Jurisprudentie in Nederland

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie in Nederland
Datum 26-05-2016
Aflevering 4
RubriekArbeidsrecht
TitelRechtbank Rotterdam 23-12-2015
CiteertitelJIN 2016/74
SamenvattingAanzegverplichting, Ontvangsttheorie, Vakantie.
Samenvatting (Bron)aanzegverplichting, 7:668 BW, ontvangsttheorie, 3:37 lid 3 BW
AnnotatorI. van Marrewijk
UitspraakECLI:NL:RBROT:2015:9222
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelRechtbank Overijssel 23-12-2015
CiteertitelJIN 2016/75
SamenvattingVaststellingsovereenkomst, Voorlichting, Zieke werknemer, Ziektewet, Dwaling.
Samenvatting (Bron)Zieke werknemer niet aan beëindigingsovereenkomst gebonden wegens ontbrekende voorlichting van werkgever over de mogelijke gevolgen daarvan voor het recht op een ziektewetuitkering.
AnnotatorJ.A. Tersteeg
UitspraakECLI:NL:RBOVE:2015:5771
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelRechtbank Overijssel 21-01-2016
CiteertitelJIN 2016/76
SamenvattingOntbinding, Verstoorde arbeidsrelatie, Transitievergoeding, Looncomponenten, Onrechtmatig handelen, Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, Billijke vergoeding, Stress.
Samenvatting (Bron)Beëindiging arbeidsovereenkomst. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever.
AnnotatorE. Hagendoorn
UitspraakECLI:NL:RBOVE:2016:212
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelRechtbank Limburg 27-01-2016
CiteertitelJIN 2016/77
SamenvattingOntslag op staande voet, Dringende reden, Mededeling, Waarschuwing, Billijke vergoeding.
Samenvatting (Bron)Billijke vergoeding na onterecht gegeven ontslag op staande voet.
AnnotatorC.I.M. de Jong
UitspraakECLI:NL:RBLIM:2016:661
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelHoge Raad 18-03-2016
CiteertitelJIN 2016/78
SamenvattingStatusvoorlichting, Family life, Private life, Nauwe persoonlijke betrekking, Recht op persoonlijke identiteit, Tweeconclusieregel.
Samenvatting (Bron)Personen- en familierecht. Omgang tussen een bekende spermadonor en kind. Mocht het hof bepalen dat de ouders, alvorens verdere omgang plaatsvindt, het kind moeten vertellen dat de man zijn biologische vader is (statusvoorlichting)? Ouderlijk gezag, art. 1:247 BW, art. 8 EVRM.
AnnotatorA.H. van Haga
UitspraakECLI:NL:HR:2016:452
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelGerechtshof Amsterdam 12-01-2016
CiteertitelJIN 2016/79
SamenvattingWijziging alimentatie, Inning kinderalimentatie LBIO, Onrechtmatig loonbeslag, Onverschuldigde betaling, Terugbetalingsverplichting of verrekening, Gezag van gewijsde.
Samenvatting (Bron)Het LBIO gaat over tot inning van kinderbijdragen op basis van een verouderde, want inmiddels gewijzigde beschikking. De bijdrageplichtige vader vordert het teveel betaalde terug van de moeder en zoekt verhaal op het LBIO. Deze vorderingen stuiten af op het gezag van gewijsde van de beschikking waarin voor de vader negatief is beslist op zijn verzoek tot terugbetaling / compensatie. Het LBIO heeft in de specifieke omstandigheden van dit geval bovendien voldaan aan het bepaalde in artikel 6:204 lid 2 Burgerlijk Wetboek, zodat het ook om die reden van zijn verplichting tot teruggave is bevrijd.
AnnotatorV.T.M. Smeets
LinkVolledige tekst annotatie (willedonker.nl)
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2016:39
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-03-2016
CiteertitelJIN 2016/80
SamenvattingSchenking, Uitsluitingsclausule.
Samenvatting (Bron)Huwelijksvermogensrecht. Schenkingen en uitsluitingsclausule. Verwijzing naar rechtbank.
AnnotatorC. de Bie-Koopman
UitspraakECLI:NL:GHARL:2016:2131
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam 26-02-2016
CiteertitelJIN 2016/81
SamenvattingSchadeloosstelling van onteigende effecten.
Samenvatting (Bron)Uitspraak inzake schadeloosstelling onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS REAAL N.V. en SNS Bank N.V. Deskundigenbericht De Ondernemingskamer beveelt met het oog op de vaststelling van de hoogte van de schadeloosstelling van onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS REAAL N.V. en SNS Bank N.V een onderzoek. De Ondernemingskamer benoemt tot deskundigen om dit onderzoek te verrichten: mr. A.A.M. Deterink, te Schijndel dr. H. Oosterhout, te Amsterdam mr. E.M. Jansen Schoonhoven MBA, te Den Haag Schadeloosstelling; maatstaf en uitgangspunten De schadeloosstelling dient te worden begroot op de werkelijke waarde die het onteigende vermogensbestanddeel of effect heeft, waarbij dient te worden uitgegaan van het te verwachten toekomstperspectief van de betrokken financiële onderneming in de situatie dat geen onteigening zou hebben plaatsgevonden en de prijs die, gegeven dat toekomstperspectief, op het tijdstip van onteigening zou zijn tot stand gekomen bij een veronderstelde vrije verkoop in het economisch verkeer tussen de onteigende als redelijk handelend verkoper en de onteigenaar als redelijk handelende koper. De Ondernemingskamer geeft aan de deskundigen de volgende uitgangspunten voor de waardering. Het peilmoment Het peilmoment is het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan de onteigening, zijnde 1 februari 2013, om 8.30 uur. Het toekomstperspectief De deskundigen dienen uit te gaan - van het te verwachten toekomstperspectief van SNS Reaal respectievelijk SNS Bank op 1 februari 2013, onmiddellijk voorafgaande aan de onteigening, in de situatie dat geen onteigening zou hebben plaatsgevonden, in welk perspectief verdisconteerd zijn de ernst van de problemen waarin SNS Reaal en SNS Bank op het peilmoment verkeerden en voorts alle verdere feiten en omstandigheden die zich op dat tijdstip voordeden en die voor de veronderstelde koop van belang waren of konden zijn, - en van de prijs die, gegeven dat toekomstperspectief, tussen redelijk handelende personen op het tijdstip van onteigening tot stand zou zijn gekomen bij een veronderstelde vrije verkoop van de onderscheiden effecten respectievelijk vermogensbestanddelen in het economische verkeer tussen redelijk handelende partijen. Tot de feiten en omstandigheden die zich op het peilmoment voordeden behoren - de waarde van activa en passiva per dat tijdstip, zoals deze indien nodig door deskundigen nader wordt vastgesteld, alsmede - het optreden van DNB in het kader van haar toezichthoudende taak, zoals zich dat heeft voorgedaan tot aan het peilmoment, - maar niet gebeurtenissen en ontwikkelingen die zich nadien hebben voorgedaan. Abstraheren Bij dit een en ander dient te worden geabstraheerd van het concrete voornemen tot en de voorbereidingen voor de onteigening alsmede van de omstandigheid dat de Minister als gegadigde tot op zekere hoogte in een dwangpositie verkeerde, omdat SNS Bank als systeemrelevante instelling moet worden beschouwd. Een gevonden waarde van het onteigende dient te worden gecorrigeerd, indien en voor zover deze waarde mede hierdoor wordt bepaald. De Ondernemingskamer acht het voorshands aannemelijk dat DNB, in de situatie dat geen onteigening zou hebben plaatsgevonden, kort na 1 februari 2013 de rechtbank Amsterdam zou hebben verzocht om toepassing van de noodregeling als bedoeld in artikel 3:160 Wft en dat de rechtbank dit verzoek zou hebben toegewezen. Het staat de deskundigen evenwel vrij een ander toekomstperspectief (mede) in hun beoordeling te betrekken indien zij aanwijzingen hebben dat (er een aanzienlijke kans zou zijn geweest dat) DNB niettemin zou hebben afgezien van een verzoek om toepassing van de noodregeling en/of dat de rechtbank toepassing van de noodregeling zou hebben afgewezen. Beurskoers De deskundigen kunnen, indien zij daartoe aanleiding zien, de beurskoers in hun beschouwingen betrekken, maar zij dienen de beurskoers niet tot uitgangspunt te nemen. Indien de deskundigen de beurskoers in hun beschouwingen betrekken, dienen zij onder ogen te zien of koersrelevante gegevens geacht kunnen worden indertijd al dan niet in de beurskoers te zijn verdisconteerd. Verdisconteren staatsteun De deskundigen dienen het voorts tot hun taak te rekenen om te onderzoeken of en in welke mate de door de Staat in 2008 in de vorm van Core Tier 1 capital securities verleende staatssteun ( 750 miljoen waarvan nog 565 miljoen resteert), gelet op de (resterende) terugbetalingsverplichting, de boeterente en verdere voorwaarden, per saldo op het peilmoment een kwantificeerbaar waardeverhogend effect had op de onteigende effecten en vermogensbestanddelen. Dit geldt op overeenkomstige wijze voor eventuele andere steun die zou zijn verleend, bijvoorbeeld in de vorm van door de Staat verstrekte garanties. SNS Participatie Certificaten 3 De deskundigen dienen de SNS Participatie Certificaten 3 te waarderen zowel ervan uitgaande dat deze als achtergesteld moeten worden beschouwd, als ervan uitgaande dat deze niet als achtergesteld worden beschouwd. Overige onteigende obligaties en achtergestelde vorderingen; 2:403 verklaring Alle overige te waarderen obligaties en andere vorderingen moeten als achtergesteld worden aangemerkt zoals neergelegd in de desbetreffende overeenkomsten, ook de Stichting Beheer SNS Reaal Core Tier 1 securities en de FNV Stichting lening 1997-2014. De crediteuren van de achtergestelde vorderingen op SNS Bank moeten bij hun aanspraken uit artikel 2:403 BW op SNS Reaal worden aangemerkt als concurrente crediteuren van SNS Reaal. Voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek Het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek zal ten laste komen van de Minister. De Ondernemingskamer zal de deskundigen vragen om bij aanvang van hun werkzaamheden een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te zenden met een verzoek om vaststelling van het voorschot. De Ondernemingskamer zal partijen in de gelegenheid stellen zich over die begroting uit te laten en vervolgens het bedrag van het voorschot bepalen. Kosten van door belanghebbenden ingeschakelde deskundigen De kosten verbonden aan de door belanghebbenden ingeschakelde deskundigen, voor zover die kosten zijn gemaakt voorafgaand aan de beschikking van 11 juli 2013, komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking op de voet van artikel 6:11 lid 4 Wft, met dien verstande dat de Ondernemingskamer zal toetsen of de kosten binnen een redelijke omvang zijn gebleven. Omdat de Ondernemingskamer bij beschikking van 11 juli 2013 heeft geoordeeld dat zij een deskundigenonderzoek zal gelasten, is het niet vanzelfsprekend dat de nadien en voorafgaand aan het deskundigenonderzoek gemaakte kosten van partijdeskundigen voor vergoeding in aanmerking komen. Dit geldt in het bijzonder voor het rapport van SMAN van 21 augustus 2015. De Ondernemingskamer stelt de desbetreffende belanghebbenden in de gelegenheid om zich bij akte na deskundigenbericht uit te laten over deze, na 11 juli 2013 gemaakte, kosten van door hen ingeschakelde deskundigen en over de vraag of die kosten in redelijkheid zijn gemaakt en binnen een redelijke omvang zijn gebleven. ***
AnnotatorN.R.M. van Hellenberg Hubar
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2016:594
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam 14-03-2016
CiteertitelJIN 2016/82
SamenvattingOndernemingskamer, Enquête en onmiddellijke voorzieningen verzocht.
Samenvatting (Bron)OK. Enquête en onmiddellijke voorzieningen verzocht. Bepaalde onmiddellijke voorzieningen, die in essentie ertoe strekken Delta Lloyd te verbieden tijdens de aandeelhoudersvergadering van 16 maart 2016 enig voorstel met betrekking tot de claimemissie in stemming te brengen, heeft de Ondernemingskamer afgewezen.
AnnotatorF. Oostlander
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2016:929
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam 31-03-2016
CiteertitelJIN 2016/83
SamenvattingOndernemingskamer, Raadsheer-commissaris, Enquête, Toewijzing van het verzoek van de onderzoeker op de voet van art. 2:352 lid 1 BW, Bevel aan de vennootschap tot inzage aan de onderzoeker van documenten die informatie bevatten over de aandelenprijs als bedoeld in 2.1 van de beschikking.
Samenvatting (Bron)OK; raadsheer-commissaris; Enquête; toewijzing van het verzoek van de onderzoeker op de voet van art. 2:352 lid 1 BW; bevel aan de vennootschap tot inzage aan de onderzoeker van documenten die informatie bevatten over de aandelenprijs als bedoeld in 2.1 van de beschikking.
AnnotatorE.J.H. Zandbergen , M.C. van Rijswijk
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2016:1198
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam 01-04-2016
CiteertitelJIN 2016/84
SamenvattingOndernemingskamer Enquête, Machtiging tot het doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden.
Samenvatting (Bron)OK; voorzitter van de Ondernemingskamer; Enquête; machtiging tot het doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden; art. 2:353 lid 3 BW.
AnnotatorE. Baghery
LinkVolledige tekst annotatie (AKD)
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2016:1197
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 12-02-2016
CiteertitelJIN 2016/85
SamenvattingPrejudiciële vraag, Ambtshalve beoordeling, Consumentenkrediet, Vernietiging, All-in prijs, Kernbeding.
Samenvatting (Bron)Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Telefoonabonnement met gratis telefoon; uitwerking van HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, NJ 2015/477 (Lindorff/Statia). Voldoet all-in prijs voor abonnement en toestel aan art. 7:61 lid 2 BW en art. 7A:1576 lid 2 BW? Ambtshalve beoordeling en zo nodig ambtshalve vernietiging overeenkomst door rechter? Richtlijn consumentenkrediet (2008/48/EG), rechtspraak HvJEU. Verplichtingen consument na vernietiging; teruggave toestel; vergoeding voor waardevermindering en voor genot? Art. 6:203 e.v. BW, art. 6:212 BW. Is all-in prijs kernbeding in de zin van art. art. 4 lid 2 Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) en art. 6:231 onder a BW?
AnnotatorN. de Boer
UitspraakECLI:NL:HR:2016:236
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 25-03-2016
CiteertitelJIN 2016/86
SamenvattingVerzekeringsrecht, Mededelingsplicht verzekeringnemer, Opzet tot misleiding, Tegenbewijs, Bewijsaanbod.
Samenvatting (Bron)Verzekeringsrecht. Mededelingsplicht verzekeringnemer (art. 7:928 BW). Sancties bij verzwijging (art. 7:930 BW): proportionele vermindering van de uitkering (leden 2 en 3 BW) dan wel verval van recht op uitkering (leden 4 en 5). Wanneer is sprake van opzet tot misleiding (lid 5)? Tegenbewijs tegen feitelijk oordeel; bewijsaanbod.
AnnotatorM.F. Lameris , J. Ramaker
UitspraakECLI:NL:HR:2016:507
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 01-04-2016
CiteertitelJIN 2016/87
SamenvattingOnrechtmatige daad, Aansprakelijkheid voor dreiging met executie vonnis, Vonnis later vernietigd.
Samenvatting (Bron)Onrechtmatige daad; executierecht. Aansprakelijkheid voor tenuitvoerlegging later vernietigd vonnis. HR 19 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5863, NJ 2000/603. Komt schade voor risico van geëxecuteerde?
AnnotatorG.J. de Bock , R.A.G. de Vaan
LinkVolledige tekst annotatie (tk.nl)
UitspraakECLI:NL:HR:2016:542
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 08-04-2016
CiteertitelJIN 2016/88
SamenvattingAppelprocesrecht, Pilotreglement Hof Amsterdam, Verlening van korte nadere termijn voor memorie van grieven (HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1064, NJ 2015/210), Ook ambtshalve.
Samenvatting (Bron)Appelprocesrecht. Pilotreglement hof Amsterdam. Verlening van korte nadere termijn voor memorie van grieven (HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1064, NJ 2015/210); ook ambtshalve?
AnnotatorM.C. van Rijswijk , R.P. van den Broek
UitspraakECLI:NL:HR:2016:606
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad 15-03-2016
CiteertitelJIN 2016/89
SamenvattingLeerplicht versus kwalificatieplicht als bedoeld in art. 26.2 Lpw.
Samenvatting (Bron)Leerplichtwet (Lpw), uitleg tenlastelegging, kwalificatie bewezenverklaring. De door het Hof gegeven uitleg van de op art. 26.2 Lpw toegesneden tll is met haar bewoordingen niet onverenigbaar. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de bewijsmiddelen inhouden dat de verdachte niet over een startkwalificatie beschikte, heeft het Hof het bewezenverklaarde feit terecht gekwalificeerd als als jongere die kwalificatieplichtig is de verplichting tot geregeld volgen van onderwijs niet nakomen. CAG: anders. Uitgebreide CAG over de leerplicht en kwalificatieplicht a.b.i. de Lpw.
AnnotatorM.L.C.C. de Bruijn-Lückers
UitspraakECLI:NL:HR:2016:402
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad 22-03-2016
CiteertitelJIN 2016/90
SamenvattingOverzichtsarrest noodweer(exces).
Samenvatting (Bron)HR wijst overzichtsarrest inzake noodweer en noodweerexces. In de praktijk blijken deze strafuitsluitingsgronden soms aanleiding te geven tot moeilijkheden. De HR geeft daarom in dit arrest - aan de hand van zijn eerdere rechtspraak - een samenvattend overzicht van mogelijke aandachtspunten dat bij de beoordeling van een beroep op noodweer(exces) handvatten biedt. 1. Noodweer. 2. Noodweerexces. Ad. 1 I.c. draagt 's Hofs niet onbegrijpelijke oordeel dat verdachte ver buiten de grenzen van de noodzakelijke verdediging is getreden doordat hij met dodelijk gevolg het slachtoffer zestien maal met een mes heeft gestoken en/of gesneden nadat het slachtoffer die op dat moment kennelijk ongewapend was een beweging maakte alsof hij de naar hem toelopende verdachte wilde aanvallen, in welk oordeel besloten ligt dat gelet op de specifieke omstandigheden van het geval die wijze van verdedigen in een onredelijke verhouding tot de ernst van de aanranding staat, de afwijzing van het beroep op noodweer zelfstandig. Ad. 2. Het Hof heeft feitelijk en niet onbegrijpelijk vastgesteld dat a.g.v. van de aanranding bij verdachte een gemoedsbeweging van beperkte intensiteit is teweeggebracht en dat sprake is geweest van een verregaande mate van overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging. Het daarop gegronde oordeel dat het beroep op noodweerexces moet worden verworpen getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is en, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet verder kan worden getoetst.
AnnotatorM. van Kuilenburg
UitspraakECLI:NL:HR:2016:456
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad 22-03-2016
CiteertitelJIN 2016/91
SamenvattingProfijtontneming, Hoofdelijke betalingsverplichting.
Samenvatting (Bron)Profijtontneming. Hoofdelijke betalingsverplichting. Art. 36e.7 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:878 m.b.t. het feit dat alleen indien het verkregen wederrechtelijk voordeel als gemeenschappelijk voordeel kan worden aangemerkt waarover ieder van de mededaders kan beschikken of heeft kunnen beschikken, het opleggen van een hoofdelijke betalingsverplichting het karakter van de ontnemingsmaatregel niet aantast. HR herhaalt voorts relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:1781 m.b.t. het feit dat niet is vereist dat de mededader(s) die uit het strafbaar feit gemeenschappelijk voordeel hebben behaald voor dat feit veroordeeld zijn. Voor zover het middel klaagt dat het Hof ten onrechte toepassing heeft gegeven aan art. 36e.7 Sr aangezien de mededader van betrokkene niet is veroordeeld t.z.v. het feit waaruit het wederrechtelijk voordeel is verkregen faalt het. I.c. heeft het Hof het opleggen van een hoofdelijke betalingsverplichting op betrokkene ontoereikend gemotiveerd, nu uit s Hofs oordeel dat de door betrokkene beweerde verdeling van de winst tussen hem en zijn mededader niet wordt bevestigd door objectieve aanwijzingen, niet zonder meer volgt dat het volledige w.v.v. als gemeenschappelijk voordeel kan worden aangemerkt waarover zowel betrokkene als zijn mededader kan beschikken of heeft kunnen beschikken.
AnnotatorD. Emmelkamp
UitspraakECLI:NL:HR:2016:469
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelHvJ EU 15-10-2015, C-137/14, ECLI:EU:C:2015:683
CiteertitelJIN 2016/92
SamenvattingRecht op toegang tot de rechter, Relativiteitsvereiste, Passeren gebreken, Onderdelentrechter, Grondentrechter.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 15 oktober 2015.#Europese Commissie tegen Bondsrepubliek Duitsland.#Niet-nakoming - Richtlijn 2011/92/EU - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Artikel 11 - Richtlijn 2010/75/EU - Industriele emissies (geintegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) - Artikel 25 - Toegang tot de rechter - Procedurele regeling die daarmee niet in overeenstemming is.#Zaak C-137/14.
AnnotatorD.G.J. Sanderink
UitspraakECLI:EU:C:2015:683
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State 09-12-2015
CiteertitelJIN 2016/93
SamenvattingIntrekking havodiploma, Examenfraude, Geïmpliceerde bevoegdheid, Rechtszekerheid, Belangen, Omvang geding.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 4 februari 2014 heeft de rector het besluit aan [appellant] het havo-diploma te verstrekken, ingetrokken.
AnnotatorA.M.M.M. Bots
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:3729
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State 30-12-2015
CiteertitelJIN 2016/94
SamenvattingGedogen aanleg en instandhouding van 380 kV-hoogspanningsverbinding, Proportionaliteit, Belangenafweging.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 10 december 2014 heeft de minister aan de in dit besluit vermelde rechthebbenden ingevolge de Belemmeringenwet Privaatrecht (hierna: de BP) een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van de Randstad 380 kV-hoogspanningsverbinding Beverwijk-Vijfhuizen in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.
AnnotatorM.H.P. Bullens
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:4037
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State 30-12-2015
CiteertitelJIN 2016/95
SamenvattingBestuurlijke boete, Bewijslast, Bewijsmoment.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 mei 2013 heeft het dagelijks bestuur aan [wederpartij] een bestuurlijke boete van 72.000,00 opgelegd wegens onttrekking aan de woningvoorraad zonder vergunning van zes woningen aan de Keizersgracht [zes huisnummers].
UitspraakECLI:NL:RVS:2015:4034
Artikel aanvragenVia Praktizijn