Tijdschrift voor Ambtenarenrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Tijdschrift voor Ambtenarenrecht
Datum 30-09-2017
Aflevering 9
RubriekArtikel
TitelSchadevergoeding na vernietiging strafontslag?
CiteertitelTAR 2017/138
SamenvattingAnnotatie bij CRvB 27 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2604, TAR 2017/153.
Auteur(s)P.J. Schaap
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2604
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 08-06-2017
CiteertitelTAR 2017/139
SamenvattingBeëindiging aanstelling vanwege niet succesvol afronden opleiding
Samenvatting (Bron)Tijdelijke aanstelling. Niet voldaan aan opleiding. Eervol ontslag.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2052
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 15-06-2017
CiteertitelTAR 2017/140
SamenvattingDisciplinair ontslag
Samenvatting (Bron)Disciplinaire straf van ontslag. Toerekenbaar plichtsverzuim. Schending ambtsgeheim door vertrouwelijke politie-informatie te delen met vriendin en vader. Opgelegde straf van ontslag is niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2136
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 15-06-2017
CiteertitelTAR 2017/141
SamenvattingOngeschiktheidsontslag
Samenvatting (Bron)Eervol ontslag wegens ongeschiktheid/onbekwaamheid voor de functie anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Incident in de privésfeer aangaande zijn meerderjarige zoon die woonachtig is bij zijn stiefvader. Door de stiefvader is aangifte gedaan van vernieling en huisvredebreuk tegen appellant en zijn zoon. Het gaat erom hoe appellant met de situatie is omgegaan. Ook indien houding en gedrag van de ambtenaar hem ongeschikt maken voor zijn werkzaamheden, kan van functieongeschiktheid worden gesproken. Uit de overgelegde medische informatie blijkt niet dat zijn mentale gezondheid zodanig was dat zijn gedrag hem niet kan worden toegerekend. Het bieden van een verbeterkans was niet zinvol. Hiervoor is van betekenis dat appellant in het verleden vergelijkbaar gedrag heeft laten zien.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2131
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 15-06-2017
CiteertitelTAR 2017/142
SamenvattingBeëindiging privégebruik dienstauto
Samenvatting (Bron)Beëindiging privégebruik dienstauto. De vraag welk recht of welke rechtsregel van toepassing is, is van openbare orde. De rechtbank mocht dan ook ambtshalve vaststellen dat sprake is van een vaste gedragslijn. De rechtbank heeft op juiste gronden geoordeeld dat de Tijdelijke regeling niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3:42 van de Awb is gepubliceerd, zodat geen sprake is van een beleidsregel in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De korpschef was bevoegd om het beleid over het privégebruik van dienstautos te wijzigen en op grond van het nieuwe Dienstautobeleid politie met ingang van 1 januari 2015 het privégebruik van de dienstauto te beëindigen. De uitkomst, waarbij voor appellant een overgangsperiode/afbouwperiode geldt tot 1 januari 2016 is, mede gelet op de relatief korte periode waarin hij gebruik heeft gemaakt van een dienstauto met privégebruik, een alleszins behoorlijke afbouwregeling. Niet gebleken dat aan appellant een onvoorwaardelijke toezegging is gedaan.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2118
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 15-06-2017
CiteertitelTAR 2017/143
SamenvattingElektronisch bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard
Samenvatting (Bron)Elektronisch ingediend bezwaar. Terecht oordeel rechtbank dat dagelijks bestuur zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat bezwaarschrift niet op juiste wijze is ingediend. Met het enkele woord schriftelijk wordt voor per e-mail ingediend pro forma-bezwaar niet voldoende duidelijk gemaakt dat elektronische indiening van de gronden niet zou worden geaccepteerd. Terecht oordeel rechtbank dat niet kan worden volgehouden dat betrokkene dit verzuim niet tijdig en op de juiste wijze heeft hersteld. Gedragingen die behoren tot privédomein van betrokkene als ook tot het ambtelijke domein waarin hij werkzaam was. Nagelaten aan zijn werkgever volledig opening van zaken te verschaffen. De hier aan de orde zijnde gedragingen leveren dan ook ernstig plichtsverzuim op. Geen sprake van onevenredigheid.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2145
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 22-06-2017
CiteertitelTAR 2017/144
SamenvattingOntslag op andere gronden
Samenvatting (Bron)Niet aannemelijk is dat het college een hem aan te rekenen rol heeft gespeeld bij de uitval van appellante uit haar functie. Weliswaar zijn de werkzaamheden in de functie door de organisatieverandering in 2013 zodanig veranderd dat de functie voor appellante minder aantrekkelijk werd, maar dat maakt nog niet dat geconcludeerd kan worden dat het college tekort is geschoten. Evenmin kan staande worden gehouden dat het college onvoldoende actie heeft ondernomen om appellante te re-integreren in een passende functie. Anders dan appellante heeft betoogd, is van een overwegend aandeel van het college dan ook geen sprake geweest, zodat geen aanleiding bestaat voor het toekennen van een plus.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2203
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 22-06-2017
CiteertitelTAR 2017/145
SamenvattingReorganisatie-ontslag; uitleg vaststellingsovereenkomst
Samenvatting (Bron)Het geschil spitst zich toe op de vraag of partijen met de vaststellingsovereenkomst hebben bedoeld appellant van de verplichting van artikel 49g van het ARAR te ontheffen. Met de rechtbank en betrokkene beantwoordt de Raad deze vraag ontkennend. Terecht oordeel rechtbank dat hij niet bevoegd was om betrokkene te ontslaan. Beroep van betrokkene tegen het nader besluit is ongegrond. Met de rechtbank van oordeel dat appellant voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat betrokkene niet beschikte over noodzakelijke kennis en kunde voor [functie c] op[afdeling c. Bezwaar tegen besluit 4 is op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. Tijdens herplaatsingstermijn wordt geen verlof opgebouwd.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2185
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 22-06-2017
CiteertitelTAR 2017/146
SamenvattingAppellante mocht worden gehouden aan haar ontslagverzoek
Samenvatting (Bron)Met de rechtbank en anders dan appellante heeft aangevoerd is de Raad van oordeel dat appellante kon worden gehouden aan haar ontslagverzoek. Door staatssecretaris is op grond van ter beschikking staande gegevens terecht aan appellante, zoals verzocht, ontslag verleend per 1 februari 2016. Staatssecretaris niet gehouden appellante ten tijde van haar verzoek te wijzen op mogelijke, toekomstige maatregel in het kader van VWNW-beleid of haar te adviseren haar verzoek aan te houden, vaste rechtspraak.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2184
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 22-06-2017
CiteertitelTAR 2017/147
SamenvattingGeen aanstelling in FPS fase 3
Samenvatting (Bron)Afwijzing verzoek om een aanstelling in FPS-fase 3. Artikel 30 van het AMAR, waarin de doorstroom naar fase 3 is geregeld, voorziet niet in de mogelijkheid om vanuit een aanstelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het AMAR naar die fase over te gaan. Het derde lid van die bepaling opent slechts voor militairen in fase 1 of 2 de mogelijkheid om een verzoek om doorstroming naar fase 3 in te dienen. Voor appellant diende daarmee duidelijk te zijn dat zijn aanstelling tijdelijk was en niet was bedoeld om hem een loopbaan te bieden binnen Defensie conform de geldende regelgeving.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2239
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 22-06-2017
CiteertitelTAR 2017/148
SamenvattingOntslag op andere gronden
Samenvatting (Bron)De verhouding met leidinggevende S is gaandeweg steeds meer onder druk komen te staan. De Raad deelt evenwel niet het kennelijke oordeel van de rechtbank dat van een geïsoleerd conflict tussen betrokkene en S moet worden gesproken, dat de rest van de gemeentelijke organisatie niet heeft geraakt. De Raad volgt betrokkene niet in zijn standpunt betreffende begeleiding. Conclusie is dat het hoger beroep van appellant slaagt en het incidenteel hoger beroep van betrokkene niet. Bevoegdheid ontslag te verlenen. Thans zal de Raad de aangevallen uitspraak vernietigen. Dit maakt niet dat aan het beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een nieuw besluit de grondslag is komen te ontvallen. De Raad zal dat beroep daarom beoordelen. Op 31 augustus 2016 had op het bezwaar moeten zijn beslist, appellant is meer dan 42 dagen in gebreke geweest en heeft de maximale dwangsom verbeurd, te weten 1.260,-.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2275
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 29-06-2017
CiteertitelTAR 2017/149
SamenvattingTerugvordering ontslagvergoeding op grond van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
Samenvatting (Bron)Terugvordering teveel betaalde ontslagvergoeding. Nu de aan appellant betaalde ontslagvergoeding van 90.000,- het maximaal toegestane bedrag van 75.000,- als vermeld in artikel 2.10, eerste lid, van de WNT overschrijdt is een bedrag van 15.000,- onverschuldigd aan appellant betaald. Het college heeft dan ook terecht het onverschuldigd betaalde bedrag van appellant teruggevorderd.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2280
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 29-06-2017
CiteertitelTAR 2017/150
SamenvattingGeen ambtenaarschap in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet 1929
Samenvatting (Bron)Geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Awb. Zowel deze beslissingen als de bestreden beslissing zijn geen besluiten als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, zodat daartegen geen bezwaar onderscheidenlijk beroep op grond van de Awb open stond. Hieruit volgt dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft geacht om over de bestreden beslissing te oordelen. Er kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter worden ingesteld, zoals bedoeld in artikel 8:71 van de Awb.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2268
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 06-07-2017
CiteertitelTAR 2017/151
SamenvattingBeoordeling
Samenvatting (Bron)Beoordeling. De beoordeling kan de terughoudende rechterlijke toetsing doorstaan.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2314
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 13-07-2017
CiteertitelTAR 2017/152
SamenvattingGeen bevoegdheidsgrondslag voor rechtspositionele maatregel
Samenvatting (Bron)Wettelijke grondslag voor rechtspositionele maatregel. Legaliteitsbeginsel.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2432
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 27-07-2017
CiteertitelTAR 2017/153
SamenvattingDisciplinair ontslag
Samenvatting (Bron)Ontslag. De weigering van appellant om gehoor te geven aan de opdracht tot werkhervatting kan worden aangemerkt als plichtsverzuim. Afwijzing verzoek om vergoeding van immateriële schade.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2604
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Den Haag 01-08-2017
CiteertitelTAR 2017/154
SamenvattingRaadpleging automatiseringssystemen anders dan voor functie-uitoefening
Samenvatting (Bron)Voorwaardelijk strafontslag wegens niet functioneel raadplegen van Suwinet. Door eiser wordt niet betwist dat hij Suwinet meerdere malen geraadpleegd heeft voor privé doeleinden. Verweerder heeft terecht kunnen wijzen op de vertrouwensrelatie tussen de gemeente Den Haag en de Haagse burgers, die geraakt wordt door dit gedrag van eiser. Eisers betoog dat het hem niet duidelijk was dat hij dergelijke raadplegingen niet mocht doen acht de rechtbank ongeloofwaardig. Eiser heeft immers een integriteitsverklaring ondertekent waarin staat dat alle informatie alleen wordt geraadpleegd ten behoeve van de functie. Als het eiser niet duidelijk was dat het raadplegen voor privé doeleinden niet geoorloofd was had dat hem wel moeten zijn. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat eiser ook niet-functionele inzagen in Suwinet gedaan heeft, nadat hij daarop was geattendeerd in november 2015. Daarmee acht de rechtbank het plichtsverzuim aan eiser verwijtbaar.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2017:8608
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelCentrale Raad van Beroep 22-06-2017
CiteertitelTAR 2017/155
SamenvattingVerstoorde verhouding is gaandeweg ontstaan en beide partijen dragen schuld: geen plus
Samenvatting (Bron)De verhouding met leidinggevende S is gaandeweg steeds meer onder druk komen te staan. De Raad deelt evenwel niet het kennelijke oordeel van de rechtbank dat van een geïsoleerd conflict tussen betrokkene en S moet worden gesproken, dat de rest van de gemeentelijke organisatie niet heeft geraakt. De Raad volgt betrokkene niet in zijn standpunt betreffende begeleiding. Conclusie is dat het hoger beroep van appellant slaagt en het incidenteel hoger beroep van betrokkene niet. Bevoegdheid ontslag te verlenen. Thans zal de Raad de aangevallen uitspraak vernietigen. Dit maakt niet dat aan het beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een nieuw besluit de grondslag is komen te ontvallen. De Raad zal dat beroep daarom beoordelen. Op 31 augustus 2016 had op het bezwaar moeten zijn beslist, appellant is meer dan 42 dagen in gebreke geweest en heeft de maximale dwangsom verbeurd, te weten 1.260,-.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2017:2275
Artikel aanvragenVia Praktizijn