AB Rechtspraak Bestuursrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht
Datum 27-11-2015
Aflevering 45
RubriekHoge Raad
TitelHoge Raad 25-09-2015
CiteertitelAB 2015/417
SamenvattingGeen prejudiciŽle vragen aan HvJ EU bij toepassing van art. 81 Wet RO.
Samenvatting (Bron)Art. 80a en 81 RO. Verkorte afdoening cassatieberoep ook als daarin verzoek om prejudiciŽle verwijzing is gedaan.
AnnotatorR. Ortlep
UitspraakECLI:NL:HR:2015:2796
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekHoge Raad
TitelHoge Raad 26-05-2015
CiteertitelAB 2015/418
SamenvattingGeen prejudiciŽle vragen aan HvJ EU bij toepassing van art. 80a dan wel 81 Wet RO.
Samenvatting (Bron)Verzoek tot het stellen van prejudiciŽle vragen en art. 80a RO. HR verklaart - gezien art. 80a RO - het beroep in cassatie n-o. Daarin ligt besloten dat het in de schriftuur vervatte verzoek tot het stellen van prejudiciŽle vragen aan het HvJEU niet voor inwilliging vatbaar is. Een uitspraak waarbij het cassatieberoep met toepassing van en onder verwijzing naar art. 80a dan wel art. 81 RO n-o wordt verklaard onderscheidenlijk wordt verworpen, bevat een beknopte motivering van die beslissing. Zo een uitspraak bevat tevens de vaststelling dat geen vragen aan de orde zijn die behandeling in cassatie rechtvaardigen dan wel in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming beantwoording behoeven. Aangezien prejudiciŽle vragen op de voet van art. 267 VWEU de uitleg van het Unierecht betreffen en daarmee rechtsvragen zijn, ligt in een dergelijke uitspraak besloten dat geen aanleiding bestaat tot het stellen van een prejudiciŽle vraag. De uitspraak impliceert daarmee dat zich in desbetreffende zaak ťťn van de situaties voordoet waarin van het stellen van prejudiciŽle vragen kan worden afgezien, te weten dat de opgeworpen prejudiciŽle vragen niet relevant zijn voor de oplossing van het geschil dan wel dat deze kunnen worden beantwoord a.d.h.v. de rechtspraak van het HvJEU of dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de wijze waarop deze vragen over de betrokken Unierechtelijke rechtsregel moet worden opgelost (vgl. ECLI:NL:RVS:2015:785 t.a.v. art. 91.2 Vreemdelingenwet 2000).
AnnotatorR. Ortlep
UitspraakECLI:NL:HR:2015:1332
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 26-10-2015
CiteertitelAB 2015/419
SamenvattingBelanghebbende bij besluit tot toelating referendum.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 12 oktober 2015 heeft de Kiesraad het definitieve verzoek tot het houden van een raadgevend referendum over de Wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten enerzijds, en OekraÔne anderzijds, toegelaten.
AnnotatorP.J. Stolk
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:3399
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 15-04-2015
CiteertitelAB 2015/420
SamenvattingEenzijdige uittreding uit een gemeenschappelijke regeling. Het peilmoment voor de uittreding. De te betalen schadevergoeding.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 29 juni 2012 heeft MDR het schadebedrag als gevolg van de uittreding van het Rijk uit de Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Midden-Delfland vastgesteld op 69.544.776,00 en de hoogte van de uittreedsom op 51.267.246,00. De uittreeddatum is in beginsel bepaald op 1 januari 2013.
AnnotatorT. Barkhuysen , A.A. al Khatib
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:1198
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 01-10-2014
CiteertitelAB 2015/421
SamenvattingVertrouwensbeginsel: auteur van de verwachtingen; voor de afdeling Internationale Fiscale Zaken van de Belastingdienst mag gelden: me know nothing.
Samenvatting (Bron)Zaak nr. 201311442/1/A2 - het jaar 2009
AnnotatorL.J.A. Damen
UitspraakECLI:NL:RVS:2014:3574
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCRvB
TitelCentrale Raad van Beroep 14-01-2015
CiteertitelAB 2015/422
SamenvattingVertrouwensbeginsel: auteur van de verwachtingen; eenheid van bestuur: Zorginstituut Nederland niet gebonden door informatie Belastingdienst, Postbus 51 en Agis.
Samenvatting (Bron)Buitenlandbijdrage Zvw. Het systeem van de buitenlandbijdrage is dwingendrechtelijk en limitatief. Geen sprake van opgewekt vertrouwen
AnnotatorL.J.A. Damen
UitspraakECLI:NL:CRVB:2015:23
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCBb
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 30-12-2013
CiteertitelAB 2015/423
SamenvattingVertrouwensbeginsel: auteur van de verwachtingen; eenheid van bestuur: belastinginspecteur bindt Minister van EZ niet.
Samenvatting (Bron)Energie-investeringsaftrek, tijdigheid melding investering, brief belastingdienst bindt Minister van Economische Zaken niet
AnnotatorL.J.A. Damen
UitspraakECLI:NL:CBB:2013:304
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCRvB
TitelCentrale Raad van Beroep 16-07-2014
CiteertitelAB 2015/424
SamenvattingVertrouwensbeginsel: auteur van de verwachtingen; eenheid van bestuur: Zorginstituut gebonden door Svb.
Samenvatting (Bron)De Raad is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat appellant aan de brief van 24 september 2007 wel het gerechtvaardigde vertrouwen kon ontlenen dat hij over 2008 geen buitenlandbijdrage verschuldigd was. Vernietiging uitspraak. Beroep gegrond. Vernietiging besluit. Herroept het besluit van 15 juli 2011.
AnnotatorL.J.A. Damen
UitspraakECLI:NL:CRVB:2014:2754
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCRvB
TitelCentrale Raad van Beroep 25-09-2015
CiteertitelAB 2015/425
SamenvattingBestuurlijke boete wegens niet afsluiten verplichte zorgverzekering. Wettelijk gefixeerde boete. Art. 5:46 lid 3 Awb. Matiging wegens zeer beperkte financiŽle draagkracht.
Samenvatting (Bron)De Centrale Raad van Beroep beslist dat een boete van 343,74 voor het niet afsluiten van een verplichte zorgverzekering te hoog is voor iemand die uitzonderlijk weinig financiŽle draagkracht heeft. Ook als iemand vrijwel geen financiŽle draagkracht heeft is het opleggen van een boete in het belang van de volksgezondheid noodzakelijk. Van die boete gaat immers een prikkel uit tot verzekering tegen ziektekosten. De Centrale Raad heeft in dit geval de boete lager vastgesteld op 150,-. Dit bedrag is zo gekozen dat het hoger is dan het voordeel dat iemand heeft door verzekeringspremie te besparen.
AnnotatorT. Barkhuysen , M.L. van Emmerik
UitspraakECLI:NL:CRVB:2015:3134
Artikel aanvragenVia Praktizijn