Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht
Datum 31-07-2014
Aflevering 7
RubriekRedactioneel
TitelDe veelkleurigheid van een materieel overheidsbegrip
CiteertitelNTB 2014/22
SamenvattingDe kern van de rechtsstaatgedachte bestaat uit normering van het overheidshandelen. Daarbij is de mate van succes van die normering mede – maar niettemin in belangrijke mate – afhankelijk van het bereik van de norm. Om de waarden van de rechtsstaat te verwezenlijken gaat het niet alleen om de inhoudelijke verplichting van de norm, die aan de overheid wordt gesteld, maar evenzeer jegens “welke overheid” die geldt. De vraag welke overheden genormeerd raken, hangt samen met het gehanteerde overheidsbegrip. Er kan een formeel overheidsbegrip worden gehanteerd. Dan wordt het bereik van de norm bepaald door de publiekrechtelijke rechtsvorm van de geadresseerde overheid en strekt de norm zich uit over – wat Zijlstra noemt – “het openbaar bestuur in enge zin”. Een voorbeeld daarvan vormt de Wet Markt en Overheid. Die heeft de Mededingingswet (Mw) “verrijkt” met een hoofdstuk 4b over “overheden en overheidsbedrijven” om concurrentievervalsing door overheden te voorkomen. De daarin neergelegde vier gedragsregels gelden ingevolge artikel 25h, derde lid , Mw uitsluitend voor bestuursorganen in een publiekrechtelijke rechtsvorm.
Auteur(s)H. Peters
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikel
TitelNaar een Algemene wet bestuursrecht voor de EU
CiteertitelNTB 2014/23
SamenvattingEuropese autoriteiten nemen regelmatig beslissingen die burgers of bedrijven rechtstreeks raken. De staatssteunbeschikkingen van de Commissie zijn hiervan een bekend voorbeeld. Maar in de praktijk nemen Europese autoriteiten een grote variëteit aan beslissingen, zoals de vaststelling van algemene regels voor het toezicht op financiële markten door de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten, de verlening van Europese onderzoekssubsidies door het Uitvoerend Agentschap Onderzoek of het sluiten van een contract over de kinderopvang voor medewerkers van Europese instellingen. Daarmee handelen Europese autoriteiten niet wezenlijk anders dan nationale bestuursorganen. Anders dan voor nationale bestuursorganen ontbreekt echter voor Europese autoriteiten algemene wetgeving die hun optreden normeert. Hierin lijkt een kentering te komen. Begin 2013 heeft het Europees Parlement namelijk een resolutie aangenomen waarin de Europese Commissie wordt verzocht een voorstel in te dienen voor een verordening houdende een Europese wet bestuursprocesrecht. Tegelijk is vanaf 2009 het internationale onderzoeksnetwerk Research Network on EU Administrative Law (ReNEUAL) actief met de ontwikkeling van zogeheten Draft Model Rules on EU Administrative Procedures. Opvallend in beide recente ontwikkelingen is de wisselwerking met het nationale bestuursrecht. Niet alleen wordt voor de ontwikkeling van algemene regels van bestuursrecht geput uit kernbeginselen van goed bestuur die inmiddels ruime aanvaarding hebben gevonden in de lidstaten, maar ook leeft de verwachting dat een Europese wet bestuursrecht een spontane convergentie in het nationale bestuursrecht in de hand kan werken.
De vraag die daarom in dit artikel centraal staat, is wat wij – Nederlandse bestuursrechtjuristen – kunnen leren van deze ‘Europese regels van bestuursrecht’.
Auteur(s)F.J. van Ommeren , C.J. Wolswinkel
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikel
TitelEuropees bestuursrecht in ontwikkeling: op weg naar een Europese Awb
CiteertitelNTB 2014/23
SamenvattingAl geruime tijd loopt het Europees bestuursrecht in een aantal opzichten voor op het klassieke nationale bestuursrecht. In het Europees bestuursrecht is meer aandacht voor de functionele aspecten in relatie tot het recht en het is – meer nog dan op nationaal niveau – permanent aan veranderingen onderhevig. Dit laatste wordt veroorzaakt door de voortdurende beďnvloeding vanuit de verschillende nationale bestuursrechtelijke rechtsstelsels in het algemeen en meer in het bijzonder vanuit de functionele rechtsgebieden. Bovendien lijkt de wisselwerking tussen het publiekrecht en het privaatrecht op Europees niveau sterker dan op nationaal niveau. Dat neemt niet weg dat voor het Nederlandse bestuursrecht de meest fundamentele ontwikkeling is geweest de totstandkoming van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het knappe daarbij is dat de wetgever erin is geslaagd om op een evenwichtige wijze een balans te vinden tussen de twee delen van het algemeen bestuursrecht: de normering van de gedragingen van het openbaar bestuur en de normering van de rechtsbescherming van de burger.
Auteur(s)G.H. Addink
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekKroniek
TitelBestuurlijke organisatie
CiteertitelNTB 2014/25
SamenvattingKroniekonderdelen worden weggelaten als geen of onvoldoende van belang zijnde ontwikkelingen hebben plaats gevonden. Deze kroniek heeft betrekking op de periode 1 januari 2014 tot en met 31 juli 2014.
Auteur(s)R.J.M.H. de Greef , N. Jak , R. Nehmelman
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekKroniek
TitelOverheidsaansprakelijkheid
CiteertitelNTB 2014/26
SamenvattingDe titel en de indeling van deze kroniek zijn gewijzigd. In de eerste jaren van het bestaan van het NTB droeg deze kroniek de titel: ‘Sancties en schadevergoeding (w.o. onrechtmatige overheidsdaad)’. Vanaf februari 1998 luidde de titel ‘Schadevergoeding (w.o. onrechtmatige overheidsdaad)’. Wij hebben vooral in de inwerkingtreding van titel 8.4 Awb (‘Schadevergoeding’) en in de te verwachten inwerkingtreding van titel 4.5 Awb (‘Nadeelcompensatie’) aanleiding gezien de indeling van deze kroniek aan te passen. Omdat deze kroniek ook betrekking heeft op vorderingen tegen de overheid die niet (enkel) strekken tot schadevergoeding is de titel van de kroniek gewijzigd in ‘Overheidsaansprakelijkheid’. In de nieuwe indeling van deze kroniek maken wij op hoofdlijnen een splitsing tussen kwesties omtrent vergoeding van schade door de overheid (§2) en vorderingen bij de burgerlijke rechter die zijn gebaseerd op de stelling dat aan de overheid een onrechtmatig handelen of nalaten kan worden verweten, maar die niet (enkel) strekken tot vergoeding van schade (§3). Daarnaast is ervoor gekozen om bij de beschrijving van de ontwikkelingen op het terrein van schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad (§2.1) een onderscheid te maken tussen kwesties waarin schadevergoedingsgeschillen worden beslecht door de burgerlijke rechter en die waarin bestuursrechters het schadevergoedingsgeschil beslechten. Voor wat betreft de schadevergoeding wegens rechtmatige overheidsdaad (§2.2) wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen die voor het gehele nadeelcompensatierecht relevant zijn en ontwikkelingen die betrekking hebben op (de toepassing van) een specifieke wettelijke grondslag voor schadevergoeding wegens rechtmatige overheidsdaad. Daarbij wordt ook plaats ingeruimd voor een beschrijving van het recht op schadeloosstelling bij onteigening.
Auteur(s)T.W. Franssen , B.P.M. van Ravels , B.J.P.G. Roozendaal , S.A.L. van de Sande
Artikel aanvragenVia Praktizijn