Bouwrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Bouwrecht
Datum 21-09-2012
Aflevering 9
RubriekArtikelen
TitelOndergrondse regelingen opgediept (deel 2)
CiteertitelBR 2012/112
SamenvattingOverzicht van regelingen over activiteiten in de diepere ondergrond
Auteur(s)H.E. Woldendorp
LinkVolledige tekst artikel (rwsleefomgeving.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelHet Besluit bodemkwaliteit: bodemvreemde planten en andere jurisprudentie 2008-2012
CiteertitelBR 2012/113
SamenvattingHet Besluit bodemkwaliteit (het Besluit’, ofwel het ‘Bbk’) is voor velen onbekende regelgeving. Voor diegene die met het Besluit bekend zijn is het vooral erg ingewikkelde en lastig toepasbare regelgeving. Toch is dit besluit zeer belangrijk voor de bouwrechtpraktijk. Het Besluit regelt namelijk voor bouwstoffen, grond en baggerspecie hoe men het mag toepassen, wat daarvoor de randvoorwaarden zijn en wat de emissie- en samenstellingseisen zijn van de stof. Elke toepassing van bouwstoffen, grond en baggerspecie in Nederland valt dus onder het Besluit. Men kan hierbij denken aan een ophoging van een industrieterrein, het plaatsen van weg- en waterbouwconstructies en het aanleggen van een geluidswal. Voor een dergelijk veelomvattende regeling is de kennis over het Besluit in algemene zin echter zeer beperkt. Dit artikel zal de lezer enig inzicht geven in de werking (en de beperkingen) van het Besluit en vervolgens de relevante ontwikkelingen in de jurisprudentie sinds de invoering van het Besluit behandelen. Gezien de relatieve onbekendheid van het Besluit zal hoofdstuk één van dit artikel ingaan op het Besluit zelf, de structuur van dit besluit en het belang van dit besluit voor de praktijk. Hoofdstuk twee zal vervolgens de jurisprudentie ten aanzien van de toetsingssystematiek van het Besluit bespreken. In hoofdstuk drie komt de jurisprudentie ten aanzien van de zogenaamde Kwaliteitsborging Bodembeheer (‘Kwalibo’) regelgeving aan bod. In hoofdstuk vier zal de toepassing van het Besluit bij bouwstoffen en de jurisprudentie daaromtrent worden behandeld. In hoofdstuk vijf wordt de toepassing van het Besluit bij grond en baggerspecie onderzocht en in onderdeel zes sluit ik af met een conclusie.
Auteur(s)T.N. Sanders
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelBodemregelgeving: altijd in beweging…
CiteertitelBR 2012/114
SamenvattingDe Nederlandse bodem moge relatief rustig zijn qua aardschokken en aardbevingen, de wetgeving op dat gebied is dat beslist niet. De wetgeving op bodemgebied bestaat nog geen dertig jaar maar is in die tijd al vele malen gewijzigd, vaak zelfs behoorlijk ingrijpend. Onlangs is een uitbreiding van kracht geworden met betrekking tot het zogeheten gebiedsgerichte beleid. Voorts is een wetswijziging op komst met betrekking tot het terugbrengen van de lasten en het verbeteren van de uitvoering.
Auteur(s)E. Alders
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 30-05-2012
CiteertitelBR 2012/115
SamenvattingBelijning bouwvlak op verbeelding bestemmingsplan.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Kollenberg" vastgesteld.
AnnotatorP.M.J. de Haan
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW6944
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 06-06-2012
CiteertitelBR 2012/116
SamenvattingGemengde bestemming niet ondergeschikt. Afwijkingsbevoegdheid. Aantal bezoekers evenemententerrein niet gelimiteerd. Parkeerplaatsen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 21 april 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Castricum, 2e herziening gedeelte perceel Heerweg 89" vastgesteld.
AnnotatorP.M.J. de Haan
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW7617
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 06-06-2012
CiteertitelBR 2012/117
SamenvattingTegen het besluit tot het verlenen van de ontheffing kunnen met het oog op een doelmatige rechtsgang eerst rechtsmiddelen worden aangewend bij het besluit waarop het betrekking heeft. De Wro biedt een grondslag voor de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing van provinciale regels in de zin van art. 4.1 lid 1 Wro.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 12 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Westerdel" vastgesteld en besloten om geen exploitatieplan vast te stellen.
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW7636
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 06-06-2012
CiteertitelBR 2012/118
SamenvattingBesluit geen exploitatieplan vast te stellen. Vaststellingsplicht exploitatieplan vanwege noodzaak faseringsregel, noodzaak eisen en regels voor groenstrook en voor kavels en woningbouwcategorieën?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 12 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Westerdel" vastgesteld en besloten om geen exploitatieplan vast te stellen.
AnnotatorE.J. van Baardewijk
LinkVolledige tekst annotatie (metafoorro.nl)
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW7636
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 06-06-2012
CiteertitelBR 2012/119
SamenvattingTen onrechte geen goothoogte en dakhelling in bestemmingsplan.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 29 november 2011, kenmerk 11.83B, heeft de raad het bestemmingsplan "Dieren-Noord, [locatie] te Dieren" vastgesteld.
AnnotatorP.M.J. de Haan
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW7603
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRaad van State 06-06-2012
CiteertitelBR 2012/120
SamenvattingHandhaving. Illegale verbouwing terugbrengen in oorspronkelijke toestand onevenredig.
Samenvatting (Bron)Dwangsomaanschrijving hetgeen zonder bouwvergunning in, op en/of aan het pand is gerealiseerd, te slopen en gesloopt te houden, alsmede het pand in de oorspronkelijke staat te herstellen en hersteld te houden en daarnaast om het illegale gebruik van het pand als woning te beëindigen en beëindigd te houden. Belanghebbenden exploiteren een rundveehouderij. Op de gronden aan de locatie was in het verleden een fruitteeltbedrijf gevestigd met een daarbij behorende bedrijfswoning. Het pand is in augustus 2001 gekocht door appellant. Appellant heeft het pand, zonder over een bouwvergunning daarvoor te beschikken, verbouwd om het als burgerwoning te kunnen gebruiken. Dit gebruik is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat op het perceel de bestemming "Recreatieve doeleinden" rust en de gronden ingevolge de bij die bestemming behorende planvoorschriften niet voor woondoeleinden mogen worden gebruikt. Vaststaat dat het terugbrengen van het pand in de oorspronkelijke toestand betekent dat het pand inpandig ingrijpend moet worden verbouwd, waarbij onder meer de woon- en studeerkamer moeten worden verbouwd tot stallen. Het pand zou in dat geval geschikt zijn als agrarisch bedrijfspand, met een inpandige agrarische woning. Op het perceel rust geen agrarische bestemming, zoals in het verleden het geval was, maar het heeft de bestemming "Recreatieve doeleinden". Derhalve kan het pand, ook indien het zou worden teruggebracht in de oorspronkelijke toestand, niet worden bewoond en is het evenmin mogelijk daarin een agrarisch bedrijf te vestigen. Het is wel mogelijk om het pand in dat geval te gebruiken conform de huidige bestemming, maar daarvoor is het niet noodzakelijk om het terug te brengen in de oorspronkelijke toestand. Gelet hierop is het in bezwaar gehandhaafde besluit, voor zover daarbij is gelast de illegale verbouwingen te slopen en gesloopt te houden en het pand terug te brengen in de oorspronkelijke toestand, onevenredig in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. De Rb. heeft niet onderkend dat het college in zoverre van handhavend optreden had moeten afzien. Zoals het college ter zitting heeft aangegeven, is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Plattelandswoningen aanhangig (Kamerstukken II, 2011-2012, 33078, nr. 2). Dit wetsvoorstel heeft betrekking op (voormalige) agrarische bedrijfswoningen die (tevens) door derden mogen worden bewoond. Het wetsvoorstel ziet op de situatie waarin burgerbewoning van een voormalige agrarische bedrijfswoning zou leiden tot beperkingen voor de bedrijfsvoering van een nabijgelegen agrarisch bedrijf. Het wetsvoorstel bepaalt dat deze woningen niet worden beschermd tegen milieugevolgen van het agrarische bedrijf. Dit voorkomt dat agrarische functies en niet-agrarische functies elkaar in de weg zitten bij de toepassing van relevante milieuwet- en -regelgeving. Het college heeft erop gewezen dat, indien het wetsvoorstel tot wet verheven zou worden, het pand van appellant als "Plattelandswoning" bestemd zou kunnen worden. Belanghebbenden worden in dat geval niet in hun bedrijfsvoering belemmerd, omdat aan een plattelandswoning niet hetzelfde beschermingsniveau toekomt als voor een burgerwoning geldt. Gelet op het vorenstaande acht de Afdeling niet uitgesloten dat in de toekomst concreet zicht op legalisatie bestaat ten behoeve van de bewoning van het pand door appellant. De Rb. heeft echter het genoemde wetsvoorstel terecht niet bij de beoordeling betrokken, nu dit wetsvoorstel dateert van na het nemen van het besluit op bezwaar van 16 november 2010 en het college daarmee bij de besluitvorming geen rekening kon houden.
AnnotatorF. Kooijman
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW7609
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRaad van State 06-06-2012
CiteertitelBR 2012/121
SamenvattingArt. 107 lid 1 VWEU; ruimtelijk bestuursrecht, staatssteun, bedrijfsverplaatsing ten gevolge van aanleg retentiegebied: Is uitvoerbaarheid bedrijfsverplaatsing verzekerd, als sprake blijkt te zijn van eventuele terugvordering verboden staatssteun?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie] te Beegden" vastgesteld.
AnnotatorM.I. Jaarsma
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW7642
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht. schadevergoeding
TitelRaad van State 27-06-2012
CiteertitelBR 2012/122
SamenvattingPlanschade; planvergelijking; causaliteit; geen aanspraak op onverdeelde plancapaciteit en dus geen planschade.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 4 februari 2009 heeft het college een verzoek van [wederpartij] om vergoeding van planschade afgewezen.
AnnotatorJ.W. van Zundert
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BW9538
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Aanneming van werk
TitelHoge Raad 01-06-2012
CiteertitelBR 2012/123
SamenvattingGoedkeuringsvoorbehoud, totstandkomingsvoorbehoud, opschortende voorwaarde, redelijkheid en billijkheid, aangaan privaatrechtelijke rechtshandelingen, intentieovereenkomst.
Samenvatting (Bron)Overeenkomstenrecht. Onderhandelingen met gemeente. Verplichting tot dooronderhandelen? Totstandkoming overeenkomst onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door college van B&W? Betekenis van art. 160 lid 1, aanhef en onder e, Gemeentewet. Toepasselijkheid art. 6:23 lid 1 BW. Uitleg goedkeuringsvoorbehoud als opschortende voorwaarde of totstandkomingsvoorwaarde? Veroordeling gaat verder dan petitum; Hoge Raad doet zelf de zaak af.
AnnotatorM. Fokkema
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BV1748
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Koop- en aannemingscontracten
TitelRaad van Arbitrage voor de Bouw 01-02-2012, 32.565
CiteertitelBR 2012/124
SamenvattingKoop perceel. Non-conformiteit. Binnen bekwame tijd klagen ex art. 7:23 BW.
AnnotatorT.B. van Dijk , L.A. Daams
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Koop- en aannemingscontracten
TitelRaad van Arbitrage voor de Bouw 07-03-2012, 32.151
CiteertitelBR 2012/125
SamenvattingReikwijdte en interpretatie van de vaststellingsovereenkomst.
AnnotatorJ.M. Henriquez , T.B. van Dijk
LinkVolledige tekst uitspraak (raadvanarbitrage.info)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Koop- en aannemingscontracten
TitelRaad van Arbitrage voor de Bouw 16-05-2012, 33.216
CiteertitelBR 2012/126
SamenvattingVervaltermijnen.
AnnotatorM.S. Houweling
LinkVolledige tekst uitspraak (raadvanarbitrage.info)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Aanbestedingsrecht
TitelRechtbank Assen 30-05-2012
CiteertitelBR 2012/127
SamenvattingGeen aanbestedingsplicht bij besluit tot vestiging van een apotheek: opdracht, concessie of verlenen van een exclusief recht?
Samenvatting (Bron)Aanbesteding apotheekdiensten? Ongeoorloofde staatssteun? Twee apotheken strijden om vestiging in een nieuwbouwwijk. De gemeente houdt zich intensief bezig met het gezondheidscentrum in die wijk. Een van hen slaagt er in zich in dit centrum te vestigen. Een eventuele beslissing van het gemeentebestuur met betrekking tot de vestiging van een apotheek heeft geen betrekking op een overheidsopdracht die aanbesteed zou moeten worden. Weliswaar heeft een gemeente uitdrukkelijk een taak op het gebied van de volksgezondheid, doch ingevolge de vigerende wetgeving betreft dit niet de vestiging van apotheken. Apotheken bedienen particulieren en verlenen als zodanig geen dienst aan de gemeente. Ook is er geen plicht tot aanbesteding op grond van het feit dat voor een te vestigen supermarkt, een tender is gehouden onder belangstellende supermarktketens. Het gelijkheidsbeginsel is hier niet van toepassing. Of sprake is geweest van ongeoorloofde staatsteun voor de concurrerende apotheek, blijft in het midden nu de hierop betrekking hebbende vordering tot vergoeding van schade moet worden afgewezen, aangezien niet vaststaat dat de apotheek er wel in was geslaagd zich te vestigen als de gemeente zich had onthouden van de gewraakte handelwijze.
AnnotatorA. Drahmann
UitspraakECLI:NL:RBASS:2012:BW7185
Artikel aanvragenVia Praktizijn