Mediaforum

Uitgever Uitgeverij deLex
Tijdschrift Mediaforum
Datum 06-04-2015
Aflevering 2
RubriekOpinie
TitelDe Wob krijgt een broertje: Wet hergebruik van overheidsinformatie
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 49
SamenvattingHergebruik van overheidsinformatie is nu nog primair in de Wet openbaarheid van bestuur geregeld. Tegelijkertijd zijn er twee wetsontwerpen voor een nieuwe regeling aanhangig. Allereerst diende de Minister van BZK kort geleden een voorstel in voor een Wet hergebruik van overheidsinformatie (Kamerstukken II 2014/15, 34 123, nr. 2). Ten tweede is het initiatiefwetsvoorstel "Open overheid" nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Dat voorstel regelt ook hergebruik van openbare informatie. IN deze Opinie plaatst de auteur beide voorstellen naast elkaar en analyseert het verloop van de wetgevingstrajecten.
Auteur(s)M.M.M. van Eechoud
Pagina49-49
LinkVolledige tekst artikel (IViR)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelTien privacytrends van 2014
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 50
SamenvattingHet privacyrecht is inmiddels een serieus specialisme met jaarlijks tientallen beschikkingen, vonnissen en richtsnoeren. Een overzicht daarvan is nuttig, maar kan je daarin ook bredere ontwikkelingen ontdekken? Het afgelopen jaar in tien privacytrends.
Auteur(s)O. van Daalen
Pagina50-54
LinkVolledige tekst artikel (IvIR)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelWet splitsing RvS en opheffing CRvB en CBB - Perspectieven vanuit het media- en telecommunicatierecht: een inleiding
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 55
SamenvattingEind 2014 is het conceptwetsvoorstel Wet splitsing RvS en opheffing CRvB en CBB in consultatie gegaan. Het geeft invulling aan het voornemen in het regeerakkoord Rutte-II uit 2012 om de Raad van State te splitsen in een rechtsprekend deel en een adviserend deel en om het rechtsprekende gedeelte van de Raad van State samen te voegen met de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het wetsvoorstel beoogt een verdere functionele scheiding van taken binnen de Raad van State te realiseren, en daarnaast de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBB) op te heffen. Wat betreft de opheffing van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven stelt de regering voor om de rechtsmacht in geschillen die in hoogste aanleg tot de rechtsmacht van de CRvB behoren, onder te brengen bij de gewone rechterlijke macht en om de rechtsmacht in geschillen die tot de competentie van het CBB behoren, onder te brengen bij de ABRvS. Het Kabinet beargumenteert overheveling van de CBB-geschillen naar de ABRvS onder meer met de verwantschap van het domein, namelijk 'ordenend bestuursrecht' en het voordeel van grotere materietechnische specialisatie van de rechters, wanneer alle economiusche bestuursrechtspraak bij de ABRvS wordt geconcentreerd. Tenslotte noemt het kabinet het voordeel van de snellere doorlooptijden bij de ABRvS. Wolswinkel memoreert dat juist het telecommunicatierecht eerder in tegegestelde richting is geschoven van ABRvS naar CBB. Hij geeft aan dat Mediaforum graag een eigen bijdrage levert aan het debat vanuit de dimensie van het media- en telecommunicatierecht. Zij heeft daarom meerdere auteurs uitgenodigd om vanuit hun specifieke expertise een licht te werpen op het conceptwetsvoorstel en aldus het huidige debat van nieuwe perspectieven te voorzien.
Auteur(s)J. Wolswinkel
Pagina55
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelGeen principiële bezwaren tegen de samenvoeging van CBB en Afdeling
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 56
SamenvattingSommige beoefenaren van het economisch bestuursrecht zien principiële bezwaren tegen het onderbrengen van zaken waarin tot nu toe het CBB bevoegd was bij de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State. Auteur ziet die princiële bezwaren niet, maar denkt wel dat deze beoogde samenvoeging – zoals elke organisatorische verandering – ook voor de Afdeling gevolgen heeft.
Auteur(s)J.R. van Angeren
Pagina56-57
LinkVolledige tekst artikel (Stibbe)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelCompetentieverschuiving van CBB naar ABRvS - Van deskundigheid naar snelheid?
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 58
SamenvattingHet huidige voorstel om CBB en CRvB op te heffen als zelfstandige bestuursrechtelijke appelcolleges, vloeit primair voort uit (economische) haalbaarheidsanalyse, niet uit een analyse van een passend systeem van rechtsbescherming in een democratische rechtsstaat.
Auteur(s)Y. Schuurmans
Pagina58-58
LinkVolledige tekst artikel (leidenuniv.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelOverheveling taken CBB - Een niet-passende maatregel voor een niet bestaand probleem
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 59
SamenvattingAuteur betoogt dat het voornemen om de taken van het CBB onder te brengen bij de ABRvS gebaseerd is op een onjuiste en onzorgvuldige analyse van het probleem van ondoorzichtige bestuursrechtspraak.
Auteur(s)M. Geus
Pagina59-60
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelOpheffing van het CBB is geen goed idee!
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 60
SamenvattingAuteurs vinden het een slecht plan van het Kabinet om het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) op te heffen en zijn rechtsmacht over te brengen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij vrezen dat de kwaliteit van de rechtsbescherming in telecomzaken bij invoering van dit wetsontwerp achteruit zal gaan.
Auteur(s)P. Eijsvoogel , L. Mensink
Pagina60-61
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraktijk
TitelEind goed, al goed - Het einde van het politieke cookiedebat
CiteertitelMediaforum 2015, 2, p. 61
SamenvattingAuteur heeft al eerder uitvoerig geschreven over de cookiewetgeving in Nederland. De totstandkoming hiervan is een schoolvoorbeeld van goedbedoelde politieke intenties en technologiebepaalde wetgeving die in de praktijk tot irritaties en moeilijk werkbare situaties heeft geleid. In dit artikel wordt de parlementaire behandeling besproken van het wetsvoorstel dat Minister Kamp van Economische Zaken in het voorjaar van 2014 heeft ingediend met het doel de bestaande cookiewetgeving te versoepelen. Met de goedkeuring van dit voorstel door het parlement lijkt het politieke cookiedebat voorlopig te zijn afgesloten.
Auteur(s)M. Bolhuis
Pagina61-66
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 19-11-2014
CiteertitelMediaforum 2015/5
SamenvattingDe Afdeling oordeelt dat misbruikelijk Wobverzoeken zijn ingediend, aangezien ze met een ander doel zijn ingediend (het verkrijgen van dwangsommen) dan waarvoor de bevoegdheid is toegekend. Dit is te kwader trouw gedaan zodat het kwalificeert als misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 jo 3:15 BW en dat leidt tot niet-ontvankelijkheid van het ingestelde beroep.
Samenvatting (Bron)[appellant] heeft bij de rechtbank zeven beroepen ingesteld. Één beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om openbaarmaking van stukken betreffende een aan [appellant] opgelegde verkeersboete. Twee beroepen zijn gericht tegen het niet tijdig nemen van besluiten tot vaststelling van dwangsommen wegens het niet tijdig nemen van besluiten op dergelijke verzoeken. Vier beroepen zijn gericht tegen het niet tijdig nemen van besluiten op bezwaren tegen besluiten op dergelijke verzoeken.
AnnotatorL. Mensink , L. van Aagten
Pagina74-78
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:4135
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 08-01-2015
CiteertitelMediaforum 2015/6
SamenvattingZoals het CBB bondig samenvat vindt de hier besproken uitspraak zijn oorsprong in het besluit van de Minister van EZ van 21 april 2011 tot verlenging van de in 2003 aan Sky Radio verleende FM-vergunning voor kavel A2, waarop zij uitzendt met het station Radio Veronica. Het gaat hier om een ‘geclausuleerd’ kavel waarop alleen uitzendingen met, kort gesteld, het ‘gouwe ouwe’-format verzorgd mogen worden. Bij de verlenging werd aan Sky Radio een eenmalige bijdrage van € 20.385.000,– opgelegd, een bedrag dat was vastgesteld op basis van een waardebepalingsonderzoek door SEO, IViR en TNO. Dit bedrag lag niet heel ver onder de bedragen die voor de verlenging van ongeclausuleerde kavels werden gevraagd, terwijl voor andere geclausuleerde kavels geen of een zeer veel lager bedrag betaald moest worden. Sky Radio meende met deze relatief hoge verleningsbijdrage gestraft te worden voor haar eigen succes. Het CBB deelt het bezwaar van Sky Radio dat dit eenmalige bedrag niet verenigbaar is met de wettelijke grondslag daarvoor, het ten tijde van de verlenging geldende artikel 3.3a Tw (oud).
Samenvatting (Bron)Eenmalige bijdrage vergunning commerciële radio-omroep kavel A2. Exceptieve toets. Strijd met artikel 3.3a Telecommunicatiewet (oud).
AnnotatorP. Kreijger
Pagina78-82
UitspraakECLI:NL:CBB:2015:2
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 30-09-2014
CiteertitelMediaforum 2015/7
SamenvattingDe uitspraak heeft betrekking op het spamverbod van artikel 11.7, eerste lid, van de Telecommunicatiewet (Tw). In deze uitspraak gaat het er vooral om welke partij kan worden aangemerkt als ‘verzender van ongevraagde commerciële elektronische communicatie’ (d.w.z. spam). Oftewel, aan wie kan het verzenden van dergelijke communicatie worden toegerekend?
Samenvatting (Bron)Begrip verzender in artikel 11.7 Tw. De essentie van het verzenden van een e-mailbericht is dat een elektronisch bericht (de inhoud, de boodschap) door de afzender wordt verstuurd aan de geadresseerde. De afzender kan daarbij een hulpmiddel, hulpdienst of hulppersoon gebruiken. Hulppersonen rekent het College niet tot de verzenders als zij naar maatschappelijke opvatting de verantwoordelijkheid voor de verzending niet dragen. Daarmee sluit het College aan bij de opvatting van de wetgever, die uitdrukkelijk van het begrip verzender uitsluit de provider die alleen de elektronische overbrengingsfaciliteit biedt. Het College sluit daarbij tevens aan bij ECLI:NL:CBB:2012:BW8802, waarvan de overwegingen reeds een aanwijzing vormen voor het belang dat het College hecht aan de mate van invloed op de samenstelling van de verzendlijsten voor de vraag of iemand als (mede-)verzender kan worden aangemerkt.
AnnotatorG.J. Zwenne , J. van Eenennaam
Pagina82-86
UitspraakECLI:NL:CBB:2014:371
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Rotterdam 24-09-2014
CiteertitelMediaforum 2015/8
SamenvattingDeze zaak betreft de publicatie door OPTA (inmiddels ACM) van haar besluit tot oplegging van een boete, wegens overtreding van het in artikel 11.7 lid 1 Telecommunicatiewet neergelegde spamverbod. Veroordeelde heeft geprobeerd door middel van een verzoek om voorlopige voorziening bij de Rechtbank Rotterdam om deze publicatie van de boete te voorkomen, maar dat is haar niet gelukt. Met deze uitspraak geeft de voorzieningenrechter dus waarschijnlijk een belangrijk voorschot op de beoordeling van de boete door de bodemrechter.
Samenvatting (Bron)Artikel 11.7 Telecommunicatiewet. Spam. Boetes. Openbaarmaking. Voorlopige voorziening. Door de wetgever wordt uitgegaan van een ruime definitie van het begrip verzender. Het omvat niet alleen de feitelijke verzender (door ACM geduid als publisher), maar ook de opdrachtgever (door ACM geduid als adverteerder) en de aanbieder van de elektronische communicatiedienst als hij meer doet dan transporteren, zoals het verzamelen van adressen in het kader van het versturen van spam. Voor al deze verzenders geldt dat toestemming van de abonnee in de vorm van informed consent noodzakelijk is. Zoals in de aangehaalde wetsgeschiedenis is opgemerkt, zal toestemming op basis van een verwijzing naar bijvoorbeeld een bepaling in de algemene voorwaarden niet zijn aan te merken als een toestemming in de zin van de Wbp en van hoofdstuk 11 van de Tw. Het voorgaande brengt tevens met zich dat wanneer [Bedrijfsnaam] door middel van enquêtes toestemming aan abonnees vraagt aanstonds duidelijk zal moeten zijn op welke adverteerders deze toestemming betrekking heeft. (...) Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had het voor verzoekers duidelijk kunnen en moeten zijn dat de enkele afmeldingsmogelijkheid bij de bestandseigenaar niet toereikend is in gevallen als deze waarin verschillende publishers voor dezelfde adverteerders waaronder [Bedrijfsnaam] reclameboodschappen bleven sturen, omdat uitschrijving niet gold voor de in de nieuwsbrief opgenomen advertenties. Deze handelwijze van [Bedrijfsnaam] doet namelijk naar het oordeel van de voorzieningenrechter evident geen recht aan de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om te voorzien in een recht tot beëindiging in de zin van onderdeel b van het vierde lid van artikel 11.7 van de Tw, mede in het licht van het vereiste dat onderdeel a van dit artikellid stelt. Daar komt bij dat ACM er terecht op heeft gewezen dat de door verzoekers bedoelde reclamecodes de uiteindelijke verantwoordelijkheid op het realiseren van het verzet leggen bij de adverteerder.(...) De voorzieningenrechter voegt hier aan toe dat voor medeplegen niet is vereist dat de medepleger de kwaliteit van verzender heeft, doch dat [Bedrijfsnaam] als beheerder en exploitant van het affiliate-netwerk wel voldoet aan die definitie. De definitie van verzender is immers blijkens de onder 8 aangehaalde wetsgeschiedenis ruim en omvat volgens die wetsgeschiedenis ook de transporteur die hand- en spandiensten verricht (zoals het verzamelen van adressen) in het kader van het versturen van spam. Niet valt in te zien dat [Bedrijfsnaam] als beheerder en exploitant van het affiliate-netwerk, die zelf onder meer de e-mailadressen aan publishers ten behoeve van verzending van ongevraagde communicatie door het affiliate-netwerk leverde, niet valt onder deze ruime definitie.
AnnotatorG.J. Zwenne , W. Steenbruggen , J. van Eenennaam
Pagina86-92
UitspraakECLI:NL:RBROT:2014:7808
Artikel aanvragenVia Praktizijn