Bouwrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Bouwrecht
Datum 10-06-2013
Aflevering 6
RubriekArtikelen
TitelNieuwe stijlen van gebiedsontwikkeling (deel II): Enkele aspecten van organische ontwikkeling en uitnodigingsplanologie
CiteertitelBR 2013/74
SamenvattingBij het nadenken over ‘organische gebiedsontwikkeling’ en ‘uitnodigingsplanologie’ is het vanuit overheidsoptiek belangrijk te onderkennen hoe deze stijlen gestalte kunnen krijgen in ruimtelijk beleid en ruimtelijk bindende besluiten. Flexibiliteit en zekerheid spelen daarbij een wezenlijke rol.
Auteur(s)E.J. van Baardewijk , E.R. Hijmans
LinkVolledige tekst artikel (omgevingsweb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelExploitatierechten: een doornig fenomeen
CiteertitelBR 2013/75
SamenvattingOp 11 april 2013 is de conclusie verschenen van de advocaat-generaal (A-G) in de zaak (nr. C-576/10) tussen de Europese Commissie en het Koninkrijk der Nederlanden (gemeente Eindhoven), zoals die nog lopende is bij het Europese Hof van Justitie. Deze conclusie van de A-G loopt vooruit op het uiteindelijk latere, belangrijkere eindoordeel van het Hof van Justitie EG in deze rechtsprocedure, maar is wel besprekenswaardig. In de serie Europese rechtelijke uitspraken: Scala/gemeente Milaan (2001), Jean Auroux/gemeente Roanne (2007), KölnMesse (2009) en Helmut Müller (2010), heeft deze aanhangige zaak relevantie voor de gebieds-/projectontwikkelingspraktijk in het bijzonder en het aanbestedingsrecht in het algemeen.
Auteur(s)W.H.E. Parlevliet
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFundament
TitelDe omgevingsvergunning
CiteertitelBR 2013/76
SamenvattingDe gedachte achter de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo), die op 1 oktober 2010 in werking is getreden, is een formele integratie van bestaande vergunningplichten in één vergunning. De gedachte van de wetgever was om één vergunning voor één project te verlenen, waarvoor één procedure geldt, door één bevoegd gezag. Daarbij zou de aanvrager slechts naar één loket hoeven te gaan om die omgevingsvergunning voor het project te verkrijgen, de ‘één loketgedachte’. Het is verboden zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als bedoeld in art. 2.1 en 2.2 Wabo.
Auteur(s)P.M.J. de Haan , G. Klapwijk
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 06-03-2013
CiteertitelBR 2013/77
SamenvattingExploitatieplan en grondverwerving/onteigening.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 29 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan en exploitatieplan "Trappenberg-Kloosterschuur" vastgesteld.
AnnotatorE.J. van Baardewijk
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ3357
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 20-03-2013
CiteertitelBR 2013/78
SamenvattingBelanghebbendebegrip; beroep GS vanwege strijd met nieuwe provinciale verordening; nadere afweging goede ruimtelijke ordening noodzakelijk, ook al wordt voldaan aan wijzigingsvoorwaarden; relativiteitsvereiste.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 15 november 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders het wijzigingsplan "[locatie]" vastgesteld.
AnnotatorJ.W. van Zundert
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ4955
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 27-03-2013
CiteertitelBR 2013/79
SamenvattingOnder het begrip uitbreidingsbehoefte in de wijzigingsvoorwaarde van de planregels dient te worden verstaan: een daadwerkelijke (kwantitatieve) behoefte aan meer winkelruimte in het plangebied.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 31 januari 2012 heeft het college het wijzigingsplan "Ekkersrijt; Saturn" vastgesteld.
AnnotatorH.J. Breeman , R.J.G. Bäcker
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ7481
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRechtbank Utrecht 06-09-2012
CiteertitelBR 2013/80
SamenvattingTen onrechte geen verklaring van geen bedenkingen op grond van de Flora- en faunawet aangevraagd voor omgevingsvergunning.
Samenvatting (Bron)Tussenuitspraak. Betreft verlening van omgevingsvergunning ten behoeve van aanleg golfbaan. Naar oordeel van rechtbank is sprake van onlosmakelijke samenhang tussen de omgevingsvergunningplichtige activiteiten en de handelingen als bedoeld in artikel 75b, eerste lid, van de Flora- en faunawet. Indien sprake is van een onlosmakelijke samenhang is 'aanhaken' slechts dan niet aan de orde indien evident is dat geen ontheffing of verklaring van geen bedenkingen op grond van de Flora- en faunawet is vereist. In alle andere gevallen moet het ter zake bevoegde en deskundige orgaan, de minister van ELI, in staat worden gesteld zich uit te laten over de vraag of een Ffw-toestemming is vereist en zo ja, te beoordelen of die toestemming kan worden afgegeven in de vorm van een verklaring van geen bedenkingen.
AnnotatorA. Drahmann , F. Onrust
LinkVolledige tekst annotatie (envir-advocaten.com)
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2012:BZ1923
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRechtbank Midden-Nederland 07-02-2013
CiteertitelBR 2013/81
SamenvattingTen onrechte geen verklaring van geen bedenkingen op grond van de Flora- en faunawet aangevraagd voor omgevingsvergunning.
Samenvatting (Bron)Omgevingsvergunningvoor het vellen van een houtopstand ten behoeve van deelgebied 3 van het ontwikkelingsgebied Kerckebosch te Zeist; de uitzonderingsbepalingen van de Bomenverordening hebben geen discriminatoir karakter; de aangevraagde activiteiten zijn aan te merken als handelingen als bedoeld in artikel 75b, eerste lid, van de Flora-en faunawet (Ffw). Bij onlosmakelijke samenhang is aanhaken slechts dan niet aan de orde indien evident is dat geen ontheffing of verklaring van geen bedenkingen op grond van de Ffw is vereist. In alle andere gevallen moet het ter zake bevoegde en deskundige orgaan, de staatssecretaris van EL&I, in staat worden gesteld zich uit te laten over de vraag of een Ffw-toestemming is vereist en, zo ja, te beoordelen of die toestemming kan worden afgegeven in de vorm van een verklaring van geen bedenkingen.
AnnotatorA. Drahmann , F. Onrust
UitspraakECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1898
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State 06-03-2013
CiteertitelBR 2013/82
SamenvattingDe begrippen ‘project’ en ‘andere handeling’ in art. 19d Nb-wet 1998. Toetsingscriteria voor de beslissing op een aanvraag voor een vergunning voor een ‘andere handeling’ op grond van art. 19e Nb-wet 1998.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 5 juli 2011 heeft het college aan de gemeente Katwijk vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) verleend voor de tijdelijke openstelling van een gedeelte van de Cantineweg in Katwijk als ontsluitingsweg.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ3382
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State 27-12-2012
CiteertitelBR 2013/83
SamenvattingDe begrippen ‘project’ en ‘andere handeling’ in art. 19d Nb-wet 1998. Het begrip ‘significante verstoring van een soort’.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 8 maart 2011 heeft het college aan [appellante] een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) gedeeltelijk verleend en gedeeltelijk geweigerd voor het uitvoeren van gemotoriseerde strandexcursies op het Noordzeestrand van Terschelling.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY7293
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRechtbank Noord-Nederland 18-03-2013
CiteertitelBR 2013/84
SamenvattingBij vaststelling van een bestemmingsplan moet al volledig worden getoetst aan art. 19j Nb-wet 1998.
Samenvatting (Bron)Flora -en faunawet. Centrale As.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2013:BZ4503
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State 20-03-2013
CiteertitelBR 2013/85
SamenvattingBij vaststelling van een bestemmingsplan moet al volledig worden getoetst aan art. 19j Nb-wet 1998.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 31 mei 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied reparatie 2011" vastgesteld.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ4932
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRechtbank Rotterdam 28-03-2013
CiteertitelBR 2013/86
SamenvattingDAEB-aanwijzing praktisch, maar niet eenvoudig.
Samenvatting (Bron)De Rb. heeft vragen gesteld aan de Europese Commissie omdat er onduidelijkheid was over de toepasselijkheid van o.a. de Vrijstellingsbeschikking en het DEAB-besluit op het vervoer over binnenwateren. Naar aanleiding van de antwoorden van de Europese Commissie komt de Rb. tot de conclusie dat de Vrijstellingsbeschikking en het DEAB-besluit in deze casus niet van toepassing zijn. Art. 2, lid 5 van het DEAB-besluit bepaalt dat dit besluit niet van toepassing is op staatsteun [] in de sector van het vervoer over land. Volgens de Commissie (9.3) moet daaronder verstaan wordenvervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren. Verordening (EG) nr. 1370/2007 is evenmin van toepassing nu Nederland ervoor heeft gekozen geen gebruik te maken van de mogelijkheid de werkingssfeer van de verordening uit te breiden tot vervoersdiensten over de binnenwateren. Vervolgens heeft de Rb. getoetst aan de Altmark-criteria en komt tot de conclusie dat niet voldaan is aan alle criteria. Een daarvan is dat het interstatelijk handelsverkeer niet beïnvloed wordt. De Rb. is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat er sprake is van beïnvloeding van het interstatelijk handelsverkeer. Het Hof van Justitie heeft in het arrest Altmark onder punten 77-79 overwogen dat het geenszins uitgesloten is dat een overheidssubsidie die wordt verleend aan een onderneming welke enkel plaatselijke of regionale vervoersdiensten verricht en geen vervoersdiensten levert buiten de Staat van vestiging, niettemin gevolgen kan hebben voor het handelsverkeer tussen lidstaten. Met betrekking tot het vierde criterium is de keuze voor de uitvoerder DEAB niet gemaakt op basis van een aanbestedingsprocedure en is ten behoeve van de berekening van de exploitatiebijdrage niet getoetst of de door de veerdienst Gorinchem ingeschatte kosten voor de voorliggende perioden overeenkomen met de kosten van een gemiddelde, goed beheerde onderneming. De Rb. is van oordeel dat, nu de Vrijstellingsbeschikking noch het DEAB-besluit van toepassing is, verweerder gelet op de constatering dat niet aan alle Altmarkcriteria is voldaan, een melding had moeten doen bij de Commissie en, op grond van het bepaalde in art. 108, lid 3 VWEU de maatregel niet alvast had mogen uitvoeren. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het primaire besluit, voor zover dat ziet op de aanwijzing van de interne dienst van verweerder als uitvoerder van de veerverbinding wordt herroepen.
AnnotatorA.D.L. Knook
UitspraakECLI:NL:RBROT:2013:BZ5824
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRaad van State 27-02-2013
CiteertitelBR 2013/87
SamenvattingPlanschade als gevolg van aanwijzing gronden als retentiegebied.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 13 oktober 2009 heeft de raad verzoeken van [appellant sub 1 A], [appellant sub 1 B], [appellant sub 1 C] en [appellant sub 1 D] om vergoeding van planschade afgewezen.
AnnotatorI.P.A. van Heijst
UitspraakECLI:NL:RVS:2013:BZ2515
Artikel aanvragenVia Praktizijn