Markt & Mededinging

Uitgever Boom Juridische Uitgevers
Tijdschrift Markt & Mededinging
Datum 10-11-2017
Aflevering 4
RubriekRedactioneel
TitelGeen komkommertijd in het mededingingsrecht
CiteertitelM&M 2017, 4, p. 117
SamenvattingGeen komkommertijd de afgelopen zomer als het gaat om mededingingsrechtelijk nieuws. Eerst kwam de langverwachte megaboete voor Google. Al snel daarna volgde de zoveelste aflevering van het feuilleton in het dieselschandaal. De Google-zaak is juridisch boeiender dan het Volkswagenkartel.
Auteur(s)A. Gerbrandy
Pagina117-119
LinkVolledige tekst persbericht (europa.eu)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelEnkele opmerkingen over de invoering van de Curaçaose Landsverordening inzake Concurrentie en de instelling van een Curaçaose mededingingsautoriteit
CiteertitelM&M 2017, 4, p. 120
SamenvattingDeze bijdrage beoogt een introductie te geven van het Curaçaose mededingingsrecht. In deze bijdrage zal achtereenvolgens worden stilgestaan bij (1) de achtergronden voor invoering van genoemde Landsverordening op Curaçao en de vraag in hoeverre kleinere jurisdicties als die van Curaçao (überhaupt) regels nodig hebben die de economische mededinging reguleren en aan banden leggen, (2) de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de Landsverordening Concurrentie en de Nederlandse Mededingingswet (Mw) en (3) de vraag hoe de publiek- en privaatrechtelijke handhaving van de nieuwe Landsverordening eruit zal (kunnen gaan) zien.
Auteur(s)S. Bakker
Pagina120-129
LinkMeer over deze instantie (caricomcompetitioncommission.com)
LinkVolledige tekst regeling (ftac.cw)
LinkVolledige tekst artikel (bjutijdschriften.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekColumn
TitelFinding Nemo – Een cadeau voor het Economisch Bureau
CiteertitelM&M 2017, 4, p. 130
SamenvattingVorig jaar vierde het Economisch Bureau van de ACM (en daarvoor van de NMa) zijn tienjarig bestaan met een congres in NEMO science museum in Amsterdam. Daarbij was er in de ogen van Visser wat weinig aandacht voor de rol die het Economisch Bureau kan (en zou moeten) spelen bij de interne kwaliteitscontrole en besluitvorming van de ACM. Visser pleit daarom voor een cadeau voor het Economisch Bureau: het vertalen van een aantal 'best practices' van de Competition DG van de Europese Commissie.
Auteur(s)M. Visser
Pagina130-131
LinkVolledige tekst Working Paper (europa.eu)
LinkVolledige tekst Working Paper (europa.eu)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelViasat: een duidelijke waterscheiding tussen Altmark en artikel 106 lid 2 VWEU?
CiteertitelM&M 2017, 4, p. 132
SamenvattingIn het Altmark-arrest koos het Hof van Justitie voor een zogeheten ‘voorwaardelijke compensatiebenadering’ voor diensten van algemeen economisch belang. Compensaties die voldoen aan de Altmark-voorwaarden vormen geen staatssteun. Omdat er in de praktijk weinig compensaties de strikte Altmark-test doorstaan, speelt artikel 106 lid 2 VWEU nog steeds een centrale rol voor het vrijstellen of aanmelden van steunmaatregelen. In de zaak Viasat Broadcasting UK/Commissie heeft het Hof van Justitie voor het eerst de mogelijkheid gekregen zich uit te spreken over de verhouding tussen de toepassing van het Altmark-arrest en de voorwaarden van artikel 106 lid 2 VWEU. Hof van Justitie EU 8 maart 2017, zaak C-660/15 P, Viasat Broadcasting UK/Commissie, ECLI:EU:C:2017:178
Auteur(s)M. Aalbers
Pagina132-138
LinkVolledige tekst artikel (leidenuniv.nl)
UitspraakECLI:EU:C:2017:178
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelInfineon: een light-versie van de enkele voortdurende inbreuk voor de marginale karteldeelnemer
CiteertitelM&M 2017, 4, p. 139
SamenvattingAfzonderlijke inbreuken op het mededingingsrecht kunnen worden samengenomen tot één enkele inbreuk wanneer de ondernemingen een gezamenlijke doelstelling nastreven en op de hoogte zijn van de gedragingen van de overige deelnemers. De Europese jurisprudentie is echter onduidelijk over de kwalificatie van de inbreuk wanneer een deelnemende onderneming geen kennis had van de gehele omvang van de inbreuk. In afwijking van de Coppens-jurisprudentie oordeelt het Gerecht in dit arrest dat deze onderneming wél deelneemt aan de enkele inbreuk, maar slechts aansprakelijk is voor de bestanddelen waarvan zij kennis had. Deze benadering kan echter vergaande gevolgen hebben, vooral vanuit civielrechtelijk perspectief. Gerecht 15 december 2016, zaak T-758/14, Infineon, ECLI:EU:T:2016:737
Auteur(s)N. de Jong
Pagina139-143
UitspraakECLI:EU:T:2016:737
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelDigitale bewijsvergaring door de ACM: herleving van het ‘buiten de reikwijdte’-argument
CiteertitelM&M 2017, 4, p. 144
SamenvattingIn deze bijdrage bespreekt de auteur de eerste rechterlijke toetsing van de toepassing van de in 2014 van kracht geworden werkwijze voor onderzoek in digitale gegevens door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De relevante uitspraak is het Nederlandse voorbeeld van een serie recente zaken in verschillende jurisdicties waar inspecties in het algemeen, en digitale bewijsvergaring in het bijzonder, onder de rechterlijke loep zijn komen te liggen. Rechtbank Den Haag (kort geding) 12 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7968.
Auteur(s)F. ten Have
Pagina144-151
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2017:7968
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelDe bagatelbepaling van artikel 7 lid 2 Mw verplicht de ACM tot marktonderzoek
CiteertitelM&M 2017, 4, p. 152
SamenvattingOp 13 oktober 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam de boetebesluiten vernietigd die de ACM had gericht tegen twee taxiondernemingen (en hun feitelijk leidinggevenden) die actief waren op het gebied van contractueel taxivervoer. Volgens de ACM hadden de taxiondernemingen zich schuldig gemaakt aan verboden afstemmingen van hun inschrijvingen voor contractueel taxivervoer in de regio Rotterdam. Hoewel de Rechtbank Rotterdam het oordeel van de ACM deelt dat de taxiondernemingen partij waren bij overeenkomsten met mededingingsbeperkende strekking, had de ACM niet bewezen dat het marktaandeel van betrokken partijen groter was dan de bagateldrempel van artikel 7 lid 2 Mededingingswet (Mw). De uitspraak roept diverse vragen op. De auteurs gaan achtereenvolgens in op de zelfstandige rol van het merkbaarheidsvereiste in geval van een strekkingsbeding, op de rol van de bagatelbepaling en op de marktafbakening bij aanbestedingsprocedures. Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7664
Auteur(s)F. Cornelissen , S. van der Heul
Pagina152-156
LinkVolledige tekst annotatie (Dirkzwager.nl)
UitspraakECLI:NL:RBROT:2016:7664
Artikel aanvragenVia Praktizijn