Jurisprudentie in Nederland

Uitgever Sdu
Tijdschrift Jurisprudentie in Nederland
Datum 09-12-2018
Aflevering 10
RubriekArbeidsrecht
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelJIN 2018/197
SamenvattingHerplaatsing, Bedrijfseconomische noodzaak, Afspiegelen.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht; Wwz. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vervallen van arbeidsplaatsen (art. 7:671b lid 1, onder b, BW en art. 7:669 lid 3, onder a, BW). Beoordeling noodzaak vervallen van arbeidsplaatsen in geval van verband van gelieerde ondernemingen (art. 3 Ontslagregeling). Toepassing art. 3 Ontslagregeling in geval van zelfstandige bedrijfsonderdelen binnen rechtspersoon. Herplaatsing, passende functie (art. 7:669 lid 1 BW, art. 9 Ontslagregeling). Verplichting aanbieden functie aan geschikt te maken werknemer?
AnnotatorC.E. Kalisvaart , D. Schuurman
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1212
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelHoge Raad 14-09-2018
CiteertitelJIN 2018/198
SamenvattingTransitievergoeding, Deeltijdontslag, Wijziging arbeidsduur, Opzegging, Beëindiging.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Wet werk en zekerheid. Vermindering arbeidsduur wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, door middel van opzegging arbeidsovereenkomst o.g.v. art. 7:669 lid 3, onder b, BW gevolgd door benoeming voor 55%. Heeft werknemer recht op (gehele of gedeeltelijke) transitievergoeding? Art. 7:673 BW. Gedeeltelijke beëindiging, niet voortzetting of aanpassing arbeidsovereenkomst door werkgever?
AnnotatorD.P. van Straten
LinkVolledige tekst annotatie (Ploum.nl)
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1617
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelHoge Raad 14-09-2018
CiteertitelJIN 2018/199
SamenvattingArbeidsongeschiktheid, Second opinion, Deskundigenoordeel UWV, Kort geding.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Vordering in kort geding tot doorbetaling loon tijdens arbeidsongeschiktheid (art. 7:629 BW). Geldt eis dat verklaring UWV-deskundige wordt overgelegd (art. 7:629a BW) ook in kort geding?
AnnotatorL. van Luipen
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1673
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArbeidsrecht
TitelRechtbank Amsterdam 17-07-2018
CiteertitelJIN 2018/200
SamenvattingWerknemer opgezegd wegens bedrijfseconomische omstandigheden (verval functie) na verkregen toestemming UWV, Kantonrechter acht redelijke grond voor opzegging aanwezig, maar onvoldoende invulling aan herplaatsingsverplichting, Billijke vergoeding van € 66.000,=.
Samenvatting (Bron)Werknemer wegens bedrijfseconomische omstandigheden (verval functie) na verkregen toestemming UWV opgezegd. Kantonrechter acht redelijke grond voor opzegging aanwezig. Maar onvoldoende invulling herplaatsingsverplichting. Billijke vergoeding 66.000,00.
AnnotatorR.D. Beudeker , S.J.J.A. Smeets
UitspraakECLI:NL:RBAMS:2018:5116
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelHoge Raad 06-07-2018
CiteertitelJIN 2018/201
SamenvattingBegunstiging levensverzekering, Sommenverzekering, Derdenbeding, Uitleg testament, Onterving, Redelijkheid en billijkheid.
Samenvatting (Bron)Sommenverzekering. Uitleg aanwijzing begunstigde; bedoeling verzekeringnemer; betekenis latere verklaringen en gedragingen verzekeringnemer. Beroep op aanwijzing begunstigde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
AnnotatorM.C. Leenhouts
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1102
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelHoge Raad 28-09-2018
CiteertitelJIN 2018/202
SamenvattingIPR, Kinderalimentatie, Toepasselijk recht alimentatieverplichtingen, Haags Alimentatieprotocol, Begrip ‘gewone verblijfplaats’, Uitleg begrip ‘gewone verblijfplaats’ art. 3 Haags Alimentatieprotocol.
Samenvatting (Bron)Art. 81 lid 1 RO. IPR. Familierecht. Kinderalimentatie. Toepasselijkheid Bulgaars recht. Art. 3 Alimentatieprotocol. Begrip "gewone verblijfplaats"
AnnotatorF. Borger van der Burg
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1785
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonen- en familierecht
TitelGerechtshof Den Haag 29-08-2018
CiteertitelJIN 2018/203
SamenvattingBeëindiging alimentatieverplichting, Vereisten voor ‘samenwonen’, Voorshands geleverd bewijs, Tegenbewijs.
Samenvatting (Bron)Samenwonen in de zin van 1:160 BW. Bewijsvermoeden niet ontzenuwd door derden. Partneralimentatie beëindigd.
AnnotatorS.N. Biesheuvel , E.A. Slappendel
LinkVolledige tekst annotatie (Slappendelfamilierecht.nl)
UitspraakECLI:NL:GHDHA:2018:2379
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelHoge Raad 26-10-2018
CiteertitelJIN 2018/204
SamenvattingFaillissementsrecht, Pluraliteit van schuldeisers.
Samenvatting (Bron)Faillissementsrecht. Pluraliteit van schuldeisers. Zijn de Staat enerzijds en organen en onderdelen van de Staat anderzijds voor toepassing Faillissementswet te onderscheiden schuldeisers? Steunvordering. Belastingschuld.
AnnotatorA. van Loon
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1988
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof Amsterdam 12-05-2017
CiteertitelJIN 2018/205
SamenvattingEnquêterecht.
Samenvatting (Bron)OK; enquêterecht; afwijzing van het verzoek een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken en tot het treffen van bepaalde onmiddellijke vorozieningen
AnnotatorE.P.C. Duinkerke
UitspraakECLI:NL:GHAMS:2017:2143
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOndernemingsrecht
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch 21-08-2018
CiteertitelJIN 2018/206
SamenvattingBestuurdersaansprakelijkheid, Afgeleide schade, Profiteren van onrechtmatige daad.
Samenvatting (Bron)bestuurdersaansprakelijkheid, aanvragen van surséance van betaling zonder goedkeuring van de vergadering van aandeelhouders, onnodig bewerkstelligen van faillissement, afgeleide schade, profiteren van onrechtmatige daad
AnnotatorJ.R. Everhardus
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2018:3586
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 28-09-2018
CiteertitelJIN 2018/207
SamenvattingProcesrecht, Exhibitievordering (art. 843a Rv), Bedrijfsgeheimen, Bewijsbeslag.
Samenvatting (Bron)Procesrecht. Exhibitievordering (art. 843a Rv). Bedrijfsgeheimen. Bewijsbeslag. Maatstaf voor aannemen van rechtsbetrekking in de zin van art. 843a Rv bij gesteld onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen. Relevantie van nog niet toepasselijke Richtlijn (EU) 2016/943 over bescherming bedrijfsgeheimen. Onvoldoende concrete omschrijving bedrijfsgeheimen, schending van art. 6 EVRM en recht op hoor en wederhoor? Door het hof aan verlof tot inzage verbonden voorwaarden. Tweeconclusieregel; goede procesorde. 'Hoofdzaak' in de zin van art. 1019c lid 2 Rv; termijn van art. 700 lid 3 Rv. Is verlof mogelijk voor het laten opstellen van een gedetailleerde beschrijving van productieprocessen van vermeende inbreukmaker? Art. 1019b lid 1 Rv en 1019d lid 1 Rv; voorontwerp van wet tot aanpassing van het bewijsrecht.
AnnotatorA. Rosielle
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1775
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 28-09-2018
CiteertitelJIN 2018/208
SamenvattingContractenrecht, Koopovereenkomst met betrekking tot aandelen, Koopprijs deels omgezet in lening, Bevoegdheid tot opschorting, Schade door betrokkenheid van verkochte vennootschap bij btw-fraude; afgeleide schade, Uitleg overeenkomst, Berekening wettelijke rente.
Samenvatting (Bron)Contractenrecht. Koopovereenkomst met betrekking tot aandelen. Koopprijs deels omgezet in lening. Bevoegdheid tot opschorting? Schade door betrokkenheid van verkochte vennootschap bij btw-fraude; afgeleide schade? Uitleg overeenkomst. Berekening wettelijke rente.
AnnotatorR.A.G. de Vaan
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1811
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 12-10-2018
CiteertitelJIN 2018/209
SamenvattingAansprakelijkheidsrecht, Rechtspersonenrecht, Onrechtmatige daad, Concernrecht, Onrechtmatige overheidsdaad.
Samenvatting (Bron)Aansprakelijkheidsrecht. Rechtspersonenrecht. Onrechtmatig handelen jegens moedermaatschappij; als gevolg daarvan schade voor dochtermaatschappij. Lijdt ook moedermaatschappij schade en komt deze schade voor vergoeding in aanmerking? HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564 (Poot/ABP) en HR 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2443 (Chipshol/Coopers&Lybrand).
AnnotatorR.A.G. de Vaan , E.S. Ebels
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1899
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 12-10-2018
CiteertitelJIN 2018/210
SamenvattingRechtspersonenrecht, Procesrecht, Belanghebbende.
Samenvatting (Bron)Rechtspersonenrecht. Procesrecht. Belanghebbende. Verzoek tot ontslag bestuur van stichting (2:298 lid 1 BW) en benoeming nieuw bestuur (2:299 BW), subsidiair tot ontbinding van de stichting (art. 2:21 BW). Verzoeker is lid en voormalig bestuurslid van de vereniging die de stichting heeft opgericht en is lid van het afdelingsbestuur van die vereniging. Klachten tegen oordeel hof dat verzoeker niet-ontvankelijk is op de grond dat hij geen belanghebbende is. Begrip belanghebbende; betrokkenheidscriterium.
AnnotatorB. Lem , S.M.Y. van de Graaff
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1900
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCiviel recht
TitelHoge Raad 26-10-2018
CiteertitelJIN 2018/211
SamenvattingExhibitievordering, Verzoekschrift of dagvaarding, Gewichtige redenen.
Samenvatting (Bron)Procesrecht. Kan inzage, afschrift of uittreksel op de voet van art. 843a Rv worden verzocht bij verzoekschrift? Gewichtige redenen (art. 843a lid 4 Rv) in verband met vertrouwelijkheid van interne besluitvorming en overleg met externe adviseurs. Uitleg van veroordeling tot verstrekking afschrift van stukken in verband met vertrouwelijkheid van overleg tussen veroordeelde partij en haar advocaat.
AnnotatorN. de Boer
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1985
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad 30-10-2018
CiteertitelJIN 2018/212
SamenvattingAmbtshalve ingrijpen in cassatie ten aanzien van verjaring.
Samenvatting (Bron)Verduistering door gelden van investeerders bestemd voor bouwprojecten over te maken naar eigen bankrekening, art. 321 Sr. 1. Bewijs wederrechtelijke toe-eigening en opzet. 2. Strafmotivering. 3. HR ambtshalve: Onderzoek naar verjaring als grond voor verval van recht tot strafvordering en deswege niet-ontvankelijkheid OM in vervolging, art. 348, 349.1, 358.3 en 359.2 Sv. Ambtshalve beoordeling door HR? Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. Het recht tot strafvordering wegens verjaring vervalt zowel indien termijn van verjaring is vervuld voor aanvang van geding als indien zij tijdens loop van geding is vervuld. Dit brengt mee dat zowel rechter in e.a. en die in h.b. als die in cassatie in bepaalde gevallen onderzoek behoort te doen naar mogelijke niet-ontvankelijkheid OM in vervolging wegens verjaring en daarvan in zijn uitspraak dient te doen blijken. In cassatie lijdt dit evenwel naar huidig inzicht uitzondering voor het geval dat verjaring reeds voor indienen van schriftuur was voltooid en cassatieschriftuur niet klacht bevat dat rechter onderzoek naar niet-ontvankelijkheid OM in vervolging wegens verjaring heeft miskend. Wel zal HR ambtshalve ingrijpen ingeval termijn van verjaring is vervuld tussen indiening van schriftuur en uitspraak van arrest omdat in dat geval niet bij wege van middel van cassatie beroep kon worden gedaan op alsnog intreden van niet-ontvankelijkheid OM in vervolging. HR zal daarom vraag laten rusten of i.c. verjaring voor indienen van schriftuur was voltooid.
AnnotatorC. van Oort
UitspraakECLI:NL:HR:2018:2022
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad 06-11-2018
CiteertitelJIN 2018/213
SamenvattingFeitelijke aanranding van de eerbaarheid, Grapverweer.
Samenvatting (Bron)Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 Sr. Levert het door verdachte in de cellengang van een politiebureau achter het slachtoffer, een hem onbekende vrouw (in burger geklede hoofdagent van politie), langs lopen en onverhoeds in haar bil knijpen, waarna verdachte lacht en zegt: It was a joke, een ontuchtige handeling op? Grapverweer. Gelet op wat het Hof heeft vastgesteld omtrent de omstandigheden waaronder verdachte in de bil van aangeefster heeft geknepen, getuigt zijn oordeel dat sprake is van een "ontuchtige handeling" i.d.z.v. art. 246 Sr niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat het bilknijpen mogelijk bedoeld was als grap en evenmin dat door de verdediging als motief is aangevoerd dat verdachte handelde "in een opwelling van vreugde" vanwege zijn vrijlating. Volgt verwerping.
AnnotatorC. van Oort
UitspraakECLI:NL:HR:2018:2061
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekStrafrecht
TitelHoge Raad 06-11-2018
CiteertitelJIN 2018/214
SamenvattingSchending consultatierecht, Verhoorsituatie.
Samenvatting (Bron)Salduz. Schending consultatierecht, verhoorsituatie. Ontstaat verplichting om verdachte te wijzen op recht op raadpleging advocaat alleen als vaststaat dat strafbaar feit is gepleegd? Art. 359a Sv. (Medeplegen) telen hennep (meermalen gepleegd) in woning medeverdachte en eigen woning, art. 3.B Opiumwet. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH3079 en ECLI:NL:HR:2015:3608 m.b.t. het recht op consultatiebijstand en de gevolgen van schending van dit recht. HR tekent hierbij aan dat dit recht op consultatiebijstand sinds 1 maart 2017 is geregeld in art. 28c jo. 28e Sv, terwijl de plicht verdachte daaromtrent te informeren voortvloeit uit art. 27c.3 Sv. Indien door de politie aan een aangehouden verdachte gestelde vragen betrekking hebben op diens betrokkenheid bij een strafbaar feit ten aanzien waarvan hij als verdachte is aangemerkt, is sprake van een verhoor, zodat hij op dat moment dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Het in art. 27.1 Sv bedoelde redelijk vermoeden van schuld betreft zowel de omstandigheid dat een strafbaar feit wordt of is begaan, als de betrokkenheid van een persoon bij dat feit. Derhalve kan, ook indien (nog) niet vaststaat dat een strafbaar feit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit en dientengevolge van een verhoorsituatie. Hof heeft geoordeeld dat verdachte niet behoefde te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat op het moment dat hem door de opsporingsambtenaar werd gevraagd of hij een hennepkwekerij in zijn woning had, aangezien de hennepkwekerij op dat moment nog niet was ontdekt en de gestelde vraag daarom kennelijk geen betrekking had op een reeds geconstateerd strafbaar feit. V.zv. dit oordeel berust op de opvatting dat het bedoelde recht op raadpleging van een advocaat uitsluitend toekomt aan verdachte indien hem vragen worden gesteld t.a.v. zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit en vaststaat dat dit feit heeft plaatsgevonden, getuigt het van een onjuiste rechtsopvatting. V.zv. Hof niet van die opvatting is uitgegaan, is het oordeel niet z.m. begrijpelijk, aangezien de vraag aan verdachte of hij een hennepkwekerij in zijn woning had, bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een vraag betreffende diens betrokkenheid bij een strafbaar feit (aanwezig hebben of telen hennep) ten aanzien waarvan hij als verdachte is aangemerkt. Terechte klacht leidt bij gebrek aan belang niet tot cassatie, nu de bewezenverklaring gelet op gebezigde b.m. ook met weglating van de bevindingen betreffende hetgeen heeft plaatsgevonden nadat verdachte is gevraagd of hij een hennepkwekerij in zijn woning had, toereikend is gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 17/00796 P.
AnnotatorC. van Oort
UitspraakECLI:NL:HR:2018:2056
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State 02-05-2018
CiteertitelJIN 2018/215
SamenvattingIncidenteel hoger beroep, Duiding incidenteel hoger beroep als principaal hoger beroep, Termijnoverschrijding, Omvang geding, Afwijzing aanvraag toevoeging voor rechtsbijstand.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 6 juni 2016 heeft de raad de aanvraag van [wederpartij] om een toevoeging voor rechtsbijstand door Sluiter afgewezen.
AnnotatorC.L.G.F.H. Albers , R.J.N. Schlössels
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:1484
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State 13-06-2018
CiteertitelJIN 2018/216
SamenvattingOvertreder, Overtreding, Bestuurlijke boete, Grondslag, Boetebedragen in verordening, Ambtshalve toetsing.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 24 maart 2016 heeft het college een bestuurlijke boete ter hoogte van 4.000,- opgelegd aan [appellant sub 1] wegens handelen in strijd met de Huisvestingswet 2014 en is het college overgegaan tot invordering van deze boete.
AnnotatorJ.H. Keinemans
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:1950
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State 20-06-2018
CiteertitelJIN 2018/217
SamenvattingBestuurlijke boete, Ontbreken grondslag boeteoplegging, Wetsuitleg, Rechtszekerheidsbeginsel, Lex certa-beginsel.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 april 2016 heeft het college aan [appellant] een boete opgelegd van 13.500,- wegens het zonder vergunning omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in onzelfstandige woonruimten.
AnnotatorJ.H. Keinemans
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2042
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursrecht
TitelRaad van State 15-08-2018
CiteertitelJIN 2018/218
SamenvattingAfwijzing aanvraag identiteitskaart en rijbewijs, Religieuze hoofdbedekking, Vrijheid van godsdienst, Pastafarisme geen religieuze of levensbeschouwelijke stroming.
Samenvatting (Bron)Bij onderscheiden besluiten van 7 oktober 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen de aanvragen van [appellante] om een identiteitskaart en een rijbewijs afgewezen. [appellante] is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en belijdt het pastafarisme. Het vergiet dat zij in het openbaar altijd op haar hoofd heeft, is voor pastafari's een heilig object, dat wordt gedragen om het Vliegend Spaghettimonster te eren. [appellante] heeft een identiteitskaart en een rijbewijs aangevraagd, waarbij zij pasfoto's heeft overgelegd waarop zij met een vergiet als hoofdbedekking staat afgebeeld. De burgemeester heeft de aanvragen afgewezen omdat de pasfoto's niet voldoen aan de acceptatiecriteria volgens de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001.
AnnotatorJ.L.W. Broeksteeg
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2715
Artikel aanvragenVia Praktizijn