Bouwrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Bouwrecht
Datum 21-01-2013
Aflevering 1
RubriekArtikelen
TitelFlora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland?
CiteertitelBR 2013/1
SamenvattingVoor het uitvoeren van projecten en werkzaamheden kan op grond van de Flora- en faunawet (verder ook: Ffw) een ontheffing zijn vereist. Dat is het geval indien er – kort gezegd – (individuele) beschermde dieren of planten in het gebied voorkomen waar de ontwikkeling of werkzaamheid zal plaatsvinden en er mogelijk verbodsbepalingen worden overtreden.
Auteur(s)F. Onrust , A. Drahmann
LinkVolledige tekst artikel (envir-advocaten.com)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelGrondexploitatie in de Omgevingswet
CiteertitelBR 2013/2
SamenvattingIn september 2012 is door het Ministerie van I&M een werkversie van het Concept-ontwerp Omgevingswet met toelichting op kleine schaal verspreid ten behoeve van de zogenaamde botsproeven en gerichte consultatie. Die werd vergezeld van een ontwerptekst van de algemene en artikelsgewijze memorie van toelichting. In de onderstaande bijdrage een kort beschrijvend overzicht van de huidige concepttekst van de voorstellen op het vlak van de afdeling Grondexploitatie, met een korte reactie daarop van onze zijde.
Auteur(s)E.J. van Baardewijk , E.R. Hijmans
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
Titel‘Investeren in gebiedsontwikkeling nieuwe stijl’
CiteertitelBR 2013/3
Samenvatting‘Gebruik datgene wat je al hebt, doe dat op een duurzame manier en zorg dat het voldoet aan de vraag van de gebruikers.’1 Daar draait het allemaal om bij gebiedsontwikkeling 3.0, het onderwerp van de handreiking ‘Investeren in gebiedsontwikkeling nieuwe stijl’, die onlangs onder auspiciën van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu verscheen. Hieronder treft u een korte samenvatting aan.
Auteur(s)M.I. Jaarsma
LinkVolledige tekst handreiking (eharbours.eu)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
Titel‘Bepaal uw koers met Europese regels’
CiteertitelBR 2013/4
Samenvatting‘Bepaal uw koers met Europese regels’. Onder deze titel werd het studiecongres 2012 van Kenniscentrum Europa decentraal op 8 november 2012 gehouden in het nieuwe kantoor van de provincie Utrecht. Een scala aan onderwerpen, sprekers van niveau, tweehonderd enthousiaste deelnemers,… Medewerkers van het kenniscentrum kunnen zonder enige twijfel terugzien op een geslaagde dag. Hieronder volgt een beknopt verslag. Voor meer informatie over dit uitverkochte congres en Europese regels verwijs ik graag naar de website van Europa decentraal.
Auteur(s)M.I. Jaarsma
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 05-09-2012
CiteertitelBR 2013/6
SamenvattingDe vaststelling van een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een grootschalige detailhandelslocatie, is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening; de ontwikkeling is complementair aan de bestaande detailhandel; geen vrees voor duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 december 2011, nr. 137-2011, heeft de raad het bestemmingsplan "De Voorwaarts" (hierna: het plan) vastgesteld.
AnnotatorH.J. Breeman , G. Koop
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX6496
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 26-09-2012
CiteertitelBR 2013/7
SamenvattingToepassing provinciale beleidsregel Ruimte voor Ruimte 2006. Aankoop zogenaamde ‘bouwtitel’ als voorwaarde voor positieve bestemming.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 29 september 2010, kenmerk 2010/61, heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" vastgesteld.
AnnotatorE.R. Hijmans
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX8317
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 03-10-2012
CiteertitelBR 2013/8
SamenvattingGelet op de gedetailleerde planregeling en de genoemde maatregelen en afspraken heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aanleg van de geluidwerende voorzieningen voldoende is verzekerd, zodat ter zake geen voorwaardelijke verplichting behoeft te worden opgenomen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 29 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "4e herz. bp Woongebieden Woensdrecht en Hoogerheide, Fortuinstraat 1 + Nederheide 13" vastgesteld.
AnnotatorH.J. Breeman , R.J.G. Bäcker
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX8939
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 17-10-2012
CiteertitelBR 2013/9
SamenvattingBestemmingsplan: in het MER is ten onrechte geen rekening gehouden met wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van een biovergistingsinstallatie; afwijzing verzoek tot wijziging bouwvlak is onvoldoende gemotiveerd.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 5 april 2011, kenmerk 37205/42802, heeft de raad het bestemmingsplan "Glastuinbouwintensiveringsgebied Tinte" (hierna: het plan) vastgesteld.
AnnotatorH.J. Breeman , R.J.G. Bäcker
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY0409
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State 15-08-2012
CiteertitelBR 2013/10
SamenvattingWanneer kunnen samenhangende maatregelen voor de toepassing van de Natuurbeschermingswet 1998 als één project worden aangemerkt, passend beoordeeld en vergund?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 14 december 2010 heeft het college op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) aan Rijkswaterstaat IJsselmeergebied vergunning verleend.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX4650
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State 26-09-2012
CiteertitelBR 2013/11
SamenvattingBij vaststelling van een bestemmingsplan waarin een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, moet al volledig worden getoetst aan art. 19j Nb-wet 1998. Indien een passende beoordeling moet worden gemaakt, moet ook een plan-MER plaatsvinden.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 10 mei 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Zeegebied Westvoorne" gewijzigd vastgesteld.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX8302
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRaad van State 19-09-2012
CiteertitelBR 2013/12
SamenvattingHandhaving art. 10.2 Wm; onbevoegdheid oplegging last onder dwangsom.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 9 april 2010 heeft het college aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van de artikelen 5, 7 en 28, vijfde lid, van het Besluit bodemkwaliteit, artikel 10.2 van de Wet milieubeheer en artikel 13 van de Wet bodembescherming.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX7698
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRechtbank Roermond 24-09-2012
CiteertitelBR 2013/13
SamenvattingLast onder dwangsom; finale geschilbeslechting, kortsluiting.
Samenvatting (Bron)Eisers hebben verweerder verzocht handhavend op te treden tegen het evenement ‘Raceweekend september 2012’ op circuit ‘de Peel’. Verweerder heeft, nadat eisers een bezwaarschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit op dit verzoek en een verzoek om voorlopige voorziening hadden ingediend, het verzoek van eisers afgewezen. Het bezwaarschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit is door de voorzieningenrechter als beroepschrift beschouwd, dat moet worden geacht eveneens te zijn gericht tegen de weigering handhavend op te treden. De meervoudige kamer van de rechtbank Roermond heeft bij uitspraak van 16 augustus 2012 geoordeeld dat het gebruik van het circuit voor het houden van races in strijd is met het vigerende bestemmingsplan en dat geen beroep gedaan kan worden op de legaliserende werking van de voor het circuit verleende bouwvergunning zolang aan de aan die vergunning verbonden voorwaarde dat een geluidscherm moet worden opgericht, geen uitvoering is gegeven. De rechtbank heeft eveneens geoordeeld dat er sprake is van een milieuvergunningplichtige inrichting zodat de race-activiteiten bij gebreke van een milieuvergunning ook in zoverre niet legaal zijn, en dat ook niet is gebleken dat in dat opzicht concreet zich op legalisatie bestaat. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat sinds de uitspraak van 16 augustus 2012 sprake is van veranderde omstandigheden. Het betoog van verweerder dat er zicht op is dat op korte termijn een bestemmingsplan wordt vastgesteld, vormt geen bijzondere omstandigheid die kan leiden tot afwijking van de zogeheten beginselplicht tot handhaving. Een dergelijke bijzondere omstandigheid is ook niet gelegen in het belang dat de derde-partij heeft bij het doorgaan van ‘Raceweekend september 2012’. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de weigering van verweerder om handhavend op te treden niet in stand kan blijven en dat geen andere conclusie is toegelaten dan dat verweerder handhavend dient op te treden. Gelet op de korte termijn tot de races acht de voorzieningenrechter het aangewezen om zelf in de zaak te voorzien door ter voorkoming van voormelde overtredingen een last onder dwangsom op te leggen aan de derde-partij, erop gericht om het ‘Raceweekend september 2012’ af te gelasten.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RBROE:2012:BX8167
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRaad van State 10-10-2012
CiteertitelBR 2013/14
SamenvattingLast onder dwangsom; last in strijd met rechtszekerheid.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 16 november 2010 heeft het college [appellante] op straffe van een dwangsom gelast om binnen één week na dagtekening van die brief zodanige maatregelen te treffen dat geen motorbrandstof meer verkocht kan worden aan particulieren.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX9726
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht. schadevergoeding
TitelRaad van State 31-10-2012
CiteertitelBR 2013/115
SamenvattingCombinatie planschade en nadeelcompensatie; geen vooringenomenheid adviseur na schaderisicoanalyse; aftrek 25% wegens normaal maatschappelijk risico.
Samenvatting (Bron)Afwijzing om vergoeding van planschade en toekenning € 36.210,00 aan nadeelcompensatie, vermeerderd met de wettelijke rente, en € 2082,50 aan deskundigenkosten. In dit geval is sprake van een verzoek om nadeelcompensatie, waarbij alleen aanspraak is op vergoeding van onevenredige, dat wil zeggen buiten het normaal maatschappelijk risico vallende schade. Hoe groot het normaal maatschappelijk risico is, moet worden bepaald met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval. Van belang kunnen hierbij onder meer zijn de aard van de overheidshandeling en de aard en de omvang van de toegebrachte schade. Het college heeft op advies van de SAOZ een aftrek van 25% wegens normaal maatschappelijk risico gehanteerd. Daaraan is ten grondslag gelegd dat een ondernemer in een binnenstad gelet op ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de toename van gemotoriseerd verkeer, rekening moet houden met infrastructurele werken en verkeersmaatregelen die de bereikbaarheid van zijn winkel kunnen beperken. Voor zover Duifhuizen betoogt dat zij er niet vanuit behoefde te gaan dat twee belangrijke verbindingstraten aan het verkeer zouden worden onttrokken met blijvende negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid van haar winkel, treft dit geen doel. Van een normaal maatschappelijk risico inzake infrastructurele ontwikkelingen in een binnenstad is ook sprake indien geen zicht bestaat op de omvang en vorm waarin, de plaats waar en het moment waarop ontwikkelingen zich zullen concretiseren, alsmede de omvang van het nadeel dat daar mogelijkerwijs uit zal voortvloeien. Vergelijk ABRS 9 februari 2011 in zaak nr. 201002871/1/H2, LJN: BP3666. Daarbij komt dat Duifhuizen niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bereikbaarheid van haar winkel structureel is verminderd. Evenmin heeft zij aannemelijk gemaakt dat het college heeft toegezegd dat de door haar geleden schade geheel zou worden vergoed. Ingevolge art. 15, lid 1 van de ANV kan het college, de adviseur gehoord, in bijzondere gevallen van deze verordening afwijken, indien een strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot een beslissing die onmiskenbaar als onredelijk moet worden aangemerkt. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het college ten onrechte niet is toegekomen aan de vraag of in het geval van Duifhuizen de hardheidsclausule moet worden toegepast, omdat aan haar nadeelcompensatie is toegekend. Toepassing van de hardheidsclausule is slechts aan de orde, indien geen aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding krachtens deze verordening, en die beslissing als onmiskenbaar onredelijk moet worden aangemerkt.
AnnotatorD.R. Boer
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY1724
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRaad van State 07-11-2012
CiteertitelBR 2013/16
SamenvattingBij de planvergelijking ter beoordeling van planschade mag (ook) in het oude bestemmingsplan niet van de maximale mogelijkheden van de uitwerkingsregels worden uitgegaan; bij onderbroken voorzienbaarheid geldt situatie ten tijde van de koop van het eigen perceel.
Samenvatting (Bron)Afwijzing aanvraag om een tegemoetkoming in planschade op de grond dat appellant door de planologische wijziging niet in een nadeliger positie is komen te verkeren. Daartoe is in dat advies een vergelijking tussen het bestemmingsplan 'Het Bosje' en het besluit van 19 september 2007 (waarbij vrijstelling ex art. 19.2 WRO is verleend) gemaakt. De gronden zijn in dat bestemmingsplan voor 'uit te werken woongebied' bestemd. In het advies is de conclusie getrokken dat, uitgaande van een maximale invulling van die bestemming onder het oude planologische regime, het besluit van 19 september 2007 niet tot een planologische verslechtering heeft geleid. Op de aanvraag van appellant om een tegemoetkoming in planschade is de Wro van toepassing. Dat een uitwerkingplan thans, anders dan onder het oude recht, oorzaak van planschade kan zijn, dient naar het oordeel van de Afdeling tot gevolg te hebben dat bij een vergelijking tussen een bestemmingsplan en het nieuwe planologische regime niet van de maximale mogelijkheden van de uitwerkingsregels van dat bestemmingsplan wordt uitgegaan. Indien van de maximale mogelijkheden van die uitwerkingsregels wordt uitgegaan, zou dat tot de ongewenste situatie leiden dat een uitwerkingsplan als zodanig nimmer tot een planologische verslechtering kan leiden, omdat dat uitwerkingsplan als oorzaak van planschade dan immers wegvalt tegen de maximale invulling van het bestemmingsplan waarin de uitwerkingsverplichting is opgenomen. Er is geen aanleiding hierover anders te oordelen, als, zoals in dit geval, zowel het oude als nieuwe planologische regime onder de WRO tot stand is gekomen. Daarvoor is redengevend dat uit het weergegeven overgangsrecht volgt dat de onder de WRO tot stand gekomen bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en vrijstellingen als bedoeld in art. 19, lid 2 van de WRO worden gelijkgesteld aan de bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en ontheffingen die tot stand zijn gekomen onder de Wro. Derhalve is het college, bij de vergelijking tussen het bestemmingsplan 'Het Bosje' en het besluit van 19 september 2007, ten onrechte van een maximale invulling van de bestemming 'uit te werken woongebied' van de gronden onder het oude planologische regime uitgegaan. Het betoog slaagt. Gegrond hoger beroep. Niet in geschil is dat de bouw en ingebruikname van het woon-zorgcomplex op de gronden niet in strijd met de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan 'Het Bosje' was. Voorts was ten tijde van de koop van de woning niet uitgesloten dat het uitwerkingsplan 'Het Bosje 1' niet zou worden vastgesteld en verwezenlijkt. Derhalve kon appellant, als redelijk denkend en handelend koper, destijds aan de terinzagelegging van het ontwerp van het uitwerkingsplan 'Het Bosje 1' niet de verwachting ontlenen dat in de toekomst op de gronden geen woningbouw zou plaatsvinden als door het vrijstellingsbesluit mogelijk gemaakt. Voorzienbare planologische wijziging.
AnnotatorJ.W. van Zundert
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY2475
Artikel aanvragenVia Praktizijn