Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht
Datum 30-01-2015
Aflevering 1
RubriekRedactioneel
TitelGeschilbeslechting in het sociaal domein
CiteertitelNTB 2015/1
SamenvattingHet idee dat je als burger ontevreden zou kunnen zijn met de uitkomst van het keukentafelgesprek en daartegen iets wilt ondernemen, is in de Wmo 2015 nogal naar de achtergrond geschoven. Referentiekader lijkt niet het bestuursorgaan dat een aanspraak honoreert of afwijst maar de arts die luistert, diagnosticeert en al dan niet een medicijn voorschrijft. Het is niet gebruikelijk tegen een beslissing van een arts een rechtsmiddel aan te wenden. Waarom zou iemand dan wel tegen de uitkomst van een keukentafelgesprek willen opkomen? Het kan uiteraard wel. Je moet dan als burger een aanvraag in de zin van art. 2.3.5 Wmo 2015 indienen, wat mogelijk is zodra de resultaten van het gesprek in een verslag zijn neergelegd. Pas als je de reactie daarop in handen hebt, kun je bezwaar maken.
Auteur(s)A.T. Marseille
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijdrage
TitelDigitaal procederen bij de bestuursrechter
CiteertitelNTB 2015/2
SamenvattingAlweer een wijziging in het bestuursprocesrecht? Jazeker. De procedure bij de bestuursrechter verloopt in de nabije toekomst namelijk digitaal. De Wet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, die 20 oktober 2014 bij de Tweede Kamer is ingediend, maakt het wettelijk mogelijk om langs elektronische weg te communiceren met de rechter. Het instellen van (hoger) beroep, het indienen van de op de zaak betrekking hebbende stukken, een verweerschrift en nadere stukken, het monitoren van de voortgang van de procedure en het ter beschikking stellen van de uitspraak kan dan digitaal plaatsvinden. Hiervoor wordt een portaal “Mijn Zaak” aangeboden door de gerechten, de Hoge Raad onderscheidenlijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gerechten kunnen aan partijen die veel procederen, zoals grote uitvoeringsorganisaties of rechtsbijstandsverzekeraars, een systeemkoppeling (system-to-system) ter beschikking stellen om zo stukken en berichten uit te wisselen met de bestuursrechter. Deze wet verplicht professionele partijen om digitaal te procederen. Natuurlijke personen zonder professionele rechtsbijstandverlener mogen kiezen of ze digitaal willen procederen of op papier.
Auteur(s)H. Donner , B.J. van Ettekoven
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBijdrage
TitelMisbruik van recht: taak voor wetgever of voor rechter en bestuur?
CiteertitelNTB 2015/3
SamenvattingOp woensdag 5 november 2014 heeft de VAR, de vereniging voor bestuursrecht, een studiemiddag georganiseerd over misbruik van recht. Centrale vraag tijdens de middag is of bestuursorganen en de rechter voldoende instrumenten hebben om misbruik van recht tegen te gaan of dat de wetgever eraan te pas dient te komen. En als dat laatste het geval is, op welke wijze de wet dan zou moeten worden aangepast. Een enkele studiemiddag van drie uur is natuurlijk niet genoeg om een dergelijk complex vraagstuk in de volle breedte te bespreken. Desalniettemin komt de zaal op deze grijze novembermiddag een heel eind.
Auteur(s)P.A. Thijssen , J. Korzelius , Y.E. Schuurmans , G.J. van Leijenhorst
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekDiscussie
TitelDe toekomst van het bestuursrecht: is er nog een rol voor het bestuur?
CiteertitelNTB 2015/4
SamenvattingDe toekomst van het bestuursrecht is een thema dat, als het goed is, de verbeelding prikkelt. De redactie van het NTB heeft mij bij het schrijven van dit stuk alle vrijheid gegeven en ik heb daar dankbaar gebruik van gemaakt. Een onderwerp als dit leent zich voor gloedvolle betogen en fantasierijke vergezichten. Die heb ik, meer dan een gedegen wetenschappelijke analyse, pogen neer te zetten.
Auteur(s)A. Buijze
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekKroniek
TitelKroniek Europees staats- en bestuursrecht
CiteertitelNTB 2015/5
SamenvattingMet onder meer aandacht voor HvJ EU 12 juni 2014,C-156/13 (Digibet), waarin het Hof stelt dat de verdeling van bevoegdheden tussen de Duitse Länder niet door het Unierecht mag worden doorkruist, omdat zij wordt beschermd door art. 4, tweede lid, VEU, op grond waarvan de Unie verplicht is om de nationale identiteit van de lidstaten, die besloten ligt in hun politieke en constitutionele basisstructuren, waaronder die voor lokaal en regionaal zelfbestuur, te eerbiedigen. Mede vanwege dit uitgangspunt is het Hof van oordeel dat art. 56 VWEU zich niet verzet tegen een gemeenschappelijke regeling van een meerderheid van de Länder, waarbij de organisatie van kansspelen via internet en het optreden als tussenpersoon daarbij in beginsel wordt verboden, terwijl één lidstaat gedurende een beperkte periode een minder strikte regeling heeft gehandhaafd, mits die regeling evenredig is.
Auteur(s)A.P.W. Duijkersloot , R. Ortlep , M.J.M. Verhoeven , R.J.G.M. Widdershoven
Artikel aanvragenVia Praktizijn