Tijdschrift voor Ambtenarenrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Tijdschrift voor Ambtenarenrecht
Datum 18-01-2014
Aflevering 1
RubriekArtikel
TitelAf door de draaideur
CiteertitelTAR 2014/198
SamenvattingHet is alweer vijftien jaar geleden dat de Wet flexibiliteit en zekerheid werd ingevoerd, en zij schijnt al weer aan vernieuwing toe te zijn, maar de doorvoering van de wet in ambtelijke rechtspositieregelingen levert nog steeds belangwekkende jurisprudentie op.
Auteur(s)P.J. Schaap
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikel
TitelWeigerambtenaar terecht ontslagen?
CiteertitelTAR 2014/199
SamenvattingIn 1983 trad een klarinettist in dienst van de Koninklijke Luchtmacht, in de functie van muzikant bij de militaire kapel van dit krijgsmachtonderdeel. Hij betoonde zich een voortreffelijk muzikant en al gauw werd hem gevraagd om met regelmaat zowel instrumentaal als vocaal te soleren.
In 1992 verzocht hij de commandant van de Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School, onder wie de kapel ressorteerde, om hem in verband met zijn Joods-godsdienstige identiteit geen activiteiten te laten verrichten waarvan de Joodse wetgeving de uitvoering verbiedt, namelijk het musiceren en reizen op de Joodse rust- en feestdagen (hij was inmiddels in het huwelijk getreden met een orthodox-Joodse vrouw).
De commandant weigerde zijn verzoek in te willigen, en de klarinettist tekende bezwaar aan bij de Minister van Defensie. Die verklaarde dat bezwaar ongegrond, en de klarinettist ging in beroep. Hangende dit beroep vroeg en kreeg hij een voorlopige voorziening, die inhield dat het bestreden besluit werd geschorst onder de bepaling dat de minister betrokkene in de gelegenheid moest stellen de Joodse sjabbat en feestdagen overeenkomstig orthodox-joodse principes in acht te nemen tot op het beroep in de hoofdzaak zou zijn beslist.
Auteur(s)P.J. Schaap
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:14133
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 24-10-2013
CiteertitelTAR 2014/1
SamenvattingConversie in vaste aanstelling; tussentijdse uitzendperiode telt mee
Samenvatting (Bron)Bij besluit is aan betrokkene eervol ontslag verleend wegens het verstrijken van de periode waarvoor zij was aangesteld. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het ontslagbesluit herroepen en bepaald dat betrokkene vanaf 1 april 2008 in vaste dienst is bij appellant. De Raad komt, met de rechtbank, tot de conclusie dat betrokkene heeft voldaan aan de voorwaarden van artikel 7, achtste lid, onder b, van het BARD en van rechtswege een vaste aanstelling heeft gekregen.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:2181
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 18-11-2013
CiteertitelTAR 2014/2
SamenvattingGeen conversie in vaste aanstelling; uitzendovereenkomst voorafgaande aan de tijdelijke aanstelling telt niet mee
Samenvatting (Bron)Uitzendperiode telt niet mee bij bescherming flexwerk.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:2389
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 30-05-2013
CiteertitelTAR 2014/3
SamenvattingGeen beroepsincident; nakoming van de zorgplicht
Samenvatting (Bron)Dienstongeval, maar geen beroepsincident. Penitentiair inrichtingswerker. Zorgplicht is nagekomen.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:CA1809
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 30-05-2013
CiteertitelTAR 2014/4
SamenvattingVoorwaardelijk ontslag wegens ongeschiktheid anders dan door ziekte of gebrek; vaststelling van plichtsverzuim
Samenvatting (Bron)De Korpsbeheerder heeft betrokkene voorwaardelijk ongeschiktheidsontslag verleend bij wijze van laatste waarschuwing om zijn functioneren te verbeteren. In die zin dient ook dat deel van het besluit van 9 maart 2009 te worden opgevat. Anders dan de Korpsbeheerder heeft gesteld, biedt het gesloten ontslagsysteem van het Barp echter niet de mogelijkheid om daartoe een voorwaardelijk ongeschiktheidsontslag te verlenen. Een voorwaardelijke mogelijkheid tot ontslag kent het Barp slechts in het geval van een strafontslag. Daar heeft de Korpsbeheerder in het geval van betrokkene nu juist bewust van afgezien. De rechtbank heeft het bestreden besluit in zoverre dan ook terecht vernietigd en het primaire ontslag herroepen. Het hoger beroep van de Korpsbeheerder op dit punt kan niet slagen. Het hoger beroep van de Korpsbeheerder tegen het oordeel van de rechtbank om het bestreden besluit te vernietigen en het primaire besluit te herroepen ůůk wat betreft het deel dat ziet op de vaststelling plichtsverzuim slaagt wel. Naar aanleiding van het beroep tegen het bestreden besluit, waarin de Korpsbeheerder nog eens uiteen heeft gezet waarom betrokkene plichtsverzuim wordt verweten, had de rechtbank een oordeel dienen te geven over de vraag of daarvan inderdaad sprake was. Dat heeft de rechtbank ten onrechte niet gedaan. De aangevallen uitspraak dient in zoverre te worden vernietigd. De Raad: De Korpsbeheerder heeft de handelwijze van betrokkene terecht als plichtsverzuim aangemerkt.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:CA1719
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 30-05-2013
CiteertitelTAR 2014/5
SamenvattingOntslag op andere gronden; onderzoek naar ongeschiktheid wegens ziekte; samenloop van ontslaggronden
Samenvatting (Bron)Ontslag. Er was sprake van zodanige onverenigbaarheid van karakters, dat een ontslag op andere gronden gerechtvaardigd was. Daarbij acht de Raad van belang dat appellant en de leidinggevende zich geruime tijd tegemoetkomend jegens betrokkene hebben opgesteld en de nodige inspanningen hebben verricht om tot herstel van de verhoudingen te komen. Daar tegenover heeft betrokkene zich steeds scherper opgesteld tegenover de leidinggevende, culminerend in het gesprek van 10 september 2008 waarin betrokkene feitelijk het vertrouwen in de leidinggevende opzegde; een stellingname waarvan betrokkene ook niet meer is teruggekomen. Van een overwegend aandeel van appellant is geen sprake geweest. De Raad ziet ook geen andere omstandigheden die meebrengen dat toekenning van een zogenoemde plus redelijk is.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:CA1835
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 30-05-2013
CiteertitelTAR 2014/6
SamenvattingFinanciŽle tegemoetkoming na uitspraak van de Raad in zaken van collegaís van betrokkene; artikel 4:6 van de Awb; geen rechtspositionele aanspraken ontlenen aan convenant
Samenvatting (Bron)Er valt geen rechtsregel aan te wijzen die de staatssecretaris verplicht om oud-UWV-werknemers die in 2006 geen rechtsmiddelen hebben aangewend tegen het besluit waarin hun afkoopsom is vastgesteld, op enigerlei wijze te compenseren. Toepassing artikel 4:6 Awb. Geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden. Wat betreft het beroep van appellant op het convenant van 4 februari 2005 dat was gesloten tussen de bestuurders van de Belastingdienst en het UWV aan de ene kant en de vakbonden aan de andere kant, en het vertrouwen op volledige compensatie dat hij daaraan meent te ontlenen, geldt volgens vaste rechtspraak dat individuele ambtenaren hun rechtspositionele aanspraken niet ontlenen aan een (arbeidsvoorwaarden)akkoord, maar aan ter bepaling van hun rechtspositie gegeven algemeen verbindende voorschriften of genomen besluiten. in dit geval het besluit van 27 juni 2006. In het laatstgenoemd besluit heeft appellant berust. Ook die beroepsgrond slaagt dus niet.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:CA1858
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 06-06-2013
CiteertitelTAR 2014/7
SamenvattingStrafontslag wegens slaan in het gezicht van een patiŽnt; geen strafwaardig plichtsverzuim
Samenvatting (Bron)Herroeping ontslagbesluit. Geen sprake van strafwaardig plichtsverzuim. Betrokkene heeft een reflexmatige reactie gegeven op de pijn die haar door de patiŽnt werd toegebracht en waarvan zij zich wilde bevrijden.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:CA2256
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 13-06-2013
CiteertitelTAR 2014/8
SamenvattingAfwijzing van sollicitatie; sollicitatie niet als ambtenaar als zodanig
Samenvatting (Bron)Afwijzing van sollicitatie. Geen voorkeurspositie. Geen ambtenaar.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:CA3222
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 13-06-2013
CiteertitelTAR 2014/9
SamenvattingNegatieve beoordeling van een rechterlijk ambtenaar in opleiding
Samenvatting (Bron)Beoordeling van basisstage civiel recht. RAIO. Verweerder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de keuze voor een score A op het resultaatgebied uitspraken niet op onvoldoende gronden berust. Herstel van het aan het besluit klevende gebrek kan slechts leiden tot het als onvoldoende aanmerken van het functioneren op het resultaatgebied uitspraken, dat wil zeggen tot toekenning op dat resultaatgebied van de score B. De Raad voorziet zelf en stelt de score op het resultaatgebied uitspraken alsmede de eindscore vast op onvoldoende (score B).
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:CA3105
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 27-06-2013
CiteertitelTAR 2014/10
SamenvattingStrafontslag; deugdelijke gegevensvaststelling aan de hand van een op ambtsbelofte opgemaakte verklaring
Samenvatting (Bron)Strafontslag. Plichtsverzuim.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:755
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 27-06-2013
CiteertitelTAR 2014/11
SamenvattingOmvang van het geding; stopzetten verlofopbouw en korting bezoldiging wegens ziekte; afwijzing verzoek om opgelopen infectie aan te merken als beroepsziekte
Samenvatting (Bron)Stopzetting verlofopbouw wegens ziekte. Vaststelling bezoldiging op 90% wegens ziekteduur van meer dan 26 weken. Afwijzing verzoek om de opgelopen infectie aan te merken als beroepsziekte. Appellante is er niet in geslaagd de beroepsziekte aannemelijk te maken, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat er een causaal verband is tussen de opgelopen infectie en de beroepswerkzaamheden.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:770
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 04-07-2013
CiteertitelTAR 2014/12
SamenvattingTijdelijke aanstelling is niet voortgezet; Klokkenluidersregeling
Samenvatting (Bron)Met de rechtbank wordt is geoordeeld dat het college op voldoende grondslag de tijdelijke aanstelling van appellant niet heeft verlengd. Appellant had immers zelf te kennen gegeven om reden van zijn geweten niet in staat te zijn de hem opgedragen werkzaamheden te verrichten overeenkomstig de werkwijze van de dienst. Dat aan deze opstelling van appellant binnen redelijke tijd een einde zou kunnen komen is in het geheel niet aannemelijk.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:855
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 04-07-2013
CiteertitelTAR 2014/13
SamenvattingVoortijdige beŽindiging van de plaatsing op een ambassade
Samenvatting (Bron)BeŽindiging plaatsing van appellant. Vast staat dat appellant, zonder toestemming, een trampolinedoek heeft gevoegd bij een diplomatieke zending. Dat de minister ten aanzien van de verzending van privťgoederen een wisselend beleid voerde, wordt niet van belang geacht, nu uit de gedingstukken blijkt dat het op het moment van de verzending voor appellant duidelijk was dat hij zonder toestemming handelde.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:920
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 25-07-2013
CiteertitelTAR 2014/14
SamenvattingReorganisatieontslag; niet nakomen van de verplichtingen uit het re-integratieplan
Samenvatting (Bron)Het bestuur was, anders dan de rechtbank en betrokkene betogen, bevoegd om betrokkene ontslag te verlenen wegens reorganisatie. De rechtbank heeft bestreden besluit ten onrechte vernietigd. De inhoudelijke beoordeling van het beroep spitst zich toe op de vraag of betrokkene gehouden was de verplichtingen uit het re-integratieplan na te leven, en, zo ja, of overtreding van die verplichtingen tot directe beŽindiging van de re-integratiefase en direct ontslag mocht leiden. Betrokkene heeft de op hem rustende verplichtingen uit het re-integratieplan niet nageleefd en een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven over zijn vorderingen, het bestuur mocht besluiten om de ontslagdatum te vervroegen en de re-integratiefase te beŽindigen.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:1157
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 25-07-2013
CiteertitelTAR 2014/15
SamenvattingOntslag wegens ziekte; herplaatsingsonderzoek
Samenvatting (Bron)Het geding spitst zich toe op de vraag of de voor ontslagverlening gestelde voorwaarde is vervuld, inhoudende dat het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om appellante binnen het gezagsbereik van de minister andere arbeid aan te bieden. Anders dan de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag ontkennend. Het herplaatsingsonderzoek is onvoldoende geweest waardoor de minister niet bevoegd was om appellante ontslag te verlenen per 1 oktober 2012.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:1158
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 01-08-2013
CiteertitelTAR 2014/16
SamenvattingRechtmatig verkregen bewijs; voorwaardelijk strafontslag vanwege het niet juist deponeren van goederen en het aangaan van een relatie met een hulpvraagster
Samenvatting (Bron)In hoger beroep is uitsluitend nog in geschil of de rechtbank terecht het voorwaardelijk strafontslag heeft vernietigd. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan het gepleegde plichtsverzuim betrokkene niet kan worden toegerekend. Appellant was bevoegd betrokkene terzake een disciplinaire straf op te leggen. Gelet op de aard en de ernst van de verweten gedragingen is de straf van voorwaardelijk ontslag niet onevenredig. De rechtbank heeft het voorwaardelijk strafontslag ten onrechte vernietigd.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:1247
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 08-08-2013
CiteertitelTAR 2014/17
SamenvattingStudiefaciliteiten van een fase-2-kandidaat; heroverweging ex nunc
Samenvatting (Bron)Afwijzing aanvraag om volledige vergoeding van opleidingskosten en toekenning van acht uur per week scholingsverlof, dit voor een door hem gedurende ťťn dag per week te volgen opleiding Maatschappelijke Zorg, omdat de keuze van betrokkene voor deze opleiding blijkens zijn aanvraag verband houdt met zijn ambitie om penitentiair inrichtingswerker te worden, een functie waarop eveneens fase 2 van toepassing is. De aanvraag past daarom, aldus de regiodirecteur, niet in het Sociaal flankerend beleid. De rechtbank heeft het besluit vernietigd. De rechtbank heeft ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit niet in stand gelaten. Ten tijde van het bestreden besluit beschikte betrokkene niet meer over de status van fase-2-kandidaat. Nu is komen vast te staan dat betrokkene ten tijde van de besluitvorming op bezwaar niet langer behoorde tot de kring van potentiŽle rechthebbenden op de gevraagde voorziening, was, naar achteraf door appellant is onderkend, ongegrondverklaring van het bezwaar op die grond de enig juiste beslissing.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2013:1358
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Den Haag 23-10-2013
CiteertitelTAR 2014/18
SamenvattingOntslag buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand met gewetensbezwaren
Samenvatting (Bron)Haagse weigerambtenaar vecht zijn ontslag aan. Zaak tegen de gemeente Den Haag. Vonnis: Ontslagen Haagse weigerambtenaar krijgt baan niet terug.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:14133
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Den Haag 06-11-2013
CiteertitelTAR 2014/19
SamenvattingAlleen als in de afvloeiingsregeling een hardheidsclausule is opgenomen kan op basis daarvan van de door de regeling bepaalde afvloeiingsvolgorde worden afgeweken
Samenvatting (Bron)Plaatsing in het risicodragend deel van de formatie (rddf) leraar A, feitelijk werkzaam als vakleerkracht bewegingsonderwijs in het primair onderwijs. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit wegens strijd met artikel 10.4, tweede lid, van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Primair Onderwijs 2009 (CAO PO). De rechtbank volgt eiser in zijn betoog dat verweerder niet heeft aangetoond dat op 31 juli 2006 een hardheidsclausule gold. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 31 juli 2006 reeds tweeŽnhalf jaar bestond. Verweerder heeft noch aangetoond dat de standaard VNG-afvloeiingsregeling door de voorganger van verweerder (de RBOOW) was vastgesteld en door verweerder is overgenomen, noch dat deze door verweerder zelf is vastgesteld. De stelling van verweerder dat weliswaar niet aangetoond kan worden dat de hardheidsclausule gold ten tijde van belang, maar dat er vanuit gegaan moet worden dat dit het geval was nu in de praktijk alle scholen de standaardregeling hanteerden en daarin ook standaard een hardheidsclausule was opgenomen, volgt de rechtbank niet. Gelet op de mogelijk verstrekkende rechtspositionele gevolgen van de toepassing van de hardheidsclausule kan naar het oordeel van de rechtbank omwille van de rechtszekerheid niet afgeweken worden van het uitgangspunt dat verweerder dient aan te tonen welke regeling hij heeft vastgesteld en dat deze regeling ten tijde van belang toepasselijk was. Nu niet is komen vast te staan dat er een hardheidsclausule gold op 31 juli 2006, kon verweerder niet met een beroep op die hardheidsclausule afwijken van de afvloeiingsvolgorde zoals opgenomen op de gehanteerde afvloeiingslijst voor de categorie onderwijzend personeel. Daarbij komt dat het voorgaande onverlet laat dat verweerder gelet op het bepaalde in artikel 10.4, zevende lid, van de CAO PO de mogelijkheid heeft om af te wijken van de geldende regeling door het voeren van DGO-overleg indien hij van mening is dat de gekozen oplossing weliswaar in strijd komt met de te volgen afvloeiingssystematiek op grond van de CAO, maar omwille van het organisatiebelang de meest redelijke is. Nu deze weg openstaat, bestaat des te minder aanleiding afbreuk te doen aan het uitgangspunt van rechtszekerheid door het organisatiebelang in de onderhavige beoordeling doorslaggevend te achten.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:14895
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Den Haag 09-12-2013, SGR 13/4663
CiteertitelTAR 2014/20
SamenvattingVerplichting tot het treffen van beschermingsmaatregelen door werkgever alleen bij kenbaar risico
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2013:16415
Artikel aanvragenVia Praktizijn