Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum 31-03-2018
Aflevering 3
RubriekKort & bondig
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven start landbouwproject
CiteertitelTvAR 2018, afl. 3
SamenvattingOp 1 februari 2018 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven via een persbericht medegedeeld dat zij van start is gegaan met het landbouwproject. In 2018 zullen in dit project 500 landbouwzaken worden afgedaan. Het CBb krijgt hiervoor bijstand van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en enkele andere gerechten.
Auteur(s)H.A. Verbakel-van Bommel
LinkVolledige tekst artikel (denhollander.info)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelKan een uitsluitingsclausule aan een verdelingshandeling van een nalatenschap verbonden worden?
CiteertitelTvAR 2018, afl. 3
SamenvattingVeelal zal het bij de vererving van een agrarische onderneming de bedoeling zijn dat het eigen kind met uitzondering van het schoonkind de onderneming verkrijgt. Dat kan eenvoudig bewerkstelligd worden door in het testament waarin de vererving wordt bepaald een uitsluitingsclausule op te nemen. Sinds 1 januari 2018 is dat zelfs niet meer nodig waar het na 1 januari 2018 gehuwden betreft. Vooralsnog zal dat laatste slechts een minderheid van gevallen betreffen. Waar het dus de vóór 1 januari 2018 gehuwden betreft is een uitsluitingsclausule nog nodig. In de situatie die leidde tot de uitspraak van de Hoge Raad van 8 september 2017, was door erflater echter geen testament gemaakt en was er derhalve ook geen uitsluitingsclausule. In de verdelingsakte tussen moeder en zoon, de beide erfgenamen, werd zoon overbedeeld. Moeder schonk hem een deel van de waarde van de nalatenschap van vader. Moeder verbond aan de overbedeling van zoon een uitsluitingsclausule, die dus niet voortvloeide uit een testament van vader. Is dat mogelijk en wat is in dit verband de betekenis van art. 3:186 lid 2 BW, waarin bepaald wordt dat wat een deelgenoot verkrijgt, hij onder dezelfde titel houdt als waaronder de deelgenoten dit tezamen vóór de verdeling hielden.
Auteur(s)T.J. Mellema-Kranenburg
UitspraakECLI:NL:HR:2017:2274
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelWijzigingen van het recht betreffende het faunabeheer in de Wet natuurbescherming: De aangeschoten jager het haasje
CiteertitelTvAR 2018, afl. 3
SamenvattingMet de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 is het jachtrecht, zoals dat voorheen was geregeld in de Flora- en faunawet, op enkele onderdelen gewijzigd, aangescherpt en waar nodig verduidelijkt. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de laatste wijzigingen in het jachtrecht.
Auteur(s)C.F. van Helvoirt
LinkVolledige tekst artikel (gemeenteadvocaat.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe afschaffing van de landbouwregeling in de omzetbelasting
CiteertitelTvAR 2018, afl. 3
SamenvattingIn de Fiscale Kroniek 2017, gepubliceerd in TvAR 2018, nr. 1 is al kort ingegaan op de afschaffing van de landbouwregeling voor de omzetbelasting. In dit artikel willen wij de belangrijkste gevolgen van die afschaffing bespreken en ingaan op de praktische gevolgen voor ondernemers van overgang van de landbouwregeling naar de normale regeling voor de omzetbelasting.
Auteur(s)H. van den Berg , H.J. van den Kerkhof , A. Verduijn
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelReactie op artikel ‘Fosfaatrechten en pacht; een eerste verkenning’
CiteertitelTvAR 2018, afl. 3
SamenvattingIn het Tijdschrift voor Agrarisch Recht van januari 2018 geven mr. H.A. Verbakel - van Bommel en mr. G.M.F. Snijders een visie op de wijze waarop civielrechtelijke aanspraken op fosfaatrechten in pachtsituaties verdeeld zouden kunnen worden. Ongetwijfeld is het laatste woord hiermee nog niet gezegd en een woord van dank aan de schrijvers voor het openen van de discussie is op zijn plaats. Het artikel betreft slechts een eerste verkenning, die uitnodigt tot een reactie. In deze reactie beperk ik mij tot het becommentariëren van enkele denklijnen en (prille) gedachtes van de schrijvers.
Auteur(s)F.A. van Lynden
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelPacht en fosfaatrechten; een eerste reactie
CiteertitelTvAR 2018, afl. 3
SamenvattingIn het Tijdschrift voor Agrarisch Recht van januari 2018 treffen we een artikel aan geschreven door mr. H.A. Verbakel-van Bommel en mr. G.M.F. Snijders onder de titel Fosfaatrechten en pacht een eerste verkenning. In deze verkenning stellen zij dat tussen pachters en verpachters een discussie ontstaan is over wie van hen tot de met het pachtobject samenhangende fosfaatrechten gerechtigd is. Zoals van goede juristen verwacht mag worden hebben zij de voorgeschiedenis diepgaand juridisch geanalyseerd. Met enige kwade wil kan men in deze probleemstelling echter ook een vooringenomenheid van de schrijvers lezen. Wij zullen namelijk betogen dat de fosfaatrechten niet samenhangen met enig pachtobject maar een zelfstandig recht vormen.
Auteur(s)P.J. van der Eijk , J.G. Meijer
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelNawoord bij de reacties van Van Lynden, en Meijer en Van der Eijk
CiteertitelTvAR 2018, afl. 3
SamenvattingMet onze eerste verkenning van het onderwerp ‘fosfaatrechten en pacht’ hebben wij een gedachtewisseling willen uitlokken, in de hoop dat er – direct of na verloop van tijd – reacties zouden ontstaan die de rechtspraktijk verder zouden kunnen brengen. Sinds de publicatie ervan werden twee reacties op ons artikel ontvangen.
Auteur(s)G.M.F. Snijders , H.A. Verbakel-van Bommel
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-04-2017
CiteertitelTvAR 2018/5917
SamenvattingPachtovereenkomst
Samenvatting (Bron)Vastlegging pachtovereenkomst, procespartijen. Mondelinge medepacht. 7:317, 7:367 BW. In conventie vorderen vermeend pachters (vader en zoon) vastlegging en in reconventie vorderen de verpachters (erfgenamen) ontbinding. Ten aanzien van een vordering tot vastlegging dienen alle bij die rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te worden betrokken. Twee van de erfgenamen hebben zich in eerste aanleg uitsluitend gevoegd in de procedure in reconventie. Dat zij op de hoogte zijn van de vordering in conventie en in eerste aanleg ter comparitie zijn verschenen, maakt hen geen partij bij de vordering in conventie (vergelijk Hoge Raad 21 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2904). Vader is pachter maar hij heeft de zeggenschap over het bedrijf, de gronden en zijn pachtrechten overgedragen aan zijn zoon zodat hij als pachter tekortschiet. Voor de stelling dat sprake is van (mondelinge) instemming met (mede)pacht door de zoon is onvoldoende gesteld. Zoon is geen pachter. De ontbinding van de pachtovereenkomst wordt bekrachtigd.
AnnotatorG.M.F. Snijders
UitspraakECLI:NL:GHARL:2017:2935
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-04-2017
CiteertitelTvAR 2018/5918
SamenvattingGeen pachtovereenkomst
Samenvatting (Bron)Vastlegging pachtovereenkomst, procespartijen. Mondelinge medepacht. 7:317, 7:367 BW. In conventie vorderen vermeend pachters (vader en zoon) vastlegging en in reconventie vorderen de verpachters (erfgenamen) ontbinding. Ten aanzien van een vordering tot vastlegging dienen alle bij die rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te worden betrokken. Twee van de erfgenamen hebben zich in eerste aanleg uitsluitend gevoegd in de procedure in reconventie. Dat zij op de hoogte zijn van de vordering in conventie en in eerste aanleg ter comparitie zijn verschenen, maakt hen geen partij bij de vordering in conventie (vergelijk Hoge Raad 21 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2904). Vader is pachter maar hij heeft de zeggenschap over het bedrijf, de gronden en zijn pachtrechten overgedragen aan zijn zoon zodat hij als pachter tekortschiet. Voor de stelling dat sprake is van (mondelinge) instemming met (mede)pacht door de zoon is onvoldoende gesteld. Zoon is geen pachter. De ontbinding van de pachtovereenkomst wordt bekrachtigd.
AnnotatorB. Nijman
UitspraakECLI:NL:GHARL:2017:2935
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEHRM 10-10-2017, 43768/17
CiteertitelTvAR 2018/5919
SamenvattingOnderhavig arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) betreft het slotstuk van de langslepende procedure tussen de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierhouders en een groep nertsenhouders (NFE) tegen de Staat. Na eerder bij arresten van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2015:3025) en de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:2888) in het ongelijk te zijn gesteld, heeft de NFE nu ook bij het EHRM nul op het rekest gekregen. Het EHRM heeft de klacht van de NFE niet-ontvankelijk verklaard, omdat de klacht volgens het EHRM kennelijk ongegrond is.
AnnotatorW.J.E. van der Werf
LinkVolledige tekst annotatie (feltz.nl)
UitspraakECLI:CE:ECHR:2017:1010DEC004376817
Artikel aanvragenVia Praktizijn