Jurisprudentie Vreemdelingenrecht

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie Vreemdelingenrecht
Datum 04-03-2018
Aflevering 3
RubriekEuropese Hof voor de Rechten van de Mens
TitelEHRM 09-01-2018, 36417/16
CiteertitelJV 2018/21
SamenvattingUitzetting, Marokko, Onmenselijke behandeling, Terrorisme, bestrijding.
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekHof van Justitie EU
TitelHvJ EU 13-12-2017, C-403/16
CiteertitelJV 2018/22
SamenvattingVisum, Handvest grondrechten EU, Rechtsmiddelen. Soufiane El Hassani vs. minister Spraw Zagranicznych
Samenvatting (Bron)Aanbeveling (EU) 2018/103 van de Commissie van 20 december 2017 over de rechtsstaat in Polen ter aanvulling van de Aanbevelingen (EU) 2016/1374, (EU) 2017/146 en (EU) 2017/1520
AnnotatorC.A. Groenendijk
UitspraakECLI:EU:C:2017:960
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekHof van Justitie EU
TitelHvJ EU 16-01-2018, C-240/17
CiteertitelJV 2018/23
SamenvattingSchengenuitvoeringsovereenkomst, Inreisverbod, Openbare orde, Schengen Informatie Systeem, Terugkeerrichtlijn. Verzoek om een prejudiciŽle beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Korkein Hallinto-oikeur (Finland) in de procedure: E. vs. Finland
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 16 januari 2018.#E.#Verzoek van de Korkein hallinto-oikeus om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Onderdaan van een derde land die illegaal verblijft op het grondgebied van een lidstaat - Gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid - Richtlijn 2008/115/EG - Artikel 6, lid 2 - Terugkeerbesluit - Inreisverbod dat geldt voor het grondgebied van de lidstaten - Signalering ter fine van weigering van toegang tot het Schengengebied - Onderdaan met een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfstitel - Schengenuitvoeringsovereenkomst - Artikel 25, lid 2 - Overlegprocedure tussen de lidstaat die de signalering verricht en de lidstaat die de verblijfstitel heeft afgegeven - Termijn - Geen standpuntbepaling van de geraadpleegde overeenkomstsluitende staat - Gevolgen voor de tenuitvoerlegging van het terugkeerbesluit en het inreisverbod.#Zaak C-240/17.
AnnotatorP. Boeles
UitspraakECLI:EU:C:2018:8
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekHof van Justitie EU
TitelHvJ EU 25-01-2018, C-360/16
CiteertitelJV 2018/24
SamenvattingDublinverordening, Termijnen, Rechtsmiddelen, Nova, Toetsing, intensiteit van, Handvest grondrechten EU. Verzoek om een prejudiciŽle beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Bundesverwaltungsgericht (Duitsland) in de procedure: Bundesrepublik Deutschland vs. Aziz Hasan
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 januari 2018.#Bundesrepublik Deutschland tegen Aziz Hasan.#Verzoek van het Bundesverwaltungsgericht om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Verordening (EU) nr. 604/2013 - Bepaling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend - Werkwijzen en termijnen voor het indienen van een terugnameverzoek - Illegale terugkeer van een onderdaan van een derde land naar een lidstaat die hem had overgedragen - Artikel 24 - Terugnameprocedure - Artikel 27 - Rechtsmiddelen - Omvang van de rechterlijke toetsing - Omstandigheden die dateren van na de overdracht.#Zaak C-360/16.
UitspraakECLI:EU:C:2018:35
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 25-10-2017
CiteertitelJV 2018/25
SamenvattingWet arbeid vreemdelingen, Bestuurlijke boete, Evenredigheidsbeginsel.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 15 april 2015 heeft de minister aan [wederpartij] een boete opgelegd van 94.500,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav).
AnnotatorM.A.G. Reurs
UitspraakECLI:NL:RVS:2017:2901
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 08-11-2017
CiteertitelJV 2018/26
SamenvattingPaspoort, Naturalisatie, Polygamie, Erkenning.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 1 december 2014 heeft de minister de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Nederlands paspoort voor zijn minderjarige zoon [kind] (hierna: het kind) niet in behandeling genomen.
AnnotatorG.R. de Groot
UitspraakECLI:NL:RVS:2017:3009
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 13-12-2017
CiteertitelJV 2018/27
SamenvattingAanvraag asiel, Veilige derde landen, Verenigde Arabische Emiraten, Procedurerichtlijn, Onderzoeksplicht, Non-refoulement, Vluchtelingenverdrag, Vluchtelingen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 7 april 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
AnnotatorH. Battjes
UitspraakECLI:NL:RVS:2017:3381
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 04-01-2018
CiteertitelJV 2018/28
SamenvattingAanvraag asiel, LibiŽ, Definitierichtlijn, Toetsing ex nunc.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 juni 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 20 juli 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep van de staatssecretaris is kennelijk gegrond en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 22 juni 2017 alsnog ongegrond verklaren.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 12-01-2018
CiteertitelJV 2018/29
SamenvattingLeges, Motivering, In stand laten van rechtsgevolgen.
Samenvatting (Bron)Bij het besluit van 2 december 2015 heeft de staatssecretaris een verzoek van de vreemdelingen om restitutie van door hen betaalde leges afgewezen.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:86
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 22-01-2018
CiteertitelJV 2018/30
SamenvattingDuur vreemdelingenbewaring, Hoger beroep, Bevoegdheid rechterlijke instantie.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 18 mei 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:194
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 24-01-2018
CiteertitelJV 2018/31
SamenvattingInreisverbod, Strafrechtelijke procedure, Openbare orde.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 11 september 2014 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:259
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 26-01-2018
CiteertitelJV 2018/32
SamenvattingRechtmatig verblijf, ItaliŽ, Vertrekplicht, Inreisverbod.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 21 juli 2014 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:272
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 26-01-2018
CiteertitelJV 2018/33
SamenvattingVreemdelingenbewaring, Belangenafweging, Opvangrichtlijn, Handvest grondrechten EU, Aanvraag asiel, Vaststelling van identiteit en nationaliteit.
Samenvatting (Bron)Bij onderscheiden besluiten van 17 mei 2017 zijn de vreemdelingen in vreemdelingenbewaring gesteld.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:271
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 31-01-2018
CiteertitelJV 2018/34
SamenvattingPrejudiciŽle vragen, Identificatieplicht, Associatieovereenkomst EEG-Turkije, Besluit 2/76 en 1/80, Standstill-bepaling, Richtlijn, Privacy-, Handvest grondrechten EU.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 maart 2014 heeft de staatssecretaris een aanvraag van [de referent] om vreemdeling A een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, ingewilligd.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:347
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtbank
TitelRechtbank Oost-Brabant 02-11-2017 , 16_25910
CiteertitelJV 2018/35
SamenvattingAu pair, Referent, Erkende referent, Advies deskundige, Vergewisplicht, Nederlands belang. [ ECLI:NL:RBOBR:2017:5751 ; De tekst van deze uitspraak is niet gepubliceerd op rechtspraak.nl]
AnnotatorT. de Lange
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtbank
TitelRechtbank Den Haag 16-11-2017
CiteertitelJV 2018/36
SamenvattingHerhaalde aanvraag, Dublinverordening, Buitenbehandelingstelling, Bewijslast.
Samenvatting (Bron)4:6 Awb en Dublinverordening, overdracht ItaliŽ, gegrond De rechtbank volgt niet dat er in het kader van de eerdere aanvraag een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden conform de Dublinverordening en dat het zou gaan om een inhoudelijke, definitieve beoordeling van de aanvraag. Dit gelet op het doel, systeem en de inhoud van de Dublinverordening en het bepaalde in artikel 4:6 Awb. Ten aanzien van toepassing van artikel 4:6 Awb geldt namelijk dat sprake moet zijn van een eerder inhoudelijk beoordeelde aanvraag. Op geen enkel moment gedurende de Nederlandse Dublinprocedure wordt de in Nederland ingediende asielaanvraag inhoudelijk behandeld en beoordeeld. De Dublinverordening en de hiermee samenhangende procedure dienen (enkel) als instrumenten ter vaststelling van de voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag verantwoordelijke lidstaat. In artikel 30 Vw is dan ook terecht opgenomen dat de aanvraag (hier in Nederland) niet in behandeling wordt genomen. Dat de wetgever met de wijziging van artikel 30 Vw (van afwijzen naar niet in behandeling nemen van een aanvraag) geen inhoudelijke wijziging heeft beoogd en dat in de kamerstukken expliciet de mogelijkheid wordt erkend een herhaalde aanvraag in Dublinzaken af te wijzen met toepassing van artikel 4:6 Awb, is naar het oordeel van de rechtbank in dit kader niet doorslaggevend. Immers, een en ander laat onverlet dat de tekst is gewijzigd en dat de huidige redactie strookt met het doel, systeem en de inhoud van de Dublinverordening, welke prevaleert boven en rechtstreeks doorwerkt in de nationale rechtsorde. De rechtbank merkt hierbij op dat de Dublinverordening geen met artikel 4:6 Awb vergelijkbare, vereenvoudigde, afdoeningswijze van herhaalde Dublinaanvragen kent. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op een onjuiste grondslag berust. De rechtsgevolgen kunnen niet in stand blijven vanwege motiveringsgebreken.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2017:14024
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtbank
TitelRechtbank Den Haag 22-11-2017
CiteertitelJV 2018/37
SamenvattingIntrekking verblijfsvergunning, Inreisverbod, Motivering, Openbare orde, Definitierihctlijn.
Samenvatting (Bron)De rechtbank is van oordeel dat de toetsing aan artikel 3.86 van het Vb 2000 in het bestreden besluit niet voldoende blijk geeft van een onderzoek naar alle feitelijke en juridische gegevens die gaan over de situatie van eiser in relatie met de door hem gepleegde strafbare feiten en het tijdsverloop sinds het plegen daarvan. Met name blijkt uit het besluit onvoldoende dat verweerder zich rekenschap heeft gegeven van de lengte van eisers rechtmatige verblijf, de aard van de gepleegde delicten, de ernst van de delicten in de loop van der jaren, de geestelijke toestand van eiser en de vraag in hoeverre die in causaal verband staan tot het delinquente gedrag en, tot slot, het actuele situatie waarin eiser verkeert en waarvan eisers gemachtigde heeft uiteengezet dat die gestabiliseerd (niet-crimineel) is. Aldus is het bestreden besluit ten aanzien van het inreisverbod onvoldoende gemotiveerd en dient het te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. Bij de beoordeling van de intrekking van de asielvergunning stelt de rechtbank voorop dat in de Nederlandse rechtspraktijk de toekenning van de vluchtelingenstatus en het verstrekken van een verblijfstitel samenvalt. Anders is dit in de systematiek van richtlijn 2011/95/EU van 13 december 2011 (de Kwalificatierichtlijn) en het Vlv, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen de toekenning van de vluchtelingen- of subsidiaire beschermingsstatus en de daarop volgende verlening van een verblijfstitel. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat de Kwalificatierichtlijn bij het nemen van het bestreden besluit ten aanzien van eiser van belang was. Dat eiser naar de maatstaf van artikel 11 van de Kwalificatierichtlijn niet langer als vluchteling zou worden beschouwd is niet van belang. Het niet langer zijn van vluchteling is in het Nederlands recht niet omgezet als grondslag voor intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De in 1993 aan eiser verleende vluchtelingenstatus is niet ingetrokken voordat het bestreden besluit. Bij het nemen van het bestreden besluit was eiser dus in het bezit van de vluchtelingenstatus en het niet langer zijn van vluchteling kan geen grond vormen om hem deze status te ontnemen. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het arrest van het Hof van Justitie van 24 juni 2015, H.T. tegen Land Baden-WŁrttemberg (ECLI:EU:C:2015:413, punt 95). De implementatie van artikel 14, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn is niet volledig. Om de effectieve werking van het Unierecht te verzekeren, kan verweerder bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw niet voorbijgaan aan de voorwaarden en motiveringsvereisten die de Kwalificatierichtlijn aan de intrekking stelt. Gezien het hierboven reeds aangehaalde arrest H.T. tegen Land Baden-WŁrttemberg (zie met name overwegingen 70-80), dient verweerder bij de intrekking van de verblijfsvergunning asiel het openbare ordecriterium zo in te vullen dat wordt onderzocht of sprake is van een daadwerkelijk, actueel en voldoende ernstig gevaar voor de samenleving.
AnnotatorP. Boeles
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2017:14848
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtbank
TitelRechtbank Den Haag 29-08-2017, C/09/538286 / FA RK 17-6460
CiteertitelJV 2018/38
SamenvattingMedisch beletsel uitzetting, Medisch advies, Fair trial, Deskundige, Medische noodsituatie. [ECLI:NL:RBDHA:2017:9597 ; Deze uitspraak is niet gepubliceerd op rechtspraak.nl]
AnnotatorA.M.L. Jansen , L.M. Koenraad
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtbank
TitelRechtbank Den Haag 16-01-2018
CiteertitelJV 2018/39
SamenvattingHerhaalde aanvraag, Nova, Sri Lanka, Bescherming autoriteiten.
Samenvatting (Bron)Eiser is een Tamil uit Sri Lanka. In het kader van vrijwillige terugkeer via het IOM is eiser gepresenteerd bij de Srilankaanse ambassade. Aan zijn opvolgende aanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat tijdens dit gesprek door de ambassade is gesproken over zijn eerdere asielprocedures en gevraagd naar connecties met de LTTE. Tevens zou eiser te kennen zijn gegeven dat hij bij terugkeer in Sri Lanka zal worden opgepakt. Ter onderbouwing overlegt eiser een heimelijke opname van dit gesprek en een vertaalde transcriptie daarvan. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de authenticiteit van de overgelegde opname niet vast staat, omdat het verloop van het gesprek volgens verweerder afwijkt van wat bij verweerder bekend is over dergelijke gesprekken in zaken van andere vreemdelingen. Verweerder vindt bevestiging van het verloop van het gesprek door een onafhankelijke derde nodig. De rechtbank is van oordeel dat eiser, alles bij elkaar genomen, een begin van bewijs heeft geleverd van de authenticiteit van de door hem overgelegde opname en dat van hem niet meer kan worden verwacht. Het is aan verweerder om, indien hij dit nodig acht, nader onderzoek te doen. Het beroep is gegrond.
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2018:473
Artikel aanvragenVia Praktizijn