Mediaforum

Uitgever Uitgeverij deLex
Tijdschrift Mediaforum
Datum 15-12-2014
Aflevering 11/12
RubriekOpinie
TitelDe Zwarte Pieten-zaak levert onverwachte pepernoten op
CiteertitelMediaforum 2014, 11/12, p. 269
SamenvattingDe intocht van Sinterklaas in Amsterdam heeft geleid tot een belangrijke uitspraak van de Raad van State over evenementen, het verband met de vrije meningsuiting en de (on)mogelijkheden daaraan beperkingen te verbinden. Daalder analyseert de - in zijn woorden 'monumentale' - uitspraak.
Auteur(s)E. Daalder
Pagina269-269
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelRechtsbescherming bij de verdeling van schaarse radiofrequenties - Tweede deel van een tweeluik (aanbevelingen voor veranderingen)
CiteertitelMediaforum 2014, 11/12, p. 270
SamenvattingDe verdeling van vergunningen voor mobiele communicatie en voor commerciële radio-omroep leidt tot complexe en lange juridische procedures, zo beschreef ik in het eerste deel van een tweeluik over de rechtsbescherming bij de verdeling van schaarse radiofrequenties.1 Dit steevast terugkerende fenomeen is niet alleen het gevolg van de grote belangen die zijn gemoeid met een dergelijke frequentieverdeling, maar ook van het juridisch kader. In het eerste deel werd toegelicht dat een dergelijke verdeling gepaard gaat met diverse besluiten, ten aanzien waarvan niet altijd duidelijk is welke rechtsvraag nu precies in het kader van wélk besluit aan de orde kan worden gesteld. Rechtszekerheid ontstaat daardoor steevast pas lange tijd nadat de vergunningen verdeeld en in werking getreden zijn, veelal na diverse complexe procedures met betrekking tot die verschillende beslismomenten. In dit tweede deel van het tweeluik kom ik tot een aantal suggesties die tot vereenvoudiging van het juridisch kader en, als gevolg daarvan, tot snellere rechtszekerheid kan leiden.
Auteur(s)P. Waszink
Pagina270-274
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReactie
TitelReactie wetsvoorstellen bronbescherming
CiteertitelMediaforum 2014, 11/12, p. 275
SamenvattingDe regering diende in september 2014 twee wetsvoorstellen in bij de Tweede Kamer die het recht op bronbescherming regelen. Het is hoopgevend dat dit recht nu wettelijk vastgelegd wordt. De wetsvoorstellen bevatten echter nog enkele pijnpunten, die in deze bijdrage besproken zullen worden.
Auteur(s)S. Poppelaars
Pagina275-278
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelAanbevelingen van de Studiecommissie Journalistieke Bronbescherming
CiteertitelMediaforum 2014, 11/12, p. 279
SamenvattingDe Studiecommissie Journalistieke Bronbescherming heeft de voorgestelde wettelijke regelingen over de rechtsbescherming van journalisten en hun bronnen beoordeeld in het licht van artikel 10 lid 2 EVRM en de jurisprudentie van het EHRM. De Studiecommissie doet tien aanbevelingen ter verbetering van de wetsvoorstellen.
Auteur(s)O. Volgenant
Pagina279-280
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelHvJ EU 17-10-2013, C-280/11
CiteertitelMediaforum 2014/22
SamenvattingZaak Raad/Access Info e.a. Hogere voorziening – Recht van toegang tot documenten van instellingen – Verordening (EG) nr. 1049/2001 Artikel 4, lid 3, eerste alinea – Bescherming van besluitvormingsproces van instellingen – Nota van secretariaat-generaal van Raad betreffende voorstellen ingediend in kader van wetgevingsprocedure tot herziening van voornoemde verordening – Gedeeltelijke toegang – Weigering van toegang tot informatie betreffende identiteit van lidstaten die voorstellen indienden. [ECLI:EU:C:2013:671]
AnnotatorA. Buijze
LinkVolledige tekst uitspraak (europa.eu)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelHvJ EU 03-09-2014, C-201/13
CiteertitelMediaforum 2014/23
SamenvattingZaak Deckmyn/Vandersteen e.a. Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2001/29/EG – Auteursrecht en naburige rechten – Reproductierecht – Beperkingen en restricties – Begrip ‘parodie’ – Autonoom Unierechtelijk begrip. [ECLI:EU:C:2014:2132]
AnnotatorD. Voorhoof
LinkVolledige tekst uitspraak (europa.eu)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 09-07-2014
CiteertitelMediaforum 2014/24
SamenvattingZaak TROS/CvdM. Dienstbaarheidsverbod. Lex certa-beginsel. Ne bis in idem-beginsel.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 juni 2011 heeft het Commissariaat de TROS een boete opgelegd ter hoogte van 60.000,00 wegens overtreding van artikel 2.89, eerste lid, aanhef en onder b, en van 60.000,00 wegens overtreding van artikel 2.141, eerste lid, van de Mediawet 2008.
AnnotatorL. Doorman
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:2493
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Den Haag 23-07-2014
CiteertitelMediaforum 2014/25
SamenvattingZaak Strafadvocaten e.a./Staat. Procedure naar aanleiding van de "Snowdon-onthullingen" en de samenwerking van de Nederlandse inlichtingendiensten met buitenlandse, specifiek de Britse en Amerikaanse, diensten. Bijzondere bevoegdheden. Privacybescherming. Centraal staat de 'ratione personae' oftewel de vraag of de partijen wel getroffen zijn door de zaak waarover zij klagen. Partijen zijn onder meer Stichting Privacy First, Nederlandse Vereniging voor Journalisten en Internet Society Nederland.
Samenvatting (Bron)Procedure naar aanleiding van Snowden-onthullingen, ingeleid door enige natuurlijke personen, waaronder een strafrechtadvocaat en journalist, en de rechtspersonen de Nederlandse Vereniging voor strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging voor Journalisten, de vereniging Internet Society Nederland en de Stichting Privacy First tegen de Staat. Onrechtmatige daad. Vraag of de Staat handelt in strijd met de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) en internationale verdragsverplichtingen, in het bijzonder de artikelen 8 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele Vrijheden (EVRM) en 7 en/of 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) en/of 10 EVRM en 11 van het Handvest, door van buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waaronder de Amerikaanse National Security Agency (NSA), gegevens te ontvangen en/of te gebruiken die zijn vergaard met de inzet van bevoegdheden waarover de Nederlandse Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) niet beschikken. Verder vraag of op de Staat een positieve verplichting rust om betrokkenen over wie de Staat in strijd met het Nederlandse recht en/of internationale verdragsverplichtingen gegevens heeft ontvangen schriftelijk te informeren en uitsluitsel te geven over het al dan niet hebben ontvangen van gegevens betreffende hun persoon van buitenlandse diensten en om die gegevens te wissen. Ontvankelijkheid eisers. Voldoende concreet en eigen belang eisers-natuurlijke personen als bedoeld in artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Collectieve actie NVSA en NVJ op grond van artikel 3:305a BW. Eigen belang Privacy First en Internet Society bij gevorderde gebod tot het nemen van passende maatregelen te nemen ter bescherming van privéleven. Taakverdeling bestuursrechter en burgerlijke rechter. Verhouding zwaarwegende belangen (van individuen en eenieder) waarvoor eisers opkomen, waaronder het belang bij respect voor het privéleven van het individu, en zwaarwegende algemene belang van nationale veiligheid. Afwijzing algemeen geformuleerde vorderingen. De mogelijkheid bestaat dat de Nederlandse diensten bij de uitwisseling van gegevens met buitenlandse diensten, zoals de NSA, gegevens ontvangen die door de buitenlandse diensten in het buitenland zijn verzameld met de inzet van bevoegdheden waarover de Nederlandse diensten niet beschikken. De enkele mogelijkheid dat dit het geval is, betekent niet dat Nederland met de ontvangst en het eventuele gebruik van die gegevens internationale verdragen en nationale regelgeving overtreedt. Toetsing EVRM. Internationale samenwerking. Karakter van gegevensuitwisseling, in bulk, zonder dat deze op relevantie zijn beoordeeld. Onderscheid ontvangst gegevens en de verdere verwerking ervan. De nationale veiligheid geeft de doorslag. De zwaarwegende belangen van eiseres zullen op individuele basis tot hun recht moeten komen in de waarborgen die de Wiv 2002 biedt of toelaat in het geval van gebruik in hun nadeel, te weten een beroep op de Commissie toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD), op de Nationale ombudsman of - in bijzondere gevallen, indien aan de desbetreffende voorwaarden is voldaan - op de nationale civiele of bestuursrechter.
AnnotatorB. van der Sloot
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2014:8966
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Rotterdam 02-10-2014
CiteertitelMediaforum 2014, 11/12, p.
SamenvattingZaak Vodafone e.a./Ministerie EZ. Rechtsvragen naar aanleiding van de herverdeling van de frequentieruimte 4G en multiband: vragen betreffende de transitie van de vergunningen en de verhouding tussen de zittende partijen en de nieuwkomers.
Samenvatting (Bron)Beoordeling van 68 beroepen in kader besluitvorming van de minister in 4G-veiling (bekendmakingsbesluit, vaststellingsbesluit, kennisgevingen, toelatingsbesluiten en vergunningen). Verweerder heeft bij haar besluitvorming in bezwaar aan Vodafone, T-Mobile en KPN steeds bij afzonderlijke brieven bericht dat de door hen in bezwaar bestreden besluiten worden gehandhaafd. Het gaat daarbij om beslissingen terzake een bepaald primair besluit (bijvoorbeeld het primaire besluit tot toelating van een aanvrager tot de veiling of het primaire besluit tot vergunningverlening aan een deelnemer aan de veiling) met voor ieder van de bezwaarmakers dezelfde rechtsgevolgen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van afzonderlijke beslissingen op de afzonderlijke bezwaren ten aanzien van een tot een bepaalde aanvrager of deelnemer gericht bepaald primair besluit, maar van slechts één besluit op meerdere bezwaren, die zijn gericht tegen hetzelfde primaire besluit. Een deel van de beroepen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Bekendmakingsbesluit: de rechtbank is van oordeel dat het gekozen tijdstip voor de aanvang van de veilingprocedure zorgvuldig is geweest en dat verweerder in redelijkheid de aanvang van de veiling op 16 april 2012 heeft kunnen bepalen. Vaststellingsbesluit: Het opleggen van een ingebruiknameverplichting is een instrument om efficiënt frequentiegebruik te bevorderen. Daarbij geldt dat de ingebruiknameverplichtingen niet verder gaan dan nodig is om dit doel te bereiken. Gelet op de in de Strategische Nota genoemde primaire doelstelling van het beleid om lage toetredingsdrempels te scheppen en gezien de hoge kosten van de uitrol van een landelijk netwerk, is het opleggen van een in omvang beperkte uitrolverplichting redelijk. Het opleggen van een landelijke uitrolverplichting is niet nodig om een efficiënt frequentiegebruik te bevorderen. De door verweerder vastgestelde omvang van de ingebruiknameverplichting doorstaat de terughoudende toetsing. Verweerder heeft in redelijkheid niet meer specifieke voorschriften ter voorkoming van mogelijke interferentie-problemen aan de ontwerpvergunningen hoeven te verbinden. Gelet op de door verweerder toegelichte reden waarom de ingangsdatum van de 1800 MHz-ontwerp¬vergunningen (nog) niet nader te bepalen was en in aanmerking genomen de omstandigheden waaronder de veiling plaatsvond, maakt enige onzekerheid over de precieze ingangsdatum bij de betrokken partijen niet dat er sprake was van een zodanig onredelijke onzekerheid, dat het Vaststellingsbesluit daarom de terughoudende rechterlijke toetsing niet kan doorstaan. Toelatingsbesluiten (en gedeeltelijke afwijzingen aanvraag daarin): De beroepsgronden van partijen die zich richten tegen de reservering voor nieuwkomers, welke reservering in de Regeling is voorzien, worden door de rechtbank middels exceptieve toetsing beoordeeld in het kader van de beroepen die zich richten tegen de gedeeltelijke afwijzingen. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder zijn beleidsmatige keuzes in verband met de reservering met de door hem daaraan ten grondslag gelegde onderzoeken en de consultatie van marktpartijen zorgvuldig heeft voorbereid. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder met de genoemde onderzoeksrapporten genoegzaam heeft onderbouwd waarom hij tot de gemaakte keuzes is gekomen en dat, in het belang van het door hem nagestreefde doel van een doelmatig efficiënt gebruik van frequenties, de reservering voor nieuwkomers de concurrentie, de continuïteit van de dienstverlening, innovatie en marktconforme prijsstelling bevordert. De reservering voor nieuwkomers van 2 x 10 MHz spectrum in de 800 MHz-band in deze veilingprocedure kan de terughoudende rechterlijke toets doorstaan. Vergunningen: beoordeling CCA-veilingmodel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, alvorens zijn keuze te maken voor dit model, zorgvuldig onderzoek heeft laten verrichten en op zorgvuldige wijze is omgegaan met het commentaar op de ontwerp-Regeling. Bij de beoordeling van de beroepsgronden neemt de rechtbank in aanmerking dat het CCA-model een model in ontwikkeling is en dat de beoordeling van de keuze die verweerder in 2011 voor dit model heeft gemaakt moet worden bezien en beoordeeld in het licht van het feit dat die keuze is gemaakt met de op dat moment bestaande kennis van de verschillende modellen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor het door hem bij de veiling gebruikte veilingmodel. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de Regeling op dit punt in strijd in met hogere regelgeving. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank in wat partijen hebben aangevoerd geen reden om te concluderen tot onverbindendheid van de Regeling. De rechtbank komt in de beroepen met zaaknummers ROT 12/1311 en 12/4513 tot een gegrondverklaring van de beroepen van Vodafone, evenwel op andere gronden dan door Vodafone is aangevoerd. Verweerders heroverweging van het Bekendmakingbesluit en het Vaststellingsbesluit terzake bepaalde door Vodafone aangevoerde bezwaargronden had tot de conclusie van ongegrondverklaring en niet niet-ontvankelijkheid moeten leiden. De beroepen van Vodafone in deze zaken wordt gegrondverklaard en bepaald wordt dat de bezwaren van Vodafone ongegrond wordt verklaard. Voor het overige volgen conclusies tot niet-ontvankelijkverklaring van beroepen danwel ongegrondverklaring.
AnnotatorJ. Wolswinkel
UitspraakECLI:NL:RBROT:2014:7917
Artikel aanvragenVia Praktizijn