Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 08-09-2018
Aflevering 29
RubriekVooraf
TitelVerplicht vaccineren
CiteertitelNJB 2018/1508
SamenvattingNederland kent geen algemeneVgl. Wet immunisatie militairen (1953). vaccinatieplicht sinds de verplichtingen in verband met de pokken in 1975 zijn ingetrokken. Pokken was een infectieziekte ten gevolge waarvan alleen in de 20ste eeuw 300 miljoen mensen zijn gestorven, maar in 1980 heeft de World Health Organisation officieel verklaard dat de ziekte is uitgeroeid.
Auteur(s)Y. Buruma
LinkVolledige tekst artikel (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelWijzigingen van de artikel 12-procedure in Modernisering Strafvordering
CiteertitelNJB 2018/1509
SamenvattingIn het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering ligt er een wijziging voor van de procedure voor klachten tegen niet-vervolgen (artikel 12 Sv). De auteurs hebben in 2016 een onderzoek afgerond naar het functioneren van deze procedure. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek naar de artikel 12 Sv-procedure besproken, om vervolgens te bespreken welke wijzigingen nu in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering worden voorgesteld en te beoordelen of deze tegemoet komen aan de door het onderzoek gesignaleerde knelpunten. De conclusie is dat de voorstellen niet zullen leiden tot verbetering van de kwaliteit van de beklagprocedure en de knelpunten daarvan niet zullen wegnemen.
Auteur(s)L.F.M. Ansems , L. van Lent , M.M. Boone
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelZiek en toch aan het werk
CiteertitelNJB 2018/1510
SamenvattingIn Nederland vormen de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA een kloppend en sluitend systeem. Bovendien ligt bij beide regelingen de focus sterk op privatisering en re-integratie. De Nederlandse wetgever heeft echter weinig tot geen oog gehad voor grensoverschrijdende ziektesituaties. En dus moet de zieke werknemer die in het buitenland woont zijn heil ook vinden in Europese regels. Maar dat wringt, want in tegenstelling tot de omvangrijke Nederlandse re-integratieregels bij arbeidsongeschiktheid zijn de Europese regels heel beperkt.
Auteur(s)S.H.M. Montebovi
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelDe raadsheer-commissaris als zittingsrechter
CiteertitelNJB 2018/1511
SamenvattingUit een arrest van 8 januari 2018 van de Hoge Raad volgen twee vragen: (i) is artikel 268 Sv wel of niet van overeenkomstige toepassing in hoger beroep, en (ii) wat is materieel gezien de rol van de poortraadsheer en hoe verhoudt deze zich tot artikel 268 lid 2 Sv? Dit artikel beperkt zich tot de bespreking van de eerste vraag. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 268 Sv en artikel 415 Sv alsmede uit de wetsvoorstellen in het kader van de Modernisering Strafvordering die betrekking hebben op deze beide artikelen, kan slechts één conclusie worden getrokken: artikel 268 Sv is van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
Auteur(s)J.W.H.G. Loyson , L.J. Hofstra , E.A.A.M. Pfeil
UitspraakECLI:NL:HR:2018:21
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelCentrale Raad van Beroep en doorlooptijden
CiteertitelNJB 2018/1512
SamenvattingBert Marseille en Marc Wever hebben in hun artikel ‘Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited’ (NJB 2018/1191, afl. 24, p. 1712-1720) verslag gedaan van hun onderzoek naar het functioneren van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Als president van de CRvB ben ik blij met de constatering dat onze rechtspraak als het gaat om het zo veel mogelijk definitief beslechten van geschillen goed scoort op het onderdeel finaliteit. De onderzoekers constateren echter ook dat in de afgelopen twee jaar geen vooruitgang is geboekt met het terugdringen van de doorlooptijden bij de CRvB. Dit vraagt om een reactie van mijn kant.
Auteur(s)T. Avedissian
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNaschrift
TitelNaschrift
CiteertitelNJB 2018/1513
SamenvattingIn ons artikel waren wij kritisch over de Centrale Raad van Beroep, niet alleen vanwege de uiterst trage afhandeling van hogerberoepszaken, maar ook omdat geen verbetering ten opzichte van twee jaar geleden zichtbaar was en evenmin bleek van beleid om werk te maken van de doorlooptijden. Over de reactie van de president van de Centrale Raad van Beroep zijn wij enthousiast: het probleem wordt onderkend en er worden plannen gemaakt het aan te pakken. Maar gaan die ook voor de hoognodige verbetering zorgen?
Auteur(s)A.T. Marseille , M. Wever
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1514
SamenvattingIs NVM-(verkoop)makelaar aansprakelijk jegens koper voor vermelding van woonoppervlakte in verkoopbrochure die niet gemeten is volgens de voor NVM-makelaars verplichte ‘Meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen volgens NEN 2580’?
Samenvatting (Bron)Onrechtmatige daad. Is NVM-(verkoop)makelaar aansprakelijk jegens koper voor vermelding van woonoppervlakte in verkoopbrochure die niet gemeten is volgens de voor NVM-makelaars verplichte Meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen volgens NEN 2580? Betekenis meetinstructie. Voorbehoud in verkoopbrochure. Exoneratie in koopovereenkomst; verhouding tot art. 7:17 lid 6 BW. Klachtplicht art. 6:89 BW van toepassing?
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1176
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 30-01-2018
CiteertitelNJB 2018/1515
SamenvattingZijn pensioenaanspraken correct afgefinancierd?
Samenvatting (Bron)Verduistering van gevonden voorwerpen, art. 321 Sr. Opzettelijke wederrechtelijke toe-eigening van bankpas, ov-kaart en pasjes? Hof heeft vastgesteld dat op het politiebureau de kaart en passen op naam van een ander dan verdachte zijn aangetroffen tussen de bezittingen van verdachte en dat hij deze (gevonden) goederen niet eigener beweging heeft afgeleverd bij bijvoorbeeld "gevonden voorwerpen" (afdeling van gemeente) dan wel een politiebureau terwijl hij de goederen al langere tijd in zijn bezit had. Voorts heeft Hof geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte de intentie had die goederen terug te geven aan de rechtmatige eigenaren. Uit deze omstandigheden heeft het Hof kunnen afleiden dat verdachte zich de goederen opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend a.b.i. art. 321 Sr. Volgt verwerping. CAG: anders.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:121
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1516
SamenvattingWoordmerk Heksenkaas vs. woordmerk Witte Wievenkaas
Samenvatting (Bron)Merkenrecht. Oppositie (art. 2.14 BVIE jo. art. 2.3 BVIE). Woordmerk Heksenkaas vs. woordmerk Witte Wievenkaas. Begripsmatige overeenstemming; wijze van beoordeling. Mate van overeenstemming. Bekendheid term bij het grote publiek; motiveringsklacht. Compensatie met ontbrekende visuele en auditieve overeenstemming? Verwarringsgevaar. Samenhang met 17/02630 en 17/02633.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1215
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1517
SamenvattingIs cassatieberoep tegen tussenuitspraak in onteigeningsgeding ontvankelijk?
Samenvatting (Bron)Onteigeningsrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2805, NJ 2016/150. Is cassatieberoep tegen tussenuitspraak in onteigeningsgeding ontvankelijk? Overwegingen ten overvloede over omvang van het geding na cassatie en verwijzing (art. 424 Rv); beroep op nova.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1221
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1518
SamenvattingReformatio in peius?
Samenvatting (Bron)Appelprocesrecht. Reformatio in peius? Treden buiten rechtsstrijd in hoger beroep; uitleg grief.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1174
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1519
SamenvattingKunnen door een echtgenoot in de Verenigde Staten opgebouwde pensioenvoorzieningen worden aangemerkt als 'buitenlandse pensioenregelingen' in de zin van art. 1 lid 8 Wvps of behoren zij tot huwelijksgemeenschap?
Samenvatting (Bron)Huwelijksgoederenrecht. Art. 1 lid 8 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps). Kunnen door een echtgenoot in de Verenigde Staten opgebouwde pensioenvoorzieningen worden aangemerkt als 'buitenlandse pensioenregelingen' in de zin van art. 1 lid 8 Wvps of behoren zij tot huwelijksgemeenschap?
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1219
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1520
SamenvattingVernietigbaarheid borgtochtovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenote?
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht, huwelijksvermogensrecht. Vernietigbaarheid borgtochtovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenote? Art. 1:88 lid 1, onder c, BW i.v.m. art. 1:89 lid 1 BW. Reikwijdte uitzondering van art. 1:88 lid 5 BW. Rechtshandeling ten behoeve van normale bedrijfsuitoefening.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1220
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1521
SamenvattingVerplichting aanbieden functie aan ‘geschikt te maken’ werknemer?
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht; Wwz. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vervallen van arbeidsplaatsen (art. 7:671b lid 1, onder b, BW en art. 7:669 lid 3, onder a, BW). Beoordeling noodzaak vervallen van arbeidsplaatsen in geval van verband van gelieerde ondernemingen (art. 3 Ontslagregeling). Toepassing art. 3 Ontslagregeling in geval van zelfstandige bedrijfsonderdelen binnen rechtspersoon. Herplaatsing, passende functie (art. 7:669 lid 1 BW, art. 9 Ontslagregeling). Verplichting aanbieden functie aan geschikt te maken werknemer?
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1212
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1522
SamenvattingMogelijkheid om in het geding na cassatie en verwijzing een beroep te doen op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de in cassatie vernietigde uitspraak.
Samenvatting (Bron)Cassatieprocesrecht. Vervolg van HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:84. Mogelijkheid om in het geding na cassatie en verwijzing een beroep te doen op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de in cassatie vernietigde uitspraak.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1216
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1523
SamenvattingVoldoende gelegenheid om bij comparitie standpunten uiteen te zetten (art. 134 lid 1 Rv)?
Samenvatting (Bron)Procesrecht. Vordering tot herroeping van arbitrale vonnissen (art. 1068 Rv) en van rechterlijke uitspraken (art. 382 Rv). Verzoek om pleidooi miskend dan wel ongemotiveerd afgewezen. Voldoende gelegenheid om bij comparitie standpunten uiteen te zetten (art. 134 lid 1 Rv)?
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1172
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1524
SamenvattingOngemotiveerd passeren van beroep commissaris op ongerechtvaardigde verrijking.
Samenvatting (Bron)Vennootschapsrecht. Beloning van commissaris die tijdelijk bestuurstaken heeft verricht. HR 6 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6509, NJ 2012/336. Ongemotiveerd passeren van beroep commissaris op ongerechtvaardigde verrijking.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1210
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1525
SamenvattingLoondoorbetaling na terecht ontslag op staande voet?
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht; Wwz. Loondoorbetaling na terecht ontslag op staande voet? Art. 7:683 lid 6 BW. Ontslag op staande voet is door kantonrechter vernietigd, maar door hof rechtsgeldig bevonden. Tijdstip einde arbeidsovereenkomst. Aanpraak op loon tussen ontslag en einddatum arbeidsovereenkomst? Komt bij vernietigbaar ontslag niet-toelaten tot arbeid voor risico werkgever? Art. 7:628 lid 1 BW. Verschil met schorsing (HR 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3057, NJ 2007/332).
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1209
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1526
SamenvattingVerdeling vermogensbestanddelen zonder verrekening van de waarde
Samenvatting (Bron)Huwelijksvermogensrecht. Procesrecht. Verdeling gemeenschap. Verdeling vermogensbestanddelen zonder verrekening van de waarde; verbod van reformatio in peius.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1211
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1527
SamenvattingVergoedingsrecht jegens huwelijksgemeenschap voor afkoopbedrag?
Samenvatting (Bron)Huwelijksvermogensrecht. Pensioenrecht. Tussen twee huwelijken van partijen opgebouwde pensioenaanspraak (waarop Wvps van toepassing is) is afgekocht, en afkoopsom is tijdens huwelijk geïnvesteerd in een gemeenschappelijke woning. Vergoedingsrecht jegens huwelijksgemeenschap voor afkoopbedrag?
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1180
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1528
SamenvattingDoorbetaling loon na terecht ontslag op staande voet?
Samenvatting (Bron)Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht; Wwz. Doorbetaling loon na terecht ontslag op staande voet? In behandeling nemen niet nodig vanwege uitspraak (vandaag) in de zaak met nummer 17/04244.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1218
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (civiele kamer)
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1529
SamenvattingBopz
Samenvatting (Bron)Bopz. Machtiging voortgezet verblijf. Klacht over oordeel rechtbank dat het gevaar bestaat dat betrokkene zich van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1204
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 10-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1530
SamenvattingDoodslag in Sint Maarten gepleegd door politieambtenaar, die in zijn vrije tijd met zijn dienstwapen meerdere kogels afvuurt op slachtoffer
Samenvatting (Bron)Antilliaanse zaak. Doodslag in Sint Maarten gepleegd door politieambtenaar, die in zijn vrije tijd met zijn dienstwapen meerdere kogels afvuurt op slachtoffer, art. 2:259 SrStM en art. 300 SrNA (oud). Noodweer(exces), art. 1:114 en 1:115 SrStM en art. 43SrNA (oud). Subsidiariteitseis, proportionaliteitseis en Garantenstellung i.v.m. functie als politieagent. Hof heeft o.g.v. de door hem vastgestelde f&o geoordeeld dat weliswaar sprake was een onmiddellijk dreigend gevaar voor een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf waartegen verdachte zich mocht verdedigen, maar dat aan verdachte geen beroep op noodweer toekomt omdat niet aan de hier te stellen subsidiariteits- en proportionaliteitseis is voldaan. Aan dat oordeel heeft Hof o.m. ten grondslag gelegd dat op het moment van het schietincident weliswaar de auto waarin verdachte zich bevond was omsingeld door agressieve mannen, maar dat verdachte desondanks had kunnen wegrijden, dan wel had kunnen volstaan met het tonen van het vuurwapen aan A of met het lossen van een waarschuwingsschot. Hof heeft voorts o.m. bij zijn oordeel betrokken dat verdachte de grenzen van een noodzakelijke verdediging heeft overschreden "door met een vuurwapen op korte afstand gericht op de borst van een man, die op dat moment geen zichtbaar wapen in handen had te schieten" en dat van "de verdachte, van wie op grond van zijn opleiding en training als politieambtenaar verwacht mocht worden om - ondanks de omstandigheden waarin hij verkeerde - in staat te blijven afgewogen beslissingen te nemen, mocht worden gevergd dat hij een andere keuze had gemaakt dan op het slachtoffer te schieten". s Hofs oordeel dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1124
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 10-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1531
SamenvattingInformatie ontleend aan “Google Maps” aan te merken als feit van algemene bekendheid?
Samenvatting (Bron)Medeplegen gekwalificeerde diefstal door in te breken bij bloemenboetiek en muntgeld weg te nemen, art. 311.1 Sr. Informatie ontleend aan Google Maps aan te merken als feit van algemene bekendheid? Art. 339.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:522, inhoudende dat aan internetbron ontleend gegeven in de regel van algemene bekendheid is indien dat gegeven geen specialistische kennis veronderstelt en de juistheid daarvan redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is, en ECLI:NL:HR:2011:BP0291 m.b.t. vraag of een algemeen bekend gegeven bij het onderzoek ttz. ter sprake moet worden gebracht. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat het van algemene bekendheid a.b.i. art. 339.2 Sv is dat de desbetreffende woning van getuige en haar echtgenoot recht tegenover het schuifhek gelegen is. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. HR neemt daarbij in aanmerking dat Hof heeft kunnen aannemen dat het voor eenieder van de rechtstreeks bij het geding betrokkenen z.m. duidelijk was dat het hier gaat om een algemeen bekend gegeven m.b.t. de plaatselijke gesteldheid op of aan de openbare weg dat (ook) uit de algemeen toegankelijke bron "Google Maps" zonder noemenswaardige moeite of specialistische kennis te achterhalen valt, zodat dit gegeven niet bij het onderzoek ttz. ter sprake gebracht behoefde te worden. Anders dan in de toelichting op het middel wordt betoogd, doet de enkele omstandigheid dat de applicatie "Google Maps" verschillende functionaliteiten kent, aan de begrijpelijkheid van s Hofs oordeel niet af. Volgt verwerping. CAG: art 80a RO. Samenhang met 16/00448 (niet gepubliceerd, art. 80a RO).
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1125
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 10-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1532
SamenvattingN.a.v. verkeerscontrole is t.a.v. verdachte verdenking ontstaan t.z.v. overtreding WWM en Opiumwet, waarna ex art. 94 Sv zijn smartphone in beslag is genomen en is onderzocht.
Samenvatting (Bron)N.a.v. verkeerscontrole is t.a.v. verdachte verdenking ontstaan t.z.v. overtreding WWM en Opiumwet, waarna ex art. 94 Sv zijn smartphone in beslag is genomen en is onderzocht. Rechtmatigheid onderzoek smartphone waarbij gericht foto's in de fotogalerij zijn bekeken. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:592 m.b.t. onderzoek aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken. Hof heeft geoordeeld dat art. 94 Sv voldoende grondslag biedt voor de inbeslagname van de smartphone van verdachte en dat gelet op de gerezen verdenking (overtreding Opiumwet en WWM) het onderzoek aan die telefoon niet alleen noodzakelijk maar ook proportioneel is te noemen. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is, mede gelet op hetgeen door en namens verdachte in dit verband is aangevoerd, toereikend gemotiveerd. In 's Hofs overwegingen ligt besloten dat het gericht bekijken van foto's in de fotogalerij van de smartphone van verdachte niet een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer a.b.i. art. 8 EVRM oplevert. Volgt verwerping.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1121
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 10-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1533
SamenvattingZijn kosten van vernietiging van inbeslaggenomen illegaal op de markt gebrachte gewasbeschermingsmiddelen o.g.v. art. 8.c WED op verdachte te verhalen?
Samenvatting (Bron)Economische zaak. Opzettelijke overtreding voorschrift gesteld bij art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, meermalen gepleegd door rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan verboden gedraging, door gewasbeschermingsmiddelen illegaal op de markt te brengen. 1. OM-cassatie. Zijn kosten van vernietiging van inbeslaggenomen illegaal op de markt gebrachte gewasbeschermingsmiddelen o.g.v. art. 8.c WED op verdachte te verhalen? 2. Cassatie verdachte. Verwerping beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Ad 1. Opvatting dat art. 8.c WED grondslag biedt voor verhaal van kosten van vernietiging door de overheid van inbeslaggenomen gewasbeschermingsmiddelen, waarvan Hof heeft vastgesteld dat die moeten worden onttrokken aan het verkeer, is mede blijkens de bewoordingen van deze bepaling onjuist. Aan verdachte is niet een van de in art. 8.c WED bedoelde verplichtingen opgelegd die hij voor eigen rekening zou moeten uitvoeren. Mede gelet op art. 36a Sr was Hof ook overigens niet bevoegd als maatregel aan verdachte op te leggen aan de Staat de kosten te vergoeden van het vernietigen van inbeslaggenomen goederen die aan het verkeer moeten worden onttrokken. Ad 2. Namens verdachte is ttz. in h.b. verweer gevoerd strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging. Daarop diende Hof ingevolge art. 358.3, en art. 359.2 Sv een gemotiveerde beslissing te geven. s Hofs oordeel dat in redelijkheid voor de strafrechtelijke vervolging van verdachte kon worden gekozen ontbeert een toereikende motivering. Tegenover het gemotiveerde standpunt "dat op grond van het geldende handhavingsbeleid, waaraan het openbaar ministerie zich ondubbelzinnig heeft gecommitteerd (...), gekozen had moeten worden voor het opleggen van een bestuurlijke boete en niet voor strafvervolging", heeft Hof immers niet duidelijk gemaakt waarom het standpunt, dat o.g.v. de criteria genoemd in de van toepassing geachte Sanctiestrategie Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor een bestuurlijke sanctie en dus niet voor het inzetten van het strafrecht had moeten worden gekozen, niet wordt gevolgd. Beslissing is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/00117 E.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1134
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 10-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1534
SamenvattingProfijtontneming, w.v.v. uit passieve omkoping defensie-ambtenaar.
Samenvatting (Bron)Profijtontneming, w.v.v. uit passieve omkoping defensie-ambtenaar. Afwijzing verzoek tot voorafgaande schriftelijke conclusiewisseling, art. 511g.2.b Sv. Raadsman heeft verzoek gedaan tot het doen plaatsvinden van een schriftelijke voorbereiding a.b.i. art. 511g.2.b Sv. Op zon verzoek dient overeenkomstig art. 329 en 330 Sv - welke bepalingen ex art. 511g.2 Sv en art. 415.1 Sv ook in h.b. van toepassing zijn- ttz. te worden beslist, nadat OM daaromtrent is gehoord. De rechter is niet gehouden een schriftelijke voorbereiding toe te staan, maar kan daartoe beslissen indien dat naar zijn oordeel bijdraagt aan een doelmatig verloop van de ontnemingsprocedure. In dat verband verdient opmerking dat, v.zv. het verzoek tot het doen plaatsvinden van een schriftelijke voorbereiding verband houdt met de wens om stukken over te leggen, daarbij van belang kan zijn dat betrokkene, ook indien geen schriftelijke voorbereiding plaatsvindt, o.g.v. art. 414.1 Sv jo. art. 511g.2 Sv bevoegd is ter gelegenheid van de behandeling van de ontnemingsvordering ttz. in h.b. nieuwe bescheiden over te leggen. Oordeel of een schriftelijke voorbereiding bijdraagt aan een doelmatig verloop van de ontnemingsprocedure, is sterk verweven met aan de feitenrechter voorbehouden waarderingen van feitelijke aard omtrent bijvoorbeeld het procesverloop en de aan het verzoek ten grondslag gelegde gronden. Dat oordeel kan in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat een schriftelijke voorbereiding niet bijdraagt aan een doelmatig verloop van de ontnemingsprocedure. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1160
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 10-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1535
SamenvattingBeklag, beslag ex art. 94 Sv op auto met gestolen onderdelen.
Samenvatting (Bron)Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto met gestolen onderdelen. Cassatieberoep tegen beschikking Rb m.b.t. afwijzing klaagschrift ex 552a Sv en beschikking Rb m.b.t. toewijzing vordering OvJ tot onttrekking aan het verkeer ex art. 552f Sv. Afwijzing Rb van verzoek om een geldelijke tegemoetkoming a.b.i. art. 33c.2 Sr jo. art. 36b.2 Sr. Beroep op in art. 1 Eerste Protocol EVRM besloten liggend proportionaliteitsvereiste. Ex art. 33c.2 jo. art. 36b.2 Sr kent rechter een geldelijke tegemoetkoming toe indien dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie onttrokken voorwerpen toebehoren, door die onttrekking onevenredig zou worden getroffen. Of de eigenaar van het voorwerp door de o.a.h.v. van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen wanneer hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen worden betrokken hoe de eigenaar van het voorwerp zich in relatie tot dat voorwerp heeft gedragen, de waarde van het onttrokken voorwerp, alsmede eventueel voordeel dat de Staat na de onttrekking m.b.t. dat voorwerp verkrijgt, bijvoorbeeld door de verkoop van (onderdelen) daarvan. Die regeling is in overeenstemming met het in art. 1 EP neergelegde recht op 'ongestoord genot van eigendom' (vgl. 9118/90, Agosi tegen VK en 1828/06, G.I.E.M. S.R.L. e.a. tegen Italië). Gelet hierop is afwijzing Rb van het verzoek tot geldelijke compensatie niet toereikend gemotiveerd. In het bijzonder behoeft toelichting waarom belanghebbende die in strafzaak is vrijgesproken t.z.v. heling van personenauto, door de onttrekking daarvan aan het verkeer niet onevenredig is getroffen in de zin van art. 33c.2 Sr jo. art. 36b Sr. De enkele omstandigheid dat belanghebbende langs civielrechtelijke weg mogelijk zijn schade op de verkoper van de personenauto kan verhalen omdat hij deze auto heeft verkregen van een hem bekende automonteur met wie hij al 10 jaar zaken doet, is daartoe onvoldoende. Volgt vernietiging en terugwijzing t.a.v. beslissing aangaande geldelijke tegemoetkoming.
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1156
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Raad van State
TitelRaad van State 12-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1536
SamenvattingVreemdelingenbewaring
Samenvatting (Bron)Op 17 juli 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2278
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Raad van State
TitelRaad van State 17-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1537
SamenvattingVerblijfsvergunning asiel ingetrokken
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 12 april 2016 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken, bepaald dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2368
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Raad van State
TitelRaad van State 17-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1538
SamenvattingVerblijfsvergunning asiel ingetrokken.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 21 november 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2458
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Raad van State
TitelRaad van State 17-08-2018, 201709094/1/V2
CiteertitelNJB 2018/1539
SamenvattingVerblijfsvergunning asiel
Samenvatting (Bron)Bij onderscheiden besluiten van 15 september 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2394
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Raad van State
TitelRaad van State 18-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1540
SamenvattingTracébesluit "Blankenburgverbinding"
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 maart 2016 heeft de minister, in overeenstemming met de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken, het tracébesluit "Blankenburgverbinding" vastgesteld. Het tracébesluit voorziet in de aanleg van de zogenoemde Blankenburgverbinding, een nieuwe autosnelweg (A24) ten westen van Rotterdam die de A15 verbindt met de A20. De minister heeft met het project ten doel het oplossen van een capaciteitsprobleem op de zogenoemde Beneluxcorridor en het verbeteren van de ontsluiting van het Haven Industrieel Complex en de Greenport Westland. Met de vaststelling van het wijzigingsbesluit beoogt de minister een nieuwe onderbouwing te geven van de gevolgen van het tracé voor Natura 2000-gebieden waardoor de onderhavige zaak niet meer hoeft te worden aangehouden vanwege de prejudiciële vragen over het PAS en de Habitatrichtlijn.
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2454
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 27-06-2018
CiteertitelNJB 2018/1541
SamenvattingAan appellante is loondispensatie voor werkneemster verleend, vastgesteld op 43,25%.
Samenvatting (Bron)Aan appellante is op goede gronden loondispensatie voor werkneemster verleend, vastgesteld op 43,25%. De Wajong kent geen nadere regeling voor het bepalen van de arbeidsprestatie als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de Wajong. De keuze van het Uwv om de arbeidsprestatie van werkneemster te berekenen met toepassing van de methodiek van Dariuz leidt tot een resultaat dat de toetsing aan de artikelen 3:46 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht kan doorstaan. Het Uwv heeft voldoende inzichtelijk gemaakt welke gronden de aanleiding zijn geweest voor het besluit om aan te sluiten bij de methodiek die in de arbeidsmarktregio wordt gehanteerd. Niet in geschil is dat voor de arbeidsmarktregio waarin werkneemster woont het regionaal Werkbedrijf voor de methodiek van Dariuz heeft gekozen. Verder heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het rapport van 16 maart 2016 terecht vermeld, dat in het arbeidskundig rapport van 20 november 2015 voldoende inzichtelijk is gemaakt dat de in dit geval gehanteerde loonwaardemethodiek van Dariuz op een juiste wijze is toegepast door een erkende loonwaarde-expert en dat de bepalende waarden voor het vaststellen en berekenen van de loonwaarde verifieerbaar en op juiste wijze zijn verwerkt. De uitkomst van de loonwaardeberekening geeft daarmee een objectief eindresultaat.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:1968
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 03-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1542
SamenvattingExtreem laag waterverbruik
Samenvatting (Bron)Hoofdverblijf. Extreem laag waterverbruik. Vooronderstelling. Verduidelijking rechtspraak over extreem laag waterverbruik: maximaal 7 m3 water per jaar per huishouden betekent extreem laag waterverbruik. Appellante verbruikte 3 tot 5 m3 per jaar op grond waarvan vooronderstelling is gerechtvaardigd dat zij haar hoofdverblijf niet had op uitkeringsadres. Tegendeel heeft zij niet aannemelijk gemaakt.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:1986
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 03-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1543
SamenvattingTweede boete onder intrekking eerdere boete. Hetzelfde feit. Ne bis in idem.
Samenvatting (Bron)Tweede boete onder intrekking eerdere boete. Hetzelfde feit. Ne bis in idem. Voor de toepassing van artikel 5:43 van de Awb is, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, niet van belang dat een eerder opgelegde boete niet langer wordt gehandhaafd. Vaststaat dat het college appellant op 19 maart 2015 boete 1 heeft opgelegd zodat, indien boete 2 voor dezelfde overtreding als boete 1 is opgelegd, sprake is van schending van artikel 5:43 van de Awb. Beide boetes zijn op grond van artikel 18a van de PW opgelegd wegens het niet nakomen van dezelfde wettelijke verplichting, te weten de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 17 van de PW. Aan beide boetes heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant en zijn echtgenote geen melding hebben gemaakt van de motorvoertuigen die sinds 1 januari 2012 op hun naam staan of hebben gestaan en geen deugdelijke administratie van deze voertuigen hebben kunnen overleggen. Dit betekent dat appellant en zijn echtgenote vanaf 2012 de op hen rustende inlichtingenverplichting hebben geschonden. Het college kan niet worden gevolgd in zijn betoog dat vanaf het moment van het vragen naar de administratie van dezelfde motorvoertuigen sprake is van een aanzienlijk verschil in de juridische aard van de feiten en de gedragingen van appellant en zijn echtgenote. Het betreft immers dezelfde niet gemelde voertuigen die vanaf 1 januari 2012 op naam van appellante en zijn echtgenote hebben gestaan. Dat betekent dat sprake is van hetzelfde feit in de hiervoor genoemde zin. Hieraan doet niet af dat de verschillen in de hoogte van de boete is te relateren aan verschillende periodes. Boete 2 is in strijd met artikel 5:43 van de Awb.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:2059
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 04-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1544
SamenvattingBrief is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, aangezien deze brief enkel mededelingen van informatieve aard bevat.
Samenvatting (Bron)Het college heeft het bezwaar tegen de brief van 30 mei 2016 terecht niet-ontvankelijk verklaard. Deze brief is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, aangezien deze brief enkel mededelingen van informatieve aard bevat. Bij deze brief heeft het college de ouders van betrokkene meegedeeld dat het onderzoek, in verband met het overlijden van betrokkene, is beëindigd en dat de melding verder niet meer zal worden behandeld.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:2013
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 04-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1545
SamenvattingDagloon
Samenvatting (Bron)Dagloon. Toepasselijke wettelijke bepalingen. De nabetaling door [A] in juni 2015 kan niet anders worden gekwalificeerd dan als een nabetaling van achterstallig loon. In de referteperiode is loonopgave gedaan van het achterstallige salaris. Dat de werking van artikel 4, eerste lid, van het Dagloonbesluit 2015 in dit geval (zeer) gunstige gevolgen voor appellante heeft, biedt niet de mogelijkheid om ten aanzien van appellante een ander dagloon vast te stellen. In de nabetaling is wettelijke verhoging begrepen. De wettelijke verhoging is geen loon. De Raad voorziet zelf en stelt het dagloon op het maximumdagloon van 202,17.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:2091
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 05-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1546
SamenvattingHet ontslag van een ambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie vanwege zijn lidmaatschap van een chapter van de motorclub Satudarah wordt teruggedraaid.
Samenvatting (Bron)Het ontslag van een ambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie vanwege zijn lidmaatschap van een chapter van de motorclub Satudarah wordt teruggedraaid. Daarmee is het dienstverband van deze ambtenaar vanaf de datum van zijn ontslag, 14 oktober 2014, hersteld. De Raad komt tot dit oordeel omdat de gegevens waarmee de minister het ontslag heeft onderbouwd voornamelijk dateren van de periode ná 14 oktober 2014. Deze gegevens kunnen echter niet gebruikt worden om te oordelen dat de ambtenaar vanwege het lidmaatschap ook op 14 oktober 2014 al ongeschikt was voor zijn functie. Voor de beoordeling van de ontslagverlening is, volgens vaste rechtspraak, de situatie ten tijde van het ontslagbesluit bepalend.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:1963
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 10-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1547
SamenvattingVerzwegen onroerend goed in Turkije en Turks pensioen
Samenvatting (Bron)Verzwegen onroerend goed in Turkije en Turks pensioen. Appellante beschikte over vermogen om boete te kunnen voldoen. Maximale boete voor gewone verwijtbaarheid. Aangesloten moet worden bij maximum zoals dat op 1-1-2013 gold ingeval sprake is van een doorlopende overtreding na 1-1-2013.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:2149
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 11-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1548
SamenvattingCIZ-protocol Huishoudelijke Verzorging, vaste rechtspraak, individueel maatwerk op basis daarvan mogelijk.
Samenvatting (Bron)Uit de rapportages en besluiten blijkt dat het onderzoek van het college op de beschreven wijze heeft plaatsgevonden. Onder de omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat het college niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat geen ondersteuning gericht op sociale participatie geboden hoefde te worden. CIZ-protocol Huishoudelijke Verzorging, vaste rechtspraak, individueel maatwerk op basis daarvan mogelijk. Gelet op geschiedenis van de totstandkoming van de Wmo 2015, gaat de Raad er van uit dat een maaltijdvoorziening onder de Wmo 2015 kan worden aangemerkt als een algemeen gebruikelijke dienst die aan het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de weg staat, indien deze dienst beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan zelfredzaamheid of participatie en financieel kan worden gedragen. Tafeltje Dekje levert voor appellante een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin zij in staat is tot zelfredzaamheid. De kosten hiervan behoren tot de algemene kosten van het bestaan en zijn niet zodanig dat deze in financiële zin niet passend zijn voor een persoon als appellante met haar inkomen.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2018:2182
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - College van Beroep voor het bedrijfsleven
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 17-07-2018
CiteertitelNJB 2018/1549
SamenvattingPerceelsoppervlakte kan (ook) bij uitbetaling betalingsrechten aan de orde worden gesteld.
Samenvatting (Bron)leer van formele rechtskracht beperkt tot rechtsgevolg (vaststelling aantal en de waarde van betalingsrechten), niet tot de feiten. Perceelsoppervlakte kan (ook) bij uitbetaling betalingsrechten aan de orde worden gesteld.
UitspraakECLI:NL:CBB:2018:342
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - College van Beroep voor het bedrijfsleven
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 07-08-2018
CiteertitelNJB 2018/1550
SamenvattingRegeling installaties voor duurzame energieproductie (Regeling ISDE).
Samenvatting (Bron)Regeling ISDE Zonneboiler Moment van aanschaf voor 1 januari 2016. Betaling van factuur na 1 januari 2016 is in dit geval niet relevant.
UitspraakECLI:NL:CBB:2018:406
Artikel aanvragenVia Praktizijn