Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht
Datum 29-12-2016
Aflevering 10
RubriekRedactioneel
TitelVeel en talrijk: prejudiciŽle vragen aan de Hoge Raad
CiteertitelNTBR 2016/44
SamenvattingDeze aflevering van het NTBR is geheel gewijd aan de prejudiciŽle procedure bij de Hoge Raad. De procedure als zodanig staat in de schijnwerpers. De zaak MSI/Gabon is het bewijs dat de voorwaarden die zijn gesteld aan het stellen van prejudiciŽle vragen, weinig streng zijn. Voorts zijn er suggesties voor nieuwe vragen, in het huurrecht, het arbeidsrecht en het insolventierecht. Ten slotte wordt het antwoord op vragen in twee prejudiciŽle procedures besproken: over de aansprakelijkheid van de medebezitter van een paard en over de toepassing van artikel 3:40 lid 1 BW in geval van strijd van een aanneemovereenkomst met de Wet arbeid vreemdelingen.
Auteur(s)A.G. Castermans
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelRuimte voor rechtsontwikkeling in civiele procedures bij de Hoge Raad
CiteertitelNTBR 2016/145
SamenvattingDe ruimte van de Hoge Raad om bij te dragen aan de rechtsontwikkeling hangt in belangrijke mate af van de vragen die aan hem worden voorgelegd door de betrokken partijen. De drie zaakstromen waarin de Hoge Raad zich met rechtsontwikkeling kan bezighouden, omvatten het cassatieberoep door een partij tegen een uitspraak in vorige instantie, de vordering tot cassatie in het belang der wet door de procureur-generaal en de prejudiciŽle vraag van de rechter in feitelijke instantie.
Auteur(s)G. de Groot
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelEen succesverhaal voor rechtsvorming, rechtseenheid en rechtszekerheid: de Wet PrejudiciŽle vragen aan de Hoge Raad
CiteertitelNTBR 2016/46
SamenvattingOp 1 juli 2012 is de ĎWet prejudiciŽle vragen aan de Hoge Raadí in werking getreden. De wet creŽert de mogelijkheid om al vroeg in een procedure het antwoord op een prangende rechtsvraag te verkrijgen, in gevallen waarin de maatschappelijke behoefte aan een richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad groot is, hetgeen tot (versnelde) rechtsvorming en tot meer (en eerdere) rechtszekerheid en rechtseenheid kan leiden. De wettelijke regeling is sinds juli 2012 diverse malen benut en heeft ook tot spraakmakende rechtspraak geleid. In het tussen juni 2015 en juni 2016 door Ucall uitgevoerde WODC-onderzoek stonden twee vragen centraal: a) hoe werkt de huidige procedure voor het stellen van prejudiciŽle vragen aan de Hoge Raad in het civiele recht; en b) is het mogelijk, en zo ja, onder welke omstandigheden, om een prejudiciŽle procedure in het strafrecht in te voeren? Deze bijdrage bevat een Ė noodzakelijkerwijs Ė beknopte weergave van de evaluatie van dit onderzoek.
Auteur(s)I. Giesen , E.R. de Jong
LinkVolledige tekst artikel (ivogiesen.com)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe prejudiciŽle procedure: verschillen met de cassatieprocedure, aandachtspunten en wensen voor de toekomst
CiteertitelNTBR 2016/47
SamenvattingMet de invoering van de Wet prejudiciŽle vragen (de ďprejudiciŽle procedureĒ) is een effectief instrument in het leven geroepen naast de Ďgewoneí cassatieprocedure waar de Hoge Raad met zichtbaar genoegen gebruikt van maakt en waarbij sprake is van antwoorden op een veelheid aan vragen. Aan het nut van deze nieuwe procedure hoeft dan ook niet te worden getwijfeld. In deze bijdrage beogen wij om, op basis van de schat aan informatie die het evaluatierapport over de Wet prejudiciŽle vragen aan de Hoge Raad biedt, nader te reflecteren op de prejudiciŽle procedure.
Auteur(s)J. de Bie Leuveling Tjeenk , J.W.M.K. Meijer
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelHet ontruimingskortgedingvonnis
CiteertitelNTBR 2016/48
SamenvattingHet ontruimingskortgeding Ė het kort geding waarin de verhuurder ontruiming van een gehuurde woning of bedrijfsruimte vordert wegens (gestelde) ernstige wanprestatie van de huurder Ė blijkt in het Nederlandse recht goed ingeburgerd. Er zijn evenwel maar weinig zaken die de appel-kortgedingrechter bereiken en omdat het processuele debat veelal beperkt blijft tot een afweging van belangen die van feitelijke aard is, heeft cassatieberoep vrijwel nooit zin. Omdat de Ďvaste rechtspraakí op gespannen voet staat met het Nederlandse wettelijke systeem als zodanig en waarschijnlijk onverenigbaar is met art. 6 EVRM, lijkt het hoog tijd dat de Hoge Raad door middel van een prejudiciŽle vraag gelegenheid krijgt zich over het ontruimingskortgeding uit te spreken.
Auteur(s)A.C. van Schaick
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelUit de ban van Baijings: schadevergoeding en de Wet werk en zekerheid
CiteertitelNTBR 2016/49
SamenvattingDe Wet werk en zekerheid (hierna Wwz) heeft het arbeidsovereenkomstenrecht per 1 januari en 1 juli 2015 flink gewijzigd. Hoofdmoot vormt de wijziging in het systeem van ontslag en de vergoedingen waar als gevolg van ontslag recht op bestaat. Is daarmee ook de verhouding tot het algemene vermogensrecht gewijzigd? Wij gaan het op ťťn punt na. Onder het oude recht was de mogelijkheid voor de werknemer beperkt om naast de ontbindingsvergoeding van art. 7:685 BW (oud) schadevergoeding op grond van het algemene vermogensrecht te vorderen, bijvoorbeeld bij een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst wegens een gebrek aan goed werkgeverschap. De bijdrage sluit af met een prejudiciŽle vraag: is dat nu anders?
Auteur(s)A.G. Castermans , Y. Erkens
LinkVolledige tekst artikel (willedonker.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelPrejudicieel insolventierecht
CiteertitelNTBR 2016/50
SamenvattingDe allereerste prejudiciŽle beslissing van de Hoge Raad betrof een insolventierechtelijke vraag, en ook sindsdien gaat een opvallend groot deel van de prejudiciŽle procedures over insolventierecht. Duidelijk is dan ook van groot belang in het insolventierecht. De prejudiciŽle procedure kent echter ook beperkingen en valkuilen. In deze bijdrage bespreek ik de belangrijkste aandachtspunten bij het stellen van een prejudiciŽle vraag en laat ik aan de hand van insolventierechtelijke prejudiciŽle beslissingen zien hoe dat goed en fout kan gaan.
Auteur(s)A. Steneker
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelHet Imagine-arrest en het voorstellingsvermogen van de Hoge Raad
CiteertitelNTBR 2016/51
SamenvattingArtikel 392 lid 1 Rv koppelt de bevoegdheid van de lagere rechter om de Hoge Raad een rechtsvraag te stellen aan het vereiste dat deze rechtsvraag rechtstreeks van belang is voor een veelheid aan vorderingsrechten die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en uit dezelfde of soortgelijke samenhangende oorzaken voortkomen. In deze bijdrage ligt de focus op categorie rechtsvragen waarbij de Hoge Raad zich voor de taak gesteld ziet die ook rust op een wetgever: een regel formuleren die toepasbaar is op Ďtalrijkeí geschillen. Daarom zal de Hoge Raad bij het formuleren van rechtsregels zich ervan moeten vergewissen welke gevallen gelijk moeten worden behandeld en welke gevallen niet. Het Imagine-arrest toont aan hoezeer bij het formuleren van rechtsregels voorzichtigheid en voorstellingsvermogen is geboden, omdat de feiten in een mogelijk ander geschil net even anders kunnen zijn, waardoor de gestelde rechtsregel een ongewenst resultaat oplevert.
Auteur(s)C.G. Breedveld-de Voogd , P.W. den Hollander
UitspraakECLI:NL:HR:2016:162
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelVragen over nietigheid op grond van art. 3:40 lid 1 BW: Een pleidooi voor een twee fasen toets
CiteertitelNTBR 2016/52
SamenvattingHet Hof ís-Hertogenbosch zag zich gesteld voor de vraag of een verhaalsbeding in een aannemingsovereenkomst voor op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) opgelegde boeten nietig is op grond van art. 3:40 lid 1 BW wegens strijd met de openbare orde en legde die aan de Hoge Raad voor als prejudiciŽle vraag. In deze bijdrage staat centraal hoe het prejudiciŽle oordeel van de Hoge Raad binnen art. 3:40 lid 1 BW gepositioneerd dient te worden en of de Hoge Raad met dit Wav-arrest afwijkt van het beoordelingskader dat hij in Esmilo/Mediq formuleerde. Op welke wijze dient de rechter te toetsen of sprake is van nietigheid wegens strijd met de openbare orde bij (mogelijke) strijd met buiten het BW geplaatste bepalingen? In hoeverre zijn het doel en de strekking van de veelal publiekrechtelijke regel van invloed op de invulling van het nationale openbare orde begrip?
Auteur(s)H. ten Oever , G. Veldt
LinkVolledige tekst wetsartikel (3:40 BW, wetten.overheid.nl)
UitspraakECLI:NL:HR:2015:3568
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekKronieken
TitelKroniek Algemeen
CiteertitelNTBR 2016/53
SamenvattingDe december-kroniek vangt aan met de aankondiging van een drietal dissertaties over uiteenlopende vraagstukken. Moet er voor de vergoeding van schade uit rampen een nationaal rampenfonds komen? Dienen arbeidsovereenkomsten aan het regime van algemene voorwaarden te worden onderworpen? En in hoeverre hebben fundamentele rechten doorwerking in het aansprakelijkheidsrecht? Corjo Jansen zet zijn geschiedschrijving van het Nederlands burgerlijk recht voort en nadert het hier en nu. Van Togaberoepen in de rechtsstaat verscheen een tweede druk. In Maastricht vond een congres plaats over de burger in het Europees privaatrecht. Het Archiv fŁr die civilistische Praxis kwam met de publicatie van de preadviezen voor de Zivilrechtslehrerverein en met een samenvatting van recente Habilitationsschriften. In ItaliŽ verschijnt sinds kort een Engelstalig tijdschrift over Italiaans recht. Bij gelegenheid van een zeventigste verjaardag kwam daar voorts een grotendeels Engelstalige feestbundel uit. De kroniek wordt afgesloten met de gebruikelijke nominatie van de tien beste publicaties die dit jaar in deze kroniek zijn aangekondigd, en de keuze van ťťn daarvan tot boek van het jaar.
Auteur(s)E.H. Hondius
Artikel aanvragenVia Praktizijn