AB Rechtspraak Bestuursrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht
Datum 03-04-2015
Aflevering 15
RubriekHvJ EU
TitelHvJ EU 03-09-2014, C-410/13, ECLI:EU:C:2014:2134
CiteertitelAB 2015/116
SamenvattingNa een gerechtelijke procedure blijkt dat een Europese subsidie ten onrechte is geweigerd. Is de Litouwse Staat op grond van het EU-recht verplicht tot het bieden van rechtsherstel? Uitleg begrip onregelmatigheid en betekenis Europese soft law voor de nationale rechter.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 3 september 2014.#,,Baltlanta" UAB tegen Lietuvos valstybe.#Verzoek van de Vilniaus apygardos administracinis teismas om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Structuurfondsen - Economische, sociale en territoriale samenhang - Verordening (EG) nr. 1260/1999 - Artikel 38 - Verordening (EG) nr. 2792/1999 - Artikel 19 - Visserij - Rechtsgeding op nationaal niveau - Verplichting voor de lidstaat om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om na afloop van het rechtsgeding het besluit tot bijstandsverlening correct uit te voeren.#Zaak C-410/13.
AnnotatorJ.E. van den Brink , J.C.A. van Dam
UitspraakECLI:EU:C:2014:2134
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 24-12-2014
CiteertitelAB 2015/117
SamenvattingPlanschade, normaal maatschappelijk risico.
Samenvatting (Bron)Bij onderscheiden besluiten van 28 augustus 2012 heeft het college aan [appellant A] en anderen een tegemoetkoming in planschade toegekend.
AnnotatorT.E.P.A. Lam
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4668
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 18-02-2015
CiteertitelAB 2015/118
SamenvattingOmgevingsvergunning voor bouwen en gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Relativiteit.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 24 mei 2013 heeft het college aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een melkveestal op het perceel [locatie] te Sint Jansklooster (hierna: het perceel).
AnnotatorA.G.A. Nijmeijer
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:450
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 18-02-2015
CiteertitelAB 2015/119
SamenvattingWob-verzoek. In casu is geen sprake van misbruik van recht. Aanduiding gebrek aan rechtseenheid O.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 december 2011 heeft het dagelijks bestuur onder meer zeven verzoeken van [verzoeker] om openbaarmaking van informatie primair niet in behandeling genomen en subsidiair niet-ontvankelijk verklaard.
AnnotatorR. Ortlep
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:426
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 26-11-2014
CiteertitelAB 2015/120
SamenvattingEendaadse samenloop. Evenredigheidsbeginsel verzet zich tegen cumulatie van sancties bij eendaadse samenloop.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 21 februari 2013 heeft de minister aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van 23.500,00 voor twintig overtredingen van het Arbeidstijdenbesluit vervoer (hierna: het Atbv).
AnnotatorO.J.D.M.L. Jansen
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4257
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 06-02-2013
CiteertitelAB 2015/121
SamenvattingBoeterecht. Boetematiging wegens financiŽle omstandigheden ook verplicht indien boete niet oorzaak is. Niet gebruiken betalingsregeling niet bepalend voor evenredigheidstoetsing hoogte boete.
Samenvatting (Bron)Boete van 136.000,00 wegens overtreding van art. 2, lid 1 van de Wav. Bij uitspraak van 17 februari 2012 heeft de Rb. o.m. bepaald dat de boete tot nihil wordt gematigd en bepaald dat de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit treedt. Vennootschap heeft blijkens boeterapport zeventien vreemdelingen van Bulgaarse onderscheidenlijk Bulgaarse en Macedonische nationaliteit arbeid laten verrichten, bestaande uit schoonmaakwerkzaamheden, terwijl geen tewerkstellingsvergunningen waren afgegeven. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 31 oktober 2012 in zaak nr. 201202163/1/V6 (LJN: BY1723) is de minister op grond van het evenredigheidsbeginsel verplicht de opgelegde boete te matigen indien deze de beboete werkgever, gelet op diens financiŽle situatie, bezien in het geheel van de zich voordoende omstandigheden, onevenredig treft. Deze verplichting geldt ook indien de boete niet de oorzaak van die financiŽle situatie is. De Rb. is de minister dan ook terecht niet gevolgd in zijn standpunt dat, nu de boete niet de oorzaak van de financiŽle situatie van de vennootschap is, die financiŽle situatie geen aanleiding geeft de opgelegde boete te matigen. De enkele omstandigheid dat de vennootschap geen gebruik heeft gemaakt van een betalingsregeling betekent voorts niet dat de Rb. de boete ten onrechte heeft gematigd zoals zij heeft gedaan. Een betalingsregeling laat immers de hoogte van de boete onverlet. Indien de vennootschap van een betalingsregeling gebruik had gemaakt, zou dit dan ook niet zonder meer met zich hebben gebracht dat de opgelegde boete de vennootschap, gelet op haar financiŽle situatie, niet onevenredig treft. Daarmee heeft de minister ten onrechte geen rekening gehouden. Ongegrond beroep.
AnnotatorO.J.D.M.L. Jansen
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ0786
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCRvB
TitelCentrale Raad van Beroep 09-01-2015
CiteertitelAB 2015/122
SamenvattingDe Centrale Raad van Beroep verruimt zijn jurisprudentie over behoud van procesbelang bij de vernietiging van het bestreden besluit.
Samenvatting (Bron)Herziening loongerelateerde WGA-uitkering (LGU) naar een mate van abreidsongeschiktheid van 23,06%. Voortzetting als loonaanvullingsuitkering (LAU). BeŽindiging LAU. In reactie op het bezwaar van appellante tegen de beŽindiging van de LAU per 1 augustus 2013, heeft het Uwv bij besluit van 14 november 2013 het bezwaar van appellante gegrond verklaard, per 1 augustus 2013 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80 tot 100% en de LAU voortgezet. Procesbelang: Verruiming rechtspraak, in die zin dat ook procesbelang zal worden aangenomen indien de betrokkene stelt dat het bestreden besluit een rechtstreeks feitelijk gevolg heeft waarvan hij in een andere rechtsverhouding nadeel zal ondervinden en de in de voorliggende zaak op bestuursrechtelijke gronden te nemen beslissing voor het al dan niet intreden het intreden van dit gevolg beslissend is. Omdat tussen partijen niet in geding is dat de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante rechtstreeks gevolg heeft voor de door appellante te betalen pensioenpremie en de in het kader van de in de huidige procedure te nemen beslissing voor de hoogte van die premie beslissend is, heeft appellante belang bij de beoordeling van haar ... gronden.
AnnotatorL.M. Coenraad
UitspraakECLI:NL:CRVB:2015:53
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCRvB
TitelCentrale Raad van Beroep 23-09-2014
CiteertitelAB 2015/123
SamenvattingGezamenlijke huishouding. Gezamenlijk hoofdverblijf. Duurzaamheid.
Samenvatting (Bron)Gezamenlijke huishouding; minimale duur van het hoofdverblijf.
AnnotatorC.W.C.A. Bruggeman
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:3241
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtbanken
TitelRechtbank Amsterdam 01-10-2014
CiteertitelAB 2015/124
SamenvattingBestuursorgaan. Stichting Impuls Nieuw-West is een bestuursorgaan dat subsidies verstrekt.
Samenvatting (Bron)Het verstrekken van gelden voor bewonersiniatieven is door Stadsdeel Nieuw-West van de gemeente Amsterdam uitbesteed aan de Stichting Impuls Nieuw-West (private stichting). Daarbij is bepaald dat een regiegroep (een groep van 8 bewoners uit het stadsdeel) over de bewonersinitiatieven beslist. Een verzoek van eiser voor financiering voor enkele bewonersinitiatieven is gedeeltelijk afgewezen. Eiser is het er niet mee eens en stapt naar de bestuursrechter. Stichting Impuls noch de Regiegroep vindt dat zij bestuursorgaan is en dat de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) dus niet van toepassing is. De rechtbank oordeelt dat sprake is van gelden, afkomstig van een bestuursorgaan (het Stadsdeel), van inhoudelijke betrokkenheid en van procedurele sturing van het Stadsdeel inzake de besteding van de beschikbaar gestelde financiŽle middelen. Er is dan ook sprake van subsidieverlening. Stichting Impuls wordt als bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb aangemerkt en als verwerend orgaan in deze procedure. De Awb is van toepassing. Vanwege schending hoorplicht beroep gegrond. Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat het besluit in stand blijft.
AnnotatorW. den Ouden
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2014:7570
Artikel aanvragenVia Praktizijn