Jurisprudentie Vreemdelingenrecht

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie Vreemdelingenrecht
Datum 22-02-2015
Aflevering 3
TitelRaad van State 15-12-2014
CiteertitelJV 2015/41
SamenvattingHerhaalde asielaanvraag, Ne bis in idem, Dublinverordening, Malta, Veilige (derde) landen, Terugkeerrichtlijn.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 17 juli 2013 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4661
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 17-12-2014
CiteertitelJV 2015/42
SamenvattingFamilielid van EU-burger, Vrij verkeer van personen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 19 augustus 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4638
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 18-12-2014
CiteertitelJV 2015/43
SamenvattingOngewenstverklaring, Uitzetting, China, Onmenselijke behandeling, Terugkeerbesluit, Andere handeling, Uitbreiding beschikkingsbegrip, Bevoegdheid rechterlijke instantie.
Samenvatting (Bron)Bij brief van 19 november 2013 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten (hierna: de opdracht). Deze brief is aangehecht.
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4680
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 24-12-2014
CiteertitelJV 2015/44
SamenvattingWet arbeid vreemdelingen, bestuurlijke boete, Bewijslast.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 13 juni 2008 heeft de minister [appellante] een boete opgelegd van 1.288.000,00 wegens 161 overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav).
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4656
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 24-12-2014
CiteertitelJV 2015/45
SamenvattingWet arbeid vreemdelingen, bestuurlijke boete, Japan, Arbeid, in loondienst, Vriendschap- en Handelsverdragen.
Samenvatting (Bron)Bij drie onderscheiden besluiten van 6 maart 2013 heeft de minister [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] elk een boete opgelegd van 24.000,00 en [appellant sub 2C] een boete opgelegd van 12.000,00, alle wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav).
AnnotatorS.J. van der Woude
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4701
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 05-03-2014
CiteertitelJV 2015/46
SamenvattingAsielaanvraag, Dublinverordening, ItaliŽ, Gelijkheidsbeginsel, Interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 23 mei 2013, kenmerk PDN/2013-070, heeft de staatssecretaris krachtens artikel 10a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) het gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid aangewezen als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, vierde lid, van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206; hierna: de Habitatrichtlijn).
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:777
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 31-12-2014
CiteertitelJV 2015/47
SamenvattingAsielaanvraag, Toetsing, ex-nunc, Omvang van het geschil, Medisch advies, Bewijslast, Onmenselijke behandeling.
Samenvatting (Bron)Bij onderscheiden besluiten van 24 september 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4791
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 09-01-2015
CiteertitelJV 2015/48
SamenvattingContra-indicatie kinderpardon, Openbare orde, Vluchtelingenverdrag, Exclusion clause, Discriminatie, Gezinsleven.
Samenvatting (Bron)Bij onderscheiden besluiten van 15 augustus 2013 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:81
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 09-01-2015
CiteertitelJV 2015/49
SamenvattingContra-indicatie kinderpardon, Identiteit en nationaliteit, vaststellen van, Gegevens, verstrekken of achterhouden van onjuiste, Openbare orde, Gezinsleven.
Samenvatting (Bron)Bij onderscheiden besluiten van 28 mei 2013 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:78
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 15-01-2015
CiteertitelJV 2015/50
SamenvattingAsielaanvraag, Dublinverordening, gezinsleden, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Marginale toetsing, Rechten van kinderen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 mei 2014 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:132
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 15-01-2015
CiteertitelJV 2015/51
SamenvattingIngangsdatum verblijfsvergunning, Medische behandeling, Medisch advies, Sierra Leone, Bewijslast.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 5 april 2013 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:141
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 20-01-2015
CiteertitelJV 2015/52
SamenvattingOpvang, Vrijheidsbeperking, Bevoegdheid, Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Andere handeling, uitbreiding beschikkingsbegrip, Rechtsmiddelen.
Samenvatting (Bron)Bij brief van 14 september 2012 heeft het COa de vreemdelingen, in reactie op hun verzoek in de brief van 11 september 2012 om hen te ontheffen van de hun opgelegde dagelijkse meldplicht, de inhoudingen op hun wekelijkse toelage terug te betalen en vervoerskaarten te verstrekken, te kennen gegeven dat de dagelijkse meldplicht en eventuele inhoudingen feitelijke handelingen zijn en geweigerd vervoerskaarten te verstrekken. Deze brief is aangehecht.
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:178
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechtbank Den Haag 16-12-2014, AWB 14/13925 e.v.
CiteertitelJV 2015/53
SamenvattingWijziging Wet arbeid vreemdelingen, Verblijfsbescheiden en verblijfsaantekeningen, Overgangsrecht, Vertrouwensbeginsel.
Samenvatting (Bron)verlenging verblijfsvergunning regulier met arbeidsmarktaantekening arbeid toegestaan, mits twv vereist; overgangsrecht; Wav (nieuw); artikel 3.103 Vb; vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel; gelijkheidsbeginsel; artikelen 8, 13 en 14 van het EVRM en artikel 26 IVBPR; hoorplicht De rechtbank is van oordeel dat niet de Wav (oud), maar de per 1 januari 2014 geldende Wav (nieuw) van toepassing is. Bij een heroverweging in bezwaar als bedoeld in artikel 7:11 van de Awb, is het uitgangspunt dat het recht moet worden toegepast zoals dat op dat moment geldt. De rechtbank stelt vast dat met de wijziging van de Wav geen overgangsrecht is vastgesteld, zodat de Wav (nieuw) onmiddellijke werking heeft. Ten tijde van de bestreden besluiten was de Wav (nieuw) in werking getreden, zodat de Wav (nieuw) op die besluiten van toepassing is. Dat eisers door de onmiddellijke werking van het nieuwe recht in een ongunstiger positie komen te verkeren, is een direct gevolg van het niet vaststellen van overgangsrecht door de wetgever en derhalve geen bijzondere omstandigheid die maakt dat de Wav (nieuw) in de zaken van eisers niet moet worden toegepast. Ook het beroep op artikel 3.103 Vb slaagt niet. Het Vb is alleen van toepassing ten aanzien van vreemdelingenwetgeving ingevolge de Vw over toelating, uitzetting van en toezicht op vreemdelingen die verblijf houden in Nederland en op grensbewaking. Het afgeven van een arbeidsmarktaantekening krachtens artikel 4, tweede lid, Wav valt daar niet onder. Ook het beroep van eisers op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet. Niet valt in te zien hoe eisers aan het Stappenplan jegens verweerder het vertrouwen konden ontlenen dat na het verstrijken van 36 maanden die arbeidsmarktaantekening zou worden afgegeven, nu het Stappenplan niet door verweerder was afgesloten. Het Stappenplan kan niet in de weg staan aan wijziging van de Wav. Ten aanzien van de door eisers overgelegde brieven van het UWV overweegt de rechtbank dat, reeds nu dit brieven betreft van een ander bestuursorgaan dan verweerder, eisers hieraan geen vertrouwen konden ontlenen ten opzichte van verweerder. Ten aanzien van het beroep van eisers op het gelijkheidsbeginsel is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet gehouden is om op grond van dit beginsel een arbeidsmarktaantekening af te geven die in strijd is met de Wav (nieuw). Eisers beroep op de artikelen 8, 13 en 14 EVRM en 26 IVBPR wegens discriminatie van de Chinese cultuur gaat niet op, reeds nu de Wav (nieuw) geldt voor alle culturen en niet slechts voor (werkgevers en werknemers in) de Chinese horeca. Voor verweerder is er in de voorliggende gevallen geen ruimte om een individuele belangenafweging te maken. Geen schending hoorplicht. Beroepen ongegrond.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2014:16504
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechtbank Den Haag 22-12-2014
CiteertitelJV 2015/54
Samenvattingweigering Toegang, Grensdetentie, Schadevergoeding.
Samenvatting (Bron)Aan eiser is op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd met plaatsaanduiding JCS. Het beroep hiertegen slaagt. Eiser heeft voordat hij naar het JCS is vervoerd, geruime tijd (minstens 7 uren) op het districtskantoor van de Kmar te Rotterdam Airport verbleven in een ruimte die was beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Dit verblijf berust niet op een besluit tot aanwijzing van die plaats als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw. Het opgelegde besluit kan niet als titel gelden, omdat het JCS feitelijk niet de plaats is geweest waar de vrijheidsontneming heeft plaatsgevonden. Voor zover ervan moet worden uitgegaan dat ook voor het vervoer tussen Rotterdam Airport en het JCS een aparte plaatsaanwijzing nodig was tijdens het vervoer is immers ook sprake geweest van vrijheidsontneming , ontbrak deze evenzeer. Nu de vrijheidsontneming die heeft plaatsgevonden in het JCS waarvoor wel een titel voorhanden was niet mogelijk is geweest zonder de daaraan voorafgegane onrechtmatige vrijheidsontneming te Rotterdam Airport en het vervoer van Rotterdam naar Schiphol, is de gehele vrijheidsontneming onrechtmatig, zodat de maatregel moet worden opgeheven. De rechtbank draagt verweerder op schadevergoeding te betalen.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2014:16155
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechtbank Den Haag 30-12-2014
CiteertitelJV 2015/55
SamenvattingErkende referent, Au Pair.
Samenvatting (Bron)erkenning als referent; verweerder had oude artikel 1.13 VV dienen toe te passen met artikel 3.103 Vb; ondernemingsplan niet ter advies voor te leggen aan RVO. Beroep gegrond. Zelf voorzien De rechtbank begrijpt de beroepsgrond van eiseres inzake toepassing van het VV (oud) als een beroep op artikel 3.103 Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). In dit artikel is bepaald dat de aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Wet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is. Blijkens de toelichting op het tweede lid van het thans vigerende artikel 1.13 van het VV wordt onder startende ondernemingen verstaan ondernemingen die blijkens hun inschrijving in het handelsregister korter dan anderhalf jaar geleden zijn opgericht of die blijkens gegevens uit het handelsregister korter dan anderhalf jaar bedrijfsactiviteiten hebben verricht. Zij hebben immers nog geen of een beperkte historie omtrent de premie- en belastingafdracht, waarmee de verklaring omtrent betalingsgedrag onvoldoende betekenis heeft. Blijkens de toelichting op het tweede lid van artikel 1.13 VV (oud) is een uitzondering gemaakt voor startende ondernemingen. Een startende onderneming is een onderneming die pas zo kort bestaat dat geen verklaring van betalingsgedrag kan worden gegeven. Om toch een goed beeld te krijgen van de positie van een onderneming kan dan worden verzocht om een ondernemingsplan te overleggen. In aanmerking genomen dat de datum van aanvraag 5 juni 2013 is en gelet op de tekst en de toelichting van artikel 1.13 VV (oud) is toepassing van dit recht gunstiger voor eiseres en had verweerder hier op grond van artikel 3.103 Vb toepassing aan dienen te geven. Met overlegging van de verklaring van betalingsgedrag niet ouder dan drie maanden na de aanvraag heeft eiseres voldaan aan de voorwaarde zoals neergelegd in artikel 1.13, tweede lid, VV (oud) zodat het ondernemingsplan niet ter advies had hoeven worden voorgelegd aan RVO. Hoewel de rechtbank zich kan voorstellen dat verweerder belang hecht aan continuÔteit en solvabiliteit in het kader van erkenning als referent, behelzen tekst en toelichting van artikel 1.13 VV (oud) dat niet. Voorts wijst de rechtbank erop dat krachtens de toelichting een uitzondering wordt gemaakt voor startende ondernemingen en niet voor startende onderdelen van een onderneming dan wel bepaalde bedrijfsactiviteiten.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2014:16458
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechtbank Den Haag 09-01-2015
CiteertitelJV 2015/56
SamenvattingAsielaanvraag, Dublinverordening, Gezinsleden, Slowakije, Motivering.
Samenvatting (Bron)Artikelen: 11 Uitvoeringsverordening 1560/2003, 16 Verordening 604/2013 Samenvatting: AA. Dublin Slowakije. Afhankelijkheid. Verzoekster stelt afhankelijk te zijn van broer, die in Nederland verblijft. Ook een hoge mate van emotionele afhankelijkheid kan vallen onder artikel 16 van Dublin III. Artikel 11 Vo 1560/2003 is nog van toepassing. Het standpunt van verweerder dat geen sprake is van afhankelijkheid is onjuist (met een cirkelredenering) en onvoldoende gemotiveerd. Ook het standpunt dat van een familiesituatie in Irak geen sprake was is onvoldoende gemotiveerd.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2015:177
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechtbank Den Haag 30-01-2015
CiteertitelJV 2015/57
SamenvattingAsielaanvraag, Procedurerichtlijn, Toetsing, ex-nunc.
Samenvatting (Bron)AWB 14/28431 (voorlopige voorziening) AWB 14/28430 (bodem) integrale geloofwaardigheidsbeoordeling Besluit van 12 december 2015, nummer WBV 2014/36, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire (WBV 2014/36) en de openbare werkinstructie met nummer 2014/10 van 1 januari 2015 van het hoofd van de IND (werkinstructie 2014/10). De voorzieningenrechter merkt deze aan als wijzigingen van beleid als bedoeld in artikel 83, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. De wijzigingen houden kort gezegd in dat met ingang van 1 januari 2015 bij de beoordeling van een asielrelaas wordt uitgegaan van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. Deze wijzigingen acht de voorzieningenrechter relevant. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in artikel 83, vijfde lid, van de Vw 2000 ligt besloten dat verweerder niet alleen de uitkomst van de beoordeling aan het nieuwe beleid schriftelijk laat weten, maar ook inzicht geeft in de wijze waarop tot die geloofwaardigheidsbeoordeling wordt gekomen. Nu ter zake geen deugdelijke motivering is gegeven, kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of het bestreden besluit is genomen met inachtneming van het nieuwe beleid. Verweerder zal ter zake een nieuw besluit moeten nemen.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2015:940
Artikel aanvragenVia Praktizijn