Markt & Mededinging

Uitgever Boom Juridische Uitgevers
Tijdschrift Markt & Mededinging
Datum 14-11-2015
Aflevering 4
RubriekRedactioneel
TitelOver de motivering van een wetsvoorstel
CiteertitelM&M 2015, 4, p. 125
SamenvattingIn dit nummer gaan Van Wijck en Winters in op de vraag of de Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken de afschrikwekkende werking op kartelgedrag vergroot. Zij geven aan dat het antwoord op die vraag afhangt van diverse factoren, waaronder de boete en de pakkans. Zoals zij zeggen: de verwachte waarde van de bestuursrechtelijke sanctie is gelijk aan de kans op een sanctie maal de omvang van de eventuele sanctie. Dat is ook wat wij – buiten het mededingingsrecht – ervaren: trajectcontrole (met pakkans 100 procent, als zij tenminste werkt) leidt bij de meesten tot gedragsverandering, ook als de boetes niet zeer hoog zijn. De doodstraf op rijden door rood licht zou in elk geval auteur ook bij een geringe pakkans toch tot voorzichtigheid aanzetten. Dit alles gaat er overigens wel van uit dat kartellisten rationeel handelen en het sanctienadeel afzetten tegen het kartelvoordeel. Of dat altijd opgaat, bijvoorbeeld bij een countrymanager die onder druk van targets over de schreef gaat, is maar de vraag.
Auteur(s)C.T. Dekker
Pagina125
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelNational en European champions: moet een hierop gericht industriebeleid onder de Europese concentratiecontroleregels als illusoir worden beschouwd?
CiteertitelM&M 2015, 4, p. 128
SamenvattingDe vergaande overheidsbemoeienis in het kader van de overnamestrijd rondom Alstom en AstraZeneca roept de vraag op of er in een Europese context juridisch gezien nog ruimte is voor een industriebeleid dat is gericht op het creëren, ondersteunen of beschermen van European en national champions. In dit artikel wordt deze vraag benaderd vanuit de Europese concentratiecontroleregels. Voor zover het gewenste beleid niet reeds op grond van de materiële toets in de CoVo kan worden verwezenlijkt, wordt ingegaan op de vraag welke mechanismen de CoVo bevat om te bepalen of, en zo ja, wanneer de mededinging in dat verband zou moeten wijken.
Auteur(s)P. Jansen
Pagina128
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelPleiten, schikken of slikken
CiteertitelM&M 2015, 4, p. 141
SamenvattingDe Richtlijn inzake schadevorderingen beoogt de ‘civielrechtelijke handhaving’ van het mededinginsgrecht te bevorderen door schadevergoedingsacties te stimuleren. De schade die door (met name) een kartel is veroorzaakt, dient geheel te worden vergoed. Economisch gezien betekent dit een extra financiële belasting bovenop de bestuursrechtelijke boete. Het lijkt dan aannemelijk dat de afschrikwekkende werking op kartelgedrag wordt vergroot. Of dat zo is, hangt af van diverse factoren, zoals de boete, pakkans, mogelijkheid tot schikken en de kans op het feitelijk verkrijgen van een schadevergoeding.
Auteur(s)P.W. van Wijck , J.K. Winters
Pagina141
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekColumn
TitelHet internet, passieve verkoop en films
CiteertitelM&M 2015, 4, p. 153
SamenvattingDe Europese Commissie beschouwt het aanbieden van producten via het internet als een vorm van passieve verkoop. Pogingen om de verkoop van producten via het internet aan banden te leggen worden derhalve gezien als beperkingen van passieve verkoop: een doodzonde in het mededingingsrecht. Het onderscheid tussen passieve en actieve verkoop is terug te voeren tot de eerste groepsvrijstelling voor alleenverkoopovereenkomsten, Verordening (EEG) nr. 67/67.
Auteur(s)P. Glazener
Pagina153
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelHuawei/ZTE, een nieuwe standaard in FRAND-zaken?
CiteertitelM&M 2015, 4, p. 155
SamenvattingStandaard-essentiële octrooien (‘SEP’s’) zijn octrooien die essentieel zijn voor de toepassing van een bepaalde industriestandaard. Van SEP-houders wordt doorgaans vereist dat zij zich ertoe verbinden hun SEP’s onder fair, reasonable and non-discriminatory (FRAND) voorwaarden in licentie te geven. Het Hof van Justitie bepaalde dat een SEP-houder die een FRAND-verklaring heeft afgelegd, misbruik maakt van zijn machtspositie indien hij zijn SEP handhaaft zonder de vermeende inbreukmaker de mogelijkheid te geven om een FRAND-licentie te nemen. Met dit arrest geeft het Hof van Justitie duidelijkheid over de stappen die van de SEP-houder en de licentienemer worden verwacht tijdens FRAND-onderhandelingen.
Auteur(s)P.P.J. van Ginneken , G.D.G.M.G. Béquet
Pagina155
UitspraakECLI:EU:C:2015:477
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelMarkt en Overheid gestrand in het zicht van de Aanloophaven?
CiteertitelM&M 2015, 4, p. 160
SamenvattingIn het eerste besluit van ACM sinds het volledig in werking treden van de Wet markt en overheid verklaart zij voor recht dat de gemeente Zeewolde in strijd heeft gehandeld met het gebod van kostendoorberekening (art. 25j Mw) bij de verhuur van ligplaatsen in de ‘Aanloophaven’. De gemeente probeert ACM de wind uit de zeilen te nemen door een algemeenbelangbesluit te nemen op grond van artikel 25h lid 6 Mw. De intrigerende vraag is of dat ook met terugwerkende kracht tot 1 juli 2014 kan, zoals de gemeente stelt en ACM – begrijpelijkerwijze – betwist.
Auteur(s)P.J. Kreijger
Pagina160
LinkVolledige tekst uitspraak (ACM.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelObjective Justification and Prima Facie Anti-Competitive Unilateral Conduct: An Exploration of EU Law and Beyond
CiteertitelM&M 2015, 4, p. 165
SamenvattingHet risico van een proefschrift over een actueel onderwerp is dat het snel achterhaald kan raken door de rechtsontwikkeling. Dat risico nam Tjarda van der Vijver met zijn dissertatie over, kort gezegd, de rol van het concept van de objectieve rechtvaardiging bij de toepassing van het verbod van misbruik van een economische machtspositie. Hij rondde zijn manuscript af in april 2014, kort voor het Gerecht van de EU op 12 juni zijn geruchtmakende arrest wees in de Intel-zaak. Je zou willen dat Van der Vijver dit arrest nog had kunnen meenemen in zijn proefschrift. Niet dat het arrest de analyse van Van der Vijver op wezenlijke punten aantast, maar Van der Vijver zou ongetwijfeld een aantal passages hebben aangepast en bijgepunt. Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft over de meer ‘effects-based’ koers die de hedendaagse toepassingspraktijk van artikel 102 VWEU kenmerkt. Daarnaast rijst in het licht van Intel opnieuw de vraag of er feitelijk ruimte is voor een verweer gebaseerd op een objectieve rechtvaardiging in geval van wat het Gerecht aanmerkte als exclusiviteitsbevorderende kortingen. Je had daar graag nog een reactie van Van der Vijver op gezien. Een en ander neemt niet weg dat het proefschrift van Van der Vijver ook ná het Intel-arrest uiterst lezenswaardig is.
Auteur(s)E.H. Pijnacker Hordijk
Pagina165
LinkVolledige tekst proefschrift (Universiteit Leiden)
Artikel aanvragenVia Praktizijn