Rechtspraak Sociale Verzekeringen

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Rechtspraak Sociale Verzekeringen
Datum 14-04-2014
Aflevering 4
RubriekArbeidsongeschiktheid
TitelCentrale Raad van Beroep 04-12-2013
CiteertitelRSV 2014/65
SamenvattingZiekte of gebrek — zijn arbeid — verslaving – objectieve medische beperkingen — sociale problemen
Samenvatting (Bron)Ziekte of gebrek. Verslaving. Sociale problemen.
AnnotatorG.J. Vonk
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:2680
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsongeschiktheid
TitelCentrale Raad van Beroep 26-02-2014
CiteertitelRSV 2014/66
SamenvattingMaatregel — bevoegdheid — afspraken en verplichtingen — duidelijk en eenduidig
Samenvatting (Bron)Maatregel onbevoegd opgelegd nu afspraken en verplichtingen niet duidelijk en eenduidig zijn.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:626
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijstand
TitelCentrale Raad van Beroep 11-02-2014
CiteertitelRSV 2014/67
SamenvattingOmstandigheid dat geen medeterugvordering plaatsvindt indien de bijstandsontvanger een gezamenlijke huishouding voert in een andere gemeente dan de gemeente die de bijstand verstrekt, levert geen verboden onderscheid op.
Samenvatting (Bron)Medeterugvordering van bijstand. Geen medeterugvordering indien de bijstandsontvanger een gezamenlijke huishouding voert in een andere gemeente dan de gemeente die de bijstand verstrekt. Gelijkheidsbeginsel.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:472
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijstand
TitelCentrale Raad van Beroep 18-02-2014
CiteertitelRSV 2014/68
SamenvattingHennepkwekerij. Intrekking bijstand geruime tijd na ontmanteling hennepkwekerij. Afwijzing nieuwe aanvraag.
Samenvatting (Bron)Intrekking en terugvordering bijstand. Geen melding gemaakt van hennepkwekerij en de daaruit verworven inkomsten. Schending inlichtingenverplichting. Afwijzing nieuwe aanvraag. Appellant heeft geen deugdelijke verklaringen gegeven over de besteding van de verdiensten uit de hennepkwekerij en heeft niet aangetoond dat hij verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:449
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijstand
TitelCentrale Raad van Beroep 04-03-2014
CiteertitelRSV 2014/69
SamenvattingVrijlating arbeidsinkomsten bij ontheffing arbeidsverplichting — leeftijdsdiscriminatie ten opzichte van pensioengerechtigden — besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan
Samenvatting (Bron)Vrijlating arbeidsinkomsten bij ontheffing van arbeidsverplichting. Beleid beoordeling bijdrage aan arbeidsinschakeling en leeftijdsdiscriminatie ten aanzien van AOW-ers met bijstand. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Van arbeidsverplichting vrijgestelde neemt ontslag.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:742
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijstand
TitelCentrale Raad van Beroep 04-03-2014
CiteertitelRSV 2014/70
SamenvattingHuur betrokkene door derde rechtstreeks betaald aan verhuurder. Behoort niet tot de middelen van betrokkene, maar levert wel substantiële besparing op, wat grond vormt voor individuele afstemming.
Samenvatting (Bron)Minder bijstand als een ander de rekeningen betaalt.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:705
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijstand
TitelCentrale Raad van Beroep 04-03-2014
CiteertitelRSV 2014/71
SamenvattingAantal vaste lasten van betrokkene worden door broer betaald. Behoort niet tot de middelen van betrokkene, maar levert wel substantiële besparing op, wat grond vormt voor individuele afstemming.
Samenvatting (Bron)Minder bijstand als een ander de rekeningen betaalt.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:719
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijstand
TitelCentrale Raad van Beroep 11-03-2014
CiteertitelRSV 2014/72
SamenvattingOntvangst van substantiële geldbedragen, waarvan geen melding is gemaakt. Niet vast te stellen of sprake is van inkomsten of vermogen.
Samenvatting (Bron)Intrekking bijstand. Schending van de inlichtingenverplichting.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:786
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijstand
TitelCentrale Raad van Beroep 18-03-2014
CiteertitelRSV 2014/73
SamenvattingHet schriftelijk opleggen van een zogenoemde zoektijd is geen voorbereidingsbesluit, maar een nadere concretisering van de arbeidsverplichting en dus op rechtsgevolg gericht. Voor het opleggen van een zoektermijn bood de WWB ten tijde in geding geen grondslag.
Samenvatting (Bron)Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het in de brief van 1 december 2011 aangeduide aantal sollicitaties houdt een nadere concretisering in van de in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB neergelegde sollicitatieverplichting en is als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb aan te merken. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld kan het besluit van 1 december 2011 niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 6:3 van de Awb. Aangezien appellant alsnog bijstand met ingang van 1 december 2011 is toegekend, voorziet de Raad zelf en herroept de Raad het bestreden besluit.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:925
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMaatschappelijke ondersteuning
TitelCentrale Raad van Beroep 19-02-2014
CiteertitelRSV 2014/74
SamenvattingSchikking — uitvoering — besluitkarakter
Samenvatting (Bron)Reikwijdte schikking die eerder ter zitting van de Raad tot stand is gekomen. Toekenning bedrag in de vorm van een pgb. Deze beslissing van het college is gericht op publiekrechtelijk rechtsgevolg. Het college heeft ten onrechte het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk verklaard. Appellante hoefde er in dit geval niet van uit te gaan dat de vergoeding verstrekt zou worden in de vorm van een pgb.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:635
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMaatschappelijke ondersteuning
TitelRechtbank Noord-Nederland 21-02-2014
CiteertitelRSV 2014/75
SamenvattingVoorziening — pgb — verstrekking — beleidsvrijheid
Samenvatting (Bron)Burgemeester en wethouders (B&W) moeten een persoonsgebonden budget betalen (pgb) aan de hulpvrager; de persoon die met dat budget zijn hulp inkoopt. De Wet maatschappelijke ondersteuning biedt B&W niet de mogelijkheid om het pgb in beheer te geven aan een organisatie/bedrijf, die het pgb onder voorwaarden uitbetalen aan de zorgverlener (of zorgaanbieder) van de hulpvrager. De Wmo staat verstrekking van een pgb in de vorm van een trekkersrecht (nog) niet toe.
AnnotatorC.W.C.A. Bruggeman
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2014:1111
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMaatschappelijke ondersteuning
TitelCentrale Raad van Beroep 21-02-2014
CiteertitelRSV 2014/76
SamenvattingIngangsdatum van toegekend pgb — geen tijdige vervolgaanvraag
Samenvatting (Bron)Ingangsdatum van toegekend pgb. Geen tijdige vervolgaanvraag. Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven kan de aanvrager echter gebruik maken van de mogelijkheden die de Algemene wet bestuursrecht daarvoor biedt in de artikelen 6:2 en 4:17. Vaststaat dat appellante van deze mogelijkheden geen gebruik heeft gemaakt. Evenmin heeft appellante het college om een spoedbehandeling van haar aanvraag verzocht. Het enkele overschrijden van de beslistermijn leidt er niet toe dat het college de ingangsdatum van het pgb met terugwerkende kracht had moeten vaststellen op 21 januari 2010.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:567
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMaatschappelijke ondersteuning
TitelCentrale Raad van Beroep 26-02-2014
CiteertitelRSV 2014/77
SamenvattingNa misbruik van pgb ontvangen zorg in natura — geen keuzemogelijkheid meer — zwaarwegende omstandigheden.
Samenvatting (Bron)Na misbruik van pgb krijgt appellante zorg in natura. Geen keuzemogelijkheid meer. Zwaarwegende omstandigheden.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:713
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStudiefinanciering
TitelRechtbank Oost-Brabant 07-02-2014
CiteertitelRSV 2014/78
SamenvattingMigrerend zelfstandige — gewerkte uren — individueel onderzoek
Samenvatting (Bron)Studiefinanciering. Studerende zelfstandige uit Bulgarije. Verweerder hanteert een vaste gedragslijn die inhoudt dat de Beleidsregel migrerend werknemerschap analoog toegepast wordt op migrerende zelfstandigen. Uit die analoge toepassing volgt dat indien een studerende minimaal 32 uur per maand als zelfstandige heeft gewerkt, die studerende dan zonder meer de status van migrerend werknemer (lees: migrerend zelfstandige) krijgt. Onduidelijkheid in het bestreden besluit of verweerder nu wel of niet aannemelijk acht dat eiser 32 uur per maand heeft gewerkt. Uit het samenstel van de bewoordingen in het bestreden besluit, het verweerschrift en het zijdens verweerder ter zitting opgemerkte maakt de rechtbank op dat verweerder onder meer op basis van de geringe omzet heeft geconcludeerd dat niet aannemelijk is gemaakt dat aan de 32 uurs-eis is voldaan. Verweerder heeft echter verzuimd om vervolgens conform zijn Beleidsregel een nader onderzoek in te stellen naar de individuele omstandigheden van eisers geval. Dit terwijl eiser wel individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht. Verweerder heeft in het geheel geen kenbare aandacht geschonken aan deze individuele omstandigheden. Daarmee heeft verweerder in strijd met zijn eigen beleid gehandeld. Volgt vernietiging van het bestreden besluit en opdracht nieuw besluit te nemen.
UitspraakECLI:NL:RBOBR:2014:549
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStudiefinanciering
TitelCentrale Raad van Beroep 12-02-2014
CiteertitelRSV 2014/79
SamenvattingBeperking reisrecht — hardheidsclausule
Samenvatting (Bron)Beperking reisrecht met ingang van 1 januari 2013.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:487
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStudiefinanciering
TitelCentrale Raad van Beroep 12-02-2014
CiteertitelRSV 2014/80
SamenvattingDiplomatermijn — prestatiebeurs — omzetting in gift
Samenvatting (Bron)Weigering de over het studiejaar 2003/2004 toegekende prestatiebeurs om te zetten in een gift omdat zij haar diploma buiten de voor haar geldende de diplomatermijn te laat heeft behaald. Onbetwist is dat appellante haar hbo-opleiding en haar wo-opleiding beide niet heeft afgerond in minder maanden dan waarvoor voor de desbetreffende opleiding maximaal studiefinanciering kon worden verstrekt. Van een resterend recht dat zou kunnen leiden tot omzetting, dan wel toekenning van studiefinanciering in de vorm van een gift, kan dan geen sprake zijn. Geen sprake van strijd met artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Geen bijzondere omstandigheden dat de hardheidsclausule van toepassing is.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:407
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStudiefinanciering
TitelCentrale Raad van Beroep 19-02-2014
CiteertitelRSV 2014/81
SamenvattingUitwonendenbeurs — controle — huisbezoek
Samenvatting (Bron)Herziening studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende studerende. Het te veel aan appellante betaalde studiefinanciering is omgezet in een kortlopende schuld die moet worden terugbetaald. De hoofdbewoner heeft toestemming gegeven voor huisbezoek. Appellante woonde niet op het opgegeven woonadres.
AnnotatorC.W.C.A. Bruggemann
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:632
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStudiefinanciering
TitelCentrale Raad van Beroep 19-02-2014
CiteertitelRSV 2014/82
SamenvattingUitwonendenbeurs — controle — huisbezoek — woonplaats
Samenvatting (Bron)Herziening en terugvordering studiefinanciering. Uit het enkele gegeven dat appellante tijdelijk vanwege haar stage van medio februari tot eind juni 2012, telkens gedurende meerdere dagen per week, in Almere verbleef, kan niet worden afgeleid dat zij daar haar woonplaats had. Ook overige onderzoeksgegevens bieden onvoldoende steun voor de conclusie van de Minister dat appellante ten tijde in geding niet woonde op haar GBA-adres.
AnnotatorC.W.C.A. Bruggeman
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:688
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStudiefinanciering
TitelCentrale Raad van Beroep 19-02-2014
CiteertitelRSV 2014/83
SamenvattingUitwonendenbeurs — controle — huisbezoek
Samenvatting (Bron)Toestemming huisbezoek hoofdbewoner. De bevindingen van het huisbezoek op 28 augustus 2012 rechtvaardigen niet de conclusie van appellant dat betrokkene feitelijk niet op haar GBA-adres woont, zodat de aan betrokkene vanaf februari 2012 toegekende studiefinanciering ten onrechte is herzien naar de norm voor een thuiswonende studerende en het als gevolg daarvan te veel betaalde ten onrechte van haar is teruggevorderd.
AnnotatorC.W.C.A. Bruggeman
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:633
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekZiektekosten
TitelCentrale Raad van Beroep 15-01-2014
CiteertitelRSV 2014/84
SamenvattingIndicatie — forensische zorg — bevoegdheid CIZ
Samenvatting (Bron)Tussenuitspraak. Afwijzing aanvraag indicatie voor ondersteunende en activerende begeleiding op grond van de AWBZ. Op grond van artikel 9a van de AWBZ, in samenhang met artikel 2 van het Zib, is het indicatieorgaan bevoegd om ten tijde in geding ondersteunende en activerende begeleiding te indiceren. De wijziging van artikel 2 van het Zib waarbij forensische zorg wordt uitgezonderd van de te indiceren zorg is op 1 januari 2011 in werking getreden. Dit brengt mee dat CIZ ten tijde van belang in dit geding bevoegd was om voor appellant de gevraagde indicatie te stellen. CIZ heeft zich op het standpunt gesteld dat appellant, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, niet redelijkerwijs was aangewezen op AWBZ-zorg, omdat er feitelijk een andere vorm van zorg beschikbaar was, namelijk forensische zorg. CIZ heeft deze stelling echter niet met feiten onderbouwd en evenmin op andere wijze aannemelijk gemaakt. Opdracht tot herstel gebrek.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:289
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekZiektekosten
TitelCentrale Raad van Beroep 22-01-2014
CiteertitelRSV 2014/85
SamenvattingJeugdzorg — indicatie — realisering
Samenvatting (Bron)De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit 2 terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante hierbij geen belang meer heeft. Besluit 3: Voor de gehele periode geldt dat de spierkracht van appellante steeds verder is afgenomen, waardoor zij steeds immobieler is geworden en uiteindelijk vrijwel geen enkele handeling nog zelfstandig kon verrichten. De omstandigheden geven aanleiding om de aan de orde zijnde periode in de volgende drie periodes, van 27 augustus 2007 tot 1 juni 2008, van 1 juni 2008 tot 1 juni 2009 en van 1 juni 2009 tot 29 mei 2010 te verdelen en daarbij van een opvolgende toenemende zorgbehoefte uit te gaan.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:210
Artikel aanvragenVia Praktizijn