ArbeidsRecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift ArbeidsRecht
Datum 04-09-2014
Aflevering 8/9
TitelVerslag discussie Nationaal ArbeidsRecht Diner 2014: Wet Werk en Zekerheid
CiteertitelArbeidsRecht 2014/36
SamenvattingDit verslag bevat een weergave van de discussie die is gevoerd tijdens het op 12 juni 2014 door dit tijdschrift georganiseerde Nationaal ArbeidsRecht Diner. Dit jaar stond het congres in het teken van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).
Auteur(s)A. van Zanten-Baris
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelWerk en zekerheid deel 1: ‘flexrecht’ deels herzien
CiteertitelArbeidsRecht 2014/37
SamenvattingPer 1 januari 2015 zal het eerste deel van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in werking treden. Deze bijdrage beschrijft de maatregelen die tot dat deel horen en het daarbij geldende overgangsrecht. Het gaat om het zogenoemde flexrecht: wijziging van de bepalingen over het loondoorbetalingsrisico indien de werknemer niet werkt, de introductie van een aanzegplicht bij tijdelijke contracten, een wijziging van de bepalingen over de uitzendovereenkomst en aanpassingen met betrekking tot de proeftijd en het concurrentiebeding. Oorspronkelijk stond inwerkingtreding van dit deel gepland voor 1 juli 2014. De belangrijkste bepaling om flexibele werknemers een betere bescherming te geven, de inkorting van de ketenregeling van artikel 7:668a BW naar 24 maanden was aanvankelijk ook voor 1 juli 2014 gepland, maar is naar 1 juli 2015 verschoven.
Auteur(s)D.J.B de Wolff
LinkVolledige tekst (stadhouders.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelDe bijzondere positie van de medisch specialist; 5 jaar later
CiteertitelArbeidsRecht 2014/38
SamenvattingDe bijzondere positie van de medisch specialist in het Nederlandse arbeidsrecht komt erop neer dat de hij op drie verschillende manieren aan een ziekenhuis verbonden kan zijn, te weten op basis van een ambtelijke aanstelling, een arbeidsovereenkomst of een toelatingsovereenkomst. In 2009 werd door de auteurs geconcludeerd dat, gezien het feit dat de medisch specialist meer en meer op een ‘gewone’ werknemer begon te lijken, het voor de hand lag de relatie ook op die manier in te richten. In dit artikel wordt aan de hand van ontwikkelingen in de zorg onderzocht of deze conclusie vijf jaar later nog steeds kan worden getrokken.
Auteur(s)S.J. van IJsendoorn , I.J. de Laat
LinkVolledige tekst (kvdl.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHeeft het ultimum remedium beginsel binnen het stakingsrecht z’n langste tijd gehad?
CiteertitelArbeidsRecht 2014/39
SamenvattingHet Europees Comité van Sociale Rechten van het ESH heeft herhaaldelijk geconcludeerd dat het in de Nederlandse rechtspraak in het stakingsrecht toegepaste ultimum remedium-beginsel in strijd is met art. 6 lid 4 ESH. Het feit dat de rechter bepaalt of een staking prematuur is maakt inbreuk op de wezenlijke inhoud van het stakingsrecht, omdat de rechter dan treedt in het voorrecht van de vakbonden om te bepalen of het inzetten van een staking noodzakelijk is. De Minister van Justitie heeft de rechterlijke macht geïnformeerd over de opvattingen van het Comité. Het Comité constateerde later dat de praktijk echter niet is veranderd. In dit artikel wordt behandeld hoe in de rechtspraak het ultimum remedium-beginsel toegepast wordt.
Auteur(s)I. van der Helm
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelOnvrijwillige doorbraak van aansprakelijkheid in concernverband
CiteertitelArbeidsRecht 2014/40
SamenvattingConcernvorming biedt vennootschappen voordelen. Het vennootschapsrecht gaat uit van het basisprincipe dat iedere vennootschap onafhankelijk en zelfstandig opereert. De aandeelhouder (dus ook de moeder als meerderheidsaandeelhouder) is niet aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap (art. 2:64/175 lid 1 BW). De strikte scheiding tussen concernvennootschappen heeft haar weerslag op het arbeidsrecht. Het arbeidsrecht kent als uitgangspunt een enkelvoudige contractuele benadering. De werknemer kan in beginsel slechts zijn eigen werkgever aanspreken op verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. Deze juridische benadering geeft in de praktijk aanleiding tot fricties. Gedragingen van andere concernonderdelen kunnen van (ingrijpende) invloed zijn op de arbeidsrelatie van de werknemer. Denk aan de situatie dat de moeder forse dividenduitkeringen krijgt uitgekeerd met als gevolg dat de dochter niet meer aan haar loonverplichtingen kan voldoen. In dit artikel staat centraal onder welke omstandigheden de werknemer een ander concernonderdeel als derde aansprakelijk kan stellen voor aanspraken op de vennootschap waarmee is gecontracteerd. De focus ligt op een onvrijwillige doorbraak van aansprakelijkheid in concernverhoudingen. Buiten beschouwing blijven de vrijwillige aansprakelijkheid van de moeder op basis van een 403-verklaring alsmede de externe aansprakelijkheid van de bestuurder.
Auteur(s)F.G. Laagland
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelOnze hersenen willen een man als baas
CiteertitelArbeidsRecht 2014/41
SamenvattingHet streven naar vergroting van het aantal vrouwen in topfuncties is nog altijd ‘hot’.[1] Voorkeursbeleid is een instrument dat door werkgevers wordt ingezet om doorstroming van vrouwen naar hogere functies te bevorderen. Dit stuit in de praktijk echter ook op weerstand. De discussie over voorkeursbeleid gaat meestal over de politieke wenselijkheid en effectiviteit en niet of nauwelijks over wat er (wettelijk gezien) toelaatbaar is. In dit artikel komt juist dat aan de orde en zal bekeken worden wat er in de praktijk nu eigenlijk wel en niet mag.
Auteur(s)M. Westerbeek
LinkVolledige tekst (kvdl.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn