Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum 31-12-2018
Aflevering 12
RubriekKort & bondig
TitelUrgenda: niet langer een witte raaf
CiteertitelTvAR 2018, afl. 12, p. 605
SamenvattingOp 9 oktober 2018 heeft het gerechtshof Den Haag het opzienbarende arrest gewezen in de Urgenda-zaak over het klimaat. Volgens het hof handelt de Staat onrechtmatig door verdere reductie van broeikasgassen per eind 2020 na te laten; de Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot van CO2 met tenminste 25% daalt ten opzichte van de uitstoot in 1990 (het Kyoto basisjaar). Op basis van het huidige beleid zou dat slechts maximaal 17% zijn. Omdat het arrest uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zal de Staat daar uitvoering aan moeten geven, ongeacht het inmiddel.
Auteur(s)W.J.E. van der Werf
Pagina605
LinkVolledige tekst annotatie (feltz.nl)
UitspraakECLI:NL:GHDHA:2018:2591
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe levering van een bouwterrein: btw of overdrachtsbelasting?
CiteertitelTvAR 2018, afl. 12, p. 606
SamenvattingBij de levering (verkrijging) van een perceel grond of een bouwkavel is het eigenlijk altijd de vraag of er overdrachtsbelasting of omzetbelasting (hierna btw) is verschuldigd. Per 1 januari 2017 is de definitie van het wettelijke begrip bouwterrein zodanig aangepast dat sindsdien sneller sprake zal zijn van btw-belaste grond dan vůůr 2017. In deze bijdrage gaat auteur in op deze nieuwe definitie en op de vraag welke invloed deze heeft op de (agrarische) praktijk.
Auteur(s)H.J. de Boer
Pagina606
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelLicense to produce C12 H22 O11 (van bietenquotum naar LLB)
CiteertitelTvAR 2018, afl. 12, p. 611
SamenvattingDaar waar de juridische discussie in agrarisch recht land zich heden ten dage bijna slechts toespitst op P2O5-rechten (fosfaat), is er in de akkerbouwgebieden een ander productierecht op de wereld gezet, namelijk de LLBís, de LedenLeveringsBewijzen.
Auteur(s)E. Oostra
Pagina611
LinkVolledige tekst artikel (vaneysinga-oostra.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-04-2018
CiteertitelTvAR 2018/5954
SamenvattingPachtovereenkomst. Ontbinding.
Samenvatting (Bron)7:377. Ontbindingsvordering van ene tegen andere broer. Vanwege in het arrest genoemde feiten en omstandigheden rechtvaardigen de tekortkomingen van de pachter niet de ontbinding van de pachtovereenkomst, in het bijzonder kunnen de gebleken pachtachterstanden in de onderhavige rechtsverhouding de ontbinding niet dragen. De niet geoorloofde verrekening in 2015 is ook niet de druppel die de emmer nu doet overlopen. Van de door de pachter te betalen kosten van herziening wijst het hof enkele bedragen toe.
AnnotatorE.H.M. Harbers
UitspraakECLI:NL:GHARL:2018:3125
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-04-2018
CiteertitelTvAR 2018/5955
SamenvattingPachtovereenkomst.
Samenvatting (Bron)7:370 en 7:363 BW. BeŽindigingsvordering in conventie en vordering indeplaatsstelling in reconventie. Pachtovereenkomst wordt beŽindigd op grond van belangenafweging ook indien daarbij de belangen van de beoogde opvolgers worden betrokken.
AnnotatorG.M.F. Snijders
UitspraakECLI:NL:GHARL:2018:3305
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-05-2018
CiteertitelTvAR 2018/5956
SamenvattingBedrijfsmatige landbouw
Samenvatting (Bron)7:312 BW. Bedrijfsmatige landbouw. Gelet op alle feiten en omstandigheden in onderling verband bezien en met inachtneming van de geldende gezichtspunten oordeelt het hof dat de stelling van verpachtster dat geen sprake meer is van bedrijfsmatige landbouw, niet opgaat.
AnnotatorD.W. Bruil
UitspraakECLI:NL:GHARL:2018:4130
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad 21-09-2018
CiteertitelTvAR 2018/5957
SamenvattingOnteigening. Schadeloosstelling.
Samenvatting (Bron)Onteigeningsrecht. Schadeloosstelling. Vergoeding voor meerwaarde grond wegens aanwezigheid van bruikbare bodembestanddelen. Moet bij die vergoeding rekening worden gehouden met de kosten van voor winning van die bodembestanddelen noodzakelijke werkzaamheden, als die werkzaamheden hoe dan ook verricht moeten worden voor de uitvoering van het werk waarvoor onteigend wordt? Eliminatieregel (art. 40c Ow). Is sprake van bijzondere geschiktheid van de onteigende gronden?
AnnotatorW.J.E. van der Werf
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1694
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 02-10-2018
CiteertitelTvAR 2018/5958
SamenvattingMelkveefosfaatreferentie. Geen strijd met artikel 1 EP.
Samenvatting (Bron)Wet verantwoorde groei melkveehouderij, vaststelling MVFR, geen strijd met artikel 1 EP
AnnotatorH.A. Verbakel-van Bommel
UitspraakECLI:NL:CBB:2018:519
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 17-10-2018
CiteertitelTvAR 2018/5959
SamenvattingFosfaatrechtenstelsel
Samenvatting (Bron)Meststoffenwet: artikelen 21b eerste lid, 23, derde lid, Artikel 72b Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP) Het fosfaatrechtenstelsel vormt een inmenging in het door artikel 1 van het van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP) gewaarborgde eigendomsrecht van appellanten. De Nederlandse wetgever heeft het behouden van de derogatie in het algemeen belang van de sector kunnen achten en daarvoor de hier aan de orde zijnde maatregelen kunnen treffen, zoals de invoering van het fosfaatrechtenstelsel en de generieke korting. Dat de wetgever grondgebonden bedrijven ontziet bij het opleggen van deze korting is gerechtvaardigd, omdat deze bedrijven de geproduceerde fosfaat op eigen landbouwgrond kunnen plaatsen en zij daardoor niet bijdragen aan de druk op de nationale mestmarkt en op de naleving van het stelsel van gebruiksnormen. Hierbij zijn ook nevendoelstellingen zoals verduurzaming van belang. Dat de generieke korting voor niet grondgebonden bedrijven van 8,3% is naar het oordeel van het College niet onevenredig. Het is in zijn algemeenheid acceptabel dat varkensrechten niet kunnen worden omgezet in fosfaatrechten, gelet op onder meer de sectorale fosfaatplafonds en de geringe ruimte die dit biedt. De keuze van de wetgever om niet meer knelgevallenvoorzieningen op te nemen, onder meer voor bedrijven die zijn uitgebreid, komt niet in strijd met artikel 1 van het EP. Mede in het licht van de margin of appreciation die de wetgever toekomt is het College van oordeel dat er op regelingsniveau daarom geen strijd is met artikel 1 van het EP. De keuze voor een beperkte knelgevallenvoorziening, verleende vergunningen, (het ontbreken van) een overgangsperiode, flankerende maatregelen en (het al dan niet) aanbieden van compensatie moeten worden betrokken bij de individuele beoordeling of sprake is van een buitensporige last. Het gekozen systeem leidt enerzijds tot waardevermeerdering van een groot dele van de melkveebedrijven. Daarentegen zijn er ook bedrijven die zwaar getroffen kunnen zijn door de gekozen systematiek. De waarde van de fosfaatrechten maakt voor hen dat een tekort aan rechten niet eenvoudig kan worden aangevuld. Dat treft ook bedrijven die, zoals appellanten stellen, vergunningen hebben verkregen voor de start of uitbreiding van het bedrijf en op die basis investeringen hebben gedaan. In die omstandigheden is het College van oordeel, in lijn met het oordeel van het College in de uitspraken van 21 augustus 2018 (onder meer ECLI:NL:CBB:2018:414) en 15 juni 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:149), dat de gevolgen niet per se categoriaal op grond van ondernemersrisico voor rekening van bedrijven komen. Verweerder zal alsnog een afweging in het individuele geval moeten maken en daarbij alle omstandigheden moeten betrekken. De conclusie dat iemand in het bijzonder geraakt wordt kan daarbij gerechtvaardigd worden door de bijzonder zware financiŽle last die het gevolg is van de ingevoerde maatregel. Het is naar het oordeel van het College niet op voorhand categoriaal uit te sluiten dat dergelijke omstandigheden op zichzelf, zonder enige compensatie, strijd kunnen opleveren met artikel 1 van het EP. Daarnaast kunnen andere bijzondere omstandigheden leiden tot het oordeel dat in dat bijzondere geval het niet toekennen van fosfaatrechten of compensatie disproportioneel is. Op verzoek van partijen geeft het College appellanten de gelegenheid hun omstandigheden nog nader toe te lichten en verweerder om op basis daarvan tot een nadere afweging over te gaan.
AnnotatorH.A. Verbakel-van Bommel
UitspraakECLI:NL:CBB:2018:522
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad 13-07-2018
CiteertitelTvAR 2018/5960
SamenvattingBelastingrecht.
Samenvatting (Bron)Inkomstenbelasting. Art. 8, aanhef en lid 1, letter b, Wet IB 1964 en art. 3.12 Wet IB 2001; landbouwgrond verkocht en geleverd in 2000 met recht op nabetaling bij doorgaan van wijziging van bestemming van de grond; is op afwaardering van het in 2000 geactiveerde recht op nabetaling de vůůr 27 juni 2000 geldende landbouwvrijstelling of de sindsdien geldende landbouwvrijstelling van toepassing? Uitlegging vaststellingsovereenkomst.
AnnotatorA. Verduijn
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1201
Artikel aanvragenVia Praktizijn