SEW; Tijdschrift voor Europees en economisch recht

Uitgever Uitgeverij Paris
Tijdschrift SEW; Tijdschrift voor Europees en economisch recht
Datum 31-12-2016
Aflevering 12
RubriekRedactionele signalen
TitelRedactionele signalen
CiteertitelSEW 2016/194
SamenvattingEr is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat Brexit en de eventuele afwikkeling daarvan op een bepaald ogenblik aanleiding zullen geven tot juridische procedures. Het is sneller gegaan dan gedacht: met zijn uitspraak van 3 november in de zaak Miller heeft de High Court of Justice de primeur. De kern van de zaak was of de regering, gebruikmakend van het prerogatief van de Kroon, zonder toestemming van het parlement artikel 50 VEU inwerking mag stellen. De problemen in deze zaak lijken overzichtelijk, maar de oplossingen zijn het stukken minder. Het (juridische) vervolg op de Brexit-beslissing zal in 2017 zeker in SEW vasthouden. In de twee hoofdartikelen van dit laatste nummer van 2016 staan twee alternatieve handhavingspraktijken van de ACM centraal: schikkingen in kartelzaken en individuele zienswijzen.
Auteur(s)A. Prechal
Pagina509
LinkVolledige tekst artikel (uitgeverijparis.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelSchikken met ACM: gewenste koers of rechtsomkeert maken?
CiteertitelSEW 2016/195
SamenvattingIn één jaar tijd heeft de ACM in twee kartelzaken een schikking totstand gebracht. Dit artikel toetst het gebruik van schikkingen in kartelzaken aan enkele normatieve eisen van goed markttoezicht. Ten grondslag aan de toetsing liggen enkele binnen- en buitenlandse ervaringen met ‘schikkingen’. De conclusie is dat de toetsing aan deze normatieve eisen, met name aan de eisen die waarborgen in de procedure brengen, enkele bezwaren aan het licht brengt. Het artikel eindigt met het formuleren van een aantal oplossingsrichtingen.
Auteur(s)A. Outhuijse
Pagina510-522
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelMededingingsautoriteiten als koorddansers: spanningen rond individuele zienswijzen
CiteertitelSEW 2016/196
SamenvattingDe ACM laat zich soms uit over individuele mededingingsrechtelijke vragen in situaties waarin (nog) geen formeel onderzoek is ingesteld. Deze individuele zienswijzen doen soms veel stof opwaaien en kunnen tot gevolg hebben dat een zorgvuldig uitgedacht plan voor samenwerking weer terug naar de tekentafel moet. Dit artikel onderwerpt individuele zienswijzen aan een nader onderzoek, laat zien onder welke spanningen mededingingsautoriteiten opereren en doet aanbevelingen voor verbetering.
Auteur(s)E.S. Lachnit
Pagina523-531
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie EU Actueel
TitelHvJ EU 28-07-2016, C-660/13, ECLI:EU:C:2016:616
CiteertitelSEW 2016/197
SamenvattingBeroep tot nietigverklaring – Externe betrekkingen van de Europese Unie – Toegang van de Zwitserse Bondsstaat tot de interne markt – Financiële bijdrage van de Zwitserse Bondsstaat aan de economische en sociale cohesie in een uitgebreide Unie – Memorandum van overeenstemming over een financiële bijdrage van de Zwitserse Bondsstaat voor de in 2004 toegetreden lidstaten – Toetreding van de Republiek Kroatië tot de Unie – Addendum bij het memorandum van overeenstemming over een financiële bijdrage van de Zwitserse Bondsstaat ten behoeve van de Republiek Kroatië – Ondertekening van het addendum door de Europese Commissie namens de Unie zonder voorafgaande machtiging door de Raad van de Europese Unie – Bevoegdheid – Artikel 13 lid 2, artikel 16 lid 1 en 6 en artikel 17 lid 1 VEU – Beginsel van bevoegdheidstoedeling, beginsel van het institutionele evenwicht en beginsel van loyale samenwerking.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 28 juli 2016.#Raad van de Europese Unie tegen Europese Commissie.#Beroep tot nietigverklaring - Externe betrekkingen van de Europese Unie - Toegang van de Zwitserse Bondsstaat tot de interne markt - Financiele bijdrage van de Zwitserse Bondsstaat aan de economische en sociale cohesie in een uitgebreide Unie - Memorandum van overeenstemming over een financiele bijdrage van de Zwitserse Bondsstaat voor de in 2004 toegetreden lidstaten - Toetreding van de Republiek Kroatie tot de Unie - Addendum bij het memorandum van overeenstemming over een financiele bijdrage van de Zwitserse Bondsstaat ten behoeve van de Republiek Kroatie - Ondertekening van het addendum door de Europese Commissie namens de Unie zonder voorafgaande machtiging door de Raad van de Europese Unie - Bevoegdheid - Artikel 13, lid 2, artikel 16, leden 1 en 6, en artikel 17, lid 1, VEU - Beginsel van bevoegdheidstoedeling, beginsel van het institutionele evenwicht en beginsel van loyale samenwerking.#Zaak C-660/13.
UitspraakECLI:EU:C:2016:616
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie EU Actueel
TitelHvJ EU 28-07-2016, C-294/16 PPU, ECLI:EU:C:2016:610
CiteertitelSEW 2016/198
SamenvattingPrejudiciële verwijzing – Prejudiciële spoedprocedure – Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken – Kaderbesluit 2002/584/JBZ – Artikel 26 lid 1 – Europees aanhoudingsbevel– Gevolgen van de overlevering – Verrekening van de periode van vrijheidsbeneming in de uitvoerende staat – Begrip ‘vrijheidsbeneming’ – Andere vrijheidsbeperkende maatregelen dan gevangenzetting – Huisarrest, gekoppeld aan het dragen van een elektronische enkelband – Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Artikel 6 en 49.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 28 juli 2016.#JZ tegen Prokuratura Rejonowa Lodz - Srodmiescie.#Verzoek van de Sad Rejonowy dla Lodzi - Srodmiescia w Lodzi om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Prejudiciele spoedprocedure - Politiele en justitiele samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Artikel 26, lid 1 - Europees aanhoudingsbevel - Gevolgen van de overlevering - Verrekening van de periode van vrijheidsbeneming in de uitvoerende staat - Begrip ,vrijheidsbeneming' - Andere vrijheidsbeperkende maatregelen dan gevangenzetting - Huisarrest, gekoppeld aan het dragen van een elektronische enkelband - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 6 en 49.#Zaak C-294/16 PPU.
UitspraakECLI:EU:C:2016:610
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie EU Actueel
TitelHvJ EU 06-09-2016, C-182/15, ECLI:EU:C:2016:630
CiteertitelSEW 2016/199
SamenvattingPrejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Europese Unie – Uitlevering, aan een derde land, van een onderdaan van een lidstaat die gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer – Werkingssfeer van het Unierecht – Bescherming van onderdanen van een lidstaat tegen uitlevering – Geen bescherming van onderdanen van andere lidstaten – Beperking van het vrije verkeer – Rechtvaardiging op grond van de voorkoming van straffeloosheid – Evenredigheid – Verificatie van de inachtneming van de waarborgen van artikel 19 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 september 2016.#Aleksei Petruhhin.#Verzoek van de Augstaka tiesa om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Burgerschap van de Europese Unie - Uitlevering, aan een derde land, van een onderdaan van een lidstaat die gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer - Werkingssfeer van het Unierecht - Bescherming van onderdanen van een lidstaat tegen uitlevering - Geen bescherming van onderdanen van andere lidstaten - Beperking van het vrije verkeer - Rechtvaardiging op grond van de voorkoming van straffeloosheid - Evenredigheid - Verificatie van de inachtneming van de waarborgen van artikel 19 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.#Zaak C-182/15.
UitspraakECLI:EU:C:2016:630
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie EU Actueel
TitelHvJ EU 08-09-2016, C-160/15, ECLI:EU:C:2016:644
CiteertitelSEW 2016/200
SamenvattingPrejudiciële verwijzing – Auteursrecht en naburige rechten – Richtlijn 2001/29/EG – Informatiemaatschappij – Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten – Artikel 3, lid 1 – Mededeling aan het publiek – Begrip – Internet – Hyperlinks die toegang verschaffen tot beschermde werken die zonder toestemming van de rechthebbende toegankelijk zijn gemaakt op een andere website – Nog niet door de rechthebbende gepubliceerde foto’s – Met winstoogmerk plaatsen van dergelijke links. GS Media BV vs. Sanoma Media Netherlands BV en anderen.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 september 2016.#GS Media BV tegen Sanoma Media Netherlands BV e.a.#Verzoek van de Hoge Raad der Nederlanden om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Auteursrecht en naburige rechten - Richtlijn 2001/29/EG - Informatiemaatschappij - Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten - Artikel 3, lid 1 - Mededeling aan het publiek - Begrip - Internet - Hyperlinks die toegang verschaffen tot beschermde werken die zonder toestemming van de rechthebbende toegankelijk zijn gemaakt op een andere website - Nog niet door de rechthebbende gepubliceerde foto's - Met winstoogmerk plaatsen van dergelijke links.#Zaak C-160/15.
LinkVolledige tekst uitspraak (curia.europa.eu)
UitspraakECLI:EU:C:2016:644
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie EU Actueel
TitelHvJ EU 13-09-2016 , C-304/14, ECLI:EU:C:2016:674
CiteertitelSEW 2016/201
SamenvattingPrejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikel 20 VWEU – Derdelander met een kind van jonge leeftijd ten laste dat Unieburger is – Verblijfsrecht in het land waarvan het kind onderdaan is – Strafrechtelijke veroordelingen van de ouder van het kind – Besluit tot verwijdering van de ouder met als gevolg de indirecte verwijdering van het betrokken kind.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 13 september 2016.#Secretary of State for the Home Department tegen CS.#Verzoek van de Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Burgerschap van de Unie - Artikel 20 VWEU - Derdelander met een kind van jonge leeftijd ten laste dat Unieburger is - Verblijfsrecht in het land waarvan het kind onderdaan is - Strafrechtelijke veroordelingen van de ouder van het kind - Besluit tot verwijdering van de ouder met als gevolg de indirecte verwijdering van het betrokken kind.#Zaak C-304/14.
UitspraakECLI:EU:C:2016:674
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie EU Actueel
TitelHvJ EU 13-09-2016, C-165/14, ECLI:EU:C:2016:675
CiteertitelSEW 2016/202
SamenvattingPrejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikel 20 en 21 VWEU – Richtlijn 2004/38/EG–Verblijfsrecht in een lidstaat van een derdelander met een strafblad – Ouder die als enige de zorg heeft voor twee minderjarige kinderen die Unieburger zijn – Eerste kind met de nationaliteit van de woonlidstaat – Tweede kind met de nationaliteit van een andere lidstaat– Nationale wettelijke regeling die uitsluit dat aan die bloedverwant in opgaande lijn een verblijfstitel wordt verleend, wegens diens strafblad – Weigering van verblijf die ertoe kan leiden dat de kinderen het grondgebied van de Unie moeten verlaten.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 13 september 2016.#Alfredo Rendon Marin tegen Administracion del Estado.#Verzoek van de Tribunal Supremo om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Burgerschap van de Unie - Artikelen 20 en 21 VWEU - Richtlijn 2004/38/EG - Verblijfsrecht in een lidstaat van een derdelander met een strafblad - Ouder die als enige de zorg heeft voor twee minderjarige kinderen die Unieburger zijn - Eerste kind met de nationaliteit van de woonlidstaat - Tweede kind met de nationaliteit van een andere lidstaat - Nationale wettelijke regeling die uitsluit dat aan die bloedverwant in opgaande lijn een verblijfstitel wordt verleend, wegens diens strafblad - Weigering van verblijf die ertoe kan leiden dat de kinderen het grondgebied van de Unie moeten verlaten.#Zaak C-165/14.
UitspraakECLI:EU:C:2016:675
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie EU Actueel
TitelGerecht EU 15-09-2016, T-346/14, ECLI:EU:T:2016:497
CiteertitelSEW 2016/203
SamenvattingGemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – Beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Oekraïne – Bevriezing van tegoeden – Lijst van personen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen zijn bevroren – Plaatsing van verzoekers naam op die lijst – Rechten van de verdediging –Motiveringsplicht–Rechtsgrond–Recht op een effectieve rechterlijke bescherming – Misbruik van bevoegdheid – Niet-nakoming van de criteria voor plaatsing op de lijst – Kennelijk onjuiste beoordeling – Eigendomsrecht. Viktor Fedorovych Yanukovych vs. Raad
Samenvatting (Bron)Arrest van het Gerecht (Negende kamer - uitgebreid) van 15 september 2016.#Viktor Fedorovych Yanukovych tegen Raad van de Europese Unie.#Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Oekraine - Bevriezing van tegoeden - Lijst van personen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen zijn bevroren - Plaatsing van verzoekers naam op die lijst - Rechten van de verdediging - Motiveringsplicht - Rechtsgrond - Recht op een effectieve rechterlijke bescherming - Misbruik van bevoegdheid - Niet-nakoming van de criteria voor plaatsing op de lijst - Kennelijk onjuiste beoordeling - Eigendomsrecht.#Zaak T-346/14.
UitspraakECLI:EU:T:2016:497
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie NL Actueel
TitelGerechtshof Den Haag 25-10-2016
CiteertitelSEW 2016/204
SamenvattingCiviel recht – Pensioenleeftijd – Leeftijdsdiscriminatie – Richtlijn 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep – Verplichting tot stellen prejudiciële vragen – Staatsaansprakelijkheid – Art. 6 EVRM.
Samenvatting (Bron)Nasleep van ECLI:NL:HR:2012:BW3367; onrechtmatige rechtspraak; heeft de Staat in stijd gehandeld met Unierecht door geen prejudiciele vragen te stellen? vervroegd leeftijdsontslag KLM-piloten; strijd met art. 6 EVRM wegens gebrekkige motivering?
UitspraakECLI:NL:GHDHA:2016:2984
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie NL Actueel
TitelRechtbank Den Haag 13-10-2016
CiteertitelSEW 2016/205
SamenvattingGrenscontroles, asielenimmigratie – Asielbeleid –Verordening(EU)604/2013 – Verantwoordelijke lidstaat – Zorgvuldigheidsgebrek claimverzoek – Effectief rechtsmiddel –Prejudiciële vragen – Einduitspraak.
Samenvatting (Bron)Ghezelbash tegen Nederland, beantwoording van de prejudiciële vragen, einduitspraak, overdrachtsbesluit, Shamso Abdullahi tegen Oostenrijk, doeltreffendheid van de rechtsmiddelen, daadwerkelijk rechtsmiddel, Karim tegen Zweden, bewijsmiddelen, bewijskracht, Uitvoeringsverordening, indirecte bewijzen, bijzondere bewijspositie van asielzoekers, toepassing van de criteria in hoofdstuk III van Vo 604/2013, claimakkoord, Frankrijk, Dublinclaim, naspeuringen, overnameverzoek, objectieve bron, authenticiteit, documenten, samenwerkingsverplichting, grondgebied van de lidstaten heeft verlaten. Samenvatting: Gezien het arrest van het HvJ-EU van 7 juni 2016 stelt de rechtbank vast dat eiser in onderhavig beroep kan opkomen tegen de toepassing van de criteria in hoofdstuk III van Vo 604/2013 en dat het feit dat een claimakkoord is afgegeven daaraan niet in de weg staat. In het kader van de vraag of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen worden gelaten, is daarom van belang of Frankrijk door verweerder terecht verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van het asielverzoek. Vast staat dat de Franse autoriteiten eiser toegang tot het grondgebied van de lidstaten hebben verstrekt, zodat Frankrijk op grond van artikel 12, vierde lid, van Vo 604/2013 verantwoordelijk is. Dat is anders als eiser het grondgebied van de lidstaten nadien, en voor het indienen van zijn asielverzoek, heeft verlaten. Voor zover verweerder in zijn reacties een beroep doet op artikel 19, tweede lid, van Vo 604/2013, overweegt de rechtbank dat artikel 19 van Vo 604/2013 niet behoort tot de criteria voor vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat die zijn opgenomen in hoofdstuk III van Vo 604/2013. Dit artikel bevat voorschriften voor het vervallen van een eerder ontstane verantwoordelijkheid. Zoals in de tussenuitspraak overwogen, was eiser ten tijde van zijn verblijf in Frankrijk op 18 december 2013 geen asielzoeker en is het juist de vraag of Frankrijk vanwege het verstrekken van een visum eerder verantwoordelijk is geworden, welke verantwoordelijkheid wordt geregeld door de criteria in Hoofdstuk III, in dit geval artikel 12, vierde lid, van Vo 604/2013. Verweerders verwijzing naar het arrest Karim tegen Zweden kan hem niet baten. In dit arrest heeft het HvJ-EU voor recht verklaard dat een vreemdeling zich in beroep tegen een overdrachtsbesluit kan beroepen op artikel 19, tweede lid, van Vo 604/2013. Uit het voorgaande volgt echter dat artikel 19, tweede lid, van Vo 604/2013 in de voorliggende zaak geen rol speelt. Voor de vaststelling van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van eisers asielverzoek dient in dit geval slechts te worden onderzocht of eiser het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, waardoor Frankrijk niet langer verantwoordelijk is. Analoog aan rechtsoverweging 4 van de uitspraak van 1 maart 2016 van de Afdeling, is de rechtbank van oordeel dat verweerder gehouden is bewijsmiddelen en indirecte bewijzen, op grond waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, aan de Franse autoriteiten over te leggen bij het overnameverzoek, maar dat het in eerste instantie aan verweerder is te beoordelen of van dergelijk bewijs sprake is. In zoverre komt de verzoekende lidstaat het oordeel toe over de bewijskracht van de ingebrachte bewijsmiddelen en indirecte bewijzen. De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat zonder nader onderzoek naar de authenticiteit van de overgelegde doktersverklaring en verkoopakte verweerder niet heeft kunnen concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten. De rechtbank constateert dat verweerder de doktersverklaring en de koopakte niet op authenticiteit heeft laten onderzoeken. De rechtbank overweegt dat de doktersverklaring, waaruit kan blijken dat eiser op 23 januari 2014 een bezoek aan diens artsenpraktijk heeft gebracht in Iran, niet op verzoek van eiser is opgemaakt, maar kennelijk was gericht aan eisers werkgever. Nu een dergelijke doktersverklaring impliceert dat de arts eiser daarbij heeft gezien, vormt dit document, indien authentiek, een onderbouwing voor eisers stelling dat hij na zijn kortstondig verblijf in Frankrijk is teruggekeerd naar Iran. Met betrekking tot de koopakte is, ondanks de door verweerder opgemerkte bevreemdingwekkende passages hierin, niet bestreden dat de overgelegde verkoopakte is opgemaakt op 10 januari 2014 en dat deze mede is ondertekend door eiser. Nu deze verkoopakte niet kan zijn ondertekend voor de opmaak daarvan, zou dit betekenen dat voor zover het een authentiek document betreft eiser op of na 10 januari 2014 in Iran is geweest. Ten aanzien van de doktersverklaring en de koopakte kan verweerders motivering derhalve zijn conclusie, dat aan deze stukken geen bewijskracht toekomt, niet dragen. De rechtbank neemt in aanmerking dat het geenszins onmogelijk is om de authenticiteit van de door eiser ingebrachte bewijsmiddelen nader te onderzoeken. Met eiser is de rechtbank van oordeel dat het, gelet op de samenwerkingsverplichting die volgt uit artikel 4 van de Definitierichtlijn, aan verweerder is om dergelijk onderzoek te (laten) uitvoeren, al dan niet door de originele documenten van eiser conform zijn aanbod te laten onderzoeken, of door bijvoorbeeld de contactgegevens en het registratienummer van de arts te verifiëren. Nu dergelijk nader onderzoek is uitgebleven blijft het standpunt van verweerder, dat eiser niet aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat niet kan worden aangenomen dat hij na inreis in Frankrijk het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, onvoldoende gemotiveerd.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2016:12302
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelHvJ EU 02-03-2016, C-241/15, ECLI:EU:C:2016:385
CiteertitelSEW 2016/206
SamenvattingEen Europees aanhoudingsbevel ter fine van strafvervolging moet berusten op een daarvan onderscheiden nationaal aanhoudingsbevel; bij gebreke daarvan mag geen gevolg worden gegeven aan het Europees aanhoudingsbevel.
Niculaie Aurel Bob-Dogi.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 1 juni 2016.#Niculaie Aurel Bob-Dogi.#Verzoek van de Curte de Apel Cluj om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Politiele en justitiele samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Europees aanhoudingsbevel - Artikel 8, lid 1, onder c) - Verplichting om in het Europees aanhoudingsbevel gegevens te vermelden over het bestaan van een ,aanhoudingsbevel' - Geen van het Europees aanhoudingsbevel onderscheiden voorafgaand nationaal aanhoudingsbevel - Gevolg.#Zaak C-241/15.
AnnotatorV.H. Glerum
UitspraakECLI:EU:C:2016:385
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelHvJ EU 21-06-2016, C-15/15, ECLI:EU:C:2016:464
CiteertitelSEW 2016/207
SamenvattingDe taalkeuze is vrij voor facturen in het grensoverschrijdend handelsverkeer in de EU, maar de wetgever mag opleggen dat minstens de lokale officiële taal wordt gebruikt.
New Valmar BVBA vs. Global Pharmacies Partner Health Srl.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 21 juni 2016.#New Valmar BVBA tegen Global Pharmacies Partner Health Srl.#Verzoek van de rechtbank van koophandel Gent om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Vrij verkeer van goederen - Verbod van maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve uitvoerbeperkingen - Artikel 35 VWEU - In het Nederlandse taalgebied van het Koninkrijk Belgie gevestigde onderneming - Regeling op grond waarvan facturen verplicht in het Nederlands moeten worden opgesteld op straffe van absolute nietigheid - Concessieovereenkomst met grensoverschrijdend karakter - Beperking - Rechtvaardiging - Onevenredigheid.#Zaak C-15/15.
AnnotatorS. van der Jeught
UitspraakECLI:EU:C:2016:464
Artikel aanvragenVia Praktizijn