RegelMaat

Uitgever Boom Juridische Uitgevers
Tijdschrift RegelMaat
Datum 30-03-2018
Aflevering 1-2
RubriekRedactioneel
Titel25 jaar Aanwijzingen voor de regelgeving, reden voor een feestje?
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 3
SamenvattingZoals militairen het Handboek voor den Soldaat kennen en gelovigen de Bijbel, zo kennen wetgevingsjuristen de Aanwijzingen voor de regelgeving. Sinds 1 januari 1993, toen de Aanwijzingen voor de regelgeving (hierna: Aanwijzingen) in werking traden, behoren zij tot de ‘persoonlijke standaarduitrusting’ van de wetgevingsjurist. Bij zijn aantreden krijgt hij een exemplaar uitgereikt. Auteur bespreekt 25 jaar Aanwijzingen in dit jubileumjaar 2018, maar ook geeft hij aandacht aan wat aan de Aanwijzingen vooraf ging en welke afgeleiden er inmiddels zijn.
Auteur(s)D.R.P. de Kok
Pagina3-7
LinkVolledige tekst artikel (bjutijdschriften.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe tiende wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving – van: a naar ‘b’
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 8
SamenvattingIn het artikel wordt naar aanleiding van de tiende wijziging daarvan de betekenis van de Aanwijzingen voor de regelgeving voor de wetgevingspraktijk beschreven, alsmede de wijze van totstandkoming daarvan. Verder worden de belangrijkste wetgevingstechnische veranderingen beschreven die het gevolg zijn van deze wijziging. Afsluitend wordt vooruitgekeken naar mogelijke of reeds voorgenomen toekomstige wijzigingen van de Aanwijzingen.
Auteur(s)L.J. Vester
Pagina8-19
LinkVolledige tekst artikel (bjutijdschriften.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelEen internationale vergelijking van wetgevingstechnische aanwijzingen
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 20
SamenvattingIn deze bijdrage staat een rechtsvergelijkend onderzoek naar wetgevingstechnische aanwijzingen van Nederland, Duitsland, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie, Canada en de Canadese provincie Brits-Columbia centraal. Hierbij wordt de vraag gesteld in hoeverre er overeenkomsten en verschillen zijn tussen de Nederlandse Aanwijzingen voor de regelgeving en de equivalenten daarvan van andere rechtsordes. Daartoe wordt allereerst beschreven welke instrumenten in de verschillende rechtsordes worden gebruikt, welke doelen daarmee worden nagestreefd, hoe de instrumenten zijn opgebouwd en de bindende kracht die van het instrument uitgaat. Daarna worden de instrumenten op twee punten met elkaar vergeleken, te weten beknoptheid en het voorkomen van dubbelzinnigheid. In alle besproken instrumenten zijn dit nastrevenswaardige zaken, hoewel de wijze waarop dat gebeurt, verschilt. Ook de doelstellingen van de instrumenten zelf verschillen, hoewel de onderzochte wetgevingstechnische principes veel gelijkenissen vertonen.
Auteur(s)M.J.C. Stip
Pagina20-38
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelGidsen voor het wetgeven in de Benelux en Latijns Europa – een poging tot een rechtsculturele benadering
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 39
SamenvattingDe 25 jaar oude Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) gaan terug op een VAR-rapport uit 1948. Ze zijn grotendeels overgenomen in Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Belgische ‘Beginselen van de wetgevingstechniek’, opgesteld door de Raad van State, zijn doorgaans veel gedetailleerder dan de Ar en bevatten vaak uitleggende beschouwingen. Ze betreffen uitsluitend de wetgevingstechniek en de keus tussen de vele typen wettelijke regelingen die het land kent. Luxemburg heeft geen officiële gids voor het regelgeven, maar wel een ‘traité’ van de hand van de secretaris-generaal van de Raad van State met praktische en overzichtelijke regelgevingstechnische aanwijzingen, geïnspireerd door de Belgische ‘Beginselen’ en de Franse wetgevingspraktijk. Frankrijk heeft een gids voor de legistiek in de vorm van een omvangrijke digitale ‘kaartenbak’, samengesteld door de Raad van State en het secretariaat-generaal van de regering. Het gaat over zaken als verstandig regelgeven, de keus voor een bepaald type regeling en wetgevingstechniek. Veel zaken zijn hier, evenals in België, een stuk ingewikkelder dan in Nederland. Italië heeft een heel beknopte set van 37 wetgevingstechnische regels, vastgesteld door de kanselarij en overgenomen door beide Kamers, die een heel andere wetgevingscultuur verraden dan wij gewend zijn. Spanje ten slotte kent ongeveer honderd richtlijnen voor de wetgevingstechniek, vastgesteld door de regering, aangenaam duidelijk en beknopt. Een Spaanse wettelijke regeling is in beginsel strak gestructureerd, maar kent vaak diverse ‘loshangende’ slotbepalingen. Er is veel aandacht voor eenvoudige en duidelijke taal. Afgesloten wordt met enkele rechtsculturele indrukken en enige aan de besproken buitenlandse gidsen ontleende suggesties voor verdere verbetering van de Ar.
Auteur(s)W. Konijnenbelt
Pagina39-59
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 60
SamenvattingIn deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.
Auteur(s)T.C. Borman
Pagina60-72
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelToegankelijk wetgeven onder de Omgevingswet
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 73
SamenvattingEr wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw stelsel voor het omgevingsrecht. Een belangrijk verbeterdoel van deze grote wetgevingsoperatie is de vereenvoudiging en harmonisatie van regels. Om daarvoor te zorgen is een leidraad wetgevingskwaliteit opgesteld. Daarin zijn, in aanvulling op de Aanwijzingen voor de regelgeving, vuistregels opgenomen over de structuur en vormgeving van wetgeving en over modern taalgebruik. Enkele van deze vuistregels lenen zich voor bredere toepassing. Deze zouden een plek in de Aanwijzingen kunnen krijgen. Dit zou het harmoniserende effect van de Aanwijzingen kunnen vergroten. Belangrijker is nog dat het bevorderen van de eenheid en toegankelijkheid in de dagelijkse wetgevingspraktijk gestalte krijgt. Alleen dan kunnen concrete resultaten worden geboekt.
Auteur(s)H.A. Oldenziel , H.W. de Vos
Pagina73-86
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
Titel100 Ideeën en 1 suggestie voor de Aanwijzingen
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 87
SamenvattingVoor de meeste gemeentejuristen is het schrijven van regelgeving iets dat ze er slechts sporadisch bij doen. Het is dan ook een goede zaak dat hun een helpende hand wordt toegestoken met de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever, opgesteld door Willem Konijnenbelt en uitgegeven door de VNG. In deze bijdrage wordt eerst kort nader ingegaan op de 100 Ideeën, alvorens drie verschillen tussen de 100 Ideeën en de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) te bespreken en twee punten van kritiek ten aanzien van de 100 Ideeën. Tot slot volgt ook nog een suggestie ter verdere verbetering van de Ar.
Auteur(s)D. Corver
Pagina87-94
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCasus
TitelOnpartijdige rechtswetenschap?
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 95
SamenvattingRecentelijk is in de media veel aandacht geschonken aan gevallen van beïnvloeding door opdrachtgevers van (rechts)wetenschappelijk onderzoek. Veel nadruk ligt daarbij al snel op pogingen van bestuurders en beleidsmakers om de inhoud van dergelijk onderzoek – vaak op subtiele wijze – een wenselijk geachte richting op te sturen. Veel minder aandacht is er echter voor de andere kant van de zaak, namelijk: wat is de verantwoordelijkheid van die wetenschappers en hoe zijn hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid gewaarborgd? In deze bijdrage zal worden beweerd dat ook daar werk aan de winkel is.
Auteur(s)R.A.J. van Gestel
Pagina95-108
LinkVolledige tekst artikel (openrecht.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekDiversen
TitelLe troisième sexe: het Duitse Grondwettelijk Hof en genderneutraliteit
CiteertitelRegelMaat 2018, afl. 1-2, p. 109
SamenvattingIn deze bijdrage gaat de auteur in op een recent arrest van het Duitse Grondwettelijk Hof over de erkenning van het zogenaamde ‘derde geslacht’. Dit arrest roept wezenlijke vragen op over geslachtsregistratiesystemen. Deze zijn ook voor Nederland van belang. Het Grondwettelijk Hof heeft in het betreffende arrest geoordeeld dat het recht om voor wat betreft geslacht niet op een binaire wijze gekwalificeerd te worden onder het algemene persoonlijkheidsrecht valt, en dus wordt beschermd door de Duitse Grondwet. Het Duitse Personenstandsgesetz geeft een onjuiste vertaling van dit recht, door alleen de mogelijkheid te bieden voor een blanco geslachtsregistratie. Dit arrest is een belangrijke stap in de richting van een brede erkenning van het derde geslacht voor individuen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken (interseksualiteit; hier draaide de Duitse casus om). Hoewel andere landen al stappen hebben genomen in de officiële erkenning van het derde geslacht, is het de vraag of, en zo ja hoe snel, dit in Nederland zal gebeuren.
Auteur(s)S.H. Ranchordás
Pagina109-111
LinkVolledige tekst artikel (rug.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn