midden. Immers, ook als er veronderstellenderwijs vanuit gegaan wordt dat artikel 37 Fw inderdaad van toepassing is leidt dit er niet toe dat de curatoren (ook) over de maanden waarin zij nog wel in staat zijn het huurgenot te verschaffen (oktober en november 2012) het recht verliezen nakoming van de overeenkomst (lees: betaling van de overeengekomen huurprijs) te vorderen.
AnnotatorT.T. van Zanten
UitspraakECLI:NL:RBZLY:2012:BY0525
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof Leeuwarden, 20-10-2012, 200.096.865/01
CiteertitelJOR 2013/316
SamenvattingFaillissementspauliana, Betalingen door failliet van opeisbare schulden aan bestuurder failliet zijn geen onverplichte rechtshandelingen, Nadere afspraken over betaling, Stelplicht en bewijslast
Samenvatting (Bron)Faillissementspauliana. Betalingen verricht aan de bestuurder voorafgaand aan het faillissement niet onverplicht in de zin van artikel 42 Fw, nu niet is komen vast te staan dat de bestuurder heeft afgezien van het recht nakoming te vorderen van zijn openstaande vorderingen.
UitspraakECLI:NL:GHLEE:2012:BY1565
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Midden-Nederland, 20-03-2013, HA ZA 11-1577
CiteertitelJOR 2013/317
SamenvattingHypotheekrecht op verhuurde zaak, Pandrecht op vordering wegens waardevermindering ex art. 3:229 BW, Beëindiging huur na faillietverklaring verhuurder, Toepassing art. 3:229 op vordering verhuurder tot betaling van beëindigingsvergoeding, Pandrecht eindigt door betaling van vergoeding aan curator, Verwijzing naar HR 17 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1641
Samenvatting (Bron)Pandrecht ex artikel 3:229 BW mogelijk op vergoeding wegens beëindiging huur na faillissement. Wel is het pandrecht geëindigd door betaling van de vergoeding aan de curator (Mulder/CLBN).
UitspraakECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5549
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-06-2013, HD 200.114.408
CiteertitelJOR 2013/318
SamenvattingInternationaal faillissementsrecht, Peeters/Gatzen-vordering, Rechtsmacht Nederlandse rechter, Rechtsvordering die voortvloeit uit en nauw samenhangt met faillissementsprocedure, valt niet binnen toepassingsgebied EEX-Vo, Verwijzing naar HvJ EG 22 februari 1979, NJ 1979, 564; HvJ EG 2 juli 2009, C-111/08; HR 24 april 2009, JOR 2010/22, m.nt. NEDF; HR 16 september 2005, JOR 2006/52, m.nt. SCJJK; HR 21 december 2001, JOR 2002/37 en 38, m.nt. NEDF en Bartman en HvJ EG 12 februari 2009, JOR 2011/340, m.nt. Veder, Hoger beroep van Rb. Maastricht 1 augustus 2012, «JOR» 2013/215
Samenvatting (Bron)Bevoegdheid Nederlandse rechter bij Peeters/Gatzenvordering van curator tegen een in België gevestigde verweerder, is EU Insolventieverordening of EEX-Vo van toepassing?
AnnotatorP.M. Veder
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2013:CA2317
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Amsterdam, 12-06-2013, HA ZA 12-990
CiteertitelJOR 2013/319
SamenvattingBankgarantie met buitenlandse begunstigde, Taalkundige uitleg, Begunstigde heeft niet voldaan aan vereisten voor geldige afroep, Schending mededelings- en waarschuwingsplicht bank, Eigen schuld begunstigde, Verwijzing naar HR 9 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1749
Samenvatting (Bron)Bankgarantie: aan de vereisten voor een geldige afroep is niet voldaan. De bank heeft niet aan haar waarschuwings- en inlichtingenplicht jegens begunstigde voldaan. De bank heeft in haar communicatie met de begunstigde onvoldoende benadrukt dat haast was geboden bij het verstrekken van de nog ontbrekende gegevens op straffe van verval van het recht de garantie in te roepen. Eigen schuld aan de zijde van de begunstigde, zij had bij een juiste lezing van de bankgarantie ook kunnen weten dat alle documenten die voor de afroep aan de bank moesten worden verstrekt voor de daarin genoemde vervaldatum moesten zijn ontvangen.
AnnotatorR.I.V.F. Bertrams
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2013:5209
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelHoge Raad, 21-06-2013, 12/00850
CiteertitelJOR 2013/320
SamenvattingBodemverhuurconstructie, Faillissementspauliana, Verrekening, Omzetting stil pandrecht in vuistpandrecht is feitelijke handeling, die niet ex art. 42 Fw vernietigd kan worden, Verplichting bank tot huurbetaling is geen overgenomen schuld ex art. 54 Fw, Vervolg op Rb. Almelo, sector kanton 13 juli 2010, «JOR» 2011/92, m.nt. NEDF onder «JOR» 2011/95
Samenvatting (Bron)Omzetting stil pandrecht in vuistpand, art. 3:236 lid 1 BW. Brengen in de macht van de pandhouder, feitelijke handeling, geen toepassing art. 42 Fw. Verrekening; schuldoverneming voor faillissement? Art. 54 Fw.
AnnotatorB.A. Schuijling
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ7199
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Rotterdam, 10-07-2013, HA ZA 10-2628
CiteertitelJOR 2013/321
SamenvattingSamenloop faillissementspauliana en onrechtmatige daad, Verkoop onderneming going concern door failliet tegen te lage prijs, Bewijsvermoeden van wetenschap van benadeling ex art. 43 lid 1 onder 1 Fw, Aangaan koopovereenkomst is onrechtmatige daad koper jegens schuldeisers failliet, Bepaling schade aan de hand van liquidatiewaarde onderneming, Tussenvonnis
Samenvatting (Bron)Samenloop faillissementspauliana & o.d. Curator vordert schade op de voet van 6:162 BW van een derde die paulianeuze rechtshandeling heeft verricht door activa van de (kort daarna) gefailleerde BV te kopen tegen niet reële prijs. Wel voldaan aan art. 42 Fw, geen schade ogv 6:162 BW want prijs hoger dan liquidatiewaarde. Sprake van verrekening ism 54 FW - deel toegewezen. Mogelijk deskundige benoemen om waarde goodwill na faillissement te bepalen.
AnnotatorS.R. Damminga
UitspraakECLI:NL:RBROT:2013:6557
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Rotterdam, 19-07-2013, 10/996526-07
CiteertitelJOR 2013/322
SamenvattingFaillissement SP Aerospace, Faillissementsfraude, Bedrieglijke bankbreuk, Samenhang met Rb. Rotterdam 19 juli 2006, «JOR» 2006/255, m.nt. Verkerk
Samenvatting (Bron)Onderzoek Golf, omkoping van een ambtenaar en faillissementsfraudes.
UitspraakECLI:NL:RBROT:2013:5448
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Oost-Brabant, 24-07-2013, HA ZA 12-433
CiteertitelJOR 2013/323
SamenvattingBeslag- en executierecht, Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering, Verzoek tot opheffing conservatoir derdenbeslag onder verzekeringsmaatschappij op alle rechten van bestuurder en toezichthouders uit hoofde van aansprakelijkheidsverzekering, Opheffing beslag voor wat betreft aanspraken op vergoeding van kosten van verweer, Tussenvonnis
Samenvatting (Bron)Incident ex art. 223 Rv. Opheffing beslag. Door een woningstichting is beslag gelegd op de verzekeringsaanspraken van haar oud-bestuurder en oud-toezichthouders uit hoofde van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Die verzekering biedt dekking voor schade en voor kosten van verweer. Enkele toezichthouders vragen opheffing van het beslag om het verweer tegen de woningstichting te kunnen bekostigen. De verzekeraar vraagt opheffing van het beslag op grond van het non peius beginsel. De rechtbank besluit na een belangenafweging tot gedeeltelijke opheffing van het beslag, om de toezichthouders in staat te stellen ten laste van de verzekerde som een conclusie van antwoord te nemen en zich ter comparitie te laten bijstaan. De verzekeraar heeft ten aanzien van de bestuurder en een andere toezichthouder haar beroep op het non peius beginsel onvoldoende onderbouwd. Voor het overige houdt de rechtbank de beslissing aan.
AnnotatorM.L.S. Kalff
UitspraakECLI:NL:RBOBR:2013:4147
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-09-2013, 200.117.648
CiteertitelJOR 2013/324
SamenvattingVernietiging ontslag op staande voet, Rechtsvordering voormalig werknemer tot vernietiging valt – anders dan mogelijk daaruit voortvloeiende loonvordering – niet onder bereik van art. 26 Fw, maar onder bereik van art. 25 Fw
Samenvatting (Bron)De vordering tot nietigverklaring, althans vernietiging van het ontslag op staande voet valt anders dan de mogelijk daaruit voortvloeiende loonvordering onder het bereik van artikel 25 lid 1 Fw en niet onder het bereik van artikel 26 Fw. De vordering is niet gericht op de verkrijging van een geldsom. De werkneemster heeft belang bij de beoordeling van die vordering tot herstel van haar eer en goede naam. Dat werkneemster haar vordering slechts ter omzeiling van de procedure van artikel 26 Fw als verklaring voor recht heeft ingediend, kan gelet op dat belang bij de vordering niet worden aangenomen.
AnnotatorP.R.W. Schaink
UitspraakECLI:NL:GHARL:2013:6650
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Rotterdam, 12-09-2013, KG ZA 13-931
CiteertitelJOR 2013/325
SamenvattingFaillissementspauliana, Vormerkung, Substantieel prijsverschil bij verkoop onroerende zaken maakt verkoop in casu niet paulianeus, Invloed van aannemelijke prijsdrukkende factoren
Samenvatting (Bron)art 42 Faillissementswet Pauliana
AnnotatorE. Loesberg
UitspraakECLI:NL:RBROT:2013:7049
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-09-2013, HD 200.074.635/01
CiteertitelJOR 2013/326
SamenvattingBodemverhuurconstructie, Faillissementspauliana, Verrekening, Omzetting stil pand in vuistpand is feitelijke handeling, Verrekening van huurschuld tijdens faillissement, Vooruitbetalingsclausule niet onrechtmatig of paulianeus, Geen benadeling schuldeisers, Connexiteitsexceptie, Verwijzing naar HR 21 juni 2013, «JOR» 2013/320, m.nt. Schuijling; HR 30 januari 1987, NJ 1987, 530; HR 10 januari 1992, 744, NJ 1992, 744 en HR 22 december 1989, NJ 1990, 661, Hoger beroep van Rb. Breda 4 augustus 2010, «JOR» 2011/93, m.nt. NEDF onder «JOR» 2013/95
Samenvatting (Bron)Omzetting stil pandrecht in vuistpand feitelijke handeling, in feitelijke macht brengen door bodemverhuur, vooruitbetalingdsbeding in huurovereenkomst onrechtmatig of paulianeus? artikelen 53 en 54 Fw.
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2013:4262
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Roermond, 17-05-2013, KG ZA 13-53
CiteertitelJOR 2013/327
SamenvattingDoorstart onderneming na faillietverklaring, Openbare aanbesteding, Het na aanbestedingsprocedure toelaten van derde partij tot raamovereenkomst is onrechtmatig en onzorgvuldig ten opzichte van partijen bij raamovereenkomst die aanbestedingsprocedure hebben doorlopen, Schending gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel door overheidsorgaan
Samenvatting (Bron)aanbesteding onrechtmatige daad transparantiebeginsel gelijkheidsbeginsel zorgvuldigheidsbeginsel overheidsorgaan
AnnotatorF.H. van der Beek
UitspraakECLI:NL:RBLIM:2013:CA0482
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelRechtbank Noord-Holland, 12-08-2013, AWB 13/1390
CiteertitelJOR 2013/328
SamenvattingOmzetbelasting, Geen recht op aftrek van voorbelasting curator over boedelkosten indien failliet vrijgestelde prestaties verrichtte
UitspraakECLI:NL:RBNHO:2013:5972
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVaria
TitelHoge Raad, 13-09-2013, 12/00395
CiteertitelJOR 2013/329
SamenvattingAlgemene voorwaarden, Richtlijnconforme interpretatie art. 6:233 BW, Rechter is gehouden tot ambtshalve toetsing of beding in algemene voorwaarden oneerlijk is, Taak appelrechter, Verwijzing naar HvJ EU 30 mei 2013, C-488/11
Samenvatting (Bron)Consumentenrecht. Richtlijn 93/13 EEG (oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten). Contractuele rente. Richtlijnconforme uitleg. Grievenstelsel. Rechtsstrijd in appel. Openbare orde. HvJEU 14 juni 2012, ECLI:NL:XX:2012:BW9433, NJ 2012/512, HvJEU 9 november 2010, ECLI:NL:XX:2010:BO5516, NJ 2011/41 en HvJEU 30 mei 2013, zaak C - 488/11. Appelrechter ambtshalve gehouden om buiten grieven maar binnen grenzen van rechtsstrijd te toetsen of beding oneerlijk is? Oneerlijk beding vernietigen. Ambtshalve toetsing in eerste aanleg. Ambtshalve onderzoek indien rechter vermoedt dat beding oneerlijk is. Instructiemaatregelen om werking richtlijn te verzekeren. Hoor en wederhoor. Aanpassen stellingen. Verstekzaken.
UitspraakECLI:NL:HR:2013:691
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFinanciering, zekerheden en insolventie
TitelHoge Raad, 13-09-2013, 12/05529
CiteertitelJOR 2013/330
SamenvattingBewijsbeslag, Prejudiciële beslissing, Waarborgen ter voorkoming van willekeurige inmenging en misbruik en ter beperking van eventuele schade, Medewerkingsplicht beslagene
Samenvatting (Bron)Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in verbinding met art. 730 Rv, overeenkomstige toepassing art. 1019a lid 1 en 3, 1019b lid 3 en 4, en 1019c Rv. Geen fishing expeditions. Beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Door rechter te bepalen uitvoeringsmaatregelen, wijze van beslag en wijze van inzage, waarborgen vertrouwelijkheid; gerechtelijke bewaring, art. 709 Rv; zekerheidstelling, art. 701 Rv; toegang verlenen aan deurwaarder, art. 444-444b Rv, medewerkingsplicht beslagene.
AnnotatorE. Loesberg
UitspraakECLI:NL:HR:2013:BZ9958
Artikel aanvragenVia Praktizijn