Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 07-10-2016
Aflevering 34
RubriekVooraf
TitelDe teloorgang van de bright-line rule
CiteertitelNJB 2016/1752
SamenvattingDe 'bright-line rule' dat bewijsuitsluiting geboden is als het recht op een eerlijk proces van de verdachte ernstig is geschonden of als bewijs door marteling is verkregen, wankelt door uitspraak EHRM.
Auteur(s)T.N.B.M. Spronken
Pagina2429-2429
LinkVolledige tekst artikel (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelMultiple politica en tegen- democratie - Politieke representatie en algemeen belang na 100 jaar algemeen kiesrecht (2017-2019)
CiteertitelNJB 2016/1753
SamenvattingHet nakende jubileum van het algemeen kiesrecht, maar ook de komende verkiezingen, nodigen bij uitstek uit tot bezinning over de vertegenwoordigende democratie. De suggestie die hier wordt gedaan is die democratie meer als een agora en platform op te vatten. Zo wordt een opener politiek debat mogelijk, dat zicht weet te houden op wat er in de tegendemocratie plaatsvindt en aan standpunten wordt geagendeerd. Tegelijkertijd blijft robuuste verankering van instituties minstens even cruciaal, want juist die staan garant voor stabiliteit en voor de rechtsstaat. De uitdaging bestaat er dus in om dialectisch te democratiseren en het ene te doen en het andere niet te laten: intelligent ruimte geven aan de tegendemocratie en hindermacht, en verstandig voortbouwen op wat de vertegenwoordigende democratie en flankerende instituties te bieden hebben.
Auteur(s)M. Adams
Pagina2430-2437
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelHet verbod van een politieke partij - Een anomalie in een democratie?
CiteertitelNJB 2016/1754
SamenvattingDe opkomst in Europa van rechts-populistische partijen enerzijds en moslim-fundamentalisten anderzijds dwingt regeringen er toe na te denken over de vraag hoe om te gaan met extremistische organisaties en bewegingen wier gedachtegoed of ideologie haaks staat op de uitgangspunten van democratische rechtsstaten. Wat rechtvaardigt het verbod van een politieke partij in een democratie? Hoe kan een dergelijke ogenschijnlijk ondemocratische maatregel politiek-filosofisch gerechtvaardigd worden en wat vormt het huidige juridische criterium voor een partijverbod? Betoogd wordt dat de rechtsfilosofie van Gustav Radbruch in de politiek-filosofische rechtvaardiging voor een partijverbod kan voorzien. Daarnaast wordt geconcludeerd dat op grond van het huidige recht niet alleen antidemocratische partijen, maar ook anti-rechtsstatelijke partijen verboden kunnen worden. In dat opzicht ligt aan de Nederlandse rechtsorde een materiële democratie-opvatting ten grondslag.
AnnotatorG. Molier
Pagina2438-2446
LinkVolledige tekst artikel (janjaapderuiter.eu)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
Titel‘Ius ét iustitia’ en de correctie Langemeijer - Een interne rechtsvergelijking tussen privaatrecht en bestuursrecht
CiteertitelNJB 2016/1755
SamenvattingRecent adopteerde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de, in het privaatrecht ontwikkelde, correctie Langemeijer. Wat betreft (de toepassing van) deze correctie zijn er tussen privaatrecht en bestuursrecht zeker nog verschillen, die deels door de aard van het bestuursrecht kunnen zijn ingegeven. Ook in verband met de te dienen rechtvaardigheid zijn nog ‘punten’ te maken. Een en ander neemt echter niet weg dat het verheugend is dat door de Afdeling stappen zijn en worden gezet om een onrechtvaardige uitwerking van het relativiteitsvereiste te kunnen voorkomen door adoptie van deze correctie in het bestuursrecht. Dat op zich reeds verdient hulde. In de praktijk moet er wel op worden toegezien dat uitholling van dit correctief door een te rigide gebruik ervan wordt vermeden.
Auteur(s)L.F. Wiggers-Rust
Pagina2447-2454
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelRapport Commissie rechtseenheid bestuursrecht - Differentiatie in rechtseenheidsvoorzieningen
CiteertitelNJB 2016/1756
SamenvattingHet advies van de Commissie rechtseenheid bestuursrecht biedt een degelijke analyse van de verschillende mogelijkheden tot rechtseenheidsvoorziening en maakt met feitelijke informatie en voorbeelden duidelijk waarom een gedifferentieerd stelsel de voorkeur heeft. Rechtseenheidsvragen komen in soorten en maten voor, waarop procedurele instrumenten moeten worden afgestemd. Door de minimale regeling die wordt voorgesteld, zal veel afhangen van de toepassing van de procedures in de praktijk door de Afdeling en de Hoge Raad.
Auteur(s)J. Kennis , Y.E. Schuurmans
Pagina2455-2459
LinkVolledige tekst rapport (raadvanstate.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelZaakstoedeling en artikel 17 Gw.
CiteertitelNJB 2016/1757
SamenvattingAflevering 292 bevat een prikkelende bijdrage van Ulli d’Oliveira met de titel ‘Zaakstoedeling en het vleugellamme artikel 17 Grondwet’. Uitgaande van zijn interpretatie van dit artikel en van artikel 6 EVRM acht hij de praktijk bij sommige gerechten ongrondwettig. Hij bepleit formele regelgeving ter uitvoering van het grondwetsartikel. Ik plaats enkele kanttekeningen bij zijn bijdrage.
Auteur(s)H.F.M. Hofhuis
Pagina2460-2461
LinkVolledige tekst wetsartikel (17 Gw, wetten.overheid.nl)
LinkVolledige tekst verdragsartikel (wetten.overheid.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelNaschrift
CiteertitelNJB 2016/1758
SamenvattingIn zijn uitgebreide naschrift benadrukt Jessurun d'Oliveira dat de zware woorden bewust door hem zijn gekozen. Hij bepleit nogmaals "meer oog voor grondbeginselen van behoorlijke rechtspraak, en wat minder nadruk op ingesleten routines en praktische aspecten".
Auteur(s)H.U. Jessurun d'Oliveira
Pagina2461-2462
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelGeheim van de raadkamer staat niet aan collegiale afstemming in de weg
CiteertitelNJB 2016/1759
SamenvattingFeteris, President van de Hoge Raad der Nederlanden, beargument in dit artikel dat het geheim van de raadkamer niet in de weg staat aan collegiale afstemming. Naar zijn mening bestaat er geen geldende rechtsregel die zich ertegen verzet dat bij de bepaling van de koers van een rechterlijk college wordt geluisterd naar de opvattingen van collega-rechters die in een concreet geval geen deel uitmaken van de zetel die de beslissing neemt.
Auteur(s)M. Feteris
Pagina2463-2464
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - EHRM
TitelEHRM 23-05-2016, 17502/07
CiteertitelNJB 2016/1760
SamenvattingBuitenlands vonnis. Erkenning en tenuitvoerlegging. Verordening (EG) nr. 44/2001 (de ‘Brussel I verordening’). Art. 34 lid 2 Vo. 44/2001. Verstekvonnis. Bosphorus-presumptie. Wederzijdse erkenning. Wederzijds vertrouwen.
Samenvatting (Bron)No violation of Article 6 - Right to a fair trial (Article 6 - Enforcement proceedings;Article 6-1 - Fair hearing;Adversarial trial;Equality of arms)
UitspraakECLI:CE:ECHR:2016:0523JUD001750207
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - HvJ EU
TitelHvJ EU 13-09-2016, C-165/14,
CiteertitelNJB 2016/1761
SamenvattingBurgerschap van de Europese Unie. Art. 20, 21 VWEU. Richtlijn 2004/38/EG. Verblijfsrecht in een lidstaat van een derdelander met een strafblad. Ouder die als enige de zorg heeft voor twee minderjarige kinderen die Unieburger zijn. Eerste kind met de nationaliteit van de woonlidstaat. Tweede kind met de nationaliteit van een andere lidstaat. Nationale wettelijke regeling die uitsluit dat aan die bloedverwant in opgaande lijn een verblijfstitel wordt verleend, wegens diens strafblad. Weigering van verblijf die ertoe kan leiden dat de kinderen het grondgebied van de Unie moeten verlaten.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 13 september 2016.#Alfredo Rendon Marin tegen Administracion del Estado.#Verzoek van de Tribunal Supremo om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Burgerschap van de Unie - Artikelen 20 en 21 VWEU - Richtlijn 2004/38/EG - Verblijfsrecht in een lidstaat van een derdelander met een strafblad - Ouder die als enige de zorg heeft voor twee minderjarige kinderen die Unieburger zijn - Eerste kind met de nationaliteit van de woonlidstaat - Tweede kind met de nationaliteit van een andere lidstaat - Nationale wettelijke regeling die uitsluit dat aan die bloedverwant in opgaande lijn een verblijfstitel wordt verleend, wegens diens strafblad - Weigering van verblijf die ertoe kan leiden dat de kinderen het grondgebied van de Unie moeten verlaten.#Zaak C-165/14.
UitspraakECLI:EU:C:2016:675
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 23-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1762
SamenvattingCao. Werkingssfeerbepaling. Onderneming. De CAO voor de Gemaksvoedingindustrie is algemeen verbindend verklaard en van toepassing verklaard op ‘(onderdelen van) ondernemingen die etenswaren klaarmaken zoals omschreven in (...)’. Vier vennootschappen vormen een organisatorisch verband waarin dergelijke etenswaren worden klaargemaakt. Vormen zij één onderneming in de zin van de werkingssfeerbepaling? HR: Het oordeel van het hof dat de toepasselijkheid van de cao moet worden bezien voor de vier vennootschappen tezamen, is onjuist.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Uitleg van algemeen verbindend verklaarde cao. Recht in de zin van art. 79 RO. Betekenis van begrip onderneming in werkingssfeerbepaling. Moet ingeval vier vennootschappen deel uitmaken van een groep, de toepasselijkheid van de cao voor elke vennootschap afzonderlijk bezien worden?
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2171
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 23-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1763
SamenvattingFaillissement. Aansprakelijkheid. Een vennootschap keert interimdividend uit. Vier maanden later gaat zij failliet. De curator stelt een vordering in, primair wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, subsidiair wegens onrechtmatige daad en meer subsidiair wegens nietigheid of vernietiging van het dividendbesluit en de dividenduitkering. Hoge Raad: 1. Uitleg gedingstukken. Het oordeel van het hof dat de curator zijn standpunt niet heeft toegelicht, is onbegrijpelijk. 2. Tussentijdse uitkering. Financiële ruimte. Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan het (naar het tot 1 oktober 2012 geldende recht) wettelijk vereiste dat de vennootschap die een tussentijdse uitkering doet, beschikt over de daartoe vereiste financiële ruimte, dienen de vastgestelde jaarrekeningen tot uitgangspunt. Indien geen jaarrekening is of zal worden vastgesteld, moet aan de hand van de wel beschikbare financiële gegevens worden onderzocht of aan het wettelijk voorschrift is voldaan. Ook indien het dividendbesluit aan dat voorschrift voldoet, kan er sprake zijn van onrechtmatige daad van de aandeelhouders en bestuurders, dan wel van kennelijk onbehoorlijk bestuur. 3. Faillissementspauliana. Wetenschap van benadeling. Bijzondere bewijsregels. Het hof had toepassing moeten geven aan de bijzondere regels van bewijslastverdeling betreffende wetenschap van benadeling van de schuldeisers.
Samenvatting (Bron)Vennootschapsrecht. Tussentijdse uitkering van dividend. Vordering van de curator op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 lid 1 BW), onrechtmatig handelen jegens schuldeisers van de vennootschap (art. 6:162 BW) en nietigheid/vernietigbaarheid van dividendbesluit (art. 2:216 (oud) BW en art. 42 en 47 Fw). Bijzondere regel van bewijslastverdeling (art. 43 en 45 Fw).
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2172
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 23-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1764
SamenvattingInternationale rechtsmacht. Een echtpaar met twee kinderen woont in Pennsylvania. In 2011 dient de vrouw daar een echtscheidingsverzoek in. In maart 2013 vertrekt zij met de kinderen naar Nederland. In april 2013 dient de man in Pennsylvania een verzoek in dat ertoe leidt dat de Amerikaanse rechter de vrouw beveelt de kinderen ter beschikking van de man te stellen. In het onderhavige geding in Nederland verzoekt de man om erkenning van de Amerikaanse uitspraak. Hoge Raad: 1. Uitleg van een buitenlandse rechterlijke uitspraak. Het oordeel van het hof dat het verzoek van de man van april 2013 moet worden beschouwd als te zijn gedaan binnen de in 2011 aanhangig gemaakte echtscheidingsprocedure, is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk. 2. Internationaal aanvaardbare bevoegdheidsgrond. Prorogatie. Prorogatie door de ouders moet worden aangemerkt als een internationaal aanvaardbare bevoegdheidsgrond, mits een van de ouders in het betrokken land zijn gewone verblijfplaats heeft en ouderlijke verantwoordelijkheid over het kind heeft en het belang van het kind ermee is gediend.
Samenvatting (Bron)Echtscheiding; IPR. Erkenning uitspraak rechter in Pennsylvania inzake het gezag over de kinderen en hun hoofdverblijfplaats. Is prorogatie aan de echtscheidingsrechter een naar internationale normen algemeen aanvaardbare bevoegdheidsgrond? Verordening Brussel IIbis en Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2184
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 20-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1765
SamenvattingBedreiging met zware mishandeling art. 285 Sr: voor een veroordeling is in een geval als het onderhavige vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. In casu kan dit noch uit de gebezigde bewijsmiddelen noch uit de nadere bewijsoverweging zonder meer worden afgeleid.
Samenvatting (Bron)Bedreiging, art. 285 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3659. Het in het arrest besloten oordeel dat door de gedragingen van verdachte bij betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij bij de volgende confrontatie met verdachte of een confrontatie met een ander, handelend namens verdachte, daadwerkelijk zou worden mishandeld en dat zij daarbij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen, is niet toereikend gemotiveerd.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2131
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 20-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1766
SamenvattingBelaging art. 285b lid 1 Sr: onjuist is de opvatting dat het opzet van de verdachte hierbij moet zijn gericht op de wederrechtelijkheid van de gedragingen van de verdachte.
Samenvatting (Bron)Belaging, art. 285b Sr. Het opzet van verdachte hoeft niet gericht te zijn op de wederrechtelijkheid van zijn gedragingen. Volgt terugwijzing voor een feit i.v.m. slagende bewijsklacht.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2138
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 20-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1767
SamenvattingBeslissing tot niet-ontvankelijkverklaring in de vervolging: deze beslissing van de rechtbank is een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv. Ingevolge art. 404 lid 1 Sv staat daartegen hoger beroep open, ook indien de rechtbank heeft volstaan met het geven van een mondeling vonnis dat is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting en niet is voldaan aan de voorschriften van de art. 358, 359 Sv.
Samenvatting (Bron)Economische zaak. OM-cassatie en cassatie verdachte. Einduitspraak. Art. 138 Sv. De beslissing van de Rb tot n-o verklaring van de OvJ in de vervolging is een einduitspraak i.d.z.v. art. 138 Sv, waartegen ingevolge art. 404.1 Sv h.b. open staat, ook als bedoeld vonnis niet voldoet aan de voorschriften van art. 358 en 359 Sv. Samenhang met 15/02895 en eerdere arresten, o.m. ECLI:NL:HR:2016:1. Middel verdachte kan onbesproken blijven. Volgt terugwijzing.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2132
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 20-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1768
SamenvattingHerzieningsaanvraag inzake novum nietontvankelijk op de grond dat de aanvraag niet voldoet aan de daaraan gestelde motiveringseisen, art. 460 Sv. De Hoge Raad zet die eisen uiteen.
Samenvatting (Bron)Herziening. HR verklaart de aanvraag tot herziening n-o.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2134
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (belastingkamer)
TitelHoge Raad 16-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1769
SamenvattingUnierechtelijk beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging. ‘Mogelijk-andere-afloop’-criterium. Schending van dit beginsel leidt in dit geval tot vernietiging van het primaire besluit, omdat voorafgaand horen een andere afloop had kunnen bewerkstelligen.
Samenvatting (Bron)Douanerechten; art. 365, lid 1, (oud) UCDW. Unierechtelijk beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging; een mededeling niet-beëindiging regeling douanevervoer kan niet worden aangemerkt als een aankondiging van een uitnodiging tot betaling; voorafgaand horen had andere afloop kunnen bewerkstelligen.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2077
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (belastingkamer)
TitelHoge Raad 16-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1770
SamenvattingRegels met betrekking tot vergoeding verletkosten.
Samenvatting (Bron)Proceskostenvergoeding. Vergoeding verletkosten voor bijwonen taxatie.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2082
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (belastingkamer)
TitelHoge Raad 16-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1771
SamenvattingKostenvergoeding bezwaarfase. Aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid, hoewel belanghebbende niet heeft gereageerd op aankondiging naheffing waarin onjuist gegeven was vermeld (anders: het Hof). Fout RDW komt voor rekening van de inspecteur.
Samenvatting (Bron)Algemeen bestuursrecht; art. 7:15, lid 2, Awb; inspecteur corrigeert een op aangifte voldaan bedrag aan bpm op basis van een onjuist gegeven afkomstig van RDW; belanghebbende reageert niet op aankondiging naheffing; na het maken van bezwaar volgt vernietiging van de naheffingsaanslag; recht op vergoeding van kosten in verband met maken van bezwaar.
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2078
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (belastingkamer)
TitelHoge Raad 16-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1772
SamenvattingOnroerendezaakbelasting. Begrip woning. Recreatiewoningen in bungalowpark dienen tot woning. Bungalowpark daarom in dit geval aangemerkt als ‘woning’, dus: woningtarief OZB-eigenarenheffing van toepassing en geen OZB-gebruikersheffing.
Samenvatting (Bron)Artikel 220a en 220f Gemeentewet. Recreatiewoningen in bungalowpark dienen tot woning
UitspraakECLI:NL:HR:2016:2084
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Raad van State
TitelRaad van State 24-08-2016
CiteertitelNJB 2016/1773
SamenvattingVerklaring van geen bedenkingen met het oog op verlening omgevingsvergunning voor uitbreiding co-vergistingsinstallatie, waarbij inrichting zich in twee verschillende gemeenten bevindt. Geen grond voor het oordeel dat in art. 6.5, lid 1, Besluit omgevingsrecht neergelegde bevoegdheidsregeling kennelijk niet ziet op bescherming van belangen van appellanten, die beroepsgronden hebben aangevoerd die betrekking hebben op de materiële norm van een goede ruimtelijke ordening. Voor beantwoording van de vraag welke gemeenteraad bevoegd is te beslissen over afgifte van verklaring van geen bedenkingen, is niet de ligging van de inrichting, maar de ligging van het project waarvoor omgevingsvergunning wordt gevraagd doorslaggevend, waarbij alle activiteiten die samen het project vormen in ogenschouw dienen te worden genomen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 november 2014 heeft het college van gedeputeerde staten aan [appellante sub 4] een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) verleend voor het uitbreiden van een co-vergistingsinstallatie op het perceel [locatie] te Moerstraten (hierna: het perceel).
UitspraakECLI:NL:RVS:2016:2327
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 01-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1774
SamenvattingGezamenlijke huishouding? De afgelegde verklaring kan niet dienen als basis voor het bestreden besluit.
Samenvatting (Bron)Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2017:8 . De gerectificeerde tekst is opgenomen in ECLI:NL:CRVB:2016:5119 , onderstaande tekst is niet meer geldig.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3264
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 06-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1775
SamenvattingHet is op de weg van het bestuursorgaan dat belast is met de uitvoering van de wettelijke regeling die de betaling van rente bepaalt, in dit geval de DUO, recht te doen aan art. 9 EVRM.
Samenvatting (Bron)Uitsluiting van bijstand. De echtgenote van appellant heeft geen recht op bijstand en wordt aangemerkt als niet-rechthebbende partner. Zij is jonger dan 27 jaar, volgt een studie en heeft aanspraak op studiefinanciering in de vorm van een lening bij de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO). Het beroep op vrijheid van godsdienst in verband verbod op het betalen van rente blijft voor de WWB buiten beschouwing. Aangezien het inkomen van appellant hoger is dan de bijstandsnorm voor een alleenstaande verhoogd met een toeslag van 20%, heeft appellant geen recht op bijstand.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3354
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 06-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1776
SamenvattingLening, geen inkomen.
Samenvatting (Bron)Ten onrechte herziening van bijstand over 1 maand. Storting van derde moet als lening worden aangemerkt over periode zonder inkomen. Geen middel.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3307
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 13-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1777
SamenvattingGeen grond om de afgelegde verklaring buiten beschouwing te laten.
Samenvatting (Bron)Intrekking bijstand op basis van verzwegen gezamenlijke huishouding. Appellante is welbewust en gemotiveerd op haar eerste verklaring teruggekomen. Er is geen grond om alleen van de eerste verklaring uit te gaan. Boete 2.318,-.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3388
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 14-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1778
SamenvattingOnderzoek naar woonsituatie door onbevoegde controleurs (zzp’ers).
Samenvatting (Bron)Ten onrechte herziening studiefinanciering in die zin dat appellante is aangemerkt als thuiswonende studerende en oplegging boete. Het onderzoek naar de woonsituatie is verricht door twee controleurs, die zelfstandige zonder personeel zijn. Nu het onderzoek is uitgevoerd door onbevoegde controleurs zijn de bevindingen van het onderzoek onrechtmatig verkregen en is dit onrechtmatig verkregen bewijs ontoelaatbaar (ECLI:NL:CRVB:2016:1998). Aangezien zonder de bevindingen uit het rapport onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor het standpunt van de minister dat appellante niet woont op het adres waaronder zij in de basisregistratie personen staat ingeschreven, berusten de bestreden besluiten niet op een deugdelijke motivering.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3381
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 20-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1779
SamenvattingBeschikking over en/of-spaarrekening. Verrekening van nabetaling met vordering. Moment waarop rekening moet worden gehouden met beslagvrije voet.
Samenvatting (Bron)1. En/of-spaarrekening van appellant en B, gekoppeld aan privérekening B. Niet geslaagd in tegenbewijs vooronderstelling dat tegoed op de en/of-rekening een bestanddeel vormt van het vermogen van appellant waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken: geen beperking van beschikkingsmacht over de en/of-rekening en niet aannemelijk gemaakt dat tegoed op die rekening toebehoort aan B. 2. Verrekening van nabetaling met vordering. Moment waarop rekening moet worden gehouden met beslagvrije voet: niet in de maand waarin verrekeningsbesluit is genomen, maar in de periode waarover wordt nabetaald. Raad neemt afstand van de lijn van zijn uitspraak 30 oktober 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BY4628), waarop het college zich beroept, en volgt uitleg art. 475b Rv in arrest HR 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3068).
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3480
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 21-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1780
SamenvattingHet Zorgkantoor heeft niet op grond van art. 4:49 lid 1 aanhef en onder b en c Awb tot wijziging van de vaststelling van het pgb over 2008 kunnen besluiten.
Samenvatting (Bron)Het Zorgkantoor heeft ten onrechte het pgb over 2008 gewijzigd vastgesteld en het teveel betaalde pgb van appellante teruggevorderd. Het Zorgkantoor heeft niet op grond van artikel 4:49, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Awb tot wijziging van de vaststelling van het pgb over 2008 kunnen besluiten. Nu het Zorgkantoor nadrukkelijk heeft medegedeeld dat ook het bepaalde onder a van dit artikel zich niet voordoet, volgt hieruit dat er in dit geval geen wettelijke grondslag is aan te wijzen voor de wijziging van het vastgestelde pgb over 2008.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3500
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 21-09-2016
CiteertitelNJB 2016/1781
SamenvattingGevolgen formele rechtskracht van een besluit voor de toetsing van een opvolgend besluit.
Samenvatting (Bron)Weigering pgb opnieuw te verlenen omdat appellant zich niet heeft gehouden aan de verplichtingen van een eerder aan hem verstrekt pgb, in dit geval het pgb voor het jaar 2010. Onvoldoende verantwoording. Ook heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege psychische klachten niet in staat was aan zijn verantwoordingsplicht te voldoen.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2016:3501
Artikel aanvragenVia Praktizijn