Bouwrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Bouwrecht
Datum 30-10-2015
Aflevering 10
RubriekArtikelen
TitelAankomende vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen
CiteertitelBR 2015/88
SamenvattingPer 1 januari 2016 worden Nederlandse overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is − na jarenlange discussie en verscheidene rapportages − gemoderniseerd met als doel de fiscale positie van overheidsondernemingen recht te trekken met private ondernemingen. Door deze modernisering gaan overheidsondernemingen (zoals gemeentelijke grondbedrijven) vennootschapsbelasting afdragen indien en voor zover er sprake is van fiscale winst. In dit artikel wordt stilgestaan bij de aanleiding van de modernisering, de hoofdlijnen van de nieuwe vennootschapsbelastingplicht (hierna: “VPB-plicht”) en de noodzakelijke fiscaal-juridische aanpassingen die spelen voor diverse overheidsondernemingen.
Auteur(s)H.C.M. Boersen , J. van Dijk
LinkVolledige tekst artikel (CMS-DSB.com)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelOverheidslichamen en BTW
CiteertitelBR 2015/89
SamenvattingDe omzetbelasting ofwel btw is een algemene verbruiksbelasting die beoogt de consumptieve bestedingen te belasten. Teneinde het bereik van een dergelijke consumptiebelasting zo ruim mogelijk te maken, kent de wetgever (in Europees verband de Btw-richtlijn en in Nederland de Wet op de omzetbelasting 1968, hierna Wet OB 1968) een ruime definitie van het ondernemersbegrip. Immers de btw wordt op indirecte wijze van de particuliere consument geheven door middel van een heffing op de leveringen van goederen en diensten door ondernemers. In dit artikel wordt ingegaan op dit ondernemersbegrip en dan met name op de vraag in hoeverre ook overheidslichamen als btw-ondernemer in de heffing worden betrokken en meer specifiek ook wat dit betekent voor de onroerend goed markt.
Auteur(s)R.N.G. van der Paardt
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe staatssteunthematiek van markt en overheid in de toepassing van artikel 107 lid 1 VWEU: van particuliere marktdeelnemer tot publieke marktintervenieerder
CiteertitelBR 2015/90
SamenvattingDit nummer van Bouwrecht stelt de markt en overheid-thematiek centraal. Dit thema speelt meer dan tevoren een centrale rol in de toepassing van het Europese staatssteunrecht. Bij het toepassen van het materiële staatssteunrecht is de verhouding tussen de overheid en de markt de relevante graadmeter voor het vaststellen van een schending van het staatssteunverbod van artikel 107 lid 1 VWEU. Een centrale voorwaarde van artikel 107 lid 1 VWEU is dat de overheid een onderneming een voordeel verschaft dat deze onderneming niet onder normale omstandigheden zou hebben verkregen. In de jurisprudentie heeft het Hof van Justitie rekening gehouden met wijze waarop de overheid op de markt actief kan zijn. Dat kan allereerst in de hoedanigheid van een particuliere investeerder zijn, waarbij de overheid onder vergelijkbare voorwaarden moet opereren als een zogeheten “marktdeelnemer in de markteconomie” (MEO). In dat geval handelt de overheid als een marktpartij en moet zij transacties baseren op zuiver economische en financiële afwegingen. In het tweede geval heeft het Hof van Justitie de situatie aanvaard dat een overheid in de markt intervenieert om bepaalde “ publieke marktdiensten” die een algemeen belang dienen, te doen stimuleren. In het geval van zogeheten diensten van algemeen economisch belang (DAEB) hoeft een overheid niet zozeer marktconform te opereren, maar eerder marktcomplementair omdat de markt ontoereikend deze diensten voortbrengt. Wanneer een overheid een compensatie verleent voor het beheren van een DAEB is er geen sprake van een voordeel op basis van het arrest Altmark, dat nader geduid zal worden in paragraaf 4. De overheid laat namelijk aan de hand van vooraf bepaalde objectieve en transparante voorwaarden een dienst uitvoeren die anders onvoldoende naar maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden zou worden verricht op de markt. Marktconform en marktcomplementair handelen zijn dus twee verschillende manieren van de overheid om actief te zijn op de markt. Echter, de wijze waarop de Commissie uitleg geeft aan nationale overheden over het MEO-criterium en de toepassing van de Altmark-voorwaarden laat ook overeenkomsten zien. Zo geldt voor zowel het MEO-criterium als de toepassing van de Altmark-voorwaarden dat de overheid zich in de marktsituatie moet verdiepen teneinde een voordeel en daarmee onrechtmatige staatssteun te voorkomen.
Auteur(s)M. Aalbers
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelHoge Raad 26-06-2015
CiteertitelBR 2015/91
SamenvattingGrenzen kostenverhaal voorzieningen openbaar nut, exploitatieovereenkomst, overgangsrecht WRO (oud) en Wro (nieuw)
Samenvatting (Bron)Overgangsrecht WRO (oud) en Wro (nieuw). Exploitatieovereenkomst (art. 42 WRO (oud)). Toepasselijkheid art. 9.1.5 of art. 9.1.17 Invoeringswet Wro?
AnnotatorM. Fokkema
UitspraakECLI:NL:HR:2015:1730
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 08-07-2015
CiteertitelBR 2015/92
SamenvattingFinale geschilbeslechting; zelf voorzien; grondslag last onder dwangsom; omgevingsvergunningvrij veranderen van bouwwerk.
Samenvatting (Bron)Bij afzonderlijke besluiten van 18 juni 2013 heeft het college zijn beslissing van 13 juni 2013 tot het onmiddellijk toepassen van bestuursdwang door het uitschakelen van de aanwezige lichtreclame op de led-schermen op het dak van het pand op het adres [locatie] te Tilburg op schrift gesteld en aan onderscheidenlijk [appellanten] kenbaar gemaakt.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:2107
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 19-08-2015
CiteertitelBR 2015/93
SamenvattingDuur begunstigingstermijn; beleidsregels; permanente bewoning recreatiewoning; finale geschilbeslechting; zelf voorzien rechtbank.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 30 december 2013 heeft het college [wederpartij A] gelast om binnen 10 jaar de permanente bewoning van zijn recreatiewoning op het recreatiepark "Parc Patersven" te staken en gestaakt te houden, een en ander onder oplegging van een eenmalige dwangsom van 25.000,00.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:2661
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Overig ruimtelijk bestuursrecht
TitelRaad van State 08-07-2015
CiteertitelBR 2015/94
SamenvattingEen algemene verklaring van geen bedenkingen als hier aan de orde is in strijd met artikel 6.5 van het Bor en derhalve onverbindend.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 29 juni 2012 heeft het college aan BM Projectontwikkeling B.V. omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een appartementengebouw met 22 appartementen en een gezondheidscentrum op het perceel [locatie] te Vuren.
AnnotatorC.N.J. Kortmann
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:2134
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht algemeen
TitelRechtbank Noord-Nederland 01-07-2015
CiteertitelBR 2015/95
SamenvattingSchadevergoeding versus staatssteun: oneigenlijk gebruik van de onteigeningsrechtvaardiging
Samenvatting (Bron)Staatssteun bij aankoop perceelgrond door gemeente.
AnnotatorB. Nijhof
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2015:3300
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRaad van State 15-07-2015
CiteertitelBR 2015/96
SamenvattingPlanschade door vervallen zichtlocatie wegens afname hoeveelheid verkeer; geen voorzienbaarheid uit motie gemeenteraad; discretionaire bevoegdheid rechtbank benoeming deskundige; geen aanleiding terugverwijzing via bestuurlijke lus naar primaire adviseur; onderling afwijkende taxaties en kapitalisatiefactor hadden aanleiding moeten zijn voor inschakeling StAB; hogere waardevermindering bij huurwaardekapitalisatiemethode.
Samenvatting (Bron)Bij besluit, verzonden op 9 september 2011, heeft het college [appellant sub 1] een tegemoetkoming in planschade toegekend van 9.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van uitkering.
AnnotatorJ.W. van Zundert
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:2225
Artikel aanvragenVia Praktizijn