Bouwrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Bouwrecht
Datum 21-03-2013
Aflevering 3
RubriekArtikelen
Titel2008 – 2013: Vijf jaar Activiteitenbesluit
CiteertitelBR 2013/31
SamenvattingMet veel publiciteit en invoeringsbegeleiding is per 1 januari 2008 het Activiteitenbesluit van kracht geworden. Daarmee werd ook inderdaad een grote stap gezet in het bundelen van regelingen voor (de milieugevolgen van) inrichtinggebonden activiteiten. Het leidde tot meer overzicht in een juridisch stelsel dat een sterke verbrokkeling kent en vele afzonderlijke regelingen omvat voor kleinere of grotere groepen van (al dan niet vergunningplichtige) inrichtingen. Vijf jaar later heeft het Activiteitenbesluit als een soort stofzuiger nog veel meer afzonderlijke regelingen geïncorporeerd en lijkt daarmee op weg naar een soort Burgerlijk Wetboek voor de milieuregels voor (al dan niet inrichtinggebonden) activiteiten.
Auteur(s)E. Alders
LinkVolledige tekst artikel (sbo.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelContouren van de Omgevingswet
CiteertitelBR 2013/32
SamenvattingDe Omgevingswet komt er aan. Dat de bestaande wetgeving betreffende de fysieke leefomgeving een codificatie verdient wordt nauwelijks bestreden. Wat betreft de vergunningverlening, dus het primaire controle-instrument op de naleving van normen en betreffende de handhaving, heeft in 2010 reeds een belangrijke uniformering plaatsgevonden in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Maar de wetten en regelingen waaraan de omgevingsvergunning moet worden getoetst zijn – ontdaan van het vergunningstelsel – blijven voortbestaan. De vraag is nu hoe de bundeling van deze normatieve kaders gaat plaatsvinden. Behouden de te verzamelen wetten elk hun eigen kenmerkende systeem van planvorming en normstelling, of komt er iets nieuws voor in de plaats? In beide gevallen zal moeten worden bepaald of en in hoeverre de mate van overheidsinterventie moet blijven bestaan. Een beschouwing van de stand van zaken.
Auteur(s)J.W. van Zundert
LinkVolledige tekst artikel (kienhuishoving.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelWindenergie op zee, het Nederlandse publiekrechtelijke regime
CiteertitelBR 2013/33
SamenvattingEr komen toenemende bewijzen van onuitputtelijke reserves aan gas en steenkool. Die veranderen echter niets aan het beperkte incasseringsvermogen van de aarde voor de gevolgen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Initiatiefnemers van alternatieven voor fossiele brandstoffen lopen zich warm. Zonne-energie, wind-energie, bodemenergie, biobrandstoffen en het door vergisting en vergassing winnen van energie uit plantaardig materiaal zijn gewikkeld in een boeiende competitie. Wij gaan in deze bijdrage in op de Nederlandse regels rond windenergie opgewekt op zee, in een volgende aflevering zal het regime voor wind op land aan de orde komen. Volgens het regeerakkoord van PvdA en VVD moet in 2020 16% van de energie op duurzame wijze zijn opgewekt (hetgeen weer verband houdt met de 20-20-20-doelstellingen van de Europese Raad1). Nu is het aandeel duurzame energie in Nederland nog 4%. Een derde van die 16% duurzame energie zou van windmolens moeten komen. De Nederlandse prestaties blijven tot dusverre achter bij de ambities.2 De redenen daarvoor zijn ongetwijfeld eerder technisch, commercieel (kosten/verhouding tot de prijs van fossiele energie) en van maatschappelijke aard dan juridisch. Hopelijk kan het denken over de juridische regulering van windenergie niettemin helpen om barrières te slechten. In dit artikel komen aan bod: de verschillende juridische regimes op zee, aanwijzing van geschikte locaties voor windparken, vergunningen en planologie bij de aanleg van windparken en de kabel, die de op zee opgewekte energie afvoert en (kort) de regulering van de aansluiting van die op het net.
Auteur(s)G. van der Feltz , M. van Harten
LinkVolledige tekst artikel (feltz.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelParticipatiewet en ‘Social Return’ bij aanbestedingen: parallellen of niet?
CiteertitelBR 2013/34
SamenvattingOp 21 december 2012 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog een brief van het kabinet naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin voorlopig een profielschets van de Participatiewet, waarvan het wetsontwerp in het voorjaar in de Tweede Kamer ingediend zal worden en de invoering voorzien is op 1 januari 2014. De werkloosheid in Nederland en in de Europese Unie is immers de laatste jaren alleen maar toegenomen. Ook wordt veel menselijk kapitaal onbenut gelaten. Dat is één werkelijkheid van de overheden. Een andere werkelijkheid van overheden is dat zij gehouden zijn overheidsopdrachten van werken/leveringen/diensten aan te besteden als de begrote opdrachtwaarde bepaalde drempelwaarden overschrijden. Ook bij aanbestedingen van overheidsopdrachten is tegenwoordig het begrip ‘Social Return’ in zwang. Zijn er parallellen te trekken tussen beide werelden of werken ze elkaar juist tegen?
Auteur(s)W.H.E. Parlevliet
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 14-11-2012
CiteertitelBR 2013/35
SamenvattingAanvraag omgevingsvergunning voor bouwen; evident dat bouwplan nimmer kan worden gerealiseerd; aanvrager geen belanghebbende.
Samenvatting (Bron)Bij brief van 2 december 2010 heeft het college de door [appellant] ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een steiger met loopbrug op het perceel Molendijk, steiger nummer [] te Krimpen aan de Lek (hierna: het perceel) buiten behandeling gesteld.
AnnotatorH.J. Breeman , R.J.G. Bäcker
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY3028
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 14-11-2012
CiteertitelBR 2013/36
SamenvattingReikwijdte aanwijzing monument: omschrijving dient om aan te geven welke bestanddelen van het object in het bijzonder beschermenswaardig zijn, maar dat betekent niet dat het monument alleen bescherming geniet voor zover dat staat beschreven in omschrijving; gehele pand valt onder bescherming monumentenverordening.
Samenvatting (Bron)Verlenen ontheffing en reguliere bouwvergunning voor het veranderen en vergroten van een winkel. Vast staat dat geen monumentenvergunning is verleend. Het standpunt van het college dat voor de aangevraagde bouwwerkzaamheden geen monumentenvergunning vereist is omdat de werkzaamheden alleen het interieur van het pand betreffen, kan niet worden gevolgd. Ten aanzien van in het kader van de Monumentenwet 1988 aangewezen monumenten is de Afdeling van oordeel (onder meer de uitspraak van 3 september 2008 in zaak nr. 200708573/1, LJN: BE9717) dat een onroerend goed slechts als geheel op de monumentenlijst kan worden geplaatst, waarmee de werking van de Monumentenwet 1988 zich uitstrekt over het pand als geheel. De in het register van beschermde monumenten opgenomen omschrijving dient om aan te geven welke aspecten en bestanddelen van het object in het bijzonder beschermingswaardig zijn, maar dat betekent niet dat het monument alleen bescherming geniet voor zover dat staat beschreven in die omschrijving. In het kader van een aanvraag om een monumentenvergunning dient vervolgens te worden beoordeeld of de bouwwerkzaamheden zich verdragen met de monumentale waarden van het pand. Geen grond is aanwezig om ten aanzien van gemeentelijk aangewezen monumenten anders te oordelen. De werking van de Monumentenverordening strekt zich dan ook uit over het hele pand. Voor dit uitgangspunt worden mede aanknopingspunten gevonden in de hiervoor vermelde kennisgeving van 20 mei 1987. Nu het college geen monumentenvergunning heeft verleend, heeft het college het besluit van 15 december 2010 in strijd met art. 44, eerste lid, aanhef en onder e, van de Woningwet genomen. De rb. heeft dat niet onderkend. Het hoger beroep is gegrond.
AnnotatorH.J. Breeman , R.J.G. Bäcker
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY3086
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 05-12-2012
CiteertitelBR 2013/37
SamenvattingVerzoek handhaving; schadevergoeding.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 9 juni 2010 heeft het college afwijzend beslist op het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden met betrekking tot de aansluiting van haar woning op het schoonwaterriool, een vrije doorgang van haar woning naar openbare ruimten tijdens werkzaamheden, het wegnemen van het hoogteverschil tussen haar erf en het openbaar gebied, de werkzaamheden aan nutsleidingen en het verwijderen van een UPC-kastje op het perceel [locatie] te Nieuw-Lekkerland.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY5090
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State 27-12-2012
CiteertitelBR 2013/38
SamenvattingWelke activiteiten tezamen moeten als hetzelfde project in de zin van de Habitatrichtlijn (Hrl)/Natuurbeschermingswet 1998 worden aangemerkt?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 2 april 2009, kenmerk DRZ/09/1259/BB/SM, heeft de minister aan het Havenschap Delfzijl/Eemshaven (hierna: Groningen Seaports) vergunning krachtens artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) verleend voor de herinrichting van het Eemshaventerrein, het uitbreiden en verdiepen van de Eemshaven, het verspreiden van baggerslib en het uitvoeren van onderhoudsbaggerwerk.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY7329
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Milieurecht
TitelRaad van State 12-12-2012
CiteertitelBR 2013/39
SamenvattingWelke activiteiten tezamen moeten als hetzelfde project in de zin van de Habitatrichtlijn (Hrl)/Natuurbeschermingswet 1998 worden aangemerkt?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 17 januari 2011 heeft de staatssecretaris aan de minister van Defensie vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) verleend voor het bestaande grondgebonden gebruik, het uitvoeren van een herinrichting en het toekomstige grondgebonden gebruik van Vliegbasis Woensdrecht.
AnnotatorH.E. Woldendorp
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY5858
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRaad van State 03-10-2012
CiteertitelBR 2013/40
SamenvattingLast onder dwangsom; strijd met rechtszekerheid.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 20 november 2008 heeft het dagelijks bestuur een verzoek van [verzoeker] om handhavend tegen overlast door het gebruik van de eerste bouwlaag van het gebouw [locatie] te Amsterdam (hierna: de garage) als garage op te treden afgewezen.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BX8976
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Administratief recht algemeen
TitelRaad van State 05-12-2012
CiteertitelBR 2013/41
SamenvattingLast onder dwangsom; vertrouwensbeginsel.
Samenvatting (Bron)Bij besluit, verzonden op 22 maart 2011, heeft het college [wederpartij] op straffe van een dwangsom gelast om alle zes wooneenheden en het toiletgebouw op het perceel [locatie] te Abbenes (hierna: het perceel) binnen zes maanden te verwijderen en daarna verwijderd te houden.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY5110
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelHoge Raad 01-06-2012
CiteertitelBR 2013/42
SamenvattingNietigheid bij strijd met een publiekrechtelijk voorschrift.
Samenvatting (Bron)Totstandkoming samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot handel in medicijnen. Strijd met publiekrechtelijk voorschrift; art. 37c Besluit bereiding en aflevering farmaceutische producten (oud); art. 4 lid 3 Wet op de geneesmiddelenvoorziening (oud). Verboden strekking; nietigheid? Art. 3:40 BW.
AnnotatorE.W.J. de Groot
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BU5609
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRechtbank Rotterdam 05-12-2012
CiteertitelBR 2013/43
SamenvattingRuimte voor Ruimte, planschade, nietigheid overeenkomst.
Samenvatting (Bron)artikel 49a WRO (oud); artikel 104 GW; HR 2 mei 2003, NJ 2003, 485 (Nunspeet-arrest); HR 1 juni 2012; LJN: BU5609; 6:228 BW; 6:229 BW; artikel 7:17 BW Gemeente vordert onder meer veroordeling van gedaagde tot betaling van 88.756,87 ter compensatie van door de gemeente aan derden vergoede planschade op grond van de tussen de gemeente en gedaagde gesloten overeenkomst in het kader van de Ruimte voor Ruimte-regeling. Anders dan gedaagde aanvoert is die overeenkomst niet nietig, niet vernietigbaar op grond van dwaling of misbruik van omstandigheden en niet ontbonden. Dat partijen geen afspraak tot verdeling van de planschadekosten hebben gemaakt is niet in strijd met de wet en evenmin kan worden gezegd dat gedaagde niet voor het risico op planschade is gewaarschuwd. Wel is dit aspect van belang voor de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat gedaagde gebonden wordt aan het in de overeenkomst opgenomen beding dat de planschade geheel voor zijn rekening komt. Denkbaar is dat het afwentelen van het gehele financiële risico op gedaagde niet acceptabel is als gedaagde daardoor in financiële problemen komt. Hoewel op zichzelf de omstandigheid dat de financiële middelen ontbreken om te betalen waartoe men ingevolge overeenkomst verplicht is, onvoldoende is om de nakomingsvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten, gaat het in dit geval om meer dan een habe nichts verweer. De rechtbank laat gedaagde dan ook toe tot bewijs van zijn stelling dat de door hem niet ingecalculeerde verliespost van circa 90.000,- ertoe leidt dat zijn pensioen niet meer op een behoorlijk niveau ligt en stelt hem in de gelegenheid om zich uit te laten over de vraag wat de getalsmatige consequentie zou moeten zijn, wanneer dit vast zou komen te staan, met name welk deel van de planschadevergoeding dan voor rekening van de gemeente zou zijn.
AnnotatorE.W.J. de Groot
UitspraakECLI:NL:RBROT:2012:BY5761
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRaad van State 21-11-2012
CiteertitelBR 2013/44
SamenvattingPlanschade: normaal maatschappelijk risico; fortaitaire drempel of kortingspercentage ook ingeval art. 6.2 lid 2 Wro niet van toepassing is.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 13 augustus 2010 heeft het college [belanghebbende] 18.000,00, vermeerderd met wettelijke rente, ter tegemoetkoming in planschade toegekend.
AnnotatorD.R. Boer
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY3737
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRaad van State 28-11-2012
CiteertitelBR 2013/45
SamenvattingSchade als gevolg van Tracébesluit; beoordeling naar maatstaven voor vergoeding van planschade; overgangsrecht; planvergelijking; voorzienbaarheid van schade bij meerdere tracévarianten.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 23 november 2009 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat [wederpartij] een schadevergoeding van 7.170,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, toegekend.
AnnotatorI.P.A. van Heijst
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY4394
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRaad van State 05-12-2012
CiteertitelBR 2013/46
SamenvattingDrempel van 15% van de omzet wegens normaal maatschappelijk risico bij nadeelcompensatie moet worden gemotiveerd.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 18 januari 2011 heeft de minister een verzoek om nadeelcompensatie voor schade als gevolg van groot onderhoud aan de Rijkswegen A4, A17 en A58 afgewezen.
AnnotatorJ.W. van Zundert
UitspraakECLI:NL:RVS:2012:BY5105
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Grondbeleid
TitelGerechtshof 's-Gravenhage 31-01-2012
CiteertitelBR 2013/47
SamenvattingElimineren van de geldende of verwachte bestemming bij het vaststellen van de onteigeningsschadeloosstelling; vervolg op HR 9 juli 2010 (BR 2011/11).
Samenvatting (Bron)Onteigening. Vervolg op HR 9 juli 2010, LJN: BL1647. Toepassing van de eliminatieregel. Artikel 40c Onteigeningswet. Vaststelling werkelijke waarde.
AnnotatorE.W.J. de Groot
UitspraakECLI:NL:GHSGR:2012:BY1950
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Aanbestedingsrecht
TitelHoge Raad 07-12-2012
CiteertitelBR 2013/48
SamenvattingTransparantie uitsluitingsgronden. Aanvullende motivering gunningsbesluit in beginsel niet mogelijk.
Samenvatting (Bron)Europese openbare aanbestedingsprocedure. Rechtmatigheid uitsluiting van inschrijving wegens door OPTA geconstateerde overtreding nadat gunningsbeslissing was meegedeeld. Fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht, gelijke behandeling inschrijvers, transparantiebeginsel. Duidelijke en ondubbelzinnige kenbaarheid gunningscriteria en uitsluitingsgronden in aanbestedingsdocumenten (HvJEU 24 januari 2008, LJN BC5729, NJ 2008/307). Dwingend voorgeschreven uitsluitingsgronden, art. 45 lid 1 Richtlijn 2004/18/EG. Art. 4 en 6 Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira); onvoldoende gemotiveerde gunningsbeslissing; latere aanvulling van de relevante redenen voor de gunningsbeslissing in beginsel niet mogelijk; uitzondering wegens bijzondere redenen of omstandigheden.
AnnotatorM.A. de Jong
UitspraakECLI:NL:HR:2012:BW9233
Artikel aanvragenVia Praktizijn